Jump to content

NL093.18 Gifpijl: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
{{Versie_Ott}}: vechtstok
No edit summary
 
(20 intermediate revisions by the same user not shown)
Line 1: Line 1:
=={{Versie_Ott}}==
=={{Versie_Ott}}==


'''13c. Gifpijl treft Adela'''
'''R. Apollania'''


'''[[093|[093/18]]]''' Het tweede geschrift:
'''2. Geschriften Brunno'''
 
'''b. Gifpijl Treft Adela'''
 
'''[[093|93.18]]''' Het tweede geschrift:


Vijftien maanden na de laatste Acht was het Vriendschaps- of Winnemaand. Iedereen gaf zich over aan zorgeloze vreugde en blijdschap en niemand had iets beters te doen dan zijn genot na te jagen. Doch Wralda zou ons bewijzen dat waakzaamheid nooit mag verslappen.
Vijftien maanden na de laatste Acht was het Vriendschaps- of Winnemaand. Iedereen gaf zich over aan zorgeloze vreugde en blijdschap en niemand had iets beters te doen dan zijn genot na te jagen. Doch Wralda zou ons bewijzen dat waakzaamheid nooit mag verslappen.


Toen het feest in volle gang was, zette er een mist op en hulde onze oorden in dikke duisternis. Genot vluchtte, maar waakzaamheid wilde niet terugkeren. De strandwakers waren van hun noodvuren weggelopen en op de toegangspaden was niemand te zien. Toen de mist wegtrok '''[[094|[094]]]''' scheen de zon tussen gaten in de wolken door naar de aarde. Iedereen kwam weer juichend en joelend naar buiten. Het jongvolk trok zingend voorbij, met geurende bloesemtakken die de lucht verrijkten met hun lieflijke adem.<ref>‘Geurende bloesemtakken’ (<span class="fryas">GÜRBÁM</span>) — lett. ‘geurboom’, vermoedelijk de [https://nl.wikipedia.org/wiki/Meidoorn meidoorn].</ref> Maar terwijl daar iedereen baadde in welbehagen, was ons verraad geland, met paarden en ruiters. Zoals alle kwaden waren ze geholpen door de duisternis en nu beslopen ze ons door de paden van het lindenbos.  
Toen het feest in volle gang was, zette er een mist op en hulde onze oorden in dikke duisternis. Genot vluchtte, maar waakzaamheid wilde niet terugkeren. De strandwakers waren van hun noodvuren weggelopen en ook op de toegangspaden was er geen te zien. Toen de mist wegtrok '''[[094|[094]]]''' gluurde de zon door gaten in de wolken naar de aarde. Iedereen kwam weer juichend en joelend naar buiten. Het jongvolk trok zingend voorbij, met geurende bloesemtakken die de lucht verrijkten met hun lieflijke adem.<ref>‘Geurende bloesemtakken’ (<span class="fryas">GÜRBÁM</span>) — lett. ''geurboom'', vermoedelijk de [https://nl.wikipedia.org/wiki/Meidoorn meidoorn].</ref> Maar terwijl daar iedereen baadde in welbehagen, was verraad geland, met paarden en ruiters. Zoals alle kwaden waren ze geholpen door de duisternis en nu beslopen ze ons door de paden van het Lindenwoud.  


Aan Adela's deur trokken twaalf meisjes met twaalf lammeren en twaalf jongens met twaalf kalveren voorbij. Een jonge Saksman bereed een wilde buffel die hij zelf gevangen en getemd had.<ref>‘buffel’ (<span class="fryas">BUFLE</span>) — mogelijk een [https://nl.wikipedia.org/wiki/Wisent wisent] of [https://nl.wikipedia.org/wiki/Oeros oeros]. Zie [https://fryskednis.blogspot.com/2018/01/bufle-aurochs-or-wisents-and-cow-bull.html blog 16-1-2018].</ref> Met allerlei bloemen waren ze versierd en de linnen tunieken van de meisjes waren omrand met goud uit de Rijn.  
Aan Adela’s deur trokken twaalf meisjes met twaalf lammeren voorbij, en twaalf jongens met twaalf kalveren. Een jonge Saksman bereed een wilde buffel die hij zelf gevangen en getemd had.<ref>‘buffel’ (<span class="fryas">BUFLE</span>) — mogelijk een [https://nl.wikipedia.org/wiki/Wisent wisent] of [https://nl.wikipedia.org/wiki/Oeros oeros]. Zie [https://fryskednis.blogspot.com/2018/01/bufle-aurochs-or-wisents-and-cow-bull.html blog 16-1-2018].</ref> Met allerlei bloemen waren ze versierd en de linnen tunieken van de meisjes waren omrand met goud uit de Rijn.  


