Jump to content

GÁST ÀND SÉLE: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
mNo edit summary
No edit summary
Line 53: Line 53:
*Zolang '''Frija’s geest''' er nog enigermate straalde, werd al het beschikbare materiaal gebruikt voor bouwwerken van de gemeenschap en mocht niemand een huis bouwen dat groter en meer weelderig was dan dat van zijn naasten.
*Zolang '''Frija’s geest''' er nog enigermate straalde, werd al het beschikbare materiaal gebruikt voor bouwwerken van de gemeenschap en mocht niemand een huis bouwen dat groter en meer weelderig was dan dat van zijn naasten.


[[NL131.26 Repatrianten|131.26]] <u>S5. Repatrianten Beoordeeld</u>
[[NL131.26 Repatrianten|131.26]] <u>S5. Repatrianten Beoordeeld</u> [ook 1b/S5]
*Wanneer iemand een beeld maakt dat op een overledene lijkt, geloven ze dat '''de geest van die overledene''' daar intreedt. Daarom hebben zij alle beelden verborgen — van '''Frija, Festa, Medea, Diania, Hellenia''' en vele anderen.
*Wanneer iemand een beeld maakt dat op een overledene lijkt, geloven ze dat '''de geest van die overledene''' daar intreedt. Daarom hebben zij alle beelden verborgen — van '''Frija, Festa, Medea, Diania, Hellenia''' en vele anderen.
*Over het algemeen geloven ze in '''boze geesten''', heksen, kollen, kabouters en elfen, alsof ze van de Finnen kwamen.
*Over het algemeen geloven ze in '''boze geesten''', heksen, kollen, kabouters en elfen, alsof ze van de Finnen kwamen.
Line 64: Line 64:
*In de Egyptalanden was een opperpriester met stralende ogen, een helder verstand en '''een verlichte geest'''. Zijn naam was Sékrops en hij kwam om raad te geven.
*In de Egyptalanden was een opperpriester met stralende ogen, een helder verstand en '''een verlichte geest'''. Zijn naam was Sékrops en hij kwam om raad te geven.


[[NL100.01 Afgoderij|100.01]] <u>R4b. Waarschuwing tegen Afgoderij</u>
[[NL100.01 Afgoderij|100.01]] <u>R4b. Waarschuwing tegen Afgoderij</u> [ook ook 1a/R4b]
*[zie 1a/R4b-1]
*Onder het Findasvolk zijn waanwijzen die in hun overmatige vindingrijkheid zo ver zijn gegaan dat ze zichzelf wijsmaken en hun ingewijden ervan overtuigen dat zij het beste deel zijn van Wralda, dat '''hun geest''' het beste deel is van Wralda’s geest en dat Wralda alleen kan denken met behulp van hun verstand. (...) Als '''hun geest''' gelijk was aan Wralda’s geest, zou Wralda heel dom wezen, in plaats van verlicht en wijs. Want '''hun geest''' slooft zich altijd uit om mooie beelden te maken om deze vervolgens te aanbidden.
*Maar ons uiterlijk, onze eigenschappen, '''onze geest''' en al onze gedachten behoren niet tot het wezen. Dit alles zijn vluchtigheden die door Wralda’s bestaan verschijnen, en die door zijn wijsheid zodanig en niet anders verschijnen.
*Maar ons uiterlijk, onze eigenschappen, '''onze geest''' en al onze gedachten behoren niet tot het wezen. Dit alles zijn vluchtigheden die door Wralda’s bestaan verschijnen, en die door zijn wijsheid zodanig en niet anders verschijnen.
*[zie 1a/R4b-2]
*'''Onze geest''' is niet Wralda’s geest — slechts een afschijnsel daarvan.


[[NL131.26 Repatrianten|131.26]] <u>S5. Repatrianten Beoordeeld</u>
[[NL131.26 Repatrianten|131.26]] <u>S5. Repatrianten Beoordeeld</u> [ook 1b/S5-1]
*[zie 1b/S5-1]
**Wanneer iemand een beeld maakt dat op een overledene lijkt, geloven ze dat '''de geest van die overledene''' daar intreedt. Daarom hebben zij alle beelden verborgen — van Frija, Festa, Medea, Diania, Hellenia en vele anderen.


