Jump to content

NL136.08 Jesus: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
No edit summary
 
(6 intermediate revisions by the same user not shown)
Line 5: Line 5:
'''2. Geschriften Hellenia'''
'''2. Geschriften Hellenia'''


'''Jesus van Kasamier'''
'''b. Jes-us van Kasamier'''


'''[[136|136.08]]''' Het was zestien maal honderd jaar na het verzinken van Atland, toen er iets gebeurde, waarop niemand had gerekend.
'''[[136|136.08]]''' Het was zestien maal honderd jaar na het verzinken van Atland, toen er iets gebeurde, waarop niemand had gerekend.
Line 11: Line 11:
Op het geberchte in het hart van Findasland ligt een vallei, genaamd Kasamier (Kasjmir) — dat betekent ‘zeldzaam’. Daar werd een kind geboren. Zijn moeder was een koningsdochter en zijn vader een hoofdpriester. Om een schandaal te voorkomen, moesten ze hun eigen bloed verloochenen en dus werd hij buiten de stad ondergebracht, bij arme mensen. Zijn afkomst was hem echter niet verzwegen. Daarom deed hij alles om wijsheid te vinden en verzamelen. Zijn verstand was zo goed, dat hij alles begreep wat hij zag en hoorde. Het volk bewonderde hem en de priesters waren bang voor zijn vragen.
Op het geberchte in het hart van Findasland ligt een vallei, genaamd Kasamier (Kasjmir) — dat betekent ‘zeldzaam’. Daar werd een kind geboren. Zijn moeder was een koningsdochter en zijn vader een hoofdpriester. Om een schandaal te voorkomen, moesten ze hun eigen bloed verloochenen en dus werd hij buiten de stad ondergebracht, bij arme mensen. Zijn afkomst was hem echter niet verzwegen. Daarom deed hij alles om wijsheid te vinden en verzamelen. Zijn verstand was zo goed, dat hij alles begreep wat hij zag en hoorde. Het volk bewonderde hem en de priesters waren bang voor zijn vragen.


Toen hij volwassen werd, zocht hij zijn ouders op. Zij kregen harde verwijten te horen. Om van hem af te zijn, gaven ze hem een overvloed aan edelstenen, maar ze durfden hem niet openlijk te erkennen '''[[137|[137]]]''' als hun eigen bloed. Diep bedroefd over de valse schaamte van zijn ouders, ging hij ronddwalen. Onderweg ontmoette hij een tot slaaf gemaakte Fryas stuurman, van wie hij onze zeden en gebruiken leerde kennen. Hij kocht hem vrij en de rest van zijn leven bleven ze vrienden.
Toen hij volwassen werd, zocht hij zijn ouders op. Zij kregen harde verwijten te horen. Om van hem af te zijn, gaven ze hem een overvloed aan edelstenen, maar ze durfden hem niet openlijk te erkennen '''[[137|[137]]]''' als hun eigen bloed. Diep bedroefd over de valse schaamte van zijn ouders, ging hij ronddwalen. Onderweg ontmoette hij een tot slaaf gemaakte Frijas stuurman, van wie hij onze zeden en gebruiken leerde kennen. Hij kocht hem vrij en de rest van zijn leven bleven ze vrienden.


