Jump to content

NÉF-TÜNIS: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
mNo edit summary
Goffe [Theunis] Jensma
Line 76: Line 76:
Verscheiden Friesche zoogenaamde geleerden hebben maanden lang de belangrikheid aangetoond van de stukken papier, waarp o.a. <u>zulke zottenpraat</u> stond, — als gedateerd uit 600 v.C.</blockquote>1871 — (vermoedelijk) [[Pieter Leendertz]] in [[1871 Navorscher|''De Navorscher'']]<blockquote>Men weet, dat de namen van heiligen, nu als voornamen veelvuldig voorkomende, in Friesland eerst betrekkelijk laat zijn ingevoerd, dat zij daar voor de invoering van het Christendom niet voorkwamen, en dat het ook na de invoering van het Christendom nog vrij lang duurde eer de Friezen hunne goede friesche namen voor die vreemde namen wilden wegwerpen. Men weet ook, <u>dat Antonius tot die heiligennamen behoort, en dat deze naam veeltijds verkort wordt tot Teunis</u>. Maar deze kronijk vertelt het ons anders. Er was — de lezers van den Navorscher zullen ons misschien naauwelijks willen gelooven, maar inderdaad het staat op bl. 238 van het Verslag te lezen — er was “een friesche viking, zeekoning, thuis behoorende te Alderga (Ouddorp niet verre van Alkmaar). Zijn naam was <u>Teunis, in de wandeling bij zijne manschappen Neef Teunis genoemd</u>, die vooral de Middellandsche zee tot het doel en tooneel zijner tochten gekozen had, en door de Tyriers vergood zoude zijn, in den tijd toen de Phenicische zeevaart zich merkelijk begon uit te breiden en naar Friesland stevende” Derhalve een Teunis in Friesland een aantal eeuwen voor onze tijdrekening, en <u>die neef Teunis door de Pheniciers in Neptunus omgeschapen</u> en onder dien naam aan de Romeinen overgedaan!</blockquote>1875 [[Pieter Leendertz]] in ''[[1875 Navorscher|De Navorscher]]''<blockquote>Laat ik op een paar plaatsen wijzen — ik zou er meer kunnen noemen — die ons tot de ''veertiende'' eeuw brengen. Het boek is vol van allerlei afleidingen die aan Becanus doen denken. Voor het grootste deel zijn dit afleidingen van eigennamen. <u>''Neptunus is neef Teunis''</u> (bl. 78 vlgg.). Marseille ''mis-sellia'' (verkeerde koop), Kalypso is ''Ka lip'', zoo geheeten »omdat haar onderlip als een mastkorf vooruit stak” (bl. 108), het eiland Kreta heeft zijnen naam naar de woeste ''kreten'' die het volk daar aanhief bij de komst der Friezen enz.</blockquote>1875 oktober 22 — [[Eduard Dekker|Multatuli]] aan  P.A. Tiele<blockquote>Ik trek voor die echtheid geen party. God bewaarme! Ik heb te weinig gegevens. En bovendien, er komen ook passages in voor die te kinderachtig zyn om van te spreken. Maar juist hierin ligt ’n nieuwe waarschuwing tegen snel oordelen en hoovaardig verwerpen. Want meent men dat de toch altyd zeer bekwame vervalscher niet op de hoogte was om intezien dat die zwakke zotte passages hem diskrediteeren zouden? <u>Geen schooljongen zelfs zou van Neef Teunis hebben durven spreken</u>.</blockquote>1876 april 29 — ''[[1876 The Academy|The Academy]]''<blockquote>However, even Dr. Ottema himself is a little staggered at some of the statements of the MS. It appears, for instance, that the god Neptune was, when living, a Friesian sea-king, Teunis by name, familiarly called “Neef-Teunis,” or Cousin Teunis: that Minos, the lawgiver of Crete, was also a Friesian sea-king, Minno; that the goddess Minerva came from Walcheren, in Holland, &c., &c.