Nl 13e Oudste Leer 1

    From Oera Linda Wiki

    Ott werkversie

    13e. Grondbeginselen

    [097/28] De Grondbeginselen die op de wand van de burgtoren staan zijn niet opgenomen in het Boek der Adelavolgers. Waarom ze weggelaten zijn weet ik niet, maar omdat dit afschrift mijn eigendom is [098] wil ik ze toevoegen voor mijn familie.

    Grondbeginselen

    Alle Godminnende Fryaskinderen, heil! Want zij moeten aarde bezielen. Leer en verklaar dit de volkeren:

    • Wralda (oer-oude) is het alleroudste of overoudste, want het gaf alles vorm.
    • Wralda is alles in alles, want het is eeuwig en oneindig.
    • Wralda is overal aanwezig, maar nergens te zien. Daarom wordt het wezen geest genoemd. Wat we er van kunnen zien zijn de schepselen die dankzij zijn bestaan komen en gaan. Want uit Wralda komt alles voort en in Wralda keert alles terug.
    • Zowel het aanvang als het einde komen voort uit Wralda. Alles gaat erin op.
    • Wralda is het enige almachtige wezen, want alle andere macht is eraan ontleend en keert erin weder.
    • Alle krachten komen voort uit Wralda en keren erin weder. Daarom is alleen Wralda het scheppende wezen en wordt daarbuitenom niets voortgebracht.
    • Wralda legde eeuwige wetmatigheden, oftewel éwa, in alle vormgegeven materie en er bestaan geen goede wetten en regels [099] die daarvan niet zijn afgeleid.

    Maar hoewel Wralda alles omvat, de menselijke boosaardigheid is er geen deel van. Boosaardigheid is het gevolg van luiheid, onoplettendheid en domheid. Daarom kan ze wel de mensen schaden, maar Wralda nooit. Wralda staat voor wijsheid, en de natuurwetten die daaruit zijn voortgekomen, zijn de boeken waaruit wij kunnen leren. Daarbuiten is geen wijsheid te vinden of samen te stellen.

    • Mensen kunnen veel zien, maar Wralda ziet alles.
    • Mensen kunnen veel leren, maar Wralda weet alles.
    • Mensen kunnen veel ontsluiten, maar voor Wralda is alles open.
    • Mensen zijn manlijk of vrouwlijk,[1] maar Wralda heeft beide vormgegeven.
    • Mensen minnen en haten, maar Wralda is alleen rechtvaardig.
    • Daarom is alleen Wralda volmaakt en bestaan er geen goden buiten hem.

    Met het Joel verandert en wisselt de gehele schepping, maar alleen God is onveranderlijk. Omdat Wralda God is, kan hij niet veranderen en omdat hij blijft, is hij alleen wezen en al het andere schijn.

    Noten

    1. 'vrouwelijk' (BERLIK) — kennelijk afgeleid van BÉRA (baren).

    Overwijn 1951

    [/95] De oude leer, die gegrift is binnen op de buitenwand van de burchttoren, is niet geschreven in het boek van Adela’s volgelingen. Waarom dit is nagelaten, weet ik niet te schrijven. Maar dit boek is mijn eigendom, daarom wil ik die erin zetten, ter wille van mijn bloedverwanten.

    Oudste leer

    (Alle godvrezende Fryaskinderen, zij heil. Want daardoor zullen zij zalig worden op aarde. Leer en verkondig aan de volkeren). Wr.alda is het alleroudste of overoudste, want Het schiep alle dingen.... Wr.alda is alles in alles, want Het is eeuwig en oneindig.... Wr.alda is overal tegenwoordig, maar nergens te aanschouwen, daarom wordt dit wezen geest genoemd.... Alles wat wij van Het kunnen zien, zijn de schepsels, die door Zijn leven komen en weer heengaan.... want uit Wr.alda komen alle dingen en tot Het keren alle dingen.... Vanuit Wr.alda komt het begin en het einde, alle dingen gaan in Het op.... Wr.alda is het enige almachtige wezen, want alle andere macht is van Het geleend en keert tot Het terug.... Uit Wr.alda komen alle krachten en alle krachten keren tot Het weder.... [97] Daarom is Het alleen het scheppende wezen, en niets is geschapen buiten Het....