====1d. Mensheid (collectief)====
====1d. Mensheid (collectief)====

Revision as of 09:06, 19 December 2024

GÁST ÀND SÉLE

GÁST (geest; meervoud GÁSTA/GÁSTON) en SÉLE (ziel) zijn in betekenis sterk aan elkaar verwant, bijna synoniem. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen in Oera Linda?

Teksten

1. Geest — GÁST

1a. Wralda

11.13 D4. Frija’s Tex

  • In hoge nood, wanneer raad en daad tekort schieten: roep Wralda’s geest aan. Maar doe dat pas als alles is geprobeerd.
  • Wralda’s geest kan men alleen vanuit nederigheid dank toewijden, en wel driemaal: Voor wat je genoten hebt, voor wat je geniet en voor hoop in angstige tijden.
  • Neem nooit van je naasten nederige dank aan, want die komt alleen Wralda’s geest toe.

32.01 F1e. Éwa, Natuurrecht

  • Deze neiging hebben we dankzij de geest van Wralda, onze voeder, die trots is op zijn Frijaskinderen.
  • Éwa is ook het tweede symbool van Wralda’s geest, die eeuwig recht en onverstoord blijft, ook wanneer het in zijn lichaam — de wereld — erg onrustig is.
  • Daar beslist men in overeenstemming met wat Wralda’s geest ons leert, om rechtvaardig te kunnen beoordelen.

33.22 F2. Minerva, Nijhellenia

  • Ik ken één God, dat is Wralda’s geest. En omdat God volmaakt is doet hij geen kwaad.

45.01 H. Waraburg: Joel en Schrift

  • We kunnen Wralda eeuwig dankbaar zijn dat hij zijn geest zo sterk in onze voorouders liet spreken.

50.19 K1. Waraburg: Magjaren

  • Van Wralda’s Geest weten ze echter niets. [zie ook 1b.]

53.12 K2. Alle Burgen 2: Wodin

  • Maar daar waren toverkruiden bij, want Wodin werd steeds overmoediger, tot hij zelfs Frija en Wralda’s Geest durfde verloochenen en bespotten, terwijl hij zijn vrije hals boog voor de valse afgodsbeelden.

72.01 L2b. De Geertmannen

  • Maar wij wilden Minerva niet als godin erkennen, omdat ze zelf had gezegd dat niemand buiten Wralda’s Geest volmaakt (en dus God) kan wezen.

97.28 R4a. Grondbeginselen

  • Wralda is overal aanwezig, maar nergens te zien. Daarom wordt het wezen geest genoemd.

100.01 R4b. Waarschuwing tegen Afgoderij [ook ook 1c/R4b]

  • Onder het Findasvolk zijn waanwijzen die in hun overmatige vindingrijkheid zo ver zijn gegaan dat ze zichzelf wijsmaken en hun ingewijden ervan overtuigen dat zij het beste deel zijn van Wralda, dat hun geest het beste deel is van Wralda’s geest en dat Wralda alleen kan denken met behulp van hun verstand. (...) Als hun geest gelijk was aan Wralda’s geest, zou Wralda heel dom wezen, in plaats van verlicht en wijs. Want hun geest slooft zich altijd uit om mooie beelden te maken om deze vervolgens te aanbidden.
  • Onze geest is niet Wralda’s geest — slechts een afschijnsel daarvan.

108.28 R6b. Langs de Rijn

  • De Burgfaam van Forana vertelde me dat de burgheren hen dagelijks bezoeken, om ze te leren wat echte vrijheid is en hoe mensen liefdevol dienen te leven, om de zegen van Wralda’s Geest te verdienen.

138.24 T2c. Valse Priesters

  • Wralda’s geest zal weer overal worden geëerd en aangeroepen.

1b. Frija; bescherm- en kwelgeesten

50.19 K1. Waraburg: Magjaren

  • Ze geloven dat overal kwade geesten zijn, die bezit nemen van mens en dier. (...) De Mágjaren beweren dat ze de boze geesten kunnen oproepen en bezweren. Daardoor is hun volk aanhoudend doodsbang en op hun gelaat is nooit blijdschap te zien.

