Jump to content

NL053.12 Wodin: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
luimke maken
 
(39 intermediate revisions by the same user not shown)
Line 1: Line 1:
=={{Versie_Ott}}==
=={{Versie_Ott}}==


'''[[0053|[053/12]]]'''
'''K. Tijdperk Tunis'''


=={{Versie_Own}}==
'''2. Alle Burgen 2: Wodin'''


==Ottema 1876==
'''[[053|53.12]]''' Uit deze krijgstocht is de geschiedenis van Wodin voortgekomen, zoals  beschreven op de burgen en hier overgenomen:
'''[/75]''' Uit deze tocht is de geschiedenis van Wodin ontstaan, die op de burgten gegrift is, en hier is uitgeschreven.


Aan de Aldergamude daar ruste een oude zeekoning, Sterik was zijn naam, en de roep zijner daden was groot. Deze oude rob had drie neven; Wodin de oudste woonde te Lumkamakia bij de Eemude in Oostflyland bij zijne ouders. Eenmaal was hij heerman geweest. Teunis en Inka waren zeestrijders, en juist nu bij hunnen oom aan de Aldergamude. Toen nu de jonge krijgers bij elkander kwamen, kozen zij Wodin tot hun heerman of koning, en de zeekampers kozen Teunis tot hun zeekoning en Inka tot hun schout bij nacht. De zeelieden gingen toen naar de Dennemarken varen, daar namen zij Wodin met zijne krijgshaftige landweer '''[77]''' aan boord. De wind was ruim, en zoo waren zij in een ommezien in Schoonland. Toen de noordsche broeders zich bij hem gevoegd hadden, deelde Wodin zijn geweldig leger in drie benden (wiggen). Frya was hun wapenroep, en zoo sloeg hij de Finnen en Magiaren terug alsof het kinderen waren. Toen de Magy vernam, hoe zijne manschappen overal omgebragt werden, zond hij boden met staf en kroon. Zij zeiden tot Wodin: o gij allergrootste der koningen, wij zijn schuldig, doch al wat wij gedaan hebben, is uit nood gedaan. Gij meent dat wij uwe broeders met moedwil aangetast hebben, maar wij zijn door onze vijanden voortgedreven, en die alle zijn ons nog op de hielen. Wij hebben dikwijls aan uwe burgtmaagd hulp gevraagd, maar zij heeft zich om ons niet bekommerd. De Magy zegt: bijaldien wij elkander voor de helft vermoorden, dan zullen de wilde schaapherders komen en ons allen vermoorden. De Magy heeft vele rijkdommen, maar hij heeft gezien, dat Frya veel machtiger is als alle onze geesten te zamen. Hij wil zijn hoofd in haren schoot neerleggen. Gij zijt de krijgshaftigste koning der aarde, uw volk is van ijzer. Word onze koning, en wij allen willen uwe slaven wezen. Wat zoude dat eervol voor u wezen, als gij de wilden weder terug kondt drijven, onze basuinen zouden het rondblazen, en onze berichten zouden u overal vooruit gaan. Wodin was sterk, woest en krijgshaftig, maar hij was niet helder ziende, daardoor werd hij in hunne strikken gevangen en door den Magy gekroond. Zeer velen van de zeelieden en de landweer, dien deze keuze niet naar den zin was, vertrokken in stilte, Kaat medenemende. Maar Kaat die niet voor de Moeder, noch voor de algemeene vergadering wilde verschijnen, sprong over boord. Toen kwam de stormwind en dreef de schepen op de schorren van de Dennemarken, zonder een enkel man te missen. Naderhand hebben zij die straat het Kattegat geheeten. Toen Wodin gekroond was, ging hij op '''[79]''' de wilden los; zij waren allen ruiters; gelijk een hagelbui, vielen zij op Wodins heer aan, maar als een dwarrelwind wendden zij om, en durfden niet weder verschijnen. Toen Wodin nu terug kwam, gaf de Magy hem zijne dochter tot vrouw. Daarop werd hij met kruiden berookt, doch er waren tooverkruiden onder; want Wodin werd trapsgewijze zoo zeer vermetel, dat hij Frya en Wraldas geest durfde miskennen en bespotten, terwijl hij zijn vrije hals boog voor de valsche gedrochtelijke beelden. Zijn rijk duurde zeven jaren, toen verdween hij. De Magy zeide dat hij onder hunne goden was opgenomen, en dat hij van daar over hen heerschte, maar ons volk lachte om zijne taal. Toen Wodin eene poos weg geweest was, kwam er tweespalt; wij wilden een anderen koning kiezen, maar dat wilde de Magy niet gedoogen. Hij beweerde dat het een recht was, hem door zijne afgoden gegeven. Maar buiten en behalve deze twist, was nog eene tusschen de Magiaren en Finnen, die Frya noch Wodin wilden eeren, doch de Magy deed zooals hem goed dacht, want zijne dochter had bij Wodin een zoon gewonnen, en nu wilde de Magy dat deze zoon van hooge afkomst wezen zoude. Terwijl allen keven en twisten, kroonde hij den knaap tot koning en stelde zich zelven tot voogd of raadgever aan. Zij die meer hielden van hun lijf, dan van het recht, lieten hem tobben, maar de goeden trokken weg. Vele Magiaren vloden met hunne manschappen terug, en de zeelieden gingen scheep en een heer van stoutmoedige Finnen gingen als roeijers met hun.
Aan de Aldergamond rustte een oude zeekoning. Sterik was zijn naam en zijn daden waren legendarisch. Deze oude zeerob had drie neven. Wodin, de oudste woonde te Lumkamákja,<ref><span class="fryas">LUMKA-MÁKIA</span> (''luimke''-maken)— mogelijke betekenis: rust nemen of plezier maken. In streektaal Gent betekent ''[https://www.mijnwoordenboek.nl/dialect/gents&page=3 luimke]'' middagdutje. In Oostvlaams lied (Gruuthuse-handschrift, c.1350) komt ''[https://www.dbnl.org/tekst/_gru001gruu01_01/_gru001gruu01_01_0093.php#910 luumkin]'' voor, dat geïnterpreteerd wordt als ''pleziertje''.</ref> bij de Eemond in Oost-Vlieland, thuis bij zijn ouders. Hij had al eens een leger aangevoerd. Tunis en Inka waren zeestrijders en verbleven juist nu bij hun oom aan de Aldergamond.


