Jump to content

NL087.19 Adelbrost: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
add
 
No edit summary
 
(31 intermediate revisions by the same user not shown)
Line 1: Line 1:
=={{Versie_Ott}}==
=={{Versie_Ott}}==


'''[[087|[087/19]]]'''
'''<big>Deel II. Vervolg door Oera Lindas</big>'''


=={{Versie_Own}}==
'''P. Adelbrost: Verweesde Gewesten'''


==Ottema 1876==
'''[[087|87.19]]''' Mijn naam is Adelbrost, Apol en Adela’s zoon. Door mijn volk ben ik gekozen tot Grevetman over de Lindenoorden.<ref>‘over de Lindenoorden’ (<span class="fryas">OVIRA LINDA​.WRDA</span>) — zijn vader was ‘Grevetman over Oost-Flieland en over de Lindenoorden’ (<span class="fryas">OVIRA LINDA​.WRDA</span>: [[NL005.08 Namen|'''5.08''']]), zijn jongere broer werd Grevetman over een niet genoemd gebied als derde van vaderskant en als zesde van moederskant. Omdat de laatste ter ere van hun moeder bevoorrecht wordt de naam Overa Linda (<span class="fryas">OVERA LINDA</span>: [[NL090.01 Apollania|'''90.01''']]) te voeren, zal ook hij daar Grevetman zijn geweest en de naam dus daarop gebaseerd zijn.</ref> Daarom wil ik dit boek vervolgen, zoals mijn moeder heeft voorgesteld.
'''[123]''' '''De schriften van Adelborst en Apollonia.'''


Mijn naam is Adelborst, de zoon van Apol en Adela. Door mijn volk ben ik gekozen tot Grevetman over de Linda-oorden. Daarom wil ik dit boek vervolgen, op zoodanige wijze als moeder gesproken heeft.
Nadat de Mágí gedood was en Frijasburg hersteld, moest er een Moeder worden gekozen. Bij leven had de Moeder geen opvolgster voorgesteld. Haar laatste wil was gezocht, maar nergens gevonden. Zeven maanden later werd er een Gemeenschapsraad belegd en wel te Grénegá,<ref>Grénegá (<span class="fryas">GRÉNEGÁ</span>), verm. Groningen. Vergelijk: [https://de.wikipedia.org/wiki/Gr%C3%B6negau Grönegau] in Duitsland.</ref> omdat dat aan de Saksenmarken grenst. Mijn mem werd '''[[088|[088]]]''' gekozen, maar ze wilde geen Moeder wezen. Ze had het leven van mijn taat gered waardoor ze elkaar lief hadden gekregen en nu wilden ze ook verenigd worden.


Nadat de Magy verslagen was en Fryasburgt op stel gebracht, moest er eene Moeder gekozen worden. Bij haar leven had de Moeder hare opvolgster niet genoemd. Haar uiterste wil was weg en nergens te vinden. Zeven maanden daarna werd eene algemeene vergadering belegd en wel te Grenega, uit oorzaak dat het aan de Saksanamarken paalt. Mijne moeder werd gekozen, maar zij wilde niet Moeder wezen. Zij had het leven mijns vaders gered, daardoor hadden zij elkander lief gekregen, nu wilden zij ook in het huwelijk treden. Velen wilden mijne moeder van haar besluit afbrengen; maar mijne moeder zeide: eene Eeremoeder behoort zoo rein in haar gemoed te zijn, als zij uitwendig schijnt, en even liefderijk voor al hare kinderen. Naardien ik nu Apol lief heb boven alles in de wereld, zoo kan ik zulk eene Moeder niet wezen. Zoo sprak en redeneerde Adela, maar de andere burgtmaagden wilden alle Moeder wezen. Elke staat dong mede voor zijne eigene maagd en wilde niet toegeven. Daardoor is er geene gekozen, en het rijk dus bandeloos. Uit het volgende moogt gij het begrijpen.
Velen wilden mijn mem overhalen, maar ze zei: “Een Eremoeder dient in haar gemoed net zo rein te wezen als dat ze van buiten schittert en even mild voor al haar kinderen. Omdat ik Apol nu lief heb boven alles in de wereld, kan ik daar niet aan voldoen.” Zo sprak en besloot Adela. Maar de andere Burgfamen wilden wel allemaal Moeder worden.  


