|
|
| (15 intermediate revisions by the same user not shown) |
| Line 3: |
Line 3: |
| '''Z. Onbekende Opsteller: Tijdperk Askar''' | | '''Z. Onbekende Opsteller: Tijdperk Askar''' |
|
| |
|
| '''Askar en de Denen''' | | '''d. Askar en de Denen''' |
|
| |
|
| '''[[205|205.01 [205]]]''' Zodra Askar van Reintje’s boodschappers vernam hoe de Jutters gezind waren, zond hij zijn eigen bodes naar de koning van Hals. Het schip waarmee de bodes gingen was volgeladen met sieraden voor maagden, waaronder ook een gouden schild, waarop een goed gelukte afbeelding van Askar was aangebracht. De bodes moesten namens hem de koning’s dochter Fréthogunsta ten huwelijk vragen. | | '''[[205|205.01 [205]]]''' Zodra Askar van Reintja’s boodschappers vernam hoe de Jutters gezind waren, zond hij zijn eigen bodes naar de koning van Hals. Het schip waarmee de bodes gingen was volgeladen met sieraden voor Famen, waaronder ook een gouden schild, waarop een goed gelukte afbeelding van Askar was aangebracht. De bodes moesten namens hem Frethogunsta, de dochter van de koning, ten huwelijk vragen. |
|
| |
|
| Fréthogunsta kwam een jaar later naar Staveren, met in haar gevolg ook een Magy, want de Jutters waren al geruime tijd bedorven.
| | Frethogunsta kwam een jaar later naar Staveren, met in haar gevolg ook een Mágí, want de Jutters waren al geruime tijd bedorven. |
|
| |
|
| Kort nadat Askar met Fréthogunsta was getrouwd, werd er te Staveren een kerk gebouwd, waarin vreemde afgodsbeelden met goud doorweven bekleding werden geplaatst. Er werd ook beweerd dat Askar daar in het holst van de nacht met Fréthogunsta voor knielde. Maar zoveel is zeker: de burg Stavia werd niet hersteld. | | Kort nadat Askar met Frethogunsta was getrouwd, werd er te Staveren een tempel gebouwd, waarin vreemde afgodsbeelden met goud doorweven bekleding werden geplaatst. Er werd ook beweerd dat Askar daar in het holst van de nacht met Frethogunsta voor knielde. Maar zoveel is zeker: de burg Stavia werd niet hersteld. |
|
| |
|
| Reintje was al teruggekeerd en ging zich diep teleurgesteld beklagen bij Prontlik, de Moeder op Texland. Prontlik maakte er werk van en zond overal boodschappers naartoe met het bericht: Askar is vergiftigd door afgoderij. Askar deed alsof hij dat niet had gehoord, maar onverwacht kwam er een '''[[206|[206]]]''' vloot uit Hals naar Texland. Des nachts werden de maagden uit de burg gejaagd en des ochtends was er alleen nog een gloeiende hoop van over. Prontlik en Reintje doken bij mij onder. Later besefte ik dat dit mijn gewest in gevaar kon brengen. Daarom hebben we samen een list bedacht, waar we allemaal voordeel van zouden hebben. Lees hier wat we deden:
| | Reintja was al teruggekeerd en ging zich diep teleurgesteld beklagen bij Prontlik, de Moeder op Texland. Prontlik maakte er werk van en zond overal boodschappers naartoe met het bericht: Askar is vergiftigd door afgoderij. Askar deed alsof hij dat niet had gehoord, maar onverwacht kwam er een '''[[206|[206]]]''' vloot uit Hals naar Texland. Des nachts werden de Famen uit de burg gejaagd en des ochtends was er alleen nog een gloeiende hoop van over.<ref>Was deze burcht dan toch van hout, of wordt alleen het houten deel bedoeld?</ref> Prontlik en Reintja doken bij mij onder. Later besefte ik dat dit mijn gewest in gevaar kon brengen. Daarom hebben we samen een list bedacht, waar we allemaal voordeel van zouden hebben. Lees hier wat we deden: |
