Jump to content

NL061.28 Burgfamen: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
add
 
Vlie-
 
(35 intermediate revisions by 2 users not shown)
Line 1: Line 1:
=={{Versie_Ott}}==
=={{Versie_Ott}}==


'''[[061|[061/28]]]'''
'''L. Tijdperk Minerva'''


=={{Versie_Own}}==
'''1. Op Walhallagara'''


==Ottema 1876==
'''a. Kelta en Minerva'''
'''[/87]''' Nu willen wij schrijven over den oorlog der burgtmaagden Kælta en Minerva.


En hoe wij daardoor alle onze zuidelijke landen en Brittannie aan de Golen verloren hebben.
'''[[061|61.28]]''' Nu zullen we schrijven over de oorlog van de Burgfamen Kelta en Minerva en hoe wij daardoor al onze zuidelijke landen en Brittania aan de Golen zijn verloren.


Bij de Zuider Rijnmond en de Schelde daar zijn zeven eilanden, genoemd naar Fryas zeven waakmeisjes der week. Midden op het eene eiland is de burgt Walhallagara, en van de wanden dier burgt is de volgende geschiedenis afgeschreven. Daarboven staat: lees, leer en waak.
'''[[062|[062]]]''' Bij de mondingen van de Zuider-Rijn (Maas) en de Skelda liggen zeven eilanden, genoemd naar Frija’s zeven jonge Waaksters van de Week. Midden op een van de eilanden staat de burg Walhallagara en op de muren daarvan is de volgende geschiedenis aangebracht. Erboven staat:


563 jaar nadat Atland verzonken is, zat hier eene wijze burgtmaagd, Min-erva was haar naam, door de zeelieden bijgenaamd Nyhellenia. Deze bijnaam was goed gekozen, want de raad, die zij verleende was nieuw en helder boven alle andere.
''Lees, leer en waak.''


Over de Schelde op de Flyburgt, zat Syrheed; deze burgtmaagd was vol ranken, schoon was haar gelaat, en rap hare '''[89]''' tong; maar de raad die zij gaf, was altijd in duistere woorden. Daarom werd zij door de zeelieden Kælta genoemd. De landsaten meenden dat het een eernaam was. In de uiterste wil der verstorvene Moeder stond Rosamunde het eerst, Minerva het tweede en Syrheed het derde als opvolgster beschreven. Minerva had daar geen weet van, maar Syrheed was er door geknakt. Even als eene buitenlandsche vorstin wilde zij geëerd, gevreesd en gebeden wezen; maar Minerva wilde alleen bemind wezen. Ten laatste kwamen alle zeelieden aan haar hunne hulde bieden, zelfs van de Dennemarken en van het Flymeer. Dat kwetste Syrheed, want zij wilde boven Minerva uitmunten. Opdat men een grooten dunk van hare waakzaamheid zoude hebben, maakte zij een haan op hare banier. Toen ging Minerva heen en maakte een herdershond en een nachtuil op hare banier. De hond, zeide zij, waakt voor zijn heer en over de kudde, en de nachtuil waakt over de velden, opdat zij door de muizen niet verwoest worden; maar de haan heeft voor niemand vriendschap, en door zijn ontucht en zijne hoogvaardigheid is hij vaak de moordenaar zijner naaste bloedverwanten geworden. Als Kælta zag dat haar werk verkeerd uitkwam, ging zij van kwaad tot erger; in stilte liet zij Magyaren bij zich komen om tooverij te leeren. Als zij daar haar bekomst van had, wierp zij zich in de armen der Golen, doch van al die misdaden kon zij zich niet beteren. Toen zij zag, dat de zeelieden meer en meer van haar weken, wilde zij hen door vrees winnen. Was de maan vol en de zee onstuimig, dan liep zij over de wilde vloed, de zeelieden toeroepende, dat zij alle zouden vergaan, indien zij haar niet wilden aanbidden. Voorts verblindde zij hunne oogen, waardoor zij water voor land en land voor water hielden, daardoor is menig schip vergaan met man en muis. Op het eerste krijgsfeest, toen alle hare landgenooten gewapend waren, liet zij hun tonnen bier schenken. In dat bier had zij een tooverdrank gedaan. Toen het volk nu allen te zamen dronken '''[91]''' ken waren, ging zij boven op haar strijdros staan met het hoofd tegen hare speer geleund. Het morgenrood kon niet schooner wezen. Toen zij zag, dat aller oogen op haar gevestigd waren, opende zij hare lippen en sprak: Zoonen en dochteren van Frya, gij weet wel, dat wij in den laatsten tijd veel schade en gebrek geleden hebben, doordien de zeelieden niet langer komen om ons schrijfvilt te verkoopen, maar gij weet niet, waardoor dat gekomen is. Lang heb ik mij daarover ingehouden (gezwegen), doch nu kan ik het niet langer. Hoort dan vrienden, opdat gij weten moogt, waarnaar gij bijten moet. Aan de overzijde der Schelde, waar zij bijna de vaart van alle zeeën hebben, daar maken zij heden ten dage schrijfvilt van pompebladen, daarmede sparen zij vlas uit, en kunnen zij ons ontbeeren. Nadien het maken van schrijfvilt altijd ons voornaamste bedrijf geweest is, zoo heeft de Moeder gewild, dat men het ons zoude laten. Maar Minerva heeft al het volk behekst, ja behekst, vrienden, even als al ons vee, dat laatst gestorven is. Er uit moet het, ik wil het u vertellen, was ik niet burgtmaagd, ik zoude het wel weten. Ik zou die heks in haar nest verbranden. Toen zij het laatste woord geuit had, spoedde zij zich naar hare burgt; maar het beschonken volk was zoo opgewonden, dat het over zijne rede niet vermocht te waken. In doldriesten ijver gingen zij over de Sandfal, en nadien de nacht middelerwijl neder streek, gingen zij even kloek op de burcht los. Doch Kælta miste al weder haar doel, want Minerva en hare maagden en de lamp werden alle door de rappe zeelieden gered.
Vijfhonderddrieënzestig jaar na Aldland verzonk had deze burg een wijze Moeder, genaamd Minerva. Haar bijnaam Nijhellenia was door de zeevaarders goed gekozen, want de raad die ze verleende was bovenal nieuwer en helderder.


