Jump to content

NL205.01 Askar: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
add
 
vlied of weren (-burg)
 
(30 intermediate revisions by the same user not shown)
Line 1: Line 1:
=={{Versie_Ott}}==
=={{Versie_Ott}}==


'''[[205|[205]]]'''
'''Z. Onbekende Opsteller: Tijdperk Askar'''


=={{Versie_Own}}==
'''d. Askar en de Denen'''


==Ottema 1876==
'''[[205|205.01 [205]]]''' Zodra Askar van Reintja’s boodschappers vernam hoe de Jutters gezind waren, zond hij zijn eigen bodes naar de koning van Hals. Het schip waarmee de bodes gingen was volgeladen met sieraden voor Famen, waaronder ook een gouden schild, waarop een goed gelukte afbeelding van Askar was aangebracht. De bodes moesten namens hem Frethogunsta, de dochter van de koning, ten huwelijk vragen.
'''[/247]''' Zoodra Askar van Reintjas boden vernam, hoe de Jutten gezind waren, zond hij terstond boden van zijnentwege naar den koning van Hals. Het schip, waarmede de boden gingen, was vol geladen met vrouwen sieraden, en daarbij was een gouden schild, waarop Askars gedaante kunstig was afgebeeld. Deze boden moesten vragen of Askar des konings dochter Frethogunsta tot zijne vrouw mocht hebben. Frethogunsta kwam een jaar later te Staveren; bij haar gevolg was ook een Magy, want de Jutten waren sedert lang verdorven. Kort nadat Askar met Frethogunsta getrouwd was, werd er te Staveren eene kerk gebouwd; in de kerk werden booze gedrochtelijke beelden gesteld, met goud doorwevene kleederen. Ook is er beweerd dat Askar bij nacht en bij ontijde met Frethogunsta zich daar voor nederboog. Maar zooveel is zeker, de burgt Stavia werd niet weder opgebouwd.


Reintja was reeds teruggekomen, en ging nijdig naar Prontlik de Moeder te Texland zich beklagen. Prontlik ging heen en zond allerwege boden, die verkondigden: Askar is overgeven aan afgoderij. Askar deed alsof hij het niet merkte, maar onverwacht kwam er een vloot uit Hals. Des nachts werden de Maagden uit de burgt gedreven, en des ochtens konde men van de burgt slechts eene gloeijende puinhoop zien. Prontlik en Reintja kwamen bij mij om eene schuilplaats; toen ik daar later over nadacht, scheen het mij toe dat het kwaad voor mijne staat bedijen konde. Daarom hebben wij te zamen eene list verzonnen, die ons allen moest baten. Zie hier hoe wij te werk gegaan zijn. Midden in het Krijlwoud beoosten Liudwerd ligt onze vlied of weerburg, die men alleen langs doolpaden kan genaken. Op deze burgt had ik sints langen '''[249]''' tijd jonge wachters gesteld, die alle een afschuw van Askar hadden en alle andere menschen daar vandaan hielden. Nu was het bij ons al zoo ver gekomen, dat vele vrouwen en ook mannen al praatten over spoken, witte wijven en kabouter mannekes even als de Denemarkers. Askar had al deze dwaasheden tot zijn voordeel aangewend, en dat wilden wij nu ook tot ons voordeel doen. Bij eene duistere nacht bragt ik de Maagden naar de burgt en daarna gingen zij met hare dienaressen langs de doolpaden spoken in witte kleederen gehuld, zoo dat er naderhand geen mensch meer durfde komen. Toen Askar meende dat hij de handen ruim had, liet hij de Magjaren onder allerlei namen door zijne staten reizen en behalve in Groningen en in mijne staat werden zij nergens geweerd. Nadat Askar alzoo met de Jutten en de andere Denemarkers was verbonden gingen zij alle te zamen rooven; doch dat heeft geene goede vruchten gebaard. Zij brachten allerhande buitenlandsche schatten te huis. Maar juist daardoor wilden de jonge mannen geen ambacht leeren, noch op het veld arbeiden; zoodat hij ten laatste wel slaven nemen moest. Maar dat was geheel tegen Wraldas wil en tegen Fryas raad. Daarom konde de straf niet achterwege blijven.
Frethogunsta kwam een jaar later naar Staveren, met in haar gevolg ook een Mágí, want de Jutters waren al geruime tijd bedorven.


