NL133.17 Wiljo
Ontwerp 2026 Ott
T. Wiljo
1. Inleiding van Wiljo
133.17 Frétho-rik, mijn echtgenoot, is drieënzestig jaar geworden. Na honderd en acht jaar was hij de eerste van zijn geslacht die vreedzaam stierf. Alle anderen zijn onder geweld bezweken, doordat ze alsmaar streden tegen eigen en vreemd volk, om rechten en plichten.
Mijn naam is Wil-jo. Ik was de Faam die hem uit de Saksenmarken terug naar huis begeleidde. Door taal en omgang werd duidelijk dat wij beiden van het volk van A-del-a waren. Daaruit groeide liefde en naderhand zijn we man en vrouw geworden. Hij heeft me vijf kinderen nagelaten: twee zonen en drie dochters. Kone-réd, zo heet [134] mijn eerste; Hách-gána, de tweede; mijn oudste dochter heet A-del-a; de tweede Fru-lik en de jongste Nocht.
Op reis door de Saksenmarken heb ik drie boeken gered: Het Boek der Gezangen, Het Boek der Vertellingen en het Heelkundeboek. Ik schrijf dit, opdat men niet mag denken dat ze van A-pol-lánja waren. Ik heb er veel moeite voor gedaan en wil dus ook de eer hebben.
Maar ik heb nog meer gedaan. Na de val van Gosa-Makonta, wiens goedheid en helderziendheid spreekwoordelijk is geworden, ben ik op eigen houtje naar Texland gegaan, om de geschriften die zij naliet over te schrijven. En toen de wilsbeschikking van Frána gevonden werd, en de nagelaten geschriften van Del-a oftewel Hel-lénja, heb ik dat nogmaals gedaan.
Noten
NL131.26 Repatrianten ᐊ vorig/volgend ᐅ NL134.22 Vrijheidszin
Aangepaste volgorde:
NL095.20 Lofspraak ᐊ vorig/volgend ᐅ NL141.26 Aanbeveling
In andere talen
Andere Nederlandse vertalingen
Hoofdstukken S4, S5 en T: Ottema 1876 | Overwijn 1951