53.12 K2. Alle Burgen 2: Wodin

  • De Mágí heeft veel rijkdom, maar ziet in dat Frija machtiger is dan al onze geesten samen. [zie ook onder 1a/K2: “Frija en Wralda’s Geest”]

76.13 Mb. Verval in Athenia

  • Zolang Frija’s geest er nog enigermate straalde, werd al het beschikbare materiaal gebruikt voor bouwwerken van de gemeenschap en mocht niemand een huis bouwen dat groter en meer weelderig was dan dat van zijn naasten.

131.26 S5. Repatrianten Beoordeeld [ook 1b/S5]

  • Wanneer iemand een beeld maakt dat op een overledene lijkt, geloven ze dat de geest van die overledene daar intreedt. Daarom hebben zij alle beelden verborgen — van Frija, Festa, Medea, Diania, Hellenia en vele anderen.
  • Over het algemeen geloven ze in boze geesten, heksen, kollen, kabouters en elfen, alsof ze van de Finnen kwamen.

1c. Stervelingen

31.04 F1d. Wetten Hebben en Handhaven

  • Hij, wiens geest het meest listig is en daardoor sterk — zijn haan kraait koning.

72.01 L2b. De Geertmannen

  • In de Egyptalanden was een opperpriester met stralende ogen, een helder verstand en een verlichte geest. Zijn naam was Sékrops en hij kwam om raad te geven.

100.01 R4b. Waarschuwing tegen Afgoderij [ook ook 1a/R4b]

  • Onder het Findasvolk zijn waanwijzen die in hun overmatige vindingrijkheid zo ver zijn gegaan dat ze zichzelf wijsmaken en hun ingewijden ervan overtuigen dat zij het beste deel zijn van Wralda, dat hun geest het beste deel is van Wralda’s geest en dat Wralda alleen kan denken met behulp van hun verstand. (...) Als hun geest gelijk was aan Wralda’s geest, zou Wralda heel dom wezen, in plaats van verlicht en wijs. Want hun geest slooft zich altijd uit om mooie beelden te maken om deze vervolgens te aanbidden.
  • Maar ons uiterlijk, onze eigenschappen, onze geest en al onze gedachten behoren niet tot het wezen. Dit alles zijn vluchtigheden die door Wralda’s bestaan verschijnen, en die door zijn wijsheid zodanig en niet anders verschijnen.
  • Onze geest is niet Wralda’s geest — slechts een afschijnsel daarvan.

131.26 S5. Repatrianten Beoordeeld [ook 1b/S5-1]

    • Wanneer iemand een beeld maakt dat op een overledene lijkt, geloven ze dat de geest van die overledene daar intreedt. Daarom hebben zij alle beelden verborgen — van Frija, Festa, Medea, Diania, Hellenia en vele anderen.

1d. Mensheid (collectief)

142.01 T4. Gosa: Drie Woorden

  • Duisternis zal zij over de geest der mensheid spreiden, als onweerswolken over het zonlicht.

1e. Afgeleid

  • BIGÁSTERED 2x (nog toevoegen)
  • GÉSTLANDA (nog toevoegen)

2. Ziel — SÉLE

2a. Levenden

(nog toevoegen)

2b. Overledenen

(nog toevoegen)

2c. Afgeleid

  • SÉLICH(HÉD), SELIGA

(nog toevoegen)

Erfenis

In moderne talen o.a.:

  • ghost - Engels
  • Geist - Duits
  • geest - Nederlands
  • geast, geest - Fries
  • gast - Zweeds

afgeleid o.a.:

  • begeistern (inspireren) - Duits
  • begeesteren - Nederlands
  • begeistra - Zweeds


  • soul - Engels
  • Seele - Duits
  • ziel - Nederlands
  • siel - Afrikaans
  • siel(e) - Fries
  • sial - Noordfries
  • själ - Zweeds
  • sjel - Noors
  • sjæl - Deens
  • sál - IJslands
  • siela - Litouws
  • sielu - Fins

afgeleid o.a.:

  • zielig
  • zalig
  • bezielen

Beschouwing

(nog toevoegen)