Jump to content

NL090.01 Apollania

From Oera Linda Wiki
Revision as of 16:53, 20 August 2024 by Jan (talk | contribs)

Ontwerp 2026 Ott

R. Apollania

1. Na Adela’s Dood

90.01 [090] Mij heeft men Apollania genoemd.

Tweemaal dertig dagen na de dood van mem werd het lijk van mijn broer Adelbrost gevonden op de werf, zijn hoofd gespleten en zijn ledematen uiteen gescheurd. Mijn taat, die ziek op bed lag, is van schrik gestorven. Toen is mijn jongere broer Apol hiervandaan naar de westzijde van Skénland gevaren, alwaar hij een burg heeft gebouwd, genaamd Lindasburg,[1] om van daaruit ons leed te wreken. Wralda heeft hem daarvoor vele jaren gegund. Hij kreeg vijf zonen, die de schrik zijn van de Mágí en de trots van mijn broer.

Na de dood van mijn mem en oudste broer, zijn de meest getrouwen uit alle gewesten samengekomen en hebben een verbond gesloten, genaamd de Adelband.

Opdat ons geen verder leed zou overkomen, hebben zij mij en mijn jongste broer Adelhirt op de burg ondergebracht — mij bij de jonge Famen en mijn broer bij de weermacht. Toen ik dertig jaar was, heeft men mij tot Burgfaam verkozen, en toen mijn broer vijftig was werd hij verkozen tot Graaf. Van mem’s kant was mijn broer de zesde, maar van taat’s kant de derde. Volgens het recht mochten zijn nakomelingen dus geen Overa Linda achter hun naam [091] zetten, maar iedereen wilde dat toch toestaan, ter ere van mijn mem.

Bovendien heeft men ons ook een afschrift gegeven van Het Boek der Adela-volgers. Daar ben ik het meest blij mee, want door de wijsheid van mijn mem kwam het ter wereld.

In de burg heb ik nog andere geschriften gevonden, die niet in het boek staan, waaronder een lofdicht op mijn mem. Dat alles zal ik eraan toevoegen.

Noten en andere vertalingen

Noten

  1. LINDASBURCH, mogelijk (nabij?) Høllen of Spangereid in de regio Lindesnes (Noorwegen), één van de rijkste archeologische vindplaatsen van Noorwegen.

Overwijn 1951

[/89] Mij heeft men Apollansa genoemd. Tweemaal dertig dagen na moeder’s dood heeft men Adalbrusk, mijn broeder, vermoord gevonden op de werf, zijn hoofd gespleten en zijn leden uiteengereten. Mijn vader, die ziek lag, is van schrik gestorven. Toen is Apol mijn jongere broer van hier westelijk van Schoonland gevaren. Daar heeft hij een burcht gebouwd, Lindeburcht geheten, om vandaaruit ons leed te wreken. Wr.alda heeft hem daartoe vele jaren verleend. Hem zijn vijf zoons geboren. Die brengen de Magy allen schrik aan en mijn broer vreugde. Na de dood van mijn moeder en mijn broer, zijn de voortvarendsten van onze landen bijeengekomen en hebben een verbond gesloten, Adelbond geheten. Opdat ons geen leed zou overkomen, hebben zij mij en mijn jongste broer Adalkridh [sic] op de burcht gebracht, mij bij de waakmeisjes en mijn broer bij de weermacht. Toen ik dertig jaar oud was, heeft men mij tot burchtvrouw gekozen en toen mijn broer vijftig was, werd hij gekozen tot grietman. Van moeder’s kant was mijn broeder de zesde, maar van vader’s kant de derde. Volgens recht mochten dus zijn nakomelingen niet Over de Linden achter hun naam zetten, maar iedereen wilde het hebben ter ere van mijn moeder. Daarenboven heeft men ons ook een afschrift gegeven van het boek van Adela’s volgelingen, Daarmee ben ik het meeste blij, want door mijn moeder’s wijsheid kwam het in de wereld. In de burcht heb ik nog andere geschriften gevonden, ook lofspraken over mijn moeder, die wil ik allemaal hierna beschrijven.

Ottema 1876

[/125] Mij heeft men Apollonia genoemd. Tweemaal dertig dagen na moeders dood, heeft men Adelbrost mijn broeder verslagen gevonden op de werf, zijn hoofd gespleten, en zijne leden uiteengereten. Mijn vader, die ziek lag, is van schrik gestorven. Toen is Apol mijn jongere broeder, van hier naar de westzijde van Schoonland gevaren. Daar heeft hij eene burgt gebouwd, Lindasburgt geheeten, om vandaar ons leed te wreken. Wralda heeft hem daartoe vele jaren geleend. Hij heeft vijf zonen gewonnen. Die alle brengen den Magy schrik [127] en mijn broeder roem aan. Na den dood van mijne moeder en mijn broeder, zijn de braafsten van onze landen te zamen gekomen en hebben een verbond gesloten, Adelbond geheeten. Opdat ons geen leed wedervaren zoude, hebben zij mij en mijn jongsten broeder Adelhirt op de burgt gebracht, mij bij de maagden en mijn broeder bij de krijgslieden. Toen ik dertig jaren oud was, heeft men mij tot Burgtmaagd gekozen, en toen mijn broeder vijftig was, werd hij gekozen tot Grevetman. Van moeders zijde was mijn broeder de zesde, maar van vaders zijde de derde. Naar recht mochten dus zijne nakomelingen niet overa Linda achter hunne namen voeren; maar iedereen wilde het hebben ter eere van mijne moeder. Daarenboven heeft men ons ook een afschrift gegeven van het boek van Adela’s aanhangers. Daarmede ben ik het meest verheugd, want door mijner moeder wijsheid kwam het in de wereld. In de burgt heb ik nog andere geschriften gevonden, ook lofspraken over mijne moeder, die alle wil ik hier achter schrijven.

Navigeer

NL087.19 Adelbrost ᐊ vorig/volgend ᐅ NL091.11 Verraad

Aangepaste volgorde:

NL093.18 Gifpijl ᐊ vorig/volgend ᐅ NL106.10 Ljudgarda

In andere talen

DE090.01 Apollania
EN090.01 Adelbond
ES090.01 Apolania
NO090.01 Apollania