</blockquote>[[Brieven Ottema#13-6-1876 / 22 (25)|1876 juni 13]] — [[Jan G. Ottema|Ottema]] aan [[Leendert F. Over de Linden|L.F. Over de Linden]]<blockquote>Op een der gedenksteenen van Domburg staat <u>Neef Teunis naast Nehalennia</u>. Verder kunt gij hem zien op den toren van Zierikzee, waar hij het ambt van <u>windwijzer</u> bekleedt, en al zijn leven <u>door de Zierikzeënaars nooit anders als Neef Teunis genoemd is geweest</u>.</blockquote>1877 maar 17 — [[Eelco Verwijs]] in ''[[Brieven Verwijs|De Ned. Spectator]]''<blockquote>Toen ik den volgenden morgen in den trein nadere kennis maakte met Adela, met <u>neef Teunis en neef Inka</u>, met de oude Friezen, die op hun stoepbanken zaten, kon ik niet nalaten soms vrij <u>hardop te lachen over de onzinnige verhalen</u>.</blockquote>1877 (mei) — [[Leendert F. Over de Linden|L.F. Over de Linden]] in [[1877 Beweerd maar niet bewezen|Beweerd maar niet bewezen]]<blockquote>Even als alle beoordeelaars, die het O.L.B. niet kennen, <u>ergert de Heer B.V. zich aan eene afleiding: ''Neptunus'' van ''Neef Teunis''</u>. Doch juist hierdoor verraadt hij zelf, dat hij het O.L.B. ''niet heeft gelezen'', want als hij het geheele boek had door gelezen, dan had hij moeten opmerken, <u>dat de naam ''Neptunus daarin nergens te vinden is''</u>.</blockquote>1927 december 15 en 16 — [[Sybe D. de Jong|S.D. de Jong]] in [[1927 De Jong en De Jong|Leeuwarder Courant]]<blockquote>Wel werd het getal van hen, die aan de echtheid geloofden langzamerhand zeer schaarsch en geen wonder, daar zelfs een leek wel kan zien hier niet met oude kroniekentaal te doen te hebben, maar met het werk van een modern schrijver, gestoken in een pseudo oud-Friesch kleed, terwijl verschillende naamafleidingen er allerkomiekst uitzien, b.v. <u>Neptunus zou zijn afgeleid van neef Teunis</u>, Catharina van kater-inne (vrouwelijke kat enz).
Verscheiden Friesche zoogenaamde geleerden hebben maanden lang de belangrikheid aangetoond van de stukken papier, waarp o.a. <u>zulke zottenpraat</u> stond, — als gedateerd uit 600 v.C.</blockquote>1871 — (vermoedelijk) [[Pieter Leendertz]] in [[1871 Navorscher|''De Navorscher'']]<blockquote>Men weet, dat de namen van heiligen, nu als voornamen veelvuldig voorkomende, in Friesland eerst betrekkelijk laat zijn ingevoerd, dat zij daar voor de invoering van het Christendom niet voorkwamen, en dat het ook na de invoering van het Christendom nog vrij lang duurde eer de Friezen hunne goede friesche namen voor die vreemde namen wilden wegwerpen. Men weet ook, <u>dat Antonius tot die heiligennamen behoort, en dat deze naam veeltijds verkort wordt tot Teunis</u>. Maar deze kronijk vertelt het ons anders. Er was — de lezers van den Navorscher zullen ons misschien naauwelijks willen gelooven, maar inderdaad het staat op bl. 238 van het Verslag te lezen — er was “een friesche viking, zeekoning, thuis behoorende te Alderga (Ouddorp niet verre van Alkmaar). Zijn naam was <u>Teunis, in de wandeling bij zijne manschappen Neef Teunis genoemd</u>, die vooral de Middellandsche zee tot het doel en tooneel zijner tochten gekozen had, en door de Tyriers vergood zoude zijn, in den tijd toen de Phenicische zeevaart zich merkelijk begon uit te breiden en naar Friesland stevende” Derhalve een Teunis in Friesland een aantal eeuwen voor onze tijdrekening, en <u>die neef Teunis door de Pheniciers in Neptunus omgeschapen</u> en onder dien naam aan de Romeinen overgedaan!