Jump to content

NL189.01 Eretitels: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
add
 
 
(45 intermediate revisions by the same user not shown)
Line 1: Line 1:
=={{Versie_Ott}}==
=={{Versie_Ott}}==


'''[[189|[189]]]'''
'''Y. Onbekende Opsteller: Rika: Eretitels'''


=={{Versie_Own}}==
'''[[189|189.01 [189]]]''' (...) Daarom wil ik dat hieraan toevoegen.


==Ottema 1876==
Betoog van de gewezen Faam Rika, voorgedragen te Staveren, ter gelegenheid van het Joelfeest.
'''[229]''' daarom wil ik dit hier eene plaats vergunnen.


'''Brief van Rika de Oudmaagd, voorgelezen te Staveren bij het juulfeest.'''
:Aan u allen, wier voorouders met Friso hier aankwamen, met mijn eerbied.


Gij allen wier voorvaderen met Friso hier kwamen, mijne eerbiedenis tot u. Gelijk gij meent, zijt gij niet schuldig aan afgoderij. Daar wil ik heden niet over spreken, maar heden wil ik u op een gebrek wijzen, dat weinig beter is. Gij weet het of gij weet het niet, hoe Wralda duizend eernamen heeft. Doch dat weet gij allen, dat hij Alvoeder wordt genoemd, uit oorzaak dat alles uit hem wordt en wast tot voeding van zijne schepselen. Het is waar, dat Irtha bijwijlen ook Alvoedster genoemd wordt, omdat zij alle vruchten en granen baart, waarmede mensch en dier zich voeden. Doch zij zoude geene vruchten en granen baren, bijaldien Wralda haar geene krachten gaf. Ook vrouwen, die hare kinderen zogen aan hare borsten, worden voedsters genoemd. Doch gaf Wralda daar geene melk in, zoo zouden de kinderen daar geen baat bij vinden. Zoodat bij slot van rekening Wralda alleen de voeder blijft. Dat Irtha bijwijlen Alvoedster geheeten wordt, en eene ''mem'' (moeder) ''voedster'', kan nog door eene wending (overdrachtelijke spreekwijze): maar dat een ''taat'' (vader) zich ''voeder'' laat noemen, omdat hij taat is, strijdt tegen alle reden.
:Jullie menen onschuldig te zijn aan afgoderij. Daar zal ik vandaag niets over zeggen. Vandaag wil ik jullie wijzen op een euvel, dat niet veel beter is.