|
| |
|
| Midden in het kreupelbos ten oosten van Ljudwerde ligt onze vlucht- of verdedigingsburg, alleen bereikbaar door een doolhof van paden. In deze burg had ik al geruime tijd jonge bewakers ondergebracht, die allen een hekel hadden aan Askar. Niemand anders wist daarvan. Nu was het bij ons al zover gekomen dat er, net als bij de Denen, veel gekletst werd door vrouwen en zelfs mannen over spoken, witte wieven en alvermannekes. Askar had al dankbaar gebruik gemaakt van deze dwaasheden en dat wilden wij nu ook doen. In een donkere nacht bracht ik Prontlik en Reintje naar de vluchtburg, vanwaar ze met hun maagden, gehuld in witte kleren, in het doolhof van paden gingen spoken, zodat daar uiteindelijk niemand meer durfde komen. | | Midden in het kreupelbos ten oosten van Ljudwerde ligt onze ''vlied'' of ''weren'' (-burg), alleen bereikbaar door een doolhof van paden. In deze burg had ik al geruime tijd jonge bewakers ondergebracht, die allen een hekel hadden aan Askar. Niemand anders wist daarvan. Nu was het bij ons al zover gekomen dat er, net als bij de Denen, veel gekletst werd door vrouwen en zelfs mannen over spoken, witte wieven en alvermannekes. Askar had al dankbaar gebruik gemaakt van deze dwaasheden en dat wilden wij nu ook doen. In een donkere nacht bracht ik de Prontlik en Reintja naar de vliedburg, vanwaar ze met hun Famen, gehuld in witte kleren, in het doolhof van paden gingen spoken, zodat daar uiteindelijk niemand meer durfde komen. |
|
| |
|
| Toen Askar meende dat hij de vrije hand had, liet hij de Magjaren (die anders genoemd werden) door zijn '''[[207|[207]]]''' gewesten reizen en behalve in Grénegá en mijn gewest werden zij overal toegelaten. | | Toen Askar meende dat hij de vrije hand had, liet hij de Magjaren (die anders genoemd werden) door zijn '''[[207|[207]]]''' gewesten reizen en behalve in Grénegá en mijn gewest werden zij overal toegelaten. |
|
| |
|
| Sinds Askar aldus meer verbonden raakte met de Jutters en de andere Denen, gingen ze samen op rooftocht. Maar dat heeft geen goede vruchten gedragen. Ze brachten allerlei exotische schatten naar huis, maar daardoor leek het de jeugd niet meer nodig om een ambacht te leren of op het veld werken, zodat ze tenslotte wel slaven moesten nemen. Dit was natuurlijk helemaal tegen de wil van Wralda en tegen de raad van Frya. Daarom kon het niet ongestraft blijven. | | Sinds Askar aldus meer verbonden raakte met de Jutters en de andere Denen, gingen ze samen op rooftocht. Maar dat heeft geen goede vruchten gedragen. Ze brachten allerlei exotische schatten naar huis, maar daardoor leek het de jeugd niet meer nodig om een ambacht te leren of op het veld werken, zodat ze tenslotte wel slaven moesten nemen. Dit was natuurlijk helemaal tegen de wil van Wralda en tegen de raad van Frija. Daarom kon het niet ongestraft blijven. |
|
| |
|
| =={{Titel_noten_vertalingen}}== | | ===Noten=== |
| <div class="toccolours mw-collapsible mw-collapsed"> | | <references /> |
| | {{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL207.14 Buikpijn|back=NL202.06 Reintja}} |
| | =={{Titel andere talen}}== |
| | <span> |
| | :<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE205.01 Askar]]''' |
| | :<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN205.01 Idolatry]]''' |