</blockquote>1875 [[Pieter Leendertz]] in ''[[1875 Navorscher|De Navorscher]]''<blockquote>Laat ik op een paar plaatsen wijzen — ik zou er meer kunnen noemen — die ons tot de ''veertiende'' eeuw brengen. Het boek is vol van allerlei afleidingen die aan Becanus doen denken. Voor het grootste deel zijn dit afleidingen van eigennamen. <u>''Neptunus is neef Teunis''</u> (bl. 78 vlgg.). Marseille ''mis-sellia'' (verkeerde koop), Kalypso is ''Ka lip'', zoo geheeten »omdat haar onderlip als een mastkorf vooruit stak” (bl. 108), het eiland Kreta heeft zijnen naam naar de woeste ''kreten'' die het volk daar aanhief bij de komst der Friezen enz.</blockquote>1875 oktober 22 — [[Eduard Dekker|Multatuli]] aan  P.A. Tiele<blockquote>Ik trek voor die echtheid geen party. God bewaarme! Ik heb te weinig gegevens. En bovendien, er komen ook passages in voor die te kinderachtig zyn om van te spreken. Maar juist hierin ligt ’n nieuwe waarschuwing tegen snel oordelen en hoovaardig verwerpen. Want meent men dat de toch altyd zeer bekwame vervalscher niet op de hoogte was om intezien dat die zwakke zotte passages hem diskrediteeren zouden? <u>Geen schooljongen zelfs zou van Neef Teunis hebben durven spreken</u>.</blockquote>1876 april 29 — ''[[1876 The Academy|The Academy]]''<blockquote>However, even Dr. Ottema himself is a little staggered at some of the statements of the MS. It appears, for instance, that the god Neptune was, when living, a Friesian sea-king, Teunis by name, familiarly called “Neef-Teunis,” or Cousin Teunis: that Minos, the lawgiver of Crete, was also a Friesian sea-king, Minno; that the goddess Minerva came from Walcheren, in Holland, &c., &c.</blockquote>[[Brieven Ottema#13-6-1876 / 22 (25)|1876 juni 13]] — [[Jan G. Ottema|Ottema]] aan [[Leendert F. Over de Linden|L.F. Over de Linden]]<blockquote>Op een der gedenksteenen van Domburg staat <u>Neef Teunis naast Nehalennia</u>. Verder kunt gij hem zien op den toren van Zierikzee, waar hij het ambt van <u>windwijzer</u> bekleedt, en al zijn leven <u>door de Zierikzeënaars nooit anders als Neef Teunis genoemd is geweest</u>.</blockquote>1877 maar 17 — [[Eelco Verwijs]] in ''[[Brieven Verwijs|De Ned. Spectator]]''<blockquote>Toen ik den volgenden morgen in den trein nadere kennis maakte met Adela, met <u>neef Teunis en neef Inka</u>, met de oude Friezen, die op hun stoepbanken zaten, kon ik niet nalaten soms vrij <u>hardop te lachen over de onzinnige verhalen</u>.</blockquote>1877 (mei) — [[Leendert F. Over de Linden|L.F. Over de Linden]] in [[1877 Beweerd maar niet bewezen|Beweerd maar niet bewezen]]<blockquote>Even als alle beoordeelaars, die het O.L.B. niet kennen, <u>ergert de Heer B.V. zich aan eene afleiding: ''Neptunus'' van ''Neef Teunis''</u>. Doch juist hierdoor verraadt hij zelf, dat hij het O.L.B. ''niet heeft gelezen'', want als hij het geheele boek had door gelezen, dan had hij moeten opmerken, <u>dat de naam ''Neptunus daarin nergens te vinden is''</u>.</blockquote>1927 december 15 en 16 — [[Sybe D. de Jong|S.D. de Jong]] in [[1927 De Jong en De Jong|Leeuwarder Courant]]<blockquote>Wel werd het getal van hen, die aan de echtheid geloofden langzamerhand zeer schaarsch en geen wonder, daar zelfs een leek wel kan zien hier niet met oude kroniekentaal te doen te hebben, maar met het werk van een modern schrijver, gestoken in een pseudo oud-Friesch kleed, terwijl verschillende naamafleidingen er allerkomiekst uitzien, b.v. <u>Neptunus zou zijn afgeleid van neef Teunis</u>, Catharina van kater-inne (vrouwelijke kat enz).