==Noten==
Aan de overkant van de Skelda, op de Vliedburg, zat Sierheid, een grillige Moeder. Haar aangezicht was schoon en haar tong was vlot, maar haar raad was altijd raadselachtig, waardoor ze door de zeevaarders Kelta (keuvelen) werd genoemd. De landrotten dachten dat het een erenaam was…
 
In het testament van de gestorven Volksmoeder stonden mogelijke opvolgsters beschreven: Rosamond als eerste, Minerva als tweede en Sierheid als derde. Minerva had daar geen weet van, maar Sierheid was diep gekwetst. Als een uitheemse vorstin wilde ze geëerd, gevreesd en aanbeden worden. Maar Minerva wilde slechts geliefd wezen en tenslotte kwamen alle zeevaarders haar om raad vragen, zelfs vanaf de Denemarken en vanuit het Vliemeer. Dat kon Sierheid niet uitstaan, '''[[063|[063]]]''' want ze voelde zich verheven boven Minerva. Om haar waakzaamheid aan te bevelen, ging ze een haan op haar vaandel voeren.
 
Vervolgens bracht Minerva een herdershond en uil aan op haar vaandel. “De hond”, zei ze, “waakt over zijn baas en de kudde, en de uil waakt over de velden, zodat die niet door muizen worden geplaagd. Maar de haan is niemands vriend, en gedreven door onzedigheid en zelfoverschatting doodt hij zelfs zijn naaste verwanten.
 
Toen Kelta begreep dat haar poging niet de gewenste uitwerking had, ging ze van kwaad tot erger. Heimelijk liet ze Mágjaren komen om haar tovenarij te leren en toen ze daarvan genoeg had, wierp ze zich in de armen van de Golen. Maar ook deze misdaden hielpen niet om haar een hoger aanzien te geven. Toen ze inzag dat de zeevaarders haar steeds meer meden, probeerde ze hen door vrees aan te lokken. Was de maan vol en de zee onstuimig, dan rende ze over de wilde branding, roepend naar de zeevaarders dat ze allemaal ten onder