    Wr.alda legde eeuwige leefregels, dat is wetten, in al het geschapene en er zijn geen goede inzettingen, of ze moeten daarnaar gemaakt zijn.... Maar, ofschoon alles in Wr.alda is, is de boosheid der mensen niet van Het. Boosheid komt door loomheid, zorgeloosheid en domheid.... Daarom kan zij wel de mensen schaden, maar Wr.alda nooit.... Wr.alda is de wijsheid, en de wetten, die deze heeft uitgevaardigd, zijn de boeken, waaruit wij kunnen leren en er is daarbuiten geen wijsheid te vinden, noch te vergaren.... De mensen kunnen vele dingen zien, maar Wr.alda ziet alle dingen.... De mensen kunnen vele dingen leren...., maar Wr.alda weet alle dingen.... De mensen kunnen vele dingen ontsluiten, maar voor Wr.alda is alles geopend.... De mensen zijn mannelijk en vrouwelijk...., maar Wr.alda schept beiden.... De mensen beminnen en haten, maar alleen Wr.alda is rechtvaardig.... Daarom is alleen Wr.alda God en er zijn geen goden buiten Het... Met het Jol verandert en wisselt al het geschapene, maar alleen God is onveranderlijk. Omdat Wr.alda God is, kan Het ook niet veranderen en omdat Het blijft, daarom is Het alleen wezen, en al het andere schijn.

    Ottema 1876

    [/135] De oude leer, die gegrift is buiten op de wand des burgttorens, is niet geschreven in het boek van Adelas volgers. Waarom dit nagelaten is, weet ik niet te schrijven. Doch dit boek is mijn eigen, daarom wil ik die daarin zetten ter wille van mijne bloedverwanten.

    Oudste leer.

    Alle het goede minnende Fryas kinderen zij heil! Daardoor [137] zal het zalig worden op aarde. Leer en verkondig aan de volken. Wralda is het alleroudste of overoudste, want hij schiep alle dingen. Wralda is alles in alles, want hij is eeuwig en oneindig. Wralda is overal tegenwoordig, maar nergens te aanschouwen, daarom wordt dit wezen geest genoemd. Alles wat wij van hem zien kunnen, zijn de schepselen die door zijn leven komen en weder heengaan, want uit Wralda komen alle dingen en keeren tot hem weder. Van uit Wralda komt de aanvang en het einde, alle dingen gaan in hem op. Wralda is het eenige almachtige wezen, want alle andere macht is van hem geleend en keert tot hem terug. Uit Wralda komen alle krachten en alle krachten keeren tot hem weder. Daarom is hij alleen het scheppende wezen, en niets is geschapen buiten hem.

    Wralda legde eeuwige inzettingen, dat is wetten in al het geschapene, en er zijn geen goede wetten, of zij moeten daarnaar ingericht zijn. Maar ofschoon alles in Wralda is, de boosheid der menschen is niet van hem. Boosheid komt door loomheid, zorgeloosheid en domheid. Daarom kan zij wel de menschen schaden, maar Wralda nimmer. Wralda is de wijsheid, en de wetten, die hij gemaakt heeft, zijn de boeken, waaruit wij leeren kunnen, en er is geen wijsheid te vinden, noch te vergaderen buiten die. De menschen kunnen vele dingen zien, maar Wralda ziet alle dingen. De menschen kunnen vele dingen leeren, maar Wralda weet alle dingen. De menschen kunnen vele dingen ontsluiten, maar voor Wralda is alles geopend. De menschen zijn mannelijk en vrouwelijk, maar Wralda schept beide. De menschen beminnen en haten, maar Wralda alleen is rechtvaardig. Daarom is Wralda alleen goed, en er zijn geen goeden buiten hem. Met het Juul verandert en wisselt al het geschapene, maar het goede is alleen onveranderlijk. Omdat Wralda goed is, kan hij ook niet veranderen; [139] en omdat hij blijft, daarom is hij alleen wezen, en al het andere schijn.

    Lees Verder

    Nl 13d Lofrede op Adela ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 13f Oudste Leer 2

    Aangepaste volgorde:

    Nl 18 Naamroof ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 13f Oudste Leer 2