De spotter Eelco Verwijs dreef nadat zijn twijfel tot negatieve zekerheid gegroeid was, den spot met de geheele zaak en vertelde smakelijk, dat hij reeds in den trein van Helder terug had zitten te <u>schudden van het lachen</u> over de stoepen der oude Friezen, <u>over neef Teunis</u>, ja kortom over alles.</blockquote>1959 januari 8 — ''Leeuwarder Courant'': [[1958-1960 Hellinga-onderzoek|Prof. Hellinga ontrafelt Oera Linda boek]]<blockquote><u>Prof. Hellinga bestreed</u> in dit verband, <u>dat de etymologieën (Neptunus — Neef Teunis) als humor zouden zijn bedoeld</u>. Ze waren bloedige ernst en de neerslag van taalkundige opvattingen van omstreeks 1800. Wel tonen zij aan, dat de maker geen taalkundige en geen vakhistoricus was. Maar — zo beëindigde prof. Hellinga zijn spannend en intelligent relaas — zolang het bronnenonderzoek niet afgesloten is, zeg ik tegenover elke theorie (ook de mijne): dat kunt gij nooit waarmaken.</blockquote>1978 juli 1 — Wim Zaal in ''[https://dn721504.ca.archive.org/0/items/1978-zaal-elsevier/1978%20Zaal%20Elsevier.jpg Elsevier]''<blockquote>Want de schrijver, mr. G.J. van der Meij uit Leeuwarden, heeft uitgezocht wie de maker van het Oera Linda Boek was, de meest fantastische vervalsing in de wereldletterkunde: een Oudfriese kroniek, aangevangen in 528 vóór Christus, die de volstrekte verfriezing van de oudheid uit de doeken doet. Van het Walhalla (= Walcheren) tot Griekenland (verbastering van Krekenland) en van Ulysses (naar wie Vlissingen vernoemd is) tot <u>Neptunus (= kaptein Neef Teunis)</u>, overal ontmaskert het Oera Linda Boek de wereld als een soort Onderfriesland.</blockquote>
De spotter Eelco Verwijs dreef nadat zijn twijfel tot negatieve zekerheid gegroeid was, den spot met de geheele zaak en vertelde smakelijk, dat hij reeds in den trein van Helder terug had zitten te <u>schudden van het lachen</u> over de stoepen der oude Friezen, <u>over neef Teunis</u>, ja kortom over alles.</blockquote>1959 januari 8 — ''Leeuwarder Courant'': [[1958-1960 Hellinga-onderzoek|Prof. Hellinga ontrafelt Oera Linda boek]]<blockquote><u>Prof. Hellinga bestreed</u> in dit verband, <u>dat de etymologieën (Neptunus — Neef Teunis) als humor zouden zijn bedoeld</u>. Ze waren bloedige ernst en de neerslag van taalkundige opvattingen van omstreeks 1800. Wel tonen zij aan, dat de maker geen taalkundige en geen vakhistoricus was. Maar — zo beëindigde prof. Hellinga zijn spannend en intelligent relaas — zolang het bronnenonderzoek niet afgesloten is, zeg ik tegenover elke theorie (ook de mijne): dat kunt gij nooit waarmaken.</blockquote>1978 juli 1 — Wim Zaal in ''[https://dn721504.ca.archive.org/0/items/1978-zaal-elsevier/1978%20Zaal%20Elsevier.jpg Elsevier]''<blockquote>Want de schrijver, mr. G.J. van der Meij uit Leeuwarden, heeft uitgezocht wie de maker van het Oera Linda Boek was, de meest fantastische vervalsing in de wereldletterkunde: een Oudfriese kroniek, aangevangen in 528 vóór Christus, die de volstrekte verfriezing van de oudheid uit de doeken doet. Van het Walhalla (= Walcheren) tot Griekenland (verbastering van Krekenland) en van Ulysses (naar wie Vlissingen vernoemd is) tot <u>Neptunus (= kaptein Neef Teunis)</u>, overal ontmaskert het Oera Linda Boek de wereld als een soort Onderfriesland.</blockquote>2006 — [[Goffe T. Jensma|Goffe [Theunis] Jensma]] in voetnoot bij zijn vertaling, p. 177 (handschrift blz. 53):<blockquote>Neef Theunis — Eigenlijk staat er <small>TÜNIS</small> —Tunis. De grap over Neef Theunis die het tot de god Neptunus  (...) brengt, is zo bekend in de receptie van het Oera Linda-boek dat ik, uit de vertaling van Ottema, de naam Theunis heb laten staan.<ref>Ottema vertaalde: ''Teunis'', zonder ''h''. Deze spelling werd door Sandbach ongewijzigd overgenomen. Wirth: ''Tünis'', Overwijn: ''Tunis''.</ref></blockquote>


