Jump to content

Eelco Verwijs

From Oera Linda Wiki

Eelco Verwijs (Deventer 1830 - Arnhem 1880; dbnl), [...]

Eelco Verwijs heeft niets met de tekst te maken. (prof. Wytze Hellinga in LC 1959, over vermeende schepper van de Oera Linda tekst)

Als Verwijs, in het begin van zijn loopbaan, de taal van de Oera Linda, met variaties en tot heden nog onduidelijke/onbekende woorden en uitdrukkingen, zou hebben geschreven, dan zou dat hem veel tijd hebben gekost. Zijn betaalde werk zou daaronder hebben geleden, maar kennelijk was dat goed genoeg om promotie te maken naar Den Haag. Ook zou men sporen of weerspiegelingen verwachten in zijn werk uit de jaren 1860 of later, met name in zijn publicaties uit 1863 over germaanse mythologie en namen der vrouw. Jensma (DGG bl. 297), cirkelredenerend:

Inderdaad had Verwijs een zo laag karakter, inderdaad was hij bereid om voor het Oera Linda-boek zijn eer te verliezen en inderdaad heeft hij door zijn gedrag zijn ambt geriskeerd.

[Hier kunnen gemakkelijk meer redenen worden toegevoegd waarom het niet realistisch is dat Verwijs betrokken was bij een vermeende 19e eeuwse schepping van het Oera Linda handschrift, o.a. uit verhouding tot Over de Linden en Gedeputeerde Staten.]

Zie ook:

Biografische feiten

  • 1861 (14 september) verloofde Aemilia Wiskje Fontein overlijdt te Franeker
  • 1862 begin als archivaris-bibliothecaris te Leeuwarden
  • 1863 publicatie De Christelijke feestdagen. Eene bijdrage tot de kennis der germaansche mythologie. (deel I - Sinterklaas) en lezing De namen der vrouw bij den Germaan
  • 1864 (21 januari) huwelijk met Lamberdina Henriette Telting (1837-1920)
  • 1867 begin onderzoek/vertaling Oera Linda
  • 1868 verhuizing naar Leiden; begin werk aan Middelnederlandsch Woordenboek
  • 1869 liet OL-handschrijft overschrijven en droeg onderzoek ernaar over aan Johan Winkler
  • 1870 publicatie Gedichten van Willem van Hildegaersberch; vanwege de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden uitgegeven door Dr. W. Bisschop en Dr. E. Verwijs; Den Haag, M. Nijhoff, 331 blz.

Brief en opdracht van Verwijs aan zijn vriend Alphonse Willems (hoogleraar Oud Grieks aan de Université libre de Bruxelles, vader van filoloog en reynaerdist Léonard Willems) gedateerd Leiden, 21-6-1870 (uit Verzameling van der Meij, nu Stichting Oera Linda):

Verwijs als vermeend schrijver van (de taal van) Oera Linda

B.v. in Bio- en bibliografisch lexicon van de neerlandistiek door Karina van Dalen-Oskam, oktober 2003, gewijzigd januari 2005:

Maar onlangs is pas met kracht van argumenten aannemelijk gemaakt dat hij ook een belangrijke rol gespeeld heeft in de totstandkoming en in de wereld sturen van het roemruchte Oera Linda Bok, een oud Fries document waarin de Friezen een pracht van een voorgeschiedenis kregen, als erfgenamen van het gezonken Atlantis bijvoorbeeld, maar dat vrijwel onomstreden als een falsificatie wordt beschouwd. Jensma heeft aangetoond dat Verwijs de oorspronkelijke tekst van François HaverSchmidt heeft aangevuld en geredigeerd, en dat hij het door Cornelis Over de Linden gekopieerde manuscript via slinkse routes onder de aandacht van het (Friese) publiek heeft gebracht. Zijn medeplichtigheid aan deze uit de hand gelopen ‘grap’ is tekenend voor de persoonlijkheid van Verwijs.

Briefwisselingen Verwijs

(o.a. Fam. archief Telting; uit voetnoten Jensma: DGG 2004: “Ik ben van plan om ze binnenkort op het web te publiceren.”)

Onder andere:

Een juiste karakterschets van het stuk weet ik mij niet te geven, maar het komt mij hoogst belangrijk voor. Ik twijfel of er wel één enkel stuk in het Friesch zal zijn met het oud friesch karakter geschreven, althans in Richthofens Rechtsquellen niet [...] Ik onderstel, dat het hier een hoogst belangrijke vondst geldt. De stukken zijn uit Westfriesland, doch uit een tijd toen het Friesch er nog bijna (naar mijn idee) even onverbasterd was als in het eigenlijke Friesland. [...] Ik geloof er in te zien een vondst zoo belangrijk als er voor het Oud-friesch in geen jaren is gedaan. Hoe uitgebreid de verzameling oudfriesche wetten ook zijn moge, een stuk van dien aard is ons uit het Friesch nog niet bekend; veel durf ik er nog niet van zeggen, maar voor de belangrijkheid durf ik nu reeds waarborgen. (...?) De wetenschap zal, meen ik door zulk eene uitgave zeer gebaat worden, al is ze dan ook maar in mijne handen, die volgens de verzekering der H. H. Dijkstra en Colmjon voor de Friesche taal ten eenenmale een onbevoegd beoordeelaar ben. (...?) Weet wel wat je uit handen geeft.

  • 14-7-1867, Harlingen — van J.F. Jansen (tweede deel calques en gegevens COdL)

Wilt gij zelf met hem in correspondentie treden, – dan ben ik als tusschenpersoon overtollig. Het adres is: de heer Over de Linde, ambtenaar aan ’s Rijks werf te Nieuwediep.

  • 19-7-1867 - aan J.F. Jansen
  • 7-10-1867 - van C. Over de Linden
  • 20-10-1867 - uit Nieuwediep van [Petrus A.C.] Hugenholtz (Vorden 1828 - Rotterdam 1903): inlichtingen over Over de Linden
  • 29-11-1867 - van J.G. Ottema
  • 9-12-1867 - van Ottema
  • 17-12-1867 - aan Gedeputeerde Staten Friesland - geheel weergegeven in Nog iets nieuws... van J.T. Eekhoff (1908)