Doch ik weet, waar deze dwaasheid van daan komt. Hoor hier, zij komt van onze vijanden, en wanneer die gevolgd worden, zoo zult gij daardoor slaven worden tot smart van Frya en tot straf van uwen hoogmoed. Ik zal u melden, hoe het bij de slavenvolken toegegaan is, daaruit moogt gij leeren. De vreemde koningen, die naar willekeur leven, steken Wralda naar de kroon; uit nijd dat Wralda Alvader heet wilden zij ook vaderen der volken genoemd worden. Nu weet iedereen dat een koning niet over den '''[231]''' wasdom heerscht, en dat hem zijne voeding door het volk gebracht wordt; maar toch wilden zij volharden bij hunne vermetelheid. Opdat zij tot hun doel mochten komen, zoo zijn zij in het eerst niet voldaan geweest met de vrije giften, maar hebben het volk eene schatting opgelegd. Voor de schat, die daarvan kwam, huurden zij buitenlandsche soldaten, die zij rondom hunne hoven legden. Vervolgens namen zij zoo vele vrouwen, als hun lustte, en de kleine vorsten en heeren deden eveneens. Toen naderhand twist en tweespalt in de huishouding sloop, en daarover klachten kwamen, hebben zij gezegd: ieder man is de vader (voeder) van zijn huisgezin, daarom zal hij ook meester en rechter daarover wezen. Toen kwam de willekeur, en even als die met de mannen over het huisgezin heerschte, ging zij ook met de koningen over de volken doen. Toen de koningen het zoo ver gebracht hadden, dat zij vaderen der volken heetten, gingen zij heen en lieten beelden naar hunne gedaante maken; deze beelden lieten zij in de kerken stellen naast de beelden der afgoden, en degene die daar niet voor buigen wilde, werd omgebracht of in ketenen gedaan. Uwe voorvaderen en de Twisklanders hebben met de vreemde koningen omgegaan, daarvan hebben zij deze dwaasheid geleerd. Doch niet alleen dat sommige uwer mannen zich schuldig maken aan roof van eernamen, ook moet ik mij over vele uwer wijven beklagen. Worden bij u mannen gevonden, die zich met Wralda op een lijn willen stellen, er worden bij u ook wijven gevonden, die dit met Frya willen doen. Omdat zij kinderen gebaard hebben, laten zij zich ''moeder'' noemen. Doch zij vergeten, dat Frya kinderen baarde zonder toegang eens mans. Ja, niet alleen hebben zij Frya en de Eeremoeders van hare eervolle namen willen berooven, met welke zij toch niet zich gelijk kunnen stellen; zij doen het even zoo met de eernamen van hare naasten. Er zijn wijven, die zich ''vrouwe'' laten noemen, '''[233]''' ofschoon zij weten, dat deze naam alleen aan vrouwen van vorsten toebehoort. Ook laten zij hare dochters ''maagden'' noemen, ondanks zij weten, dat geene jonge dochter zoo heeten mag, tenzij zij tot eene burgt behoort. Gij allen waant, dat gij door dat naam stelen beter wordt, doch gij vergeet, dat er afgunst aan kleeft, en dat elk kwaad zijne tuchtroede zaait. Keert gij niet terug, zoo zal de tijd daar wasdom aan geven, zoo sterk, dat men er het eind niet van kan zien. Uwe nakomelingen zullen daarmede gegeeseld worden; zij zullen niet begrijpen, waar die slagen van daan komen. Maar ofschoon gij de maagden geene burgten bouwt en aan het lot overlaat, toch zullen er blijven, zij zullen uit wouden en holen komen, zij zullen uwe nakomelingen bewijzen, dat gij daar moedwillig schuldig aan zijt. Dan zal men u verdoemen, uwe schimmen zullen vervaard uit hunne graven oprijzen, zij zullen Wralda, zij zullen Frya en hare maagden aanroepen, doch niemand zal er iets aan kunnen verbeteren bevorens het Juul een anderen loopkring intreedt, maar dat zal eerst gebeuren als drie duizend jaren verloopen zijn na deze eeuw.
:Sommigen van jullie weten misschien dat Wralda duizend eretitels heeft. Wat jullie allemaal weten is dat hij ''Alvoeder'' wordt genoemd, omdat alles uit hem voortkomt en groeit om zijn schepselen te voeden. Het is waar dat Aarde soms ook ''Alvoedster'' genoemd wordt, omdat zij alle vruchten en noten baart, waarmee mens en dier zich voedt. Maar zij zou geen vrucht of noot baren, als Wralda haar de kracht niet gaf. Ook ''wijven'' die kinderen zogen aan de borst worden ''voedster'' genoemd,<ref><span class="fryas">WIVA</span> (vrouwen, echtgenotes) is hier vertaald als ''wijven'', omwille van de context. Dat geldt verderop in de tekst ook voor <span class="fryas">MÀM</span> (''mem'': moeder; Fries: ‘mem’, Urkers: ‘mimme’), <span class="fryas">TÁT</span> (''taat'': vader; Urkers: ‘toate’).</ref> maar zonder Wralda zou er geen melk in zitten en hadden de kinderen niets te drinken. Per slot van rekening blijft dus alleen Wralda voeder.
:
:Dat Aarde soms Alvoedster wordt genoemd en een ''mem'' voedster is nog te rechtvaardigen, maar dat een man die ''taat'' is zich ''vader'' (afgeleid van voeder) laat noemen, is in strijd met alle redelijkheid. '''[[190|[190]]]''' Maar ik weet wel waar deze dwaasheid vandaankomt. Luister goed!


'''Einde van Rikas brief.'''
:Ze komt van onze vijanden en als die nagevolgd worden zullen jullie daardoor slaven worden, tot verdriet van Frija en als straf voor jullie zelfoverschatting. Ik zal uitleggen hoe het bij de Slavenvolkeren is gegaan, zodat je daarvan kunt leren.