Liudgert de koning die onlangs gestorven is, was bij het leven der Moeder gekozen, blijkbaar door alle staten met liefde en vertrouwen. Het was zijne beurt op het groote hof te Dokhem te wonen; en bij het leven der Moeder, werd hem daar groote eer bewezen; want het was er altijd zoo vol boden en ridders, als men er nooit te voren gezien had. Doch nu was hij eenzaam en verlaten; '''[125]''' want iedereen was bevreesd, dat hij zich meester zoude maken boven het recht, en heerschen gelijk de slavenkoningen. Elk opperhoofd waande voorts, dat hij genoeg deed, als hij waakte over zijn eigen staat, en de een gaf niets toe aan den ander. Met de Burgtmaagden ging het nog erger toe. Elk van haar boogde op hare eigen wijsheid, en wanneer de Grevetmannen iets deden buiten haar, verwekten zij wantrouwen tusschen hem en zijn volk. Geschiedde er eene zaak, die vele staten betrof, en had men de raad van eene maagd ingewonnen, dan riepen alle andere, dat zij gesproken had ten voordeele van haar eigen staat. Door. dusdanige ranken brachten zij tweespalt over de staten, en tornden zij den band zoodanig van een, dat het volk van de eene staat nijdig was op het volk van de andere staat, en voor het allerminste als vreemdelingen beschouwde. Het gevolg daarvan is geweest, dat de Golen of Truwenden ons al het land afgewonnen hebben tot aan de Schelde, en de Magy tot aan de Wesara. Hoe het hierbij toegegaan is, heeft mijne moeder uitgelegd, anders was het boek niet geschreven geworden, ofschoon ik alle hoop verloren heb, dat het helpen zal ten bate. Ik schrijf dus niet in den waan, dat ik daardoor het land zal winnen of behouden, dat is mijns achtens ondoenlijk. Ik schrijf alleen voor het nakomende geslacht, opdat zij al te zamen mogen weten, op hoedanige wijze wij verloren gingen, en opdat ieder daaruit leeren mag, dat alle kwaad zijne straf teelt.
Elk gewest droeg zijn eigen Faam voor en wilde niet wijken. Daardoor werd er niemand gekozen en bleef het Rijk dus verweesd. Dat zal ik uitleggen:


==Noten==
Ljudgeert, de legerleider die onlangs is gestorven, was gekozen toen de Moeder nog leefde, blijkbaar uit naam van alle gewesten, uit liefde en vertrouwen.
 
Het was zijn beurt om hoog in de grote hoeve te Dokheem te wonen.<ref><span class="fryas">DOKHÉM</span>, verm. Dokkum.</ref> En toen de Moeder nog leefde werd hem daar grote eer bewezen, want het was er altijd een komen en gaan van bodes en ruiters van heinde en verre — meer dan men tevoren ooit had gezien. Doch nu was hij eenzaam en verlaten, want iedereen vreesde dat hij zichzelf boven het recht meester zou maken en regeren zoals de slavenkoningen. Bovendien waande elke regionale hoofdman dat hij genoeg deed '''[[089|[089]]]''' door over zijn eigen gewest te waken en de een gaf niets toe aan de ander.
 
Met de Burgfamen ging het er nog erger aan toe. Elk van hen schepte op over haar eigen wijsheid en als een Grevetman iets deed zonder haar te raadplegen, zaaide ze wantrouwen tussen hem en zijn mensen.
 
Was er een geschil dat dat meerdere gewesten betrof en had men één Faam raad gevraagd, dan beweerden alle anderen dat zij geproken had in het belang van haar eigen gewest. Met dergelijk gedrag veroorzaakten ze tweespalt tussen de gewesten en scheurden ze het verbond zodanig los, dat de volken van de verschillende gewesten elkaar niets meer gunden en vanwege kleinigheden als vreemden beschouwden.
 
Dat heeft alleen de Golen of Trowiden gebaat.<ref><span class="fryas">GOLA</span> of <span class="fryas">TROWÍDA</span> — zie [[NL060.12_Golen|'''60.12''']].</ref> Zij namen ons al het laatste land af tot de Skelda en de Mágí tot de Wersara.<ref><span class="fryas">SKELDA</span> en <span class="fryas">WRSÁRA</span> — Schelde en Weser.</ref>
 
Hoe dat kon gebeuren heeft mijn mem uitgelegd, wat ertoe leidde dat dit boek geschreven werd, ofschoon ik alle hoop ben verloren dat het ons enig voordeel zal brengen. Ik schrijf dus niet in de waan dat ik daarmee het land zal herwinnen of behouden. Dat beschouw ik als onmogelijk. Ik schrijf alleen voor toekomstige generaties, opdat zij beter kunnen begrijpen hoe wij verloren gingen en opdat iedereen hieruit kan leren dat elk kwaad zijn eigen straf teelt.
 
===Noten===
<references />
<references />
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL090.01 Apollania|back=NL087.13 Afsluiting|alternative=NL001.01 Gouwraad|altback=NL087.13 Afsluiting}}
=={{Titel andere talen}}==
<span>
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE087.19 Adelbrost]]'''
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN087.19 Adelbrost]]'''
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES087.19 Adelbrost]]'''
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS087.19 ADELBROST|FS087.19 <span class="fryas">ADELBROST</span>]]'''
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO087.19 Adelbrost]]'''</span>


=={{Ander NL}}==
Hoofdstukken P en R1 t/m R3: [[PR1 Ottema|Ottema 1876]] | [[PR1 Overwijn|Overwijn 1951]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^P. Adelbrost^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 12 Adelbrost^}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 13a Adel-Bond|alternative=Nl 01a Gouwraad}}

Latest revision as of 16:56, 14 December 2025

Ontwerp 2026 Ott

Deel II. Vervolg door Oera Lindas

P. Adelbrost: Verweesde Gewesten

87.19 Mijn naam is Adelbrost, Apol en Adela’s zoon. Door mijn volk ben ik gekozen tot Grevetman over de Lindenoorden.[1] Daarom wil ik dit boek vervolgen, zoals mijn moeder heeft voorgesteld.