| | :<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES205.01 Askar]]''' |
| | :<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS205.01 ÁSKAR|FS205.01 <span class="fryas">ÁSKAR</span>]]''' |
| | :<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO205.01 Askar]]'''</span> |
|
| |
|
| ==={{Versie_Own}}===
| | =={{Ander NL}}== |
| '''[/169]''' Zodra Askar van Reintje’s boden vernam, hoe de Jutten gezind waren, zond hij terstond boden van zijnentwege naar de koning van Hals. Het schip, waarmede de boden gingen, was vol geladen met vrouwensieraden en daarbij was een gouden schild, waarop Askar’s gelijkenis kunstig was afgebeeld. Deze boden moesten vragen of Askar ’s konings dochter Frethogunste tot vrouw mocht hebben. Frethogunste kwam een jaar later te Staveren. Bij haar gevolg was ook een Magiaan of Oegriër, want de Jutten waren sedert lang verdorven. Kort nadat Askar met Frethogunsie getrouwd was, werd er te Staveren een kerk gebouwd. In de kerk werden Oegrische of Magiaanse afgodsbeelden neergezet, in met goud doorweven gewaden. Ook is er beweerd, dat Askar bij nacht en bij ontij met Frethogunste zich daarvoor boog. Maar zoveel is zeker: de burcht Stavia werd niet meer opgebouwd.
| | Hoofdstuk z: [[Z Ottema|Ottema 1876]] | [[Z Overwijn|Overwijn 1951]] |
| | |
| Reintje was reeds teruggekomen en ging zich verstoord bij Prontlik de Moeder te Texland beklagen. Prontlik ging te werk en zond overal boden, die verkondigden: Askar heeft zich overgegeven aan afgoderij. Askar deed alsof hij het niet merkte, maar onverwachts kwam er een vloot uit Hals (Holstein). ’s Nachts werden de maagden uit de burcht gedreven en ’s ochtends was de burcht nog slechts een gloeiende puinhoop. Prontlik en Reintje kwamen bij mij om een schuilplaats. Toen ik daar later over nadacht, scheen het mij toe, dat het slecht voor mijn staat (district) kon opbreken. Daarom hebben wij gezamenlijk een list verzonnen, die ons allen zou baten. Ziehier hoe wij te werk zijn gegaan. Midden in het Kralwoud ten Oosten van Ljudwerd (Lugward) ligt onze vlucht- of weerburcht, die men alleen langs kronkelpaden kan genaken. Op deze burcht had ik sinds lange tijd jonge wachters neergezet, die allen een afschuw van Askar hadden en alle andere mensen daar vandaan hielden. Nu was het bij ons ook al zo ver gekomen, dat vele vrouwen en ook mannen al praattten over spoken, witte wijven en kaboutermannetjes evenals de Denemarkers. Askar had al deze dwaasheden tot zijn voordeel aangewend en dat wilden wij nu ook tot ons voordeel doen. Op een duistere nacht bracht ik de maagden naar de burcht en daarna gingen zij met haar diensters langs de kronkelpaden spoken, gehuld in witte kleren, zodat er naderhand geen mens meer durfde te komen. Toen Askar meende, dat hij de handen vrij had, liet hij de tovenaars (Magianen) onder allerlei namen door zijn staten reizen en behalve in Groningen en in mijn staat werden zij nergens geweerd. Nadat Askar dus met de. Jutten en de andere Denemarkers was verbonden, gingen zij met elkaar roven, doch dat heeft geen goede vruchten opgeleverd. Zij brachten allerhande buitenlandse schatten thuis. Maar juist daardoor wilden de jonge mannen geen ambacht leren, noch op het veld werken, '''[171]''' zodat hij op ’t laatst wel slaven moest nemen, Maar dat was geheel tegen Wr.alda’s wil en tegen Frya’s raad, Daarom kon de straf niet achterwege blijven.