Toen Adela uit haar huis het pad op kwam, viel er een regen van bloemen op haar hoofd. Iedereen juichte luid en de blaashoorns van de jongens loeiden boven alles uit. Arme Adela, arm volk! Hoe kort zal de vreugde nog duren?  
Toen Adela uit haar huis het pad op kwam, viel er een regen van bloemen op haar hoofd. Iedereen juichte luid en de blaashoorns van de jongens loeiden boven alles uit. Arme Adela, arm volk! Hoe kort zal de vreugde nog duren?  


Toen de lange stoet uit zicht was, galoppeerde er een groep Magyaarse ruiters lijnrecht op Adela's huis af. Haar taat en gade zaten nog op de stoepbank, in de deuropening stond Adelbrost, haar zoon.  
Toen de lange stoet uit zicht was, galoppeerde er een groep Mágjaarse ruiters lijnrecht op Adela’s huis af. Haar taat en gade zaten nog op de stoepbank. De deur stond open en daar binnen stond Adelbrost, haar zoon.  


Toen hij '''[[095|[095]]]''' de paniek van zijn ouders zag, greep hij zijn boog van de muur en schoot op de voorste ruiter. Deze bezweek en tuimelde in het gras. De tweede en derde ruiter was eenzelfde lot beschoren. Intussen hadden zijn ouders hun wapens gegrepen en gingen er roekeloos op af. De rovers zouden hen bijna hebben gevangen, maar daar kwam Adela! Op de burcht had ze alle wapens leren hanteren. Zeven aardvoet lang was ze, evenals haar vechtstok.<ref>‘vechtstok’ (<span class="fryas">GÉRT</span>) — vgl. de traditionele [https://en.wikipedia.org/wiki/Lucha_del_garrote ‘garrote’] op de Canarische Eilanden. Wellicht ‘speer’; zie ''[https://gtb.ivdnt.org/iWDB/search?actie=article&wdb=VMNW&id=ID52592 ghere<sup>II</sup>]'' in VMNW, ''[https://gtb.ivdnt.org/iWDB/search?actie=article&wdb=MNW&id=10862 geer<sup>III</sup>]'' in MNW en Vlaams ''[https://www.vlaamswoordenboek.be/definities/term/gi%C3%ABr giër]''.</ref> Driemaal zwaaide ze die over haar hoofd en toen hij landde, viel een ruiter in het gras. Er kwam een volgende groep rovers om de hoek van de laan, die alle werden gedood of gevangen. Maar het was al te laat. Een pijl had Adela in de borst getroffen. De gluiperige Magy!   
Toen hij '''[[095|[095]]]''' de paniek van zijn ouders zag, greep hij zijn boog van de muur en schoot op de voorste ruiter. Deze bezweek en tuimelde in het gras. De tweede en derde ruiter was eenzelfde lot beschoren. Intussen hadden zijn ouders hun wapens gegrepen en gingen er roekeloos op af. De rovers hadden hen bijna te pakken, maar daar kwam Adela! Op de burcht had ze alle wapens leren hanteren. Zeven aardvoet lang was ze, evenals haar vechtstok.<ref>‘vechtstok’ (<span class="fryas">GÉRT</span>) — vgl. de traditionele [https://en.wikipedia.org/wiki/Lucha_del_garrote ''garrote''] op de Canarische Eilanden. Wellicht ''speer''; zie ''[https://gtb.ivdnt.org/iWDB/search?actie=article&wdb=VMNW&id=ID52592 ghere<sup>II</sup>]'' in VMNW, ''[https://gtb.ivdnt.org/iWDB/search?actie=article&wdb=MNW&id=10862 geer<sup>III</sup>]'' in MNW en Vlaams ''[https://www.vlaamswoordenboek.be/definities/term/gi%C3%ABr giër]''.</ref> Driemaal zwaaide ze die over haar hoofd en toen hij landde, viel een ruiter in het gras. Er kwamen (Adela-) volgers om de hoek van de laan te hulp. De rovers werden geveld en gevangen. Maar het was al te laat. Een pijl had Adela in de borst getroffen. De gluiperige Mágí!   


