NL049.11 Aldland: Difference between revisions
No edit summary |
remove Ottema and Overwijn |
||
| Line 17: | Line 17: | ||
Drie jaar lang was Aarde aldus lijdende, maar toen ze hersteld was, kon men haar wonden zien. Veel land was verzonken, ander land uit de zee gerezen en het Twiskland voor de helft ontbost. Bendes Findasvolk kwamen op de lege ruimtes af. Onze bannelingen werden afgemaakt of sloten zich bij hen aan.<ref>‘sloten zich bij hen aan’ (<span class="fryas">HJA WRDON HJARA HARLINGA</span>) — lett.: ‘ze werden hun strijdmakkers’</ref> Toen werd het belang van onze waakzaamheid verdubbeld en leerde Tijd ons dat Eendracht onze sterkste burg is. | Drie jaar lang was Aarde aldus lijdende, maar toen ze hersteld was, kon men haar wonden zien. Veel land was verzonken, ander land uit de zee gerezen en het Twiskland voor de helft ontbost. Bendes Findasvolk kwamen op de lege ruimtes af. Onze bannelingen werden afgemaakt of sloten zich bij hen aan.<ref>‘sloten zich bij hen aan’ (<span class="fryas">HJA WRDON HJARA HARLINGA</span>) — lett.: ‘ze werden hun strijdmakkers’</ref> Toen werd het belang van onze waakzaamheid verdubbeld en leerde Tijd ons dat Eendracht onze sterkste burg is. | ||
==Noten== | |||
<references /> | <references /> | ||
== | ==Andere vertalingen== | ||
Hoofdstukken G, H en J: [[GHJ Ottema|Ottema 1876]] | [[GHJ Overwijn|Overwijn 1951]] | |||
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL050.19 Magjaren|back=NL047.06 Goede Tijd}} | {{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL050.19 Magjaren|back=NL047.06 Goede Tijd}} | ||
| Line 38: | Line 27: | ||
<span><div class="emoji flag de"></div> '''[[DE049.11 Arge Zeit]]''' <div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN049.11 Aldland]]''' <div class="emoji flag es"></div> '''[[ES049.11 Aldland]]''' <div class="emoji flag no"></div> '''[[NO049.11 Aldland]]'''</span> | <span><div class="emoji flag de"></div> '''[[DE049.11 Arge Zeit]]''' <div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN049.11 Aldland]]''' <div class="emoji flag es"></div> '''[[ES049.11 Aldland]]''' <div class="emoji flag no"></div> '''[[NO049.11 Aldland]]'''</span> | ||
[[Category:Nederlandse Vertalingen]] | [[Category:Nederlandse Vertalingen]] | ||
{{DEFAULTSORT:^J. Oude Tijd^}} | {{DEFAULTSORT:^J. Oude Tijd^}} | ||
Revision as of 08:56, 1 September 2024
Ontwerp 2026 Ott
J. Oude Tijd: Op Alle Burgen 1
Hoe Aldland Verzonk
49.11 Hoe Erge Tijd kwam.
Heel de zomer bleef Zon achter wolken verscholen, als wilde ze Aarde niet zien. Wind rustte in zijn buidels, waardoor rook en stoom als zuilen boven huis en poelen bleven staan. De lucht werd daardoor droef en duister, en in de mensenharten was blijdschap noch vreugd.
Midden in deze stilte begon Aarde te beven alsof ze stervende was. Bergen spleten uiteen en spuwden vuur en vlammen, of verzonken in haar schoot. En waar eerst velden lagen rezen nu bergen op.
Aldland, door de zeevaarders Átland genoemd, verzonk, en het woeste water vloeide zo ver over bergen en dalen, dat alles door zee bedolven werd. Veel mensen werden in aarde begraven en wie het vuur ontkomen was, kwam later in het water om.
Niet alleen in de landen van Finda spuwden [050] bergen vuur, maar ook in het Twiskland. Wouden brandden daardoor achter elkaar af, en toen daarvandaan wind kwam, waaiden onze landen vol as. Rivieren werden verlegd en bij hun mondingen ontstonden nieuwe eilanden van zand en aangespoelde kadavers.
Drie jaar lang was Aarde aldus lijdende, maar toen ze hersteld was, kon men haar wonden zien. Veel land was verzonken, ander land uit de zee gerezen en het Twiskland voor de helft ontbost. Bendes Findasvolk kwamen op de lege ruimtes af. Onze bannelingen werden afgemaakt of sloten zich bij hen aan.[1] Toen werd het belang van onze waakzaamheid verdubbeld en leerde Tijd ons dat Eendracht onze sterkste burg is.
Noten
- ↑ ‘sloten zich bij hen aan’ (HJA WRDON HJARA HARLINGA) — lett.: ‘ze werden hun strijdmakkers’
Andere vertalingen
Hoofdstukken G, H en J: Ottema 1876 | Overwijn 1951
NL047.06 Goede Tijd ᐊ vorig/volgend ᐅ NL050.19 Magjaren