| |
| | |
| ===Ottema 1876===
| |
| '''[/247]''' Zoodra Askar van Reintjas boden vernam, hoe de Jutten gezind waren, zond hij terstond boden van zijnentwege naar den koning van Hals. Het schip, waarmede de boden gingen, was vol geladen met vrouwen sieraden, en daarbij was een gouden schild, waarop Askars gedaante kunstig was afgebeeld. Deze boden moesten vragen of Askar des konings dochter Frethogunsta tot zijne vrouw mocht hebben. Frethogunsta kwam een jaar later te Staveren; bij haar gevolg was ook een Magy, want de Jutten waren sedert lang verdorven. Kort nadat Askar met Frethogunsta getrouwd was, werd er te Staveren eene kerk gebouwd; in de kerk werden booze gedrochtelijke beelden gesteld, met goud doorwevene kleederen. Ook is er beweerd dat Askar bij nacht en bij ontijde met Frethogunsta zich daar voor nederboog. Maar zooveel is zeker, de burgt Stavia werd niet weder opgebouwd.
| |
| | |
| Reintja was reeds teruggekomen, en ging nijdig naar Prontlik de Moeder te Texland zich beklagen. Prontlik ging heen en zond allerwege boden, die verkondigden: Askar is overgeven aan afgoderij. Askar deed alsof hij het niet merkte, maar onverwacht kwam er een vloot uit Hals. Des nachts werden de Maagden uit de burgt gedreven, en des ochtens konde men van de burgt slechts eene gloeijende puinhoop zien. Prontlik en Reintja kwamen bij mij om eene schuilplaats; toen ik daar later over nadacht, scheen het mij toe dat het kwaad voor mijne staat bedijen konde. Daarom hebben wij te zamen eene list verzonnen, die ons allen moest baten. Zie hier hoe wij te werk gegaan zijn. Midden in het Krijlwoud beoosten Liudwerd ligt onze vlied of weerburg, die men alleen langs doolpaden kan genaken. Op deze burgt had ik sints langen '''[249]''' tijd jonge wachters gesteld, die alle een afschuw van Askar hadden en alle andere menschen daar vandaan hielden. Nu was het bij ons al zoo ver gekomen, dat vele vrouwen en ook mannen al praatten over spoken, witte wijven en kabouter mannekes even als de Denemarkers. Askar had al deze dwaasheden tot zijn voordeel aangewend, en dat wilden wij nu ook tot ons voordeel doen. Bij eene duistere nacht bragt ik de Maagden naar de burgt en daarna gingen zij met hare dienaressen langs de doolpaden spoken in witte kleederen gehuld, zoo dat er naderhand geen mensch meer durfde komen. Toen Askar meende dat hij de handen ruim had, liet hij de Magjaren onder allerlei namen door zijne staten reizen en behalve in Groningen en in mijne staat werden zij nergens geweerd. Nadat Askar alzoo met de Jutten en de andere Denemarkers was verbonden gingen zij alle te zamen rooven; doch dat heeft geene goede vruchten gebaard. Zij brachten allerhande buitenlandsche schatten te huis. Maar juist daardoor wilden de jonge mannen geen ambacht leeren, noch op het veld arbeiden; zoodat hij ten laatste wel slaven nemen moest. Maar dat was geheel tegen Wraldas wil en tegen Fryas raad. Daarom konde de straf niet achterwege blijven.
| |
| </div>
| |
| | |
| {{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL207.14 Buikpijn|back=NL202.06 Reintje}}
| |
| <span><div class="emoji flag uk"></div> '''[[En 19d Idolatry and Superstition]]'''</span>
| |
| [[Category:Nederlandse Vertalingen]] | | [[Category:Nederlandse Vertalingen]] |
| __FORCETOC__
| |
| {{DEFAULTSORT:^Z. Tijdperk Askar^}} | | {{DEFAULTSORT:^Z. Tijdperk Askar^}} |
Ontwerp 2025 Ott
Z. Onbekende Opsteller: Tijdperk Askar
d. Askar en de Denen
205.01 [205] Zodra Askar van Reintja’s boodschappers vernam hoe de Jutters gezind waren, zond hij zijn eigen bodes naar de koning van Hals. Het schip waarmee de bodes gingen was volgeladen met sieraden voor Famen, waaronder ook een gouden schild, waarop een goed gelukte afbeelding van Askar was aangebracht. De bodes moesten namens hem Frethogunsta, de dochter van de koning, ten huwelijk vragen.