De punt was in gif gedoopt en daar is ze aan gestorven.
De punt was in gif gedoopt en daar is ze aan gestorven.
=={{Titel_noten_vertalingen}}==
<div class="toccolours mw-collapsible mw-collapsed">


===Noten===
===Noten===
<references />
<references />
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL095.20 Lofspraak|back=NL091.11 Verraad|alternative=NL090.01 Apollania|altback=NL091.11 Verraad}}
=={{Titel andere talen}}==
<span>
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE093.18 Giftpfeil]]'''
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN093.18 Arrow]]'''
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES093.18 Flecha Envenenada]]'''
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS093.18 FENIN|FS093.18 <span class="fryas">FENIN</span>]]'''
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO093.18 Giftpilen]]'''</span>


==={{Versie_Own}}===
=={{Ander NL}}==
'''[/91] Het tweede geschrift'''
Hoofdstukken P en R1 t/m R3: [[PR1 Ottema|Ottema 1876]] | [[PR1 Overwijn|Overwijn 1951]]
 
Vijftien maanden na deze laatste algemene vergadering was het Vriendschaps- (Paar-) of Winnemaand. Iedereen gaf toe aan uitbundige vreugde en blijdschap en niemand had andere zorg dan zijn pleizier te verhogen. Maar Wr.alda wilde ons aantonen, dat de waakzaamheid niet mag worden verwaarloosd. Middenin het feest kwam de nevel onze oorden in dikke duisternis hullen. Het feestvermaak verliep, maar toch wilde de waakzaamheid niet terugkeren. De strandwakers waren van hun noodvuren weggelopen en bij de toepaden was niemand te zien. Toen de nevel optrok, keek de zon door de reten in de wolken op aarde neer. Iedereen kwam weer naar buiten om te juichen en te joelen, de jeugd trok zingende met de meidoorn rond en deze vervulde de lucht met haar lieflijke adem. Maar, terwijl daar iedereen met vreugde genoot, was het verraad geland met paarden en ruiters. Zoals alle booswichten waren zij, geholpen door de duisternis, binnengeslopen over de paden van Lindawoud. Voor de deur van Adela trokken twaalf meisjes met '''[93]''' twaalf lammeren en twaalf knapen met twaalf hokkelingen. Een jonge Saks bereed een wilde buffel, die hij zelf had gevangen en getemd. Met allerlei bloemen waren zij versierd, en de linnen hals-en-enkelvrije jurken van de meisjes waren afgezet met goud uit de Rijn.
 
