Ottema bibliografie
Opgesteld door Nico Luitse en gebruikt als bijlage VId in zijn Dossier Oera Linda (1990), aangevuld en verbeterd door Jan Ott.
Afkortingen:
- BUMA - Buma Bibliotheek (nu deel van Tresoar)
- Fr.Crt. - Friesche Courant (volgens Kalma, zie noot)
- Gem. Arch. Lwd. - Gemeentearchief Leeuwarden (nu Historisch Centrum Leeuwarden)
- JJK (was: Kalma) - Bibliografie betreffende Thet Oera-Linda Bôk (1956) en aangevulde bibliografie OL.
- KB - Koninklijke Bibliotheek (nu KB>nationale bibliotheek)
- Lw.Crt. - Leeuwarder Courant — t/m 11-9-1942 staat op Delpher; zie verder op dekrantvantoen.nl
- Spect. - De Nederlandsche Spectator
- PBF - Provinciale Bibliotheek van Friesland (nu deel van Tresoar)
Bibliografie van Dr. J.G. Ottema (1804-1879)
Publicaties m.b.t Oera Linda
1871
- JJK 1 - Der Friezen herkomst volgens het boek van Adela, Verslag omtrent een overoud handschrift bij het Friesch Genootschap, 20 blz. (uitg. juni; voorgedragen feb. 1871) - In aangepaste vorm als inleiding opgenomen in Thet Oera Linda Bok (1872, blz V-XXVI; en 1876, blz XVII-XXXVIII) en in De Vrije Fries 12 (1873) 223-242.
- JJK 6 - Eene reis langs den Rijn in de zesde eeuw voor Christus - LC 10-9-1871.
- JJK 9 - Thet Bok thêra Adela folstar (antwoord op Colmjon) - LC 19-9-1871 (inhoud gelijk aan JJK 12).
- JJK 17 - Adela's boek; brief aan L.Ph.C. van den Bergh - Spect. 14-10-1871.
1872
- JJK 27 - Thet Oera Linda Bok (eerste uitgave) - Leeuwarden, H. Kuipers 253 blz.
1873
- JJK 36 - Geschiedkundige aanteekeningen en ophelderingen bij Thet Oera Linda Bok, 39 blz. (get. 7-12-1873). [NB zie JJK 189]
- JJK 36a - Germanen [als “toegift” in JJK 36 en JJK 189] - 5 blz.
1874
- JJK 51 - De Koninklijke Akademie en het Oera Linda Bok, 26 blz.
1876
- JJK 79 - Ottema bewijst dat Piet Paaltjens niet de schrijver is van het O.L.B. - LC 19-3-1876.[1]
- JJK 89 - De Deventer courant en het Oera Linda Bok, uitg. Kuipers, 31 blz.
- JJK 110 - Ottema bewijst opnieuw de echtheid van het hs. - Nws- en Adv. blad v. Tietjerksteradeel 1-7-1876.
- JJK 127 - Thet Oera Linda Bok; tweede [verbeterde] uitgave [oktober; voorwoord september]; heruitg. 1971.
- JJK 129 - Het handschrift van Thet Oera Linda Bok heeft al langen tijd vóór het jaar 1600 bestaan - Fr.Crt.(?)[2] 5-10-1876; afgedrukt in 2de uitg. van Thet Oera Linda Bok, blz I-IV.
- JJK 130 - Leeuwarden, de Middelzee en het Oera Linda Boek, 7 blz. (okt.). [Staat ook in JJK 189, bl. 34-37 “Van den beginne af ... ter plaatse heeft bevonden.”]
1877
- JJK 162 - Wie heeft het O.L.B. geschreven? (Het is niet C. Over de Linden), Fr.Crt. (? zie noot) 29-3-1877; afgedrukt in 2de uitg. van Geschiedk. aant. (1878), blz 59-60.