==Noten==
De jonge strijders kwamen bijeen en kozen Wodin als hun heerman of koning. De zeestrijders kozen Tunis als hun zeekoning en Inka als hun schout-bij-nacht. De zeevaarders voeren naar de Denemarken, waar ze Wodin met zijn strijdlustige landweer aan boord namen. De wind was ruim '''[[054|[054]]]''' en dus waren ze in een ommezien bij Skeenland. Toen de noordelijke broeders zich bij hem hadden aangesloten, verdeelde Wodin zijn machtige leger in drie eenheden. ''Frija!'' was hun wapenkreet en daarmee sloeg hij de Finnen en Mágjaren terug alsof ze kinderen waren.
 
Toen de Mágí vernam hoe al zijn manschappen werden omgebracht, zond hij bodes met een staf en een kroon naar Wodin. Ze zeiden: "O, u allergrootste der koningen! Wij bekennen schuld, maar we handelden uit nood. U meent dat wij uw broeders wilden aanvallen, maar we werden opgejaagd door onze vijanden en die zitten ons nog steeds op de hielen. We hebben vaak hulp gevraagd aan uw Burgfaam, maar ze heeft ons niet geantwoord. De Mágí zegt dat als wij elkaar voor de helft afmaken, dan zullen de wilde veehoeders komen en ons allemaal afmaken. De Mágí heeft veel rijkdom, maar ziet in dat Frija machtiger is dan al onze geesten samen. Hij wil zijn hoofd in haar schoot leggen. U bent de dapperste koning op aarde. Uw volk is van ijzer. Wordt onze koning en wij allen zullen uw slaven wezen. Wat zou het eervol voor u wezen als u de wilden weer kon terugdrijven. Onze hoornblazers zouden het rondbazuinen en ons heldendicht zou u overal voorgaan.
 