Toen Adela uit haar huis op straat kwam, viel een bloemregen op haar hoofd, allen juichten luid en de toethorens van de knapen klonken boven alles uit. Arme Adela, arm volk, hoe kort zou de vreugde hier duren! Toen de lange optocht uit het gezicht was, kwam een troep Magiaanse ruiters regelrecht aanrennen op Adela’s erf. Haar vader en haar man zaten nog op de stoepbank. De deur stond open en daarbinnen stond Adalbrusk, haar zoon. Toen hij zag hoe zijn ouders in het nauw zaten, greep hij zijn boog van de wand en schoot op de voorste rover. Deze wankelde en tuimelde op het gras neer. Aan de tweede en derde was een gelijk lot beschoren. Intussen hadden zijn ouders hun wapens gegrepen en trokken hun onbezorgd tegemoet. De rovers zouden hen spoedig gevangen hebben genomen, maar daar kwam Adela. Op de burcht had zij alle wapens leren hanteren, zeven voet was zij lang en haar zwaard evengroot. Dit zwaaide zij driemaal over haar hoofd en toen het neerkwam beet er een ruiter in het gras. Helpers kwamen van om de hoek van de laan. De rovers werden geveld en gevangen genomen. Maar te laat! Een pijl had haar boezem getroffen. Verraderlijke Magy! De pijlpunt was in vergif gedoopt en daaraan is zij gestorven.
 
===Ottema 1876===
'''[/129] Het tweede geschrift.'''
 
Vijftien maanden na deze laatste algemeene vergadering was het Vriendschaps- of Winnemaand. Iedereen gaf toe aan '''[131]''' lustige vreugde en blijdschap, en niemand had zorg dan zijn vermaak te vermeerderen. Doch Wr.alda wilde ons aantoonen, dat de waakzaamheid niet mag verwaarloosd worden. Te midden van het feestvieren kwam de nevel onze oorden in dichte duisternis hullen. Het vermaak vlood weg, en de waakzaamheid wilde niet terugkeeren. De strandwakers waren van hunne noodvuren weggeloopen, en op de toepaden was niemand te zien. Toen de nevel optrok, keek de zon door de reeten der wolken op aarde neder. Iedereen kwam weder uit om te juichen en te joelen, het jongvolk trok zingende met de meidoorn, en deze vervulde de lucht met haar lieffelijken adem. Maar, terwijl daar iedereen in vreugde baadde, was verraad geland met paarden en ruiters; gelijk alle boozen waren zij geholpen door de duisternis, en binnengeslopen door de paden van Lindaswoud. Voor de deur van Adela trokken twaalf meisjes met twaalf lammeren en twaalf knapen met twaalf hokkelingen, een jonge Saksman bereed een wilden buffel, dien hij zelf gevangen en getemd had. Met allerlei bloemen waren zij versierd, en de linnen jurken der meisjes waren omboord met goud uit den Rijn.
 
Toen Adela uit haar huis op de straat kwam viel een bloemregen op haar hoofd, allen juichten luide, en de toethoornen der knapen klonken boven alles uit. Arme Adela, arm volk, hoe kort zal de vreugde hier vertoeven! Toen de lange schare uit het gezicht was, kwam een troep Magyaarsche ruiters lijnrecht aanrennen op Adelas erf. Haar vader en haar man waren nog gezeten op de stoepbank. De deur stond open en daar binnen stond Adelbrost haar zoon. Als hij zag hoe zijne ouders in vrees waren, greep hij zijn boog van de wand, en schoot naar den voorste der roovers; deze wankelde en tuimelde op het gras neder; over den tweede en derde was een gelijk lot beschoren. Intusschen hadden zijne ouders hunne wapenen gegrepen en trokken onbezorgd hun tegemoet. De roovers zouden hen spoedig gevangen '''[133]''' genomen hebben, maar Adela kwam, op de burgt had zij alle wapens leeren hanteeren, zeven aardvoet was zij lang, en haar zwaard even zoo lang, dit zwaaide zij driemaal over haar hoofd en toen het nederkwam beet een ridder in het gras.
 
Helpers kwamen om den hoek van de laan weg. De roovers werden geveld en gevangen. Doch te laat! een pijl had haar boezem getroffen. Verraderlijke Magy! De pijlspits was in vergif gedoopt en daaraan is zij gestorven.
</div>
 
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 13d Lofrede op Adela|back=Nl 13b Verraad|alternative=Nl 13a Adel-Bond|altback=Nl 13b Verraad}}
<span><div class="emoji flag uk"></div> '''[[En 13c Death of Adela]]'''</span>
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^R. Apollania^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 13 Apollania^}}

Latest revision as of 17:37, 9 June 2025

Ontwerp 2026 Ott

R. Apollania

2. Geschriften Brunno

b. Gifpijl Treft Adela

93.18 Het tweede geschrift:

Vijftien maanden na de laatste Acht was het Vriendschaps- of Winnemaand. Iedereen gaf zich over aan zorgeloze vreugde en blijdschap en niemand had iets beters te doen dan zijn genot na te jagen. Doch Wralda zou ons bewijzen dat waakzaamheid nooit mag verslappen.