Overal waar hij kwam leerde hij zijn toehoorders geen rijkaards en priesters toe te laten en dat ze moesten oppassen voor valse schaamte, die altijd en overal de liefde schaadt. Aarde, zei hij, schenkt haar gaven naarmate men haar huid krabt; dat men erin moet graven, ploegen en zaaien, als men ervan scheren wil. Maar, zei hij, niemand hoeft dit te doen voor een ander, tenzij het vrijwillig en uit liefde gebeurt.
Overal waar hij kwam leerde hij zijn toehoorders geen rijkaards en priesters toe te laten en dat ze moesten oppassen voor valse schaamte, die altijd en overal de liefde schaadt. Aarde, zei hij, schenkt haar gaven naarmate men haar huid krabt; dat men erin moet graven, ploegen en zaaien, als men ervan scheren wil. Maar, zei hij, niemand hoeft dit te doen voor een ander, tenzij het vrijwillig en uit liefde gebeurt.
Line 21: Line 21:
Alle inzicht heeft zijn waarde, maar het meest waardevolle inzicht dat de tijd ons kan leren, is het belang van eerlijk delen, omdat dit ergernis van Aarde weert en liefde voedt.
Alle inzicht heeft zijn waarde, maar het meest waardevolle inzicht dat de tijd ons kan leren, is het belang van eerlijk delen, omdat dit ergernis van Aarde weert en liefde voedt.


Zijn eerste naam was Jesus,<ref>In het handschrift een samengestelde naam: Jes-us (<span class="fryas">JES.US</span>).</ref> maar de priesters, die hem intens haatten, noemden hem Fó, dat betekent: vals.<ref>Fó of Fú (佛、仏) is de Chinese naam van Buddha. Bij genoemde betekenis, vergelijk ‘fout’ en Frans ‘faux’.</ref> Het volk noemde hem Krisen (dat is: herder) en zijn Fryas vriend: Bûda (buidel), omdat hij een schat aan wijsheid in zijn hoofd had en een schat aan liefde in zijn hart.
Zijn eerste naam was ''Jes-us'',<ref>‘Jes-us’ (<span class="fryas">JES.US</span>) — koppelteken behouden om te benadrukken dat niet de bijbelse Jezus bedoeld wordt.</ref> maar de priesters, die hem intens haatten, noemden hem '''', dat betekent: vals.<ref>Fó of Fú (佛、仏) is de Chinese naam van Buddha. Bij genoemde betekenis, vergelijk ‘fout’ en Frans ‘faux’.</ref> Het volk noemde hem ''Kris-en'' (dat is: herder) en zijn Frijas vriend: ''Bûda'' (buidel), omdat hij een schat aan wijsheid in zijn hoofd had en een schat aan liefde in zijn hart.


Uiteindelijk moest hij vluchten voor de wraakzucht van de priesters. Overal waar hij kwam, was zijn leer hem al vooruitgesneld en waar hij ook heenging, volgden zijn vijanden hem als zijn schaduw.  Nadat Jesus op deze wijze twaalf jaar had rondgetrokken, stierf hij. Maar zijn vrienden hielden zijn lessen in ere en deelden ze met wie maar wilde luisteren.
Uiteindelijk moest hij vluchten voor de wraakzucht van de priesters. Overal waar hij kwam, was zijn leer hem al vooruitgesneld en waar hij ook heenging, volgden zijn vijanden hem als zijn schaduw.  Nadat Jes-us op deze wijze twaalf jaar had rondgetrokken, stierf hij. Maar zijn vrienden bewaarden zijn leer en preekten waar hij oren vond.<ref>Vrij: ''zijn vrienden hielden zijn lessen in ere en deelden ze met wie maar wilde luisteren.''</ref>
 
=={{Titel_noten_vertalingen}}==
<div class="toccolours mw-collapsible mw-collapsed">


