Nl 15b Prinsen en Priesters

    From Oera Linda Wiki

    Ott werkversie

    15b. Slavenvolk krijgt Vrijheidszin

    [134/22] Dit zijn de geschriften van Hellenia. Ik zet ze voorop omdat ze de oudste zijn.

    Alle echte Fryas, heil!

    In vroeger tijden wisten de slavenvolkeren niets van vrijheid. Als ossen werden ze onder het juk gebracht. Ze werden het binnenste der Aarde ingejaagd om erts te delven en in harde bergwanden moesten ze woningen hakken, als verblijf voor prinsen en priesters. Van al hun werk [135] was niets voor henzelf. Alles diende om de prinsen en priesters nog rijker en machtiger te maken, ten nadele van zichzelf. Door deze arbeid waren ze al op jonge leeftijd grijs en krom en stierven ze zonder geluk te hebben gekend, terwijl Aarde een overvloed daarvan te bieden heeft voor al haar kinderen.

    Maar mensen die door ons waren weggevoerd of verbannen doorkruisten de Tussenlanden en kwamen in hun gebieden terecht. Onze zeevaarders deden hun havens aan. Van hen hoorden ze over vrijheid en recht voor iedereen en over onmisbare grondrechten. Dat alles werd opgezogen door deze stakkers, als dauw door dorre velden. Toen ze verzadigd waren, begonnen de dappersten zo hard te rammelen met hun kettingen, dat het de prinsen pijn deed.

    Prinsen zijn trots en dapper. Daarom is er nog wel deugd in hun harten. Ze overlegden samen en stonden een deel van hun overvloed af. Maar de laffe, schijnheilige priesters konden dat niet uitstaan. Onder hun verzonnen afgoden bevonden zich ook grimmige, wrede schepsels. Toen een pest uitbrak, beweerden ze dat de godheden [136] in woede ontstoken waren, door de ongehoorzaamheid van de onruststokers. Daarop werden de meest dappere mannen met hun ketenen gewurgd.

    Aarde dronk hun bloed. Ze voedde daarmee haar vruchten en al wie daarvan at werd wijs.

    Noten en andere vertalingen

    Overwijn 1951

    [/127] Dit zijn de geschriften van Hellenia, Ik heb ze voorop gezet, omdat zij de oudste zijn.

    Alle echte Fryas heil!

    In oude tijden wisten de Slavonische volken niet van vrijheid. Als ossen werden zij onder het juk gebracht, Zij werden in de ingewanden [129] der aarde gejaagd om metaal te delven en uit de harde bergen moesten zij huizen houwen, tot woning voor vorst en priesters. Bij alles, wat zij deden, was er niets voor henzelf, maar alles moest dienen, om de vorsten en priesters nog rijker en machtiger te maken en zich te verzadigen. Bij deze arbeid werden zij grijs en stram eer zij oud waren en zij stierven zonder genot, ofschoon de aarde daarvan overvloedig veel geeft ten bate van al haar kinderen. Maar onze weggelopenen en ballingen kwamen door het Heideland (Lüneburgerheide e.d.) heen hun marken binnentrekken en onze zeelieden kwamen in hun havens. Van hen hoorden zij spreken over gelijke vrijheid en recht en over wetten, waarbuiten niemand kan. Dit alles werd door die droeve mensen ingezogen als dauw door de dorre velden. Toen zij ervan vervuld waren, begonnen de stoutmoedigsten te rammelen met hun ketenen, zodat het de vorsten schrijnde. De vorsten zijn trots en krijgshaftig, daarom is er ook nog deugd in hun harten. Zij hielden onderling beraad en deelden iets van hun overvloed mee. Maar de laffe, schijnvrome priesters konden dat niet verdragen. Onder hun verzonnen goden hadden zij ook bitter wrede heren geschapen.

    De pest kwam over het land. Toen zeiden zij, dat de goden vertoornd waren over de ongehoorzaamheid der boosdoeners en toen werden de stoutmoedigste mensen met hun ketenen gewurgd. De aarde heeft hun bloed gedronken, met dat bloed voedde zij vruchten en koren en allen, die daarvan aten, werden wijs.

    Ottema 1876

    [/183] Dit zijn de schriften van Hellenia. Ik heb ze voorop geplaatst, omdat zij de alleroudsten zijn.

    Alle echte Friesen heil!

    In oude tijden wisten de Slavonische volken niet van vrijheid. Gelijk ossen werden zij onder het juk gebracht. Zij werden in de ingewanden der aarde gejaagd om metaal te delven, en uit de harde bergen moesten zij huizen bouwen, tot woningen voor vorsten en priesters. Bij alles wat zij deden was niets om hun zelven te verzadigen, maar alles moest dienen, om de vorsten en priesteren nog rijker en geweldiger te maken. Onder dezen arbeid werden zij [185] grijs en stram eer zij oud waren en stierven zonder genot, ofschoon de aarde dat overvloedig veel geeft ter bate van al hare kinderen. Maar onze weggeloopenen en ballingen kwamen door Twiskland over in hunne marken trekken, en onze zeelieden kwamen in hunne havens. Van deze hoorden zij spreken over gelijke vrijheid en recht en over wetten, waar niemand buiten kan. Dit alles werd door de droeve menschen ingezogen als dauw door de dorre velden. Toen zij vol daar van waren, begonnen de stoutmoedigsten te klippen met hunne ketenen, zoodat het den vorsten wee deed. De vorsten zijn trotsch en krijgshaftig, daarom is er ook nog deugd in hunne harten, zij raadpleegden te zamen, en deelden iets mede van hunnen overvloed. Maar de laffe schijnvrome priesters konden dat niet dulden, onder hunne verdichte goden hadden zij ook booze wreede gedrochten geschapen. De pest kwam over het land, toen zeiden zij dat de goden toornig waren over de ongehoorzaamheid der boozen. Toen werden de stoutmoedigste menschen met hunne ketenen gewurgd. De aarde heeft hun bloed gedronken, met dat bloed voedde zij vruchten en koorn en al die daarvan aten werden wijs.

    Lees Verder

    Nl 15a Uit de Saxenmarken ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 15c Jesus van Kasjmir

    Aangepaste volgorde:

    Nl 13g De Eenzame Man ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 15c Jesus van Kasjmir

    En 15b Princes and Priests