Toen het feest in volle gang was, zette er een mist op en hulde onze oorden in dikke duisternis. Genot vluchtte, maar waakzaamheid wilde niet terugkeren. De strandwakers waren van hun noodvuren weggelopen en ook op de toegangspaden was er geen te zien. Toen de mist wegtrok [094] gluurde de zon door gaten in de wolken naar de aarde. Iedereen kwam weer juichend en joelend naar buiten. Het jongvolk trok zingend voorbij, met geurende bloesemtakken die de lucht verrijkten met hun lieflijke adem.[1] Maar terwijl daar iedereen baadde in welbehagen, was verraad geland, met paarden en ruiters. Zoals alle kwaden waren ze geholpen door de duisternis en nu beslopen ze ons door de paden van het Lindenwoud.

Aan Adela’s deur trokken twaalf meisjes met twaalf lammeren voorbij, en twaalf jongens met twaalf kalveren. Een jonge Saksman bereed een wilde buffel die hij zelf gevangen en getemd had.[2] Met allerlei bloemen waren ze versierd en de linnen tunieken van de meisjes waren omrand met goud uit de Rijn.

Toen Adela uit haar huis het pad op kwam, viel er een regen van bloemen op haar hoofd. Iedereen juichte luid en de blaashoorns van de jongens loeiden boven alles uit. Arme Adela, arm volk! Hoe kort zal de vreugde nog duren?

Toen de lange stoet uit zicht was, galoppeerde er een groep Mágjaarse ruiters lijnrecht op Adela’s huis af. Haar taat en gade zaten nog op de stoepbank. De deur stond open en daar binnen stond Adelbrost, haar zoon.

Toen hij [095] de paniek van zijn ouders zag, greep hij zijn boog van de muur en schoot op de voorste ruiter. Deze bezweek en tuimelde in het gras. De tweede en derde ruiter was eenzelfde lot beschoren. Intussen hadden zijn ouders hun wapens gegrepen en gingen er roekeloos op af. De rovers hadden hen bijna te pakken, maar daar kwam Adela! Op de burcht had ze alle wapens leren hanteren. Zeven aardvoet lang was ze, evenals haar vechtstok.[3] Driemaal zwaaide ze die over haar hoofd en toen hij landde, viel een ruiter in het gras. Er kwamen (Adela-) volgers om de hoek van de laan te hulp. De rovers werden geveld en gevangen. Maar het was al te laat. Een pijl had Adela in de borst getroffen. De gluiperige Mágí!

De punt was in gif gedoopt en daar is ze aan gestorven.

Noten

  1. ‘Geurende bloesemtakken’ (GÜRBÁM) — lett. geurboom, vermoedelijk de meidoorn.
  2. ‘buffel’ (BUFLE) — mogelijk een wisent of oeros. Zie blog 16-1-2018.
  3. ‘vechtstok’ (GÉRT) — vgl. de traditionele garrote op de Canarische Eilanden. Wellicht speer; zie ghereII in VMNW, geerIII in MNW en Vlaams giër.

Navigeer

NL091.11 Verraad ᐊ vorig/volgend ᐅ NL095.20 Lofspraak

Aangepaste volgorde:

NL091.11 Verraad ᐊ vorig/volgend ᐅ NL090.01 Apollania

In andere talen

DE093.18 Giftpfeil
EN093.18 Arrow
ES093.18 Flecha Envenenada
FS093.18 FENIN
NO093.18 Giftpilen

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstukken P en R1 t/m R3: Ottema 1876 | Overwijn 1951