===Noten===
===Noten===
<references />
<references />
==={{Versie_Own}}===
'''[/129]''' Zestien honderd jaar geleden is Atland verzonken, en te dien tijde gebeurde er iets, waarop niemand had gerekend.
In het hart van Finda’s land in het gebergte ligt een vlakte die Kasjmier is genaamd: (dat is: zeldzaam.) Aldaar werd een kind geboren. Zijn moeder was de dochter van een koning en zijn vader was een opperpriester. Om de schande te ontkomen, moesten zij hun eigen bloed verzaken. Daarom werd het buiten de stad gebracht bij arme mensen. Gaandeweg had men de knaap niets verzwegen, daarom deed hij alles om wijsheid te verzamelen en te vergaderen. Zijn verstand was zo groot, dat hij alles begreep, wat hij zag en hoorde. Het volk beschouwde hem met eerbied en de priesiers werden bang voor zijn vragen. Toen hij meerderjarig werd, ging hij naar zijn ouders. Zij moesten harde dingen horen. Om hem kwijt te raken, gaven zij hem een overvloed van edelstenen, maar zij durfden hem niet openlijk erkennen als hun eigen bloed. Met droefenis overstelpt door de valse schaamte van zijn ouders ging hij ronddwalen. Al (verder) reizende, ontmoette hij een Fryas zeevaarder, (die als slaaf diende). Van hem leerde hij onze zeden en gewoonten. Hij kocht hem vrij en tot de dood toe zijn zij vrienden gebleven. Overal waar '''[131]''' hij verder heentrok, leerde hij aan de mensen, dat zij noch rijken noch priesters moesten toelaten, dat zij zich moesten hoeden tegen de valse schaamte, die overal kwaad doet aan de liefde. De aarde, zeide hij, schenkt haar gaven naarmate men haar huid openkrabt en dat men daarin behoort te delven, te ploegen en te zaaien, als men wil maaien. Echter, zeide hij, niemand behoeft iets te doen voor een ander, als het niet door algemene wil of uit liefde geschiedt. Hij leerde, dat niemand in haar ingewanden mocht wroeten om goud of zilver of edelstenen, waaraan nijd kleeft en waarvan de liefde vliedt. Om uw meisjes en vrouwen te sieren, zeide hij, geeft de rivier (goud) genoeg. Niemand, zei hij, heeft het in zijn macht om aan alle mensen gelijke welvaart en gelijk geluk te geven, doch het is aller mensen plicht om aan de mensen zoveel welvaart en zoveel genoegen te geven als te bereiken is. Geen wetenschap, zeide hij, mag men minachten, maar geljkberechtigdheid is de grootste kennis, die de tijd ons kan leren, omdat zij ergernis van de aarde weert en de liefde voedt.
Zijn eerste naam was Jes, doch de priesters, die hem zeer haatten, noemden hem De Strever (Fo), het volk noemde hem De Oprechte (Kris.en) (dat is herder) en zijn Frya-vriend noemde hem De Wezenlijke (Boud.a) 'De Echte’ omdat er in zijn hoofd een schittering van wijsheid was en in zijn hart een schittering van liefde.
Ten laatste moest hij vluchten om de wraak der priesters, maar overal waar hij kwam, was zijn leer hem vooruitgegaan, en overal waar hij ging, volgden zijn vijanden hem als zijn schaduw. Toen Jes zo twaalf jaren had rondgereisd, stierf hij, maar zijn vrienden bewaarden zijn leer en verkondigden die, waar zij oren vond.
===Ottema 1876===
'''[/185]''' Zestien honderd jaren geleden is Atland gezonken, en te dier tijde (2193 - 1600 = 593 v. Chr.) gebeurde er iets, waar niemand op gerekend had.
