WINSK
- winsk - Fries
- wens - Nederlands, Afrikaans
- Wunsch - Duits
- wish - Engels
- ynski - Faeröers
- ósk - IJslands, Oudnoors
- önskan - Zweeds
- ønske - Noors, Deens
- wūsc - Oudengels
- wunsc - Oudhoogduits
- u(n)sk, ö(n)sk) - Oudzweeds
- vāñchā - Sanskrit
Vroegmiddelnederlands Woordenboek: wensc (ook: winsch-)
Falend ‘Protogermaans’ model zegt:
pgm. *wunska-, *wunskō-. Hierbij het werkwoord pgm. *wunskijan- ‘wensen’
De makers van het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (2003-2009) doen heel ingewikkeld over wens (znw/ww), maar zien kennelijk niet de voor de hand liggende relatie tot winnen, dat ooit in een groter betekenisveld werd gebruikt dan nu. Deze blindheid kan worden verklaard doordat ze de oudheid van het Oudfries niet onderkennen. Dat wens(en) niet voorkomt in de Oudfriese woordenboeken betekent niet dat het woord niet bestond. De beschikbare, geaccepteerde teksten, meest wetten, zijn beperkt.
In Oera Linda komt één maal het znw. wens (WINSK) voor en twee maal een verbuiging van ww. wensen (vermoedelijk verleden tijd: WINST[E], WINSTATH). Merk op dat in alledrie zinnen ook het woord nu (NV, NW) werd gebruikt.
[118] NW WINSTIK[1] WEL THÀT MINA ÀFTERKVMANDA THÉRVP LETTA. HO FÉR GOSA WÉRHÉD SPREK.
[119] NW WINSTATH[2] WI J SKOLDE ALSA MILD WÉSA VS ALSA FÜL LAND TO JÉVANE THÀT WI THÉR VP MÜGE HÉMA..
[210] TO NV WAS ALLES NÉI WINSK GVNGEN MEN THÁ MÀN OVIRE RÉNE FÁRA SKOLDE. NILDON THENE KÀNING THÉRA FRANKA NAVT VNDER ÁL-RIKIS BIFÉLA NAVT NE STVNDA.