Wodin was sterk, woest en avontuurlijk, maar scherpzinnig was hij niet. '''[[055|[055]]]''' Daardoor raakte hij verstrikt in hun gevlei en werd hij door de Mágí gekroond. Recht veel zeevaarders en landweermannen die het hier niet mee eens waren, vertokken in stilte en namen Kaat mee. Maar Kaat, die zich niet voor de Moeder of de Gemeenschapsraad wilde verantwoorden, sprong overboord. Daarop brak een storm los die de schepen op de Deense kust zweepte, zonder ook maar één man te sparen. Sindsien wordt de zeestraat Kaatsgat genoemd.
 
Toen Wodin gekroond was, ging hij los op de wilden. Als een hagelbui kwamen die allemaal te paard Wodin’s leger tegemoet, maar als een wervelwind wendden ze om en durfden niet nog eens te komen. Toen Wodin terugkwam, gaf de Mágí hem zijn dochter als bruid. Vanaf dat moment werd hij bewierookt. Maar daar waren toverkruiden bij, want Wodin werd steeds overmoediger, tot hij zelfs Frija en Wralda’s Geest durfde verloochenen en bespotten, terwijl hij zijn vrije hals boog voor de valse afgodsbeelden.
 
Na zeven jaar koning te zijn geweest, verdween hij. De Mágí zei dat hij opgenomen was onder hun goden en dat hij in die hoedanigheid verder regeerde. Maar ons volk lachte om dat vertelsel.
 
Enige tijd na Wodin’s verdwijning ontstond er verdeeldheid. Onze mensen daar wilden een andere koning kiezen, maar dat wilde de Mágí '''[[056|[056]]]''' niet toestaan. Hij beweerde dat het koningschap een door zijn goden aan hem verleend recht was. Naast deze kwestie was er nog een twistpunt gerezen onder zijn Mágjaren en Finnen, die Frija noch Wodin wilden vereren. Maar de Mágí trok zich daar niets van aan, want zijn dochter had met Wodin een zoon gekregen, die volgens de Mágí dus van hoge afkomst was. Terwijl iedereen hierover nog over van mening verschilde en ruziede, kroonde hij de knaap tot koning en benoemde hij zichzelf tot voogd en voormond of raadgever. Zij die meer gaven om hun volle buik dan om het recht lieten hem zijn gang gaan, maar de goeden gingen ervandoor. Veel Mágjaren trokken zich met hun mensen terug naar meer achtergelegen gebied, de zeevaarders gingen scheep en een leger van moedige Finnen ging als roeiers met hen mee. 
 
===Noten===
<references />
<references />
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL056.21 Tunis|back=NL050.19 Magjaren}}
=={{Titel andere talen}}==
<span>
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE053.12 Wodin]]'''
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN053.12 Wodin]]'''
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES053.12 Wodin]]'''
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS053.12 WODIN|FS053.12 <span class="fryas">WODIN</span>]]'''
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO053.12 Wodin]]'''</span>


=={{Ander NL}}==
Hoofdstuk K: [[K Ottema|Ottema 1876]] | [[K Overwijn|Overwijn 1951]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^K. Tijdperk Tunis^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 08 Op De Bewaarburcht^}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 08c Tunis en Inka}}

Latest revision as of 11:32, 24 June 2025

Ontwerp 2025 Ott

K. Tijdperk Tunis

2. Alle Burgen 2: Wodin

53.12 Uit deze krijgstocht is de geschiedenis van Wodin voortgekomen, zoals beschreven op de burgen en hier overgenomen:

Aan de Aldergamond rustte een oude zeekoning. Sterik was zijn naam en zijn daden waren legendarisch. Deze oude zeerob had drie neven. Wodin, de oudste woonde te Lumkamákja,[1] bij de Eemond in Oost-Vlieland, thuis bij zijn ouders. Hij had al eens een leger aangevoerd. Tunis en Inka waren zeestrijders en verbleven juist nu bij hun oom aan de Aldergamond.

De jonge strijders kwamen bijeen en kozen Wodin als hun heerman of koning. De zeestrijders kozen Tunis als hun zeekoning en Inka als hun schout-bij-nacht. De zeevaarders voeren naar de Denemarken, waar ze Wodin met zijn strijdlustige landweer aan boord namen. De wind was ruim [054] en dus waren ze in een ommezien bij Skeenland. Toen de noordelijke broeders zich bij hem hadden aangesloten, verdeelde Wodin zijn machtige leger in drie eenheden. Frija! was hun wapenkreet en daarmee sloeg hij de Finnen en Mágjaren terug alsof ze kinderen waren.