In het hart van Findasland op het gebergte ligt eene vlakte die geheeten is Kasamyr, dat is, zeldzaam. Aldaar werd een kind geboren, zijne moeder was de dochter eens konings en zijn vader was een opperpriester. Om de schaamte te ontkomen moesten zij hun eigen bloed verzaken. Daarom werd het buiten de stad gebracht bij arme menschen. Intusschen was den knaap (toen hij grooter werd) niets verheeld geworden; daarom deed hij alles om wijsheid te verzamelen en te vergaderen. Zijn verstand was zoo groot, dat hij alles begreep, wat hij zag en hoorde. Het volk beschouwde hem met eerbied, en de priesters werden bang voor zijne vragen. Toen hij meerderjarig werd, ging hij naar zijne '''[187]''' ouders. Zij moesten harde dingen hooren; om hem kwijt te worden, gaven zij hem een overvloed van edelgesteenten; maar zij durfden hem niet openlijk erkennen als hun eigen bloed. Met droefenis overstelpt over de valsche schaamte zijner ouders ging hij omdwalen. Al voort reizende ontmoette hij een Fryas zeevaarder, die als slaaf diende, van dezen leerde hij onze zeden en gewoonten. Hij kocht hem vrij, en tot den dood toe zijn zij vrienden gebleven. Alom waar hij voorts henen trok, leerde hij aan de menschen dat zij noch rijken noch priesters moesten toelaten; dat zij zich moesten hoeden tegen de valsche schaamte, die allerwegen kwaad doet aan de liefde. De aarde, zeide hij, schenkt hare gaven naarmate men hare huid krabt, dat men daarin behoort te delven, te ploegen en te zaaijen, zoo men daarvan maaijen wil. Doch, zeide hij, niemand behoeft iets te doen voor een ander, zoo het niet met gemeene wil of uit liefde geschiedt. Hij leerde dat niemand in hare ingewanden mocht wroeten om goud of zilver of edelgesteenten, waar nijd aan kleeft en liefde van vliedt. Om uwe meisjes en vrouwen te sieren, zeide hij, geeft haar de rivier (goud) genoeg. Niemand, zeide hij, is machtig alle menschen tevreden te maken en gelijk geluk te geven; doch het is aller menschen plicht om de menschen alzoo tevreden te maken en zooveel genoegen te geven als te bereiken is. Geene wetenschap, zeide hij, mag men minachten, doch rechtvaardigheid, is de grootste wetenschap, die de tijd ons leeren mag. Daarom dat zij ergernis van de aarde weert, en de liefde voedt.
Zijn eerste naam was Jessos, doch de priesters, die hem zeer haatten, heetten hem Fo (foei), dat is valsch, het volk heette hem Krishna, dat is herder, en zijn Friesche vriend noemde hem Buddha (buidel), omdat hij in zijn hoofd een schat van wijsheid had en in zijn hart een schat van liefde.
Ten laatste moest hij vluchten om de wraak der priesteren, maar overal waar hij kwam was zijne leer hem vooruitgegaan, en overal waar hij ging volgden hem zijne vijanden '''[189]''' als zijne schaduw. Toen Jessos zoo twaalf jaren rondgereisd had, stierf hij, maar zijne vrienden bewaarden zijne leer en verkondigden die, waar zij ooren vond.
</div>
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL138.24 Priesters|back=NL134.22 Vrijheidszin}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL138.24 Priesters|back=NL134.22 Vrijheidszin}}
=={{Titel andere talen}}==
=={{Titel andere talen}}==
<span><div class="emoji flag de"></div> '''[[DE136.08 Jesus]]''' <div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN136.08 Yesus]]''' <div class="emoji flag es"></div> '''[[ES136.08 Jesús]]''' <div class="emoji flag no"></div> '''[[NO136.08 Jesus]]'''</span>
<span>
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE136.08 Jesus]]'''
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN136.08 Yesus]]'''
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES136.08 Jesús]]'''
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS136.08 JESUS|FS136.08 <span class="fryas">JESUS</span>]]'''
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO136.08 Jesus]]'''</span>
 