Frethogunsta kwam een jaar later naar Staveren, met in haar gevolg ook een Mágí, want de Jutters waren al geruime tijd bedorven.
Kort nadat Askar met Frethogunsta was getrouwd, werd er te Staveren een tempel gebouwd, waarin vreemde afgodsbeelden met goud doorweven bekleding werden geplaatst. Er werd ook beweerd dat Askar daar in het holst van de nacht met Frethogunsta voor knielde. Maar zoveel is zeker: de burg Stavia werd niet hersteld.
Reintja was al teruggekeerd en ging zich diep teleurgesteld beklagen bij Prontlik, de Moeder op Texland. Prontlik maakte er werk van en zond overal boodschappers naartoe met het bericht: Askar is vergiftigd door afgoderij. Askar deed alsof hij dat niet had gehoord, maar onverwacht kwam er een [206] vloot uit Hals naar Texland. Des nachts werden de Famen uit de burg gejaagd en des ochtends was er alleen nog een gloeiende hoop van over.[1] Prontlik en Reintja doken bij mij onder. Later besefte ik dat dit mijn gewest in gevaar kon brengen. Daarom hebben we samen een list bedacht, waar we allemaal voordeel van zouden hebben. Lees hier wat we deden:
Midden in het kreupelbos ten oosten van Ljudwerde ligt onze vlied of weren (-burg), alleen bereikbaar door een doolhof van paden. In deze burg had ik al geruime tijd jonge bewakers ondergebracht, die allen een hekel hadden aan Askar. Niemand anders wist daarvan. Nu was het bij ons al zover gekomen dat er, net als bij de Denen, veel gekletst werd door vrouwen en zelfs mannen over spoken, witte wieven en alvermannekes. Askar had al dankbaar gebruik gemaakt van deze dwaasheden en dat wilden wij nu ook doen. In een donkere nacht bracht ik de Prontlik en Reintja naar de vliedburg, vanwaar ze met hun Famen, gehuld in witte kleren, in het doolhof van paden gingen spoken, zodat daar uiteindelijk niemand meer durfde komen.
Toen Askar meende dat hij de vrije hand had, liet hij de Magjaren (die anders genoemd werden) door zijn [207] gewesten reizen en behalve in Grénegá en mijn gewest werden zij overal toegelaten.
Sinds Askar aldus meer verbonden raakte met de Jutters en de andere Denen, gingen ze samen op rooftocht. Maar dat heeft geen goede vruchten gedragen. Ze brachten allerlei exotische schatten naar huis, maar daardoor leek het de jeugd niet meer nodig om een ambacht te leren of op het veld werken, zodat ze tenslotte wel slaven moesten nemen. Dit was natuurlijk helemaal tegen de wil van Wralda en tegen de raad van Frija. Daarom kon het niet ongestraft blijven.
Noten
- ↑ Was deze burcht dan toch van hout, of wordt alleen het houten deel bedoeld?
Navigeer
NL202.06 Reintja ᐊ vorig/volgend ᐅ NL207.14 Buikpijn
In andere talen
- DE205.01 Askar
- EN205.01 Idolatry
- ES205.01 Askar
- FS205.01 ÁSKAR
- NO205.01 Askar
Andere Nederlandse vertalingen
Hoofdstuk z: Ottema 1876 | Overwijn 1951