Toen de Mágí vernam hoe al zijn manschappen werden omgebracht, zond hij bodes met een staf en een kroon naar Wodin. Ze zeiden: "O, u allergrootste der koningen! Wij bekennen schuld, maar we handelden uit nood. U meent dat wij uw broeders wilden aanvallen, maar we werden opgejaagd door onze vijanden en die zitten ons nog steeds op de hielen. We hebben vaak hulp gevraagd aan uw Burgfaam, maar ze heeft ons niet geantwoord. De Mágí zegt dat als wij elkaar voor de helft afmaken, dan zullen de wilde veehoeders komen en ons allemaal afmaken. De Mágí heeft veel rijkdom, maar ziet in dat Frija machtiger is dan al onze geesten samen. Hij wil zijn hoofd in haar schoot leggen. U bent de dapperste koning op aarde. Uw volk is van ijzer. Wordt onze koning en wij allen zullen uw slaven wezen. Wat zou het eervol voor u wezen als u de wilden weer kon terugdrijven. Onze hoornblazers zouden het rondbazuinen en ons heldendicht zou u overal voorgaan.

Wodin was sterk, woest en avontuurlijk, maar scherpzinnig was hij niet. [055] Daardoor raakte hij verstrikt in hun gevlei en werd hij door de Mágí gekroond. Recht veel zeevaarders en landweermannen die het hier niet mee eens waren, vertokken in stilte en namen Kaat mee. Maar Kaat, die zich niet voor de Moeder of de Gemeenschapsraad wilde verantwoorden, sprong overboord. Daarop brak een storm los die de schepen op de Deense kust zweepte, zonder ook maar één man te sparen. Sindsien wordt de zeestraat Kaatsgat genoemd.

Toen Wodin gekroond was, ging hij los op de wilden. Als een hagelbui kwamen die allemaal te paard Wodin’s leger tegemoet, maar als een wervelwind wendden ze om en durfden niet nog eens te komen. Toen Wodin terugkwam, gaf de Mágí hem zijn dochter als bruid. Vanaf dat moment werd hij bewierookt. Maar daar waren toverkruiden bij, want Wodin werd steeds overmoediger, tot hij zelfs Frija en Wralda’s Geest durfde verloochenen en bespotten, terwijl hij zijn vrije hals boog voor de valse afgodsbeelden.

Na zeven jaar koning te zijn geweest, verdween hij. De Mágí zei dat hij opgenomen was onder hun goden en dat hij in die hoedanigheid verder regeerde. Maar ons volk lachte om dat vertelsel.

Enige tijd na Wodin’s verdwijning ontstond er verdeeldheid. Onze mensen daar wilden een andere koning kiezen, maar dat wilde de Mágí [056] niet toestaan. Hij beweerde dat het koningschap een door zijn goden aan hem verleend recht was. Naast deze kwestie was er nog een twistpunt gerezen onder zijn Mágjaren en Finnen, die Frija noch Wodin wilden vereren. Maar de Mágí trok zich daar niets van aan, want zijn dochter had met Wodin een zoon gekregen, die volgens de Mágí dus van hoge afkomst was. Terwijl iedereen hierover nog over van mening verschilde en ruziede, kroonde hij de knaap tot koning en benoemde hij zichzelf tot voogd en voormond of raadgever. Zij die meer gaven om hun volle buik dan om het recht lieten hem zijn gang gaan, maar de goeden gingen ervandoor. Veel Mágjaren trokken zich met hun mensen terug naar meer achtergelegen gebied, de zeevaarders gingen scheep en een leger van moedige Finnen ging als roeiers met hen mee.

Noten

  1. LUMKA-MÁKIA (luimke-maken)— mogelijke betekenis: rust nemen of plezier maken. In streektaal Gent betekent luimke middagdutje. In Oostvlaams lied (Gruuthuse-handschrift, c.1350) komt luumkin voor, dat geïnterpreteerd wordt als pleziertje.

Navigeer

NL050.19 Magjaren ᐊ vorig/volgend ᐅ NL056.21 Tunis



In andere talen

DE053.12 Wodin
EN053.12 Wodin
ES053.12 Wodin
FS053.12 WODIN
NO053.12 Wodin

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstuk K: Ottema 1876 | Overwijn 1951