- JJK 185 - Bespr. van: De Pandschâb Kolonie van het Oera Linda Bok, door J.F. Berk, Fr.Crt. (? zie noot) 13-9-1877; afgedrukt in 2de uitg. van Geschiedk. aant. (1878), blz 61-63.
1878
- JJK 188b - Geschiedkundige aanteekeningen en ophelderingen bij Thet Oera Linda Bok, 2e vermeerderde druk, uitg. Kuipers, 63 blz. (1-1-1878).
Onuitgegeven werk m.b.t. Oera Linda
- Afschrift van het O.L.B., tellende 211 blz. (JJK C 11)
- Lijst van woorden, welke voorkomen in het Oera Linda Boek en wel van de zelfst. en bijv. naamwoorden, bijwoorden en werkwoorden Band I (115 blz.): A - Rin; Band II (79 blz.): S - W, benevens de behandeling van het lidwoord, voornaamwoord, telwoorden, voorzetsels en werkwoord (JJK C 15).
- Begin van een woordenboek op Thet Oera Linda Bok: A - Blodhêd, 17 blz. (JJK C 16).
- Bouwstoffen voor eene grammatica van Thet Oera Linda Bok, 123 blz. (JJK C 17)
Ottema aan het eind van zijn bespr. van Berk's Pandschâb (JJK 185):
Van het Oera Linda Boek moet de Grammatica nog gemaakt worden. Daartoe moeten alle grammaticale verschijnselen, welke in de verschillende daarin vervatte geschriften voorkomen, verzameld, geschift en geordend worden. Zulk een arbeid vereischt eene studie van vele jaren en jeugdige krachten, maar die taak moet ik op mijnen leeftijd aan anderen overlaten.
Overige publicaties
opstellen in:
De Vrije Fries (KB: T 2117):
- Beschrijving van een zeldzaam voorkomend werkje van Johannes Bogerman, predikant te Leeuwarden (II, 1842, 215-220).
- Over het leven van Sufridus Petrus Leovardiensis (II, 1842, 413-471).
- Over eenige handschriften der Chronyk van Worp van Thabor (III, 1844, 105-149).
- Over den loop der rivieren door het land der Friezen en Batavieren in het Romeinsche tijdperk (IV, 1846, 105-182).
- Redevoering over het ontstaan der Zuiderzee (IV, 1846, 183-214).
- Antwoord aan mr J.C.W. le Jeune wat betreft zijn opmerkingen over de loop der rivieren in de Romeinsche tijd (IV, 1846, 411-420).
- Verslag over eenige handschriften der Chronyk van Worp van Thabor (vervolg) (V, 1850, 71-85).
- Beschrijving van de Waalsche furie te Dockum in het jaar 1572 door Hendrik Bra. Uit het Latijn vertaald door J.G.O. (VI, 1853, 131 e.v.).
- Aanteekeningen van Dr. J.G.O. (VII, 1856, 203).
- Over den ouden druk der Friesche Wetten of het Friesche Landregt, vermoedelijk gedrukt te Dokkum in 1466 (VIII, 1859, 364-387).
- Verslag omtrent een overoud Handschrift bij het Friesch Genootschap uitgebragt door Dr. J.G.O. (XII, 1873, 223-243) (ontbreekt in dit deel van De Vrije Fries).
Verslagen Friesch Genootschap:
- Vergelijking van vijf handschriften der Chronijk van Friesland genoemd naar Occo Scarlensis (33, 1860/61, 411-416).
- Verslag omtrent een overoud Handschrift etc. (zie boven) (1870/71).
Nieuwe Friesche Volksalmanak (vgl. Repertorium Frieslands Verleden, 117):
- Beschrijving van een volksvermaak in den winter (Klootwerpen) (1858, 134-136).
- Het leven en bedrijf van Groote Pier (1859, 96-112).
- Jens Lüng, eene noordfriesche sage naar Hansen gevolgd (1860, 19-33).
- Friesche zwervers (1402-'18) (1863, 55-79).