==Noten==
:De zelfzuchtige marionettenkoningen steken Wralda naar de kroon, jaloers als ze zijn dat hij Alvoeder wordt genoemd. Zo wilden zij voeder van hun volk heten. Iedereen weet dat een koning geen invloed heeft op de groei van gewassen en dat hem zijn voeding door het volk wordt gebracht. Maar toch wilden zij hun opschepperij doorzetten. Om hun doel te bereiken, zijn ze in de eerste plaats niet tevreden geweest met vrijwillige giften, maar hebben ze het volk belasting opgelegd. Met het vermogen dat ze daarmee vergaarden huurden ze buitenlandse huurlingen, die ze in en om hun paleizen opstelden.
 
:Ook namen ze zoveel ''wijven'' als ze wilden en de mindere vorsten volgden hun voorbeeld. Toen vervolgens twist en tweespalt in de huishoudens slopen en daarover klachten kwamen, zeiden ze: “Elke man is voeder van zijn huishouden. Daarom moet hij er ook baas en rechter '''[[191|[191]]]''' over wezen.” Daarop verscheen zelfzucht en zoals hij met de mannen over de huishoudens regeerde, ging hij met de koningen over hun landen en volken doen. En toen de koningen het zover geschopt hadden dat ze ''vader van het volk'' werden genoemd, gingen ze een stap verder en lieten ze beelden van zichzelf maken. Deze beelden lieten ze in tempels zetten, naast de beelden van afgoden, en wie daar niet voor buigen wilde werd omgebracht of in boeien geslagen.
 
:Jullie voorouders en de Twisklanders zijn met de marionettenvorsten omgegaan en van hen hebben ze deze dwaasheid geleerd. Maar het zijn niet alleen sommige van jullie mannen die zich schuldig maken aan roof van eretitels. Ook moet ik mijn ongenoegen uiten over vele van jullie ''wijven''. Zoals er bij jullie mannen worden gevonden die zich willen vergelijken met Wralda, zo worden er ''wijven'' gevonden die dat met Frija willen. Omdat ze kinderen hebben gebaard laten ze zich ‘moeder’ noemen.<ref>Het woord ‘Moeder’ (<span class="fryas">MODER</span>) werd normaal gesproken alleen gebruikt om naar Frija en Volksmoeders (soms ook Burgfamen/-moeders) te verwijzen. Uitzondering: op blz [[126|[126]]] ook naar de moeder van Friso’s kinderen ([[NL125.05 Demetrius|'''125.05''' Demetrus en Friso]]).</ref> Maar ze vergeten dat Frija kinderen kreeg zonder tussenkomst van een man. Ja, ze willen niet alleen de eretitels roven van Frija en de Eremoeder, die ver boven hen verheven zijn; ze doen hetzelfde met de eretitels van hun naasten. '''[[192|[192]]]''' Er zijn ''wijven'' die zich ''vrouwe'' laten noemen, hoewel ze weten dat deze titel is voorbehouden aan de ''wijven'' van vorsten. Ook laten ze hun dochters Famen of noemen, ondanks dat ze weten dat alleen meisjes die tot een burcht zijn toegetreden zo mogen worden genoemd.
 
:Jullie verbeelden je dat jullie door die toe-eigening van eretitels beter worden, maar jullie beseffen niet dat daar jaloezie aan kleeft en dat elk kwaad zijn tuchtroede zaait.<ref>Dat wil zeggen: elk kwaad wordt uiteindelijk bestraft.</ref> Als jullie zo doorgaan zal tijd die laten groeien, zo sterk dat de gevolgen niet te overzien zijn. Jullie nakomelingen zullen daarmee worden afgeranseld. Ze zullen niet begrijpen waar de slagen vandaan komen. Maar hoewel jullie voor de Famen geen burchten bouwen en hen aan hun lot overlaten, toch zullen er enige blijven voortbestaan. Die zullen uit wouden en andere schuilplaatsen komen. Ze zullen jullie nazaten uitleggen dat jullie hun leed hebben veroorzaakt, terwijl jullie gewaarschuwd waren. Dan zal men jullie vervloeken. Jullie geesten zullen angstig uit de graven opstijgen. Zij zullen Wralda, Frija en haar waaksters aanroepen, maar niemand zal er iets aan kunnen doen voordat het Joel een volgende rondgang begint. En dat zal pas gebeuren wanneer er drieduizend jaar zijn verstreken, na deze eeuw.
 