==Noten==
Kort nadat Askar met Frethogunsta was getrouwd, werd er te Staveren een tempel gebouwd, waarin vreemde afgodsbeelden met goud doorweven bekleding werden geplaatst. Er werd ook beweerd dat Askar daar in het holst van de nacht met Frethogunsta voor knielde. Maar zoveel is zeker: de burg Stavia werd niet hersteld.
 
Reintja was al teruggekeerd en ging zich diep teleurgesteld beklagen bij Prontlik, de Moeder op Texland. Prontlik maakte er werk van en zond overal boodschappers naartoe met het bericht: Askar is vergiftigd door afgoderij. Askar deed alsof hij dat niet had gehoord, maar onverwacht kwam er een '''[[206|[206]]]''' vloot uit Hals naar Texland. Des nachts werden de Famen uit de burg gejaagd en des ochtends was er alleen nog een gloeiende hoop van over.<ref>Was deze burcht dan toch van hout, of wordt alleen het houten deel bedoeld?</ref> Prontlik en Reintja doken bij mij onder. Later besefte ik dat dit mijn gewest in gevaar kon brengen. Daarom hebben we samen een list bedacht, waar we allemaal voordeel van zouden hebben. Lees hier wat we deden:
 
Midden in het kreupelbos ten oosten van Ljudwerde ligt onze ''vlied'' of ''weren'' (-burg), alleen bereikbaar door een doolhof van paden. In deze burg had ik al geruime tijd jonge bewakers ondergebracht, die allen een hekel hadden aan Askar. Niemand anders wist daarvan. Nu was het bij ons al zover gekomen dat er, net als bij de Denen, veel gekletst werd door vrouwen en zelfs mannen over spoken, witte wieven en alvermannekes. Askar had al dankbaar gebruik gemaakt van deze dwaasheden en dat wilden wij nu ook doen. In een donkere nacht bracht ik de Prontlik en Reintja naar de vliedburg, vanwaar ze met hun Famen, gehuld in witte kleren, in het doolhof van paden gingen spoken, zodat daar uiteindelijk niemand meer durfde komen.
 
Toen Askar meende dat hij de vrije hand had, liet hij de Magjaren (die anders genoemd werden) door zijn '''[[207|[207]]]''' gewesten reizen en behalve in Grénegá en mijn gewest werden zij overal toegelaten.
 
Sinds Askar aldus meer verbonden raakte met de Jutters en de andere Denen, gingen ze samen op rooftocht. Maar dat heeft geen goede vruchten gedragen. Ze brachten allerlei exotische schatten naar huis, maar daardoor leek het de jeugd niet meer nodig om een ambacht te leren of op het veld werken, zodat ze tenslotte wel slaven moesten nemen. Dit was natuurlijk helemaal tegen de wil van Wralda en tegen de raad van Frija. Daarom kon het niet ongestraft blijven.
 
===Noten===
<references />
<references />
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL207.14 Buikpijn|back=NL202.06 Reintja}}
=={{Titel andere talen}}==
<span>
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE205.01 Askar]]'''
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN205.01 Idolatry]]'''
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES205.01 Askar]]'''
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS205.01 ÁSKAR|FS205.01 <span class="fryas">ÁSKAR</span>]]'''
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO205.01 Askar]]'''</span>


=={{Ander NL}}==
Hoofdstuk z: [[Z Ottema|Ottema 1876]] | [[Z Overwijn|Overwijn 1951]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^Z. Tijdperk Askar^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 19 Koning Askar^}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 09b De Vloot van Jon}}

