NL189.01 Eretitels
Ontwerp 2025 Ott
Y. Onbekende Opsteller: Rika: Eretitels
189.01 [189] (...) Daarom wil ik dat hieraan toevoegen.
Betoog van de gewezen Faam Rika, voorgedragen te Staveren, ter gelegenheid van het Joelfeest.
- Aan u allen, wier voorouders met Friso hier aankwamen, met mijn eerbied.
- Jullie menen onschuldig te zijn aan afgoderij. Daar zal ik vandaag niets over zeggen. Vandaag wil ik jullie wijzen op een euvel, dat niet veel beter is.
- Sommigen van jullie weten misschien dat Wralda duizend eretitels heeft. Wat jullie allemaal weten is dat hij Alvoeder wordt genoemd, omdat alles uit hem voortkomt en groeit om zijn schepselen te voeden. Het is waar dat Aarde soms ook Alvoedster genoemd wordt, omdat zij alle vruchten en noten baart, waarmee mens en dier zich voedt. Maar zij zou geen vrucht of noot baren, als Wralda haar de kracht niet gaf. Ook wijven die kinderen zogen aan de borst worden voedster genoemd,[1] maar zonder Wralda zou er geen melk in zitten en hadden de kinderen niets te drinken. Per slot van rekening blijft dus alleen Wralda voeder.
- Dat Aarde soms Alvoedster wordt genoemd en een mem voedster is nog te rechtvaardigen, maar dat een man die taat is zich vader (afgeleid van voeder) laat noemen, is in strijd met alle redelijkheid. [190] Maar ik weet wel waar deze dwaasheid vandaankomt. Luister goed!
- Ze komt van onze vijanden en als die nagevolgd worden zullen jullie daardoor slaven worden, tot verdriet van Frija en als straf voor jullie zelfoverschatting. Ik zal uitleggen hoe het bij de Slavenvolkeren is gegaan, zodat je daarvan kunt leren.
- De zelfzuchtige marionettenkoningen steken Wralda naar de kroon, jaloers als ze zijn dat hij Alvoeder wordt genoemd. Zo wilden zij voeder van hun volk heten. Iedereen weet dat een koning geen invloed heeft op de groei van gewassen en dat hem zijn voeding door het volk wordt gebracht. Maar toch wilden zij hun opschepperij doorzetten. Om hun doel te bereiken, zijn ze in de eerste plaats niet tevreden geweest met vrijwillige giften, maar hebben ze het volk belasting opgelegd. Met het vermogen dat ze daarmee vergaarden huurden ze buitenlandse huurlingen, die ze in en om hun paleizen opstelden.
- Ook namen ze zoveel wijven als ze wilden en de mindere vorsten volgden hun voorbeeld. Toen vervolgens twist en tweespalt in de huishoudens slopen en daarover klachten kwamen, zeiden ze: “Elke man is voeder van zijn huishouden. Daarom moet hij er ook baas en rechter [191] over wezen.” Daarop verscheen zelfzucht en zoals hij met de mannen over de huishoudens regeerde, ging hij met de koningen over hun landen en volken doen. En toen de koningen het zover geschopt hadden dat ze vader van het volk werden genoemd, gingen ze een stap verder en lieten ze beelden van zichzelf maken. Deze beelden lieten ze in tempels zetten, naast de beelden van afgoden, en wie daar niet voor buigen wilde werd omgebracht of in boeien geslagen.
- Jullie voorouders en de Twisklanders zijn met de marionettenvorsten omgegaan en van hen hebben ze deze dwaasheid geleerd. Maar het zijn niet alleen sommige van jullie mannen die zich schuldig maken aan roof van eretitels. Ook moet ik mijn ongenoegen uiten over vele van jullie wijven. Zoals er bij jullie mannen worden gevonden die zich willen vergelijken met Wralda, zo worden er wijven gevonden die dat met Frija willen. Omdat ze kinderen hebben gebaard laten ze zich ‘moeder’ noemen.[2] Maar ze vergeten dat Frija kinderen kreeg zonder tussenkomst van een man. Ja, ze willen niet alleen de eretitels roven van Frija en de Eremoeder, die ver boven hen verheven zijn; ze doen hetzelfde met de eretitels van hun naasten. [192] Er zijn wijven die zich vrouwe laten noemen, hoewel ze weten dat deze titel is voorbehouden aan de wijven van vorsten. Ook laten ze hun dochters Famen of noemen, ondanks dat ze weten dat alleen meisjes die tot een burcht zijn toegetreden zo mogen worden genoemd.
- Jullie verbeelden je dat jullie door die toe-eigening van eretitels beter worden, maar jullie beseffen niet dat daar jaloezie aan kleeft en dat elk kwaad zijn tuchtroede zaait.[3] Als jullie zo doorgaan zal tijd die laten groeien, zo sterk dat de gevolgen niet te overzien zijn. Jullie nakomelingen zullen daarmee worden afgeranseld. Ze zullen niet begrijpen waar de slagen vandaan komen. Maar hoewel jullie voor de Famen geen burchten bouwen en hen aan hun lot overlaten, toch zullen er enige blijven voortbestaan. Die zullen uit wouden en andere schuilplaatsen komen. Ze zullen jullie nazaten uitleggen dat jullie hun leed hebben veroorzaakt, terwijl jullie gewaarschuwd waren. Dan zal men jullie vervloeken. Jullie geesten zullen angstig uit de graven opstijgen. Zij zullen Wralda, Frija en haar waaksters aanroepen, maar niemand zal er iets aan kunnen doen voordat het Joel een volgende rondgang begint. En dat zal pas gebeuren wanneer er drieduizend jaar zijn verstreken, na deze eeuw.
Einde van Rika’s betoog.
[de twee hierop volgende bladzijden missen]
Noten
- ↑ WIVA (vrouwen, echtgenotes) is hier vertaald als wijven, omwille van de context. Dat geldt verderop in de tekst ook voor MÀM (mem: moeder; Fries: ‘mem’, Urkers: ‘mimme’), TÁT (taat: vader; Urkers: ‘toate’).
- ↑ Het woord ‘Moeder’ (MODER) werd normaal gesproken alleen gebruikt om naar Frija en Volksmoeders (soms ook Burgfamen/-moeders) te verwijzen. Uitzondering: op blz [126] ook naar de moeder van Friso’s kinderen (125.05 Demetrus en Friso).
- ↑ Dat wil zeggen: elk kwaad wordt uiteindelijk bestraft.
NL168.20 Beden ᐊ vorig/volgend ᐅ NL195.01 Voorbereiding
Aangepaste volgorde:
NL131.26 Repatrianten ᐊ vorig/volgend ᐅ NL097.28 Beginselen
In andere talen
Andere Nederlandse vertalingen
Hoofdstukken W en Y: Ottema 1876 | Overwijn 1951