- Leeuwarden voor 260 jaren (Joannes Fungerus, 1604) (1863, 15-16).
- Maarten van Ylst (ca 1500) (1863, 143-149).
- Noordfriesche vertellingen van Ch. Johansen (1863, 117-138).
Symbolae literariae (KB: 196 F 2):
- Relatio de specimine in doctrinam Francisci Hemsterhusii de Natura Divina (4, 1840, 101-106).
- Relatio de Claudii Ptolemaei geographiae editione, quam curarunt F.G. Wilberg et C.H.F. Grashofius (5, 1843, 55-75).
- De Latina nominum verborumque flexione, pars prior (6, 1845, 3-19).
- Vergilii Camilla (7, 1845, 115-138).
- Exemplar MSti Horatiani insertum est (8, 1846, tegenover 194).
De Recensent, Algem. letterl. maandschrift voor Latijnse taal- en oudheden (1851-1857) o.m.:
- De geloofwaardigheid van Herodotus bevestigd uit de oud-Perzische spijker-opschriften (overdruk in PBF: 456 Gesch).
- Historisch geographisch onderzoek naar de ligging van Ekbatana, overgenomen van W.S.W. Vaux en met eenige wijziging meegedeeld (overdruk in PBF: 5899 Gesch).
Jaarboek voor wetensch. theologie (KB: 9194 B 3-21):
- De overeenstemming der Evangeliën van Mattheus en Markus (6, 1848) (PBF: S 31 Godg)
- De zamenstelling van het Evangelie van Lucas; eene kritische bijdrage (7, 1849, 53-81).
- Kores. Historisch chronologisch onderzoek naar den tijd der Babylonische Ballingschap (9, 1851, 391-392).
Bijdragen tot de kennis en den bloei der Nederlandsche gymnasiën (KB: 460 C 20-31):
- Bespreking van de “Latijnsche Grammatica voor eerstbeginnenden en meer gevorderden door Dr. F. van Capelle, Eerste Afdeeling/ Etymologie, Amsterdam 1850, 186 blz.” 1852 (KB: 460 C 20, 202-202).
- In memoriam Joannes Henricus Arnoldus Weytingh (in leven rector van het gymnasium te Leeuwarden), 1853 (KB: 460 C 21, 62-63).
- Bespreking van een 5-tal handboeken op geschiedkundig en aardrijkskundig gebied, 1854 (KB: 460 C 22, 89-07).
- Chronologische beschouwingen: I De aanvang van Salomo's Regering; II Over de Apis- en Sothisperioden, 1860 (KB: 460 C 28, 1-32).
Verhandelingen van het Wisk. Genootsch. te Amsterdam (?)
- Goniometrie, trigonometrie en koorden-tafel, volgens Claudius Ptolomeus, uit het Grieksch medegedeeld (overdr. in PBF: 257 Wk BB).
(Mede-) bewerker van:
- Vergilius, Camilla (1845, BUMA: B 607).
- Horatius Flaccus, Q., Epistola ad Pisones, quae vulgo inscribitur De arte poetica. In usum gymnasiorum brevibus notis adjectis. Disposuit J.G. Ottema (1846, KB: 746 F 4; BUMA: B 118).
- Die olde Freesche chronike, met aanteekeningen van E. Epkema, en de Gesta Frisiorum enz. (1853, KB: 3109 A 24; PBF: 3150 Gesch).
- Rixtel, P.R., vroeger geheeten Johannes Gruyter, Proelarius of Strijdboek, bevattende de jongste oorlogen in Friesland, in het jaar 1518..., uitgeg. door J.G.O. (1855, KB: 3109 A 24; PBF: 3312 Gesch).
- Wetzke, C. Th., De boeken Ezra, Nehemia, Esther en Daniël voor de regtbank der geschiedenis. Naar het Hoogduitsch door J.G.O. (z.j. KB: 3056 E 19; PBF: Pb 16187.
