Jump to content

NL131.26 Repatrianten: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
add
 
zij allen ipv alle beelden
 
(31 intermediate revisions by the same user not shown)
Line 1: Line 1:
=={{Versie_Ott}}==
=={{Versie_Ott}}==


'''[[131|[131/26]]]'''
'''S. Frethorik'''


=={{Versie_Own}}==
'''5. Repatrianten Beoordeeld'''


==Ottema 1876==
'''[[131|131.26]]''' Wanneer de kruier een tijd voortgekrooien heeft, zou ons nageslacht zich kunnen inbeelden, dat de dwalingen en gebreken die de repatrianten hebben meegebracht,<ref>‘repatrianten’ (<span class="fryas">BROKMANNA</span>) — onduidelijk hoe ‘Broekmannen’ begrepen zou moeten worden, maar omdat de groep bedoeld wordt die met de vloot van Friso terugkeerde naar het vaderland van hun (verre) voorouders, is gekozen voor de symbolische term die [https://nl.wikipedia.org/wiki/Repatri%C3%ABring_van_Indische_Nederlanders ook gebruikt werd] voor Indische Nederlanders die na 1945 naar Nederland kwamen.</ref> eigen waren aan hun voorouders. Dat wil ik voorkomen en dus zal ik zoveel over hun gewoontes schrijven als ik heb waargenomen.
'''[/179]''' Wanneer de Kroder een tijd heeft voortgekruid, dan zullen de nakomelingen wanen, dat de leken en gebreken, die de Brokmannen medegebracht hebben, eigen waren aan hunne voorvaderen. Daarvoor wil ik waken en dus zoo veel over hunne gewoonten schrijven, als ik gezien heb. Over de '''[181]''' Geertmannen kan ik gereedelijk heenstappen. Ik heb niet veel met hen omgegaan. Doch zoo veel ik gezien heb, zijn zij het meest bij hunne taal en zeden gebleven. Dat kan ik niet zeggen van de anderen. Die van de Krekalanden wegkomen, zijn kwaad ter taal, en op hunne zeden valt niet te roemen. Velen hebben bruine oogen en haar. Zij zijn nijdig en vrijpostig en bang door bijgeloovigheid. Wanneer zij spreken, noemen zij de woorden voorop, die het laatst komen moesten. Tegen ''âld'' zeggen zij ''âd'', tegen ''sâlt'', ''sâd'', ''mâ'' voor ''mæn'', ''sel'' voor ''skil'', ''sode'' voor ''skolde'', te veel om te noemen. Ook voeren zij meest zonderlinge en verkorte namen, waaraan men geene beteekenis hechten kan. De Joniers spreken beter, doch zij verzwijgen de ''h'', en waar die niet wezen moet, wordt zij uitgesproken. Wanneer iemand een beeld maakt naar een afgestorvene en het gelijkt, dan geloven zij, dat de geest des overledene daarin vaart. Daarom hebben zij alle beelden verborgen van Frya, Fæsta, Medea, Thiania, Hellènia en vele andere. Wordt er een kind geboren, dan komen de nabestaanden te zamen, en bidden tot Frya, dat zij hare dienaressen mag laten komen, om het kind te zegenen. Als zij gebeden hebben, mag niemand zich verroeren noch laten hooren. Begint het kind te schreijen en houdt dat eene poos aan, dan is dat een kwaad teeken, en men is in vermoeden, dat de moeder overspel bedreven heeft. Daarvan heb ik al erge dingen gezien. Begint het kind te slapen, dan is dat een teeken, dat de dienaressen gekomen zijn. Lacht het in den slaap, dan hebben de dienaressen het kind geluk toegezegd. Vervolgens gelooven zij aan booze geesten, heksen, kollen, aardmannetjes en elfen, alsof zij van de Finnen afstammen. Hiermede wil ik eindigen en nu meen ik, dat ik meer geschreven heb, als een mijner voorvaderen. Frethorik.


==Noten==
'''[[132|[132]]]''' Over de Geertmannen kan ik kort zijn. Ik ben niet veel met hen omgegaan, maar zover ik het kan beoordelen zijn hun taal en zeden het meest zuiver gebleven. Van de anderen kan ik dat niet zeggen.
 
De taal van hen die uit de Kreeklanden afkomstig zijn is belabberd en hun zeden zijn aanstootgevend. Velen hebben bruine ogen en haar. Ze zijn jaloers, brutaal en angstig door bijgeloof. Als ze spreken klopt de woordvolgorde niet. In plaats van ''ald'' (oud) zeggen ze ''ád'', van ''salt'' (zout) maken ze ''sád'', ''màn'' (man) wordt ''má'', ze zeggen ''sel'' voor ''skil'' (zal), ''sode'' voor ''skolde'' (zou) — teveel om op te noemen. Ook hebben de meesten buitenlandse en afgekorte namen waarvan de betekenis onduidelijk is. De Joniërs spreken beter, maar laten de ''h'' weg en waar hij niet moet zijn wordt hij uitgesproken.
 
Wanneer iemand een beeld maakt dat op een overledene lijkt, geloven ze dat de geest van die overledene daar intreedt. Daarom houden zij allen beelden verborgen — van Frija, Festa, Medea, Diania, Hellenia en vele anderen.
 