Einde van Rika’s betoog.
 
''[de twee hierop volgende bladzijden missen]''
 
===Noten===
<references />
<references />
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL195.01 Voorbereiding|back=NL168.20 Beden|alternative=NL097.28 Beginselen|altback=NL131.26 Repatrianten}}
=={{Titel andere talen}}==
<span>
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE189.01 Ehrentitel]]'''
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN189.01 Titles]]'''
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES189.01 Títulos]]'''
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS189.01 GLORNÔMARÁV|FS189.01 <span class="fryas">GLORNÔMARÁV</span>]]'''
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO189.01 Ærestitler]]'''</span>


=={{Ander NL}}==
Hoofdstukken W en Y: [[WY Ottema|Ottema 1876]] | [[WY Overwijn|Overwijn 1951]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^Y. Rika^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 18 Rika^}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 19a Oorlogsvoorbereiding}}

Latest revision as of 13:12, 4 November 2024

Ontwerp 2026 Ott

Y. Onbekende Opsteller: Rika: Eretitels

189.01 [189] (...) Daarom wil ik dat hieraan toevoegen.

Betoog van de gewezen Faam Rika, voorgedragen te Staveren, ter gelegenheid van het Joelfeest.

Aan u allen, wier voorouders met Friso hier aankwamen, met mijn eerbied.
Jullie menen onschuldig te zijn aan afgoderij. Daar zal ik vandaag niets over zeggen. Vandaag wil ik jullie wijzen op een euvel, dat niet veel beter is.
Sommigen van jullie weten misschien dat Wralda duizend eretitels heeft. Wat jullie allemaal weten is dat hij Alvoeder wordt genoemd, omdat alles uit hem voortkomt en groeit om zijn schepselen te voeden. Het is waar dat Aarde soms ook Alvoedster genoemd wordt, omdat zij alle vruchten en noten baart, waarmee mens en dier zich voedt. Maar zij zou geen vrucht of noot baren, als Wralda haar de kracht niet gaf. Ook wijven die kinderen zogen aan de borst worden voedster genoemd,[1] maar zonder Wralda zou er geen melk in zitten en hadden de kinderen niets te drinken. Per slot van rekening blijft dus alleen Wralda voeder.
Dat Aarde soms Alvoedster wordt genoemd en een mem voedster is nog te rechtvaardigen, maar dat een man die taat is zich vader (afgeleid van voeder) laat noemen, is in strijd met alle redelijkheid. [190] Maar ik weet wel waar deze dwaasheid vandaankomt. Luister goed!
Ze komt van onze vijanden en als die nagevolgd worden zullen jullie daardoor slaven worden, tot verdriet van Frija en als straf voor jullie zelfoverschatting. Ik zal uitleggen hoe het bij de Slavenvolkeren is gegaan, zodat je daarvan kunt leren.
De zelfzuchtige marionettenkoningen steken Wralda naar de kroon, jaloers als ze zijn dat hij Alvoeder wordt genoemd. Zo wilden zij voeder van hun volk heten. Iedereen weet dat een koning geen invloed heeft op de groei van gewassen en dat hem zijn voeding door het volk wordt gebracht. Maar toch wilden zij hun opschepperij doorzetten. Om hun doel te bereiken, zijn ze in de eerste plaats niet tevreden geweest met vrijwillige giften, maar hebben ze het volk belasting opgelegd. Met het vermogen dat ze daarmee vergaarden huurden ze buitenlandse huurlingen, die ze in en om hun paleizen opstelden.