- Worp van Thabor, ed. J.G.O., (1847-1871, KB 2 bdn: 3077 C 22-23; PBF 3 bdn: 3151 Gesch) - bd 1: bk 1-3 (1847); bd 2: bk 4 (1850); bd 3: bk 5 (1871)).
Gedrukt werk
- Commentatio ad quaestionem literariam propositam ab ordine philos. in Acad. Lovaniensi: Exponatur quaenam fuerint intractanda philosophia Francisci Hemsterhusii merita (Lovanii, 1827, KB: 1157 C 40; PBF: 158 Wbg).
- Specimen philologicum de Sophoclis Antigona (proefschrift Utrecht 1828, KB: 327 A 3; PBF: 733 TL).
- Apollo Courantier, of mijne reize na den maaltijd (Harlingen, 1834, KB: 9196 E 24; PBF: s 436 TL).
- Linguae Graecae syntaxis contracta (1840, BUMA: B 180).
- Latijnsche spraakkunst voor eerstbeginnenden (1841, BUMA: B 180).
- Toespraak bij de opening van de bewaarschool voor kinderen uit den fatsoenlijken stand (1847, PBF: Pb 5610).
- Kores. Historisch-chronologisch onderzoek naar den tijd der Babylonische ballingschap (1850, KB: 3065 E 28; PBF: 628 Gesch).
- De Jubelperiode en de Mozaische Kalender (1853, KB: 3062 A 23; PBF: 56 Gesch).
- De jubelperiode aangewend bij de tijdrekening van de geschiedenis der Israeliëten (1853, KB: 3191 A 24; PBF: 55 Gesch).
- Het meer Flevo en de Middelzee of blikken op de wartaal van M. de Haan Hettema (1854, KB: 84 H 64; PBF: 3213 Gesch).
- Geschiedenis der Joden gedurende het tijdvak der Babylonische ballingschap onder de overheersching der Perzen (1855, KB: 3056 F 22; in: PBF: 628 Gesch).
- Prolusio scholastica de loco Sallustii in bello Catilinario cap. 27-31 transpositione emendanda, 10 blz. (1856, Gem. Arch. Lwd. A 581b); beoordeling door D. Terpstra in KB 490 C 25).
- Opschrift der grafzuil van Psamtik in het Museum te Florence. Bijdrage tot de chronologie der Babyl. ballingschap (1859, KB: 485 C 21; PBF: 629 Gesch).
- Over den ouden druk der Friesche wetten of het Friesche landregt, gedrukt te Dokkum in 1466 (1859, Museum Meermanno: 143 C 25; overdruk uit De Vrije Fries VIII (1859), 364-387).
- Gelegenheidsrede bij de oprichting van het monument voor Dr. Simon Stijl te Harlingen (1860, KB 574 B 2, 1861 KB: 9200 D 15; PBF: 2314 TL).
- W. Eekhoff en J.G. Ottema, Rapport over eene geteekende kaart van Friesland, Noord-Holland en de Zuiderzee (1861, PBF: 3222 Gesch).
- Open Brief aan Ds. A.T. Reitsma, over zijne beoordeeling van de moderne theologie (1862, KB: Broch. 2545; PBF: 1204 Godg).
- De Evangeliën van Mattheüs en Markus in hunne oorspronkelijke overeenstemming hersteld (1865, KB: 531 J 47, PBF: s 33 Godg).
- Ovidius' eerste Heroide geordend, 16 blz, (1865, PBF: 893 TL).
- Reizen en marteldood van den heiligen apostel Barnabas beschreven door Joannes bijgenaamd Markus, 22 blz. (overdr. uit: Godgeleerde bijdragen 1868, 3e stuk).
Noten
- ↑ Niet gevonden op Delpher en dekrantvantoen.
- ↑ De Friesche Courant werd volgens de Encyclopedie Nederlandstalige Tijdschriften niet uitgegeven in de jaren 1870 en staat ook niet op Delpher. Betreft ook niet Franeker Crt.