Eduard Dekker
-
Multatuli, ca. 1875
-
brief 22-10-1875
Eduard Douwes Dekker (Amsterdam 1820 – Ingelheim am Rhein 1887) is bekend als de schrijver Multatuli. Het patroniem van zijn grootvader: Douwes, was overgenomen door zijn vader, maar werd bij de Burg. Stand niet geregistreerd als deel van de achternaam en is kennelijk ook niet als tweede voornaam, na Eduard, gegeven.
Uit brief, gedat. Wiesbaden, 22-10-1875 aan P.A. Tiele (onderstrepingen vervangen door cursivering):
Ik blyf er by dat er in 't Oera Lindabok brokken voorkomen die, aangenomen dat de zaak 'n mystificatie is, zeer belangryk zyn uit 'n letterkundig oogpunt. De eigenaardige kleur daarvan moest den schryver verraden. Ik ken niemand die in staat is om de blzn. 13 vlgg. te schryven. Maar dit kan liggen aan m'n onbekendheid met hedendaagsche litteratoren. Ik beweer dat de man die dàt (en andere passages) geschreven heeft, zeer en evidence staan moest. Men kan iets zóó eigenaardigs in geestesrichting en wyze van uitdrukking, niet verstoppen. Men moest hun die zoo stellig tegen de echtheid van 't Oera L.B. spreeken, eens uitnoodigen een dergelyke valsheid te beproeven. Misschien zouden zy inzien dat het maken van zoo'n boek even interessant is als in geval van echtheid de oudheid wezen zou. Ik trek voor die echtheid geen party. God bewaarme! Ik heb te weinig gegevens. En bovendien, er komen ook passages in voor die te kinderachtig zyn om van te spreken. Maar juist hierin ligt 'n nieuwe waarschuwing tegen snel oordeelen en hoovaardig verwerpen. Want meent men dat de toch altyd zeer bekwame vervalscher niet op de hoogte was om intezien dat die zwakke zotte passages hem diskrediteeren zouden? Geen schooljongen zelfs zou van Neef Teunis hebben durven spreken. Ik zeg dat het Oera Linda Bok 'n ernstige behandeling verdient, en vraag of er onder de hoogwyze dedaigneuse heeren van de Kon. Akad. één is die zich instaat voelen zou zóó'n vervalsching te leveren?
O.a. nog toevoegen: verwijzing Barbertje in brochure L.F.o.L.