== Gerelateerd ==
== Gerelateerd ==

Revision as of 11:29, 9 April 2026

[in bewerking]

De samengestelde naam NÉF-TÜNISbloedverwant/neef Tonis/Tunis/Teunis is voor veel lezers van de Oera Linda reden geweest om haar echtheid te betwijfelen of uit te sluiten.

Weliswaar hebben de Fryas woorden DÜGED en JÜGED (beide 6x gebruikt; naast 1x DUGED) als Nieuwnederlandse cognaten deugd en jeugd, de veel vaker in de tekst voorkomende woorden met dezefde Ü-klank MÜGA (en afleidingen 35x: mogen, kunnen) en fÜl (33x: veel, vol) hebben de eu-klank alleen in de Westfriese streektaal behouden (mögen ook in het Duits, en meug in uitdrukking heug en meug).[1] Het is dus niet vanzelfsprekend om TÜNIS te vertalen als Teunis. Vergelijk b.v. ook FÜGEL (vogel, 7x), hÜning (honing, 3x) en SÜMER (zomer, 1x).

Hieronder volgen studies van het woord NÉF en de naam TÜNIS, argumenten voor plausibiliteit van een relatie tot de mythologische Neptunus en een lijst van meest opmerkelijke, gerelateerde uitspraken en feiten.

NÉF, NÉVA

OL fragmenten

K. Tijdperk Tunis

-2. [53.12] Alle Burgen 2: Wodin

  • THISSE ALDE ROB HÉDE THRÉ NÉVA
  • Deze oude zeerob had drie neven.

-3. Op Waraburg en Stavia:

--a. [56.21] Tunis en Inka

  • THA SKÉDNESA FON NÉF-TÜNIS ÀND SIN NÉF INKA
  • [vrij:] de geschiedenissen van de neven Tunis en Inka
  • FON NÉF-TÜNIS IS ÀFTERNÉI TÁL KVMEN FON NÉF-INKA NIMMER
  • [vrij:] Van Neef-Inka hebben we nooit meer iets gehoord, maar wel van Neef-Tunis
  • AS THA BÉDE NÉVA-T ALTHUS NAVT ÉNES WERTHA KOSTE
  • Omdat de beide neven het aldus niet eens konden worden

--b. [58.01] Tunis en de Tyriërs

  • NÉF-TÜNIS FOR ALINGEN THÉR KÁD
  • Neef-Teunis voer langs de kust
  • SVME WILDE-T FRYASBURCH HÉTA, ÔRA NÉF-TÜNJA
  • Sommigen wilden haar Frijasburg noemen, anderen Neeftunia

Z. Onbekende Opsteller: Tijdperk Askar

-f. [208.17] Verdeeld Volk Verliest

  • ÁLRIK WÉRE ÁSKAR-HIS NÉVA [→NÉF]
  • Alrik was Askar’s neef

Diverse cognaten

  • nefi (bloedverwant) - IJslands
  • nevø - Deens, Noors
  • nevö - Zweeds
  • neef - Nederlands
  • Neffe (oom- of tantezegger) - Duits
  • nephew (oom- of tantezegger) - Engels
  • nepuotis - Litouws
  • nõbu - Ests
  • nei - Welsh
  • nip - Albanees
  • nipote (nicht, neef, kleinkind) - Italiaans
  • nebot - Catalaans
  • ἀνεψιός (neef, bloedverwant) - Oud Grieks
  • νέποδες - (nakomelingen) - Oud Grieks
  • nepos = (1. kleinzoon, plur.: afstammelingen, nakomelingen; 2. neef; 3. verkwister) - Latijn
  • napāt (kleinkind) - Sanskriet, Avestisch
  • nefa - Oud Engels
  • nia - Oud Iers
  • neveu - Oud Frans