Ook namen ze zoveel wijven als ze wilden en de mindere vorsten volgden hun voorbeeld. Toen vervolgens twist en tweespalt in de huishoudens slopen en daarover klachten kwamen, zeiden ze: “Elke man is voeder van zijn huishouden. Daarom moet hij er ook baas en rechter [191] over wezen.” Daarop verscheen zelfzucht en zoals hij met de mannen over de huishoudens regeerde, ging hij met de koningen over hun landen en volken doen. En toen de koningen het zover geschopt hadden dat ze vader van het volk werden genoemd, gingen ze een stap verder en lieten ze beelden van zichzelf maken. Deze beelden lieten ze in tempels zetten, naast de beelden van afgoden, en wie daar niet voor buigen wilde werd omgebracht of in boeien geslagen.
Jullie voorouders en de Twisklanders zijn met de marionettenvorsten omgegaan en van hen hebben ze deze dwaasheid geleerd. Maar het zijn niet alleen sommige van jullie mannen die zich schuldig maken aan roof van eretitels. Ook moet ik mijn ongenoegen uiten over vele van jullie wijven. Zoals er bij jullie mannen worden gevonden die zich willen vergelijken met Wralda, zo worden er wijven gevonden die dat met Frija willen. Omdat ze kinderen hebben gebaard laten ze zich ‘moeder’ noemen.[2] Maar ze vergeten dat Frija kinderen kreeg zonder tussenkomst van een man. Ja, ze willen niet alleen de eretitels roven van Frija en de Eremoeder, die ver boven hen verheven zijn; ze doen hetzelfde met de eretitels van hun naasten. [192] Er zijn wijven die zich vrouwe laten noemen, hoewel ze weten dat deze titel is voorbehouden aan de wijven van vorsten. Ook laten ze hun dochters Famen of noemen, ondanks dat ze weten dat alleen meisjes die tot een burcht zijn toegetreden zo mogen worden genoemd.
Jullie verbeelden je dat jullie door die toe-eigening van eretitels beter worden, maar jullie beseffen niet dat daar jaloezie aan kleeft en dat elk kwaad zijn tuchtroede zaait.[3] Als jullie zo doorgaan zal tijd die laten groeien, zo sterk dat de gevolgen niet te overzien zijn. Jullie nakomelingen zullen daarmee worden afgeranseld. Ze zullen niet begrijpen waar de slagen vandaan komen. Maar hoewel jullie voor de Famen geen burchten bouwen en hen aan hun lot overlaten, toch zullen er enige blijven voortbestaan. Die zullen uit wouden en andere schuilplaatsen komen. Ze zullen jullie nazaten uitleggen dat jullie hun leed hebben veroorzaakt, terwijl jullie gewaarschuwd waren. Dan zal men jullie vervloeken. Jullie geesten zullen angstig uit de graven opstijgen. Zij zullen Wralda, Frija en haar waaksters aanroepen, maar niemand zal er iets aan kunnen doen voordat het Joel een volgende rondgang begint. En dat zal pas gebeuren wanneer er drieduizend jaar zijn verstreken, na deze eeuw.

Einde van Rika’s betoog.

[de twee hierop volgende bladzijden missen]

Noten

  1. WIVA (vrouwen, echtgenotes) is hier vertaald als wijven, omwille van de context. Dat geldt verderop in de tekst ook voor MÀM (mem: moeder; Fries: ‘mem’, Urkers: ‘mimme’), TÁT (taat: vader; Urkers: ‘toate’).
  2. Het woord ‘Moeder’ (MODER) werd normaal gesproken alleen gebruikt om naar Frija en Volksmoeders (soms ook Burgfamen/-moeders) te verwijzen. Uitzondering: op blz [126] ook naar de moeder van Friso’s kinderen (125.05 Demetrus en Friso).
  3. Dat wil zeggen: elk kwaad wordt uiteindelijk bestraft.

Navigeer

NL168.20 Beden ᐊ vorig/volgend ᐅ NL195.01 Voorbereiding

Aangepaste volgorde:

NL131.26 Repatrianten ᐊ vorig/volgend ᐅ NL097.28 Beginselen

In andere talen

DE189.01 Ehrentitel
EN189.01 Titles
ES189.01 Títulos
FS189.01 GLORNÔMARÁV
NO189.01 Ærestitler

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstukken W en Y: Ottema 1876 | Overwijn 1951