Nl 05b Zettingen en Doemen

    From Oera Linda Wiki

    Ott werkversie

    5b. Werk, Huwelijk, Eigendom

    [040/26] Ten behoeve van de veiligheid zijn deze regels en straffen vastgesteld.

    (Het Findavolk heeft ook regels en straffen, die echter niet gebaseerd zijn op rechtvaardigheid, maar tot voordeel dienen van de priesters en prinsen. Als gevolg daarvan wordt er in hun landen altijd gestreden en gemoord.)

    [041] 1. Wanneer iemand in nood is en er zelf niet uit komt, moeten de Maagden dat doorgeven aan de Graaf, omdat het een trotse Fryas niet past om zelf hulp te vragen.[1]

    2. Wie arm wordt doordat hij niet wil werken, moet uit het land verdreven worden, want lafaards en luiaards zijn listig en slecht denkend. Daarom moet men hen uit de buurt houden.

    3. Iedere jonge kerel dient een bruid te zoeken en wanneer hij vijfentwintig is dient hij een vrouw te hebben.

    4. Een man die vijfentwintig is en geen wederhelft heeft mag in geen huis welkom zijn. De knapen dienen hem te vermijden. Neemt hij dan nog geen levensgezellin, dan moet men hem doen alsof hij niet bestaat, opdat hij het land verlaat en hier geen kwaad kan doen.

    5. Wie impotent is moet openbaar verklaren dat niemand hem hoeft te vrezen of wantrouwen. Dan mag hij komen waar hij wil.

    6. Pleegt hij vervolgens toch ontucht, dan mag hij vluchten, maar als hij dat niet doet, is hij overgelaten aan de wraak [042] van wie hij heeft bedrogen en mag niemand hem helpen.

    7. Wie enig bezit dat iemand anders toebehoort dermate begeert, dat hij zich daaraan vergrijpt, moet dat drievoudig vergoeden. Steelt hij daarna nogmaals, dan moet hij naar de tingroeven.[2] Wil de bestolene hem vergeven, dan mag dat, maar gebeurt het opnieuw, dan mag niemand hem nog vrijheid geven.

    Noten en andere vertalingen

    Noten

    1. Vgl. hk. 2f. Fryas Tex, 3e raad.
    2. ‘tingroeven’ (TINLÁNA) — zie noot bij hk. 7a. De Goede Tijd.

    Overwijn 1951

    [/41] Om veilig te wezen, zijn deze leefregels en bepalingen gemaakt.

    Het volk van Finda heeft ook leefregels en bepalingen, maar deze zijn niet volgens het recht, maar alleen ten bate van de priesters en vorsten, dientengevolge zij hun staten aldoor vol tweedracht en moord.

    1. Als nu iemand gebrek heeft en hij kan zichzelf niet helpen, zo moeten de burchtvrouwen dat ter kennis brengen van de graaf omreden, dat het een trotse Fryas niet past dat zelf te doen.

    2. Zo iemand arm wordt, omdat hij niet wil werken, die moet uit het land gedreven worden, want de laffen en tragen zijn lastig en kwaaddenkend, daarom behoort men hen te weren.

    3. Iedere jonge kerel behoort een meisje te zoeken en is hij vijf en twintig jaar oud, dan behoort hij een vrouw te hebben.

    4. Is iemand vijf en twintig en heeft hij nog geen vrouw, dan behoort men hem uit zijn huis te weren, De knapen behoren hem te vermijden. Neemt hij dan nog geen echtgenote, dan moet men hem dood verklaren, totdat hij uit het land vertrekt en hier geen ergernis kan geven.

    [43] 5. Is iemand erg zwak, dan moet hij in het openbaar zeggen, dat niemand van hem te vrezen noch te duchten heeft. Dan mag hij komen, waar hij wil.

    6. Pleegt hij naderhand overspel, dan mag hij vluchten. Vlucht hij niet, dan wordt hij aan de wraak van de bedrogene overgelaten en niemand mag hem helpen.

    7. Als nu iemand enig goed heeft en een ander begeert dat dermate, dat hij zich daaraan vergrijpt, dan moet hij het drievoudig vergelden. Steelt hij dan nog eens, dan moet hij naar de tinlanden. Wil de bestolene hem vrij laten, dan mag hij dat doen, maar gebeurt het nog eens dan mag niemand hem de vrijheid geven.

    Ottema 1876

    [/59] Om veilig te wezen zijn deze inzettingen en bepalingen gemaakt.

    Het volk van Finda heeft ook inzettingen en bepalingen, maar deze zijn niet volgens het recht, maar alleen ten bate van de priesters en vorsten, dientengevolge zijn hunne staten immer vol tweespalt en moord.

    1. Bijaldien iemand gebrek heeft en hij kan hem zelf niet helpen, zoo moeten de Maagden dat ter kennis brengen van den graaf, om reden dat het een hooghartigen Fries niet past dat zelf te doen.

    2. Zoo iemand arm wordt, doordien hij niet werken wil, die moet uit den lande uitgedreven worden; want de laffen en tragen zijn lastig en ergdenkend, daarom behoort men hen te weren.

    3. Ieder jong man behoort eene bruid te zoeken, en is hij vijf en twintig jaar oud, dan behoort hij eene vrouw te hebben.

    [61] 4. Is iemand vijf en twintig jaar, en heeft hij nog geen echtgenoot, dan behoort men hem uit zijn huis te weeren, de knapen behooren hem te vermijden. Neemt hij dan nog geene vrouw, dan moet men hem dood verklaren, opdat hij uit het land vertrekke, en hier geen ergernis mag geven.

    5. Is iemand machteloos, dan moet hij openbaar zeggen dat niemand van hem te vreezen heeft, dan mag hij komen, waar hij wil.

    6. Pleegt hij naderhand ontucht, dan mag hij vluchten; vlucht hij niet, dan wordt hij aan de wraak der bedrogene overgelaten en niemand mag hem helpen.

    7. Bijaldien iemand eenig goed heeft, en een ander begeert dat dermate, dat hij zich daaraan vergrijpt, dan moet hij dat drievoudig vergelden. Steelt hij dan nog eens weer, dan moet hij naar de tinlanden; wil de bestolene hem vrij laten, dan mag hij dat doen, maar gebeurt het voor de derde reis, dan mag niemand hem de vrijheid schenken.

    Lees Verder

    Nl 05a Iedereen Weet ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 05c Verminking en Moord


    En 05b Regulations and Penalties