TÜNIS overig

[fragmenten toevoegen]

Neptunus

[o.a. mozaieken in Tunesië]

Uitspraken en feiten

[meer volgt; onderstreping toegevoegd]

1871 september 14 — Het Vaderland

Wij voegen ten slotte hier nog bij, dat de vervaardiging zelfs in ernst de zoogenaamde Burgtmaagd, die het stuk een eeuw of wat voor Christus zou geschreven hebben, laat verhalen, dat Neptunus een Vi-king of zeekoning geweest is, die door zijn onderdanen gewoonlijk Neef-Teunis genoemd werd! Verscheiden Friesche zoogenaamde geleerden hebben maanden lang de belangrikheid aangetoond van de stukken papier, waarp o.a. zulke zottenpraat stond, — als gedateerd uit 600 v.C.

1871 — (vermoedelijk) Pieter Leendertz in De Navorscher

Men weet, dat de namen van heiligen, nu als voornamen veelvuldig voorkomende, in Friesland eerst betrekkelijk laat zijn ingevoerd, dat zij daar voor de invoering van het Christendom niet voorkwamen, en dat het ook na de invoering van het Christendom nog vrij lang duurde eer de Friezen hunne goede friesche namen voor die vreemde namen wilden wegwerpen. Men weet ook, dat Antonius tot die heiligennamen behoort, en dat deze naam veeltijds verkort wordt tot Teunis. Maar deze kronijk vertelt het ons anders. Er was — de lezers van den Navorscher zullen ons misschien naauwelijks willen gelooven, maar inderdaad het staat op bl. 238 van het Verslag te lezen — er was “een friesche viking, zeekoning, thuis behoorende te Alderga (Ouddorp niet verre van Alkmaar). Zijn naam was Teunis, in de wandeling bij zijne manschappen Neef Teunis genoemd, die vooral de Middellandsche zee tot het doel en tooneel zijner tochten gekozen had, en door de Tyriers vergood zoude zijn, in den tijd toen de Phenicische zeevaart zich merkelijk begon uit te breiden en naar Friesland stevende” Derhalve een Teunis in Friesland een aantal eeuwen voor onze tijdrekening, en die neef Teunis door de Pheniciers in Neptunus omgeschapen en onder dien naam aan de Romeinen overgedaan!

1875 Pieter Leendertz in De Navorscher

Laat ik op een paar plaatsen wijzen — ik zou er meer kunnen noemen — die ons tot de veertiende eeuw brengen. Het boek is vol van allerlei afleidingen die aan Becanus doen denken. Voor het grootste deel zijn dit afleidingen van eigennamen. Neptunus is neef Teunis (bl. 78 vlgg.). Marseille mis-sellia (verkeerde koop), Kalypso is Ka lip, zoo geheeten »omdat haar onderlip als een mastkorf vooruit stak” (bl. 108), het eiland Kreta heeft zijnen naam naar de woeste kreten die het volk daar aanhief bij de komst der Friezen enz.

1875 oktober 22 — Multatuli aan P.A. Tiele

Ik trek voor die echtheid geen party. God bewaarme! Ik heb te weinig gegevens. En bovendien, er komen ook passages in voor die te kinderachtig zyn om van te spreken. Maar juist hierin ligt ’n nieuwe waarschuwing tegen snel oordelen en hoovaardig verwerpen. Want meent men dat de toch altyd zeer bekwame vervalscher niet op de hoogte was om intezien dat die zwakke zotte passages hem diskrediteeren zouden? Geen schooljongen zelfs zou van Neef Teunis hebben durven spreken.

1876 april 29 — The Academy

However, even Dr. Ottema himself is a little staggered at some of the statements of the MS. It appears, for instance, that the god Neptune was, when living, a Friesian sea-king, Teunis by name, familiarly called “Neef-Teunis,” or Cousin Teunis: that Minos, the lawgiver of Crete, was also a Friesian sea-king, Minno; that the goddess Minerva came from Walcheren, in Holland, &c., &c.

1876 juni 13Ottema aan L.F. Over de Linden

Op een der gedenksteenen van Domburg staat Neef Teunis naast Nehalennia. Verder kunt gij hem zien op den toren van Zierikzee, waar hij het ambt van windwijzer bekleedt, en al zijn leven door de Zierikzeënaars nooit anders als Neef Teunis genoemd is geweest.