=={{Ander NL}}==
Hoofdstukken S4, S5 en T: [[S4T Ottema|Ottema 1876]] | [[S4T Overwijn|Overwijn 1951]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^T. Wiljo^}}
{{DEFAULTSORT:^T. Wiljo^}}

Latest revision as of 09:40, 5 February 2026

Ontwerp 2026 Ott

T. Wiljo

2. Geschriften Hellenia

b. Jes-us van Kasamier

136.08 Het was zestien maal honderd jaar na het verzinken van Atland, toen er iets gebeurde, waarop niemand had gerekend.

Op het geberchte in het hart van Findasland ligt een vallei, genaamd Kasamier (Kasjmir) — dat betekent ‘zeldzaam’. Daar werd een kind geboren. Zijn moeder was een koningsdochter en zijn vader een hoofdpriester. Om een schandaal te voorkomen, moesten ze hun eigen bloed verloochenen en dus werd hij buiten de stad ondergebracht, bij arme mensen. Zijn afkomst was hem echter niet verzwegen. Daarom deed hij alles om wijsheid te vinden en verzamelen. Zijn verstand was zo goed, dat hij alles begreep wat hij zag en hoorde. Het volk bewonderde hem en de priesters waren bang voor zijn vragen.

Toen hij volwassen werd, zocht hij zijn ouders op. Zij kregen harde verwijten te horen. Om van hem af te zijn, gaven ze hem een overvloed aan edelstenen, maar ze durfden hem niet openlijk te erkennen [137] als hun eigen bloed. Diep bedroefd over de valse schaamte van zijn ouders, ging hij ronddwalen. Onderweg ontmoette hij een tot slaaf gemaakte Frijas stuurman, van wie hij onze zeden en gebruiken leerde kennen. Hij kocht hem vrij en de rest van zijn leven bleven ze vrienden.

Overal waar hij kwam leerde hij zijn toehoorders geen rijkaards en priesters toe te laten en dat ze moesten oppassen voor valse schaamte, die altijd en overal de liefde schaadt. Aarde, zei hij, schenkt haar gaven naarmate men haar huid krabt; dat men erin moet graven, ploegen en zaaien, als men ervan scheren wil. Maar, zei hij, niemand hoeft dit te doen voor een ander, tenzij het vrijwillig en uit liefde gebeurt.

Hij stelde dat niemand in Aarde’s binnenste mag wroeten op zoek naar goud, zilver of edelstenen, waar nijd aan kleeft en liefde van vlucht. Om jullie meisjes en vrouwen te verfraaien, zei hij, is in haar rivieren genoeg te vinden.

Niemand, zei hij, is in staat om iedereen een gelijk deel van hetzelfde geluk te geven. Maar het is eenieders plicht om zijn medemens een zo gelijk mogelijk deel te gunnen [138] van welvaart en genot.

Alle inzicht heeft zijn waarde, maar het meest waardevolle inzicht dat de tijd ons kan leren, is het belang van eerlijk delen, omdat dit ergernis van Aarde weert en liefde voedt.

Zijn eerste naam was Jes-us,[1] maar de priesters, die hem intens haatten, noemden hem , dat betekent: vals.[2] Het volk noemde hem Kris-en (dat is: herder) en zijn Frijas vriend: Bûda (buidel), omdat hij een schat aan wijsheid in zijn hoofd had en een schat aan liefde in zijn hart.

Uiteindelijk moest hij vluchten voor de wraakzucht van de priesters. Overal waar hij kwam, was zijn leer hem al vooruitgesneld en waar hij ook heenging, volgden zijn vijanden hem als zijn schaduw. Nadat Jes-us op deze wijze twaalf jaar had rondgetrokken, stierf hij. Maar zijn vrienden bewaarden zijn leer en preekten waar hij oren vond.[3]

Noten

  1. ‘Jes-us’ (JES.US) — koppelteken behouden om te benadrukken dat niet de bijbelse Jezus bedoeld wordt.
  2. Fó of Fú (佛、仏) is de Chinese naam van Buddha. Bij genoemde betekenis, vergelijk ‘fout’ en Frans ‘faux’.
  3. Vrij: zijn vrienden hielden zijn lessen in ere en deelden ze met wie maar wilde luisteren.

Navigeer

NL134.22 Vrijheidszin ᐊ vorig/volgend ᐅ NL138.24 Priesters


In andere talen

DE136.08 Jesus
EN136.08 Yesus
ES136.08 Jesús
FS136.08 JESUS
NO136.08 Jesus

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstukken S4, S5 en T: Ottema 1876 | Overwijn 1951