Latest revision as of 12:33, 13 January 2026

Ontwerp 2025 Ott

Z. Onbekende Opsteller: Tijdperk Askar

d. Askar en de Denen

205.01 [205] Zodra Askar van Reintja’s boodschappers vernam hoe de Jutters gezind waren, zond hij zijn eigen bodes naar de koning van Hals. Het schip waarmee de bodes gingen was volgeladen met sieraden voor Famen, waaronder ook een gouden schild, waarop een goed gelukte afbeelding van Askar was aangebracht. De bodes moesten namens hem Frethogunsta, de dochter van de koning, ten huwelijk vragen.

Frethogunsta kwam een jaar later naar Staveren, met in haar gevolg ook een Mágí, want de Jutters waren al geruime tijd bedorven.

Kort nadat Askar met Frethogunsta was getrouwd, werd er te Staveren een tempel gebouwd, waarin vreemde afgodsbeelden met goud doorweven bekleding werden geplaatst. Er werd ook beweerd dat Askar daar in het holst van de nacht met Frethogunsta voor knielde. Maar zoveel is zeker: de burg Stavia werd niet hersteld.

Reintja was al teruggekeerd en ging zich diep teleurgesteld beklagen bij Prontlik, de Moeder op Texland. Prontlik maakte er werk van en zond overal boodschappers naartoe met het bericht: Askar is vergiftigd door afgoderij. Askar deed alsof hij dat niet had gehoord, maar onverwacht kwam er een [206] vloot uit Hals naar Texland. Des nachts werden de Famen uit de burg gejaagd en des ochtends was er alleen nog een gloeiende hoop van over.[1] Prontlik en Reintja doken bij mij onder. Later besefte ik dat dit mijn gewest in gevaar kon brengen. Daarom hebben we samen een list bedacht, waar we allemaal voordeel van zouden hebben. Lees hier wat we deden:

Midden in het kreupelbos ten oosten van Ljudwerde ligt onze vlied of weren (-burg), alleen bereikbaar door een doolhof van paden. In deze burg had ik al geruime tijd jonge bewakers ondergebracht, die allen een hekel hadden aan Askar. Niemand anders wist daarvan. Nu was het bij ons al zover gekomen dat er, net als bij de Denen, veel gekletst werd door vrouwen en zelfs mannen over spoken, witte wieven en alvermannekes. Askar had al dankbaar gebruik gemaakt van deze dwaasheden en dat wilden wij nu ook doen. In een donkere nacht bracht ik de Prontlik en Reintja naar de vliedburg, vanwaar ze met hun Famen, gehuld in witte kleren, in het doolhof van paden gingen spoken, zodat daar uiteindelijk niemand meer durfde komen.

Toen Askar meende dat hij de vrije hand had, liet hij de Magjaren (die anders genoemd werden) door zijn [207] gewesten reizen en behalve in Grénegá en mijn gewest werden zij overal toegelaten.

Sinds Askar aldus meer verbonden raakte met de Jutters en de andere Denen, gingen ze samen op rooftocht. Maar dat heeft geen goede vruchten gedragen. Ze brachten allerlei exotische schatten naar huis, maar daardoor leek het de jeugd niet meer nodig om een ambacht te leren of op het veld werken, zodat ze tenslotte wel slaven moesten nemen. Dit was natuurlijk helemaal tegen de wil van Wralda en tegen de raad van Frija. Daarom kon het niet ongestraft blijven.

Noten

  1. Was deze burcht dan toch van hout, of wordt alleen het houten deel bedoeld?

Navigeer

NL202.06 Reintja ᐊ vorig/volgend ᐅ NL207.14 Buikpijn


In andere talen

DE205.01 Askar
EN205.01 Idolatry
ES205.01 Askar
FS205.01 ÁSKAR
NO205.01 Askar

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstuk z: Ottema 1876 | Overwijn 1951