1877 maar 17 — Eelco Verwijs in De Ned. Spectator

Toen ik den volgenden morgen in den trein nadere kennis maakte met Adela, met neef Teunis en neef Inka, met de oude Friezen, die op hun stoepbanken zaten, kon ik niet nalaten soms vrij hardop te lachen over de onzinnige verhalen.

1877 (mei) — L.F. Over de Linden in Beweerd maar niet bewezen

Even als alle beoordeelaars, die het O.L.B. niet kennen, ergert de Heer B.V. zich aan eene afleiding: Neptunus van Neef Teunis. Doch juist hierdoor verraadt hij zelf, dat hij het O.L.B. niet heeft gelezen, want als hij het geheele boek had door gelezen, dan had hij moeten opmerken, dat de naam Neptunus daarin nergens te vinden is.

1927 december 15 en 16 — S.D. de Jong in Leeuwarder Courant

Wel werd het getal van hen, die aan de echtheid geloofden langzamerhand zeer schaarsch en geen wonder, daar zelfs een leek wel kan zien hier niet met oude kroniekentaal te doen te hebben, maar met het werk van een modern schrijver, gestoken in een pseudo oud-Friesch kleed, terwijl verschillende naamafleidingen er allerkomiekst uitzien, b.v. Neptunus zou zijn afgeleid van neef Teunis, Catharina van kater-inne (vrouwelijke kat enz). De spotter Eelco Verwijs dreef nadat zijn twijfel tot negatieve zekerheid gegroeid was, den spot met de geheele zaak en vertelde smakelijk, dat hij reeds in den trein van Helder terug had zitten te schudden van het lachen over de stoepen der oude Friezen, over neef Teunis, ja kortom over alles.

1959 januari 8 — Leeuwarder Courant: Prof. Hellinga ontrafelt Oera Linda boek

Prof. Hellinga bestreed in dit verband, dat de etymologieën (Neptunus — Neef Teunis) als humor zouden zijn bedoeld. Ze waren bloedige ernst en de neerslag van taalkundige opvattingen van omstreeks 1800. Wel tonen zij aan, dat de maker geen taalkundige en geen vakhistoricus was. Maar — zo beëindigde prof. Hellinga zijn spannend en intelligent relaas — zolang het bronnenonderzoek niet afgesloten is, zeg ik tegenover elke theorie (ook de mijne): dat kunt gij nooit waarmaken.

1978 juli 1 — Wim Zaal in Elsevier

Want de schrijver, mr. G.J. van der Meij uit Leeuwarden, heeft uitgezocht wie de maker van het Oera Linda Boek was, de meest fantastische vervalsing in de wereldletterkunde: een Oudfriese kroniek, aangevangen in 528 vóór Christus, die de volstrekte verfriezing van de oudheid uit de doeken doet. Van het Walhalla (= Walcheren) tot Griekenland (verbastering van Krekenland) en van Ulysses (naar wie Vlissingen vernoemd is) tot Neptunus (= kaptein Neef Teunis), overal ontmaskert het Oera Linda Boek de wereld als een soort Onderfriesland.

2006 — Goffe [Theunis] Jensma in voetnoot bij zijn vertaling, p. 177 (handschrift blz. 53):

Neef Theunis — Eigenlijk staat er TÜNIS —Tunis. De grap over Neef Theunis die het tot de god Neptunus (...) brengt, is zo bekend in de receptie van het Oera Linda-boek dat ik, uit de vertaling van Ottema, de naam Theunis heb laten staan.[2]

Gerelateerd

TÜNTJA, NIFT, NEFFEN [hk. U4.] (→ ÉVIN?), NÉST [191/09], NÉSTON, -UM, -A

Noten

  1. Pannekeet Westfries woordenboek (1984): veul, meugebet — “... samenstelling van meugen = mogen, graag willen en bet = beter, liever.”; zie ook veugel.
  2. Ottema vertaalde: Teunis, zonder h. Deze spelling werd door Sandbach ongewijzigd overgenomen. Wirth: Tünis, Overwijn: Tunis.