Wordt daar een kind geboren, dan komen de familieleden samen en vragen Frija of ze haar Waaksters wil laten komen om het kind te zegenen. Na hun gebed '''[[133|[133]]]''' mag niemand bewegen of geluid maken. Gaat het kind dan huilen en houdt dat een uur aan, dan is dat een slecht teken dat wijst op overspel van de moeder. Daar heb ik al veel ellende uit voort zien komen. Valt het kind in slaap, wijst dat erop dat de Waaksters zijn gekomen. Glimlacht het in de slaap dan hebben de Waaksters het kind geluk voorspeld.
 
Over het algemeen geloven ze in boze geesten, heksen, kollen, kabouters en elfen, alsof ze van de Finnen kwamen.
 
Hiermee wil ik eindigen en nu meen ik meer geschreven te hebben dan één van mijn voorouders.
 
Frethorik.
 
===Noten===
<references />
<references />
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL133.17 Wiljo|back=NL130.21 Noordland|alternative=NL189.01 Eretitels|altback=NL157.32 Taal}}
=={{Titel andere talen}}==
<span>
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE131.26 Heimkehrer]]'''
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN131.26 Brokmen]]'''
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES131.26 Repatriados]]'''
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS131.26 BROKMANNA|FS131.26 <span class="fryas">BROKMANNA</span>]]'''
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO131.26 Hjemvendte]]'''</span>


=={{Ander NL}}==
Hoofdstukken S4, S5 en T: [[S4T Ottema|Ottema 1876]] | [[S4T Overwijn|Overwijn 1951]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^S. Frethorik^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 13 Apollania^}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 15a Uit de Saxenmarken}}

Latest revision as of 10:47, 1 January 2026

Ontwerp 2026 Ott

S. Frethorik

5. Repatrianten Beoordeeld

131.26 Wanneer de kruier een tijd voortgekrooien heeft, zou ons nageslacht zich kunnen inbeelden, dat de dwalingen en gebreken die de repatrianten hebben meegebracht,[1] eigen waren aan hun voorouders. Dat wil ik voorkomen en dus zal ik zoveel over hun gewoontes schrijven als ik heb waargenomen.

[132] Over de Geertmannen kan ik kort zijn. Ik ben niet veel met hen omgegaan, maar zover ik het kan beoordelen zijn hun taal en zeden het meest zuiver gebleven. Van de anderen kan ik dat niet zeggen.

De taal van hen die uit de Kreeklanden afkomstig zijn is belabberd en hun zeden zijn aanstootgevend. Velen hebben bruine ogen en haar. Ze zijn jaloers, brutaal en angstig door bijgeloof. Als ze spreken klopt de woordvolgorde niet. In plaats van ald (oud) zeggen ze ád, van salt (zout) maken ze sád, màn (man) wordt , ze zeggen sel voor skil (zal), sode voor skolde (zou) — teveel om op te noemen. Ook hebben de meesten buitenlandse en afgekorte namen waarvan de betekenis onduidelijk is. De Joniërs spreken beter, maar laten de h weg en waar hij niet moet zijn wordt hij uitgesproken.

Wanneer iemand een beeld maakt dat op een overledene lijkt, geloven ze dat de geest van die overledene daar intreedt. Daarom houden zij allen beelden verborgen — van Frija, Festa, Medea, Diania, Hellenia en vele anderen.

Wordt daar een kind geboren, dan komen de familieleden samen en vragen Frija of ze haar Waaksters wil laten komen om het kind te zegenen. Na hun gebed [133] mag niemand bewegen of geluid maken. Gaat het kind dan huilen en houdt dat een uur aan, dan is dat een slecht teken dat wijst op overspel van de moeder. Daar heb ik al veel ellende uit voort zien komen. Valt het kind in slaap, wijst dat erop dat de Waaksters zijn gekomen. Glimlacht het in de slaap dan hebben de Waaksters het kind geluk voorspeld.

Over het algemeen geloven ze in boze geesten, heksen, kollen, kabouters en elfen, alsof ze van de Finnen kwamen.

Hiermee wil ik eindigen en nu meen ik meer geschreven te hebben dan één van mijn voorouders.

Frethorik.

Noten

  1. ‘repatrianten’ (BROKMANNA) — onduidelijk hoe ‘Broekmannen’ begrepen zou moeten worden, maar omdat de groep bedoeld wordt die met de vloot van Friso terugkeerde naar het vaderland van hun (verre) voorouders, is gekozen voor de symbolische term die ook gebruikt werd voor Indische Nederlanders die na 1945 naar Nederland kwamen.

Navigeer

NL130.21 Noordland ᐊ vorig/volgend ᐅ NL133.17 Wiljo

Aangepaste volgorde:

NL157.32 Taal ᐊ vorig/volgend ᐅ NL189.01 Eretitels

In andere talen

DE131.26 Heimkehrer
EN131.26 Brokmen
ES131.26 Repatriados
FS131.26 BROKMANNA
NO131.26 Hjemvendte

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstukken S4, S5 en T: Ottema 1876 | Overwijn 1951