Jump to content

NL031.04 Wetten: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
add
 
No edit summary
 
(21 intermediate revisions by the same user not shown)
Line 1: Line 1:
=={{Versie_Ott}}==
=={{Versie_Ott}}==


'''[[031|[031/04]]]'''
'''F. Geschriften Minno'''


=={{Versie_Own}}==
'''1. Wet en Richtlijn'''


==Ottema 1876==
'''d. Wetten Hebben en Handhaven'''
'''[45]''' In mijne jeugd heb ik wel eens gemord over de banden der wetten, achterna heb ik Frya dikwijls gedankt voor hare tex, en onze voorvaderen voor de wetten, die daaruit zamengesteld zijn. Wralda of Alvader heeft mij vele jaren gegeven, en over vele landen en zeeën heb ik rondgevaren, en na alles wat ik gezien heb, ben ik overtuigd, dat wij alleen '''[47]''' door Alfader uitverkoren zijn, om wetten te hebben. Lydas volk vermag geene wetten te maken, noch te houden, zij zijn te dom en onbeschaafd daartoe. Vele geslachten van Finda zijn schrander genoeg, maar zij zijn hebzuchtig, hoovaardig, valsch, onkuisch en moordzuchtig. De padden blazen zich op en zij kunnen slechts kruipen. De kikvorschen roepen werk, werk, en zij doen niets als huppelen en grappenmaken. De raven roepen spaar, spaar, maar zij stelen en verslinden al wat onder hunne snavels komt. Aan die allen gelijk is het Findas volk, zij spreken luide altijd over goede wetten, elk wil inzettingen maken om het kwaad te weren, maar zelf wil niemand daaraan gebonden wezen. Diegene wiens geest het listigste is en daardoor sterk, diens haan kraait koning en de andere moeten allerwege aan zijn wil onderworpen wezen, totdat een ander komt die hem van den zetel verdrijft.


==Noten==
'''[[031|31.04]]''' In mijn jeugd heb ik wel eens geklaagd over de door wetten opgelegde beteugeling, maar later heb ik Frija vaak bedankt voor haar Tex, en onze voorouders voor de wetten die ze daarop hebben gebaseerd.
 
Wralda of Alvoeder heeft me vele jaren gegeven, waarin ik over vele landen en zeeën heb rondgereisd. En na alles wat ik heb gezien ben ik ervan overtuigd, dat alleen wij door Alvoeder zijn uitverkoren om wetten te hebben.
 
Lijda’s volk kan geen wetten maken, noch handhaven. Daar zijn ze te dom en wild voor. Vele stammen van Finda zijn slim genoeg, maar ze zijn gierig, verwaand, vals, onkuis en moordzuchtig.
 
Padden blazen zichzelf op, maar kunnen niets anders dan kruipen. Kikkers roepen ''werk, werk!'', maar doen zelf niets dan rondspringen en grappen maken. Kraaien roepen ''spaar, spaar!'', maar ze stelen en verslinden alles wat ze te pakken kunnen krijgen.
 
Het Findavolk is als deze dieren. Ze scheppen altijd op over hun goede wetten. Iedereen wil regels maken om het kwaad af te weren, maar zelf wil niemand daaraan gebonden wezen. Hij, wiens geest het meest listig is en daardoor sterk — zijn haan kraait koning.<ref>‘zijn haan kraait koning’ — of: ‘hij is de baas’ ([https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0754.php uitdrukking]).</ref> En de anderen moeten zolang onderworpen zijn aan zijn heerschappij, tot er een ander komt die hem '''[[032|[032]]]''' van zijn troon stoot.
 
===Noten===
<references />
<references />
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL032.01 Natuurrecht|back=NL029.12 Handel|alternative=NL039.05 Kreta|altback=NL029.12 Handel}}
=={{Titel andere talen}}==
<span>
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE031.04 Gesetze]]'''
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN031.04 Laws]]'''
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES031.04 Leyes]]'''
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS031.04 BÀNDA|FS031.04 <span class="fryas">BÀNDA</span>]]'''
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO031.04 Lov]]'''</span>


=={{Ander NL}}==
Hoofdstuk F: [[F Ottema|Ottema 1876]] | [[F Overwijn|Overwijn 1951]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^F. Geschriften Minno^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 04 Minno^}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 04e Éwa}}

Latest revision as of 08:02, 31 March 2025

Ontwerp 2026 Ott

F. Geschriften Minno

1. Wet en Richtlijn

d. Wetten Hebben en Handhaven

31.04 In mijn jeugd heb ik wel eens geklaagd over de door wetten opgelegde beteugeling, maar later heb ik Frija vaak bedankt voor haar Tex, en onze voorouders voor de wetten die ze daarop hebben gebaseerd.

Wralda of Alvoeder heeft me vele jaren gegeven, waarin ik over vele landen en zeeën heb rondgereisd. En na alles wat ik heb gezien ben ik ervan overtuigd, dat alleen wij door Alvoeder zijn uitverkoren om wetten te hebben.

Lijda’s volk kan geen wetten maken, noch handhaven. Daar zijn ze te dom en wild voor. Vele stammen van Finda zijn slim genoeg, maar ze zijn gierig, verwaand, vals, onkuis en moordzuchtig.

Padden blazen zichzelf op, maar kunnen niets anders dan kruipen. Kikkers roepen werk, werk!, maar doen zelf niets dan rondspringen en grappen maken. Kraaien roepen spaar, spaar!, maar ze stelen en verslinden alles wat ze te pakken kunnen krijgen.

Het Findavolk is als deze dieren. Ze scheppen altijd op over hun goede wetten. Iedereen wil regels maken om het kwaad af te weren, maar zelf wil niemand daaraan gebonden wezen. Hij, wiens geest het meest listig is en daardoor sterk — zijn haan kraait koning.[1] En de anderen moeten zolang onderworpen zijn aan zijn heerschappij, tot er een ander komt die hem [032] van zijn troon stoot.

Noten

  1. ‘zijn haan kraait koning’ — of: ‘hij is de baas’ (uitdrukking).

Navigeer

NL029.12 Handel ᐊ vorig/volgend ᐅ NL032.01 Natuurrecht

Aangepaste volgorde:

NL029.12 Handel ᐊ vorig/volgend ᐅ NL039.05 Kreta

In andere talen

DE031.04 Gesetze
EN031.04 Laws
ES031.04 Leyes
FS031.04 BÀNDA
NO031.04 Lov

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstuk F: Ottema 1876 | Overwijn 1951