Nadat de Mágí gedood was en Frijasburg hersteld, moest er een Moeder worden gekozen. Bij leven had de Moeder geen opvolgster voorgesteld. Haar laatste wil was gezocht, maar nergens gevonden. Zeven maanden later werd er een Gemeenschapsraad belegd en wel te Grénegá,[2] omdat dat aan de Saksenmarken grenst. Mijn mem werd [088] gekozen, maar ze wilde geen Moeder wezen. Ze had het leven van mijn taat gered waardoor ze elkaar lief hadden gekregen en nu wilden ze ook verenigd worden.

Velen wilden mijn mem overhalen, maar ze zei: “Een Eremoeder dient in haar gemoed net zo rein te wezen als dat ze van buiten schittert en even mild voor al haar kinderen. Omdat ik Apol nu lief heb boven alles in de wereld, kan ik daar niet aan voldoen.” Zo sprak en besloot Adela. Maar de andere Burgfamen wilden wel allemaal Moeder worden.

Elk gewest droeg zijn eigen Faam voor en wilde niet wijken. Daardoor werd er niemand gekozen en bleef het Rijk dus verweesd. Dat zal ik uitleggen:

Ljudgeert, de legerleider die onlangs is gestorven, was gekozen toen de Moeder nog leefde, blijkbaar uit naam van alle gewesten, uit liefde en vertrouwen.

Het was zijn beurt om hoog in de grote hoeve te Dokheem te wonen.[3] En toen de Moeder nog leefde werd hem daar grote eer bewezen, want het was er altijd een komen en gaan van bodes en ruiters van heinde en verre — meer dan men tevoren ooit had gezien. Doch nu was hij eenzaam en verlaten, want iedereen vreesde dat hij zichzelf boven het recht meester zou maken en regeren zoals de slavenkoningen. Bovendien waande elke regionale hoofdman dat hij genoeg deed [089] door over zijn eigen gewest te waken en de een gaf niets toe aan de ander.

Met de Burgfamen ging het er nog erger aan toe. Elk van hen schepte op over haar eigen wijsheid en als een Grevetman iets deed zonder haar te raadplegen, zaaide ze wantrouwen tussen hem en zijn mensen.

Was er een geschil dat dat meerdere gewesten betrof en had men één Faam raad gevraagd, dan beweerden alle anderen dat zij geproken had in het belang van haar eigen gewest. Met dergelijk gedrag veroorzaakten ze tweespalt tussen de gewesten en scheurden ze het verbond zodanig los, dat de volken van de verschillende gewesten elkaar niets meer gunden en vanwege kleinigheden als vreemden beschouwden.

Dat heeft alleen de Golen of Trowiden gebaat.[4] Zij namen ons al het laatste land af tot de Skelda en de Mágí tot de Wersara.[5]

Hoe dat kon gebeuren heeft mijn mem uitgelegd, wat ertoe leidde dat dit boek geschreven werd, ofschoon ik alle hoop ben verloren dat het ons enig voordeel zal brengen. Ik schrijf dus niet in de waan dat ik daarmee het land zal herwinnen of behouden. Dat beschouw ik als onmogelijk. Ik schrijf alleen voor toekomstige generaties, opdat zij beter kunnen begrijpen hoe wij verloren gingen en opdat iedereen hieruit kan leren dat elk kwaad zijn eigen straf teelt.

Noten

  1. ‘over de Lindenoorden’ (OVIRA LINDA​.WRDA) — zijn vader was ‘Grevetman over Oost-Flieland en over de Lindenoorden’ (OVIRA LINDA​.WRDA: 5.08), zijn jongere broer werd Grevetman over een niet genoemd gebied als derde van vaderskant en als zesde van moederskant. Omdat de laatste ter ere van hun moeder bevoorrecht wordt de naam Overa Linda (OVERA LINDA: 90.01) te voeren, zal ook hij daar Grevetman zijn geweest en de naam dus daarop gebaseerd zijn.
  2. Grénegá (GRÉNEGÁ), verm. Groningen. Vergelijk: Grönegau in Duitsland.
  3. DOKHÉM, verm. Dokkum.
  4. GOLA of TROWÍDA — zie 60.12.
  5. SKELDA en WRSÁRA — Schelde en Weser.

Navigeer

NL087.13 Afsluiting ᐊ vorig/volgend ᐅ NL090.01 Apollania

Aangepaste volgorde:

NL087.13 Afsluiting ᐊ vorig/volgend ᐅ NL001.01 Gouwraad

In andere talen

DE087.19 Adelbrost
EN087.19 Adelbrost
ES087.19 Adelbrost
FS087.19 ADELBROST
NO087.19 Adelbrost

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstukken P en R1 t/m R3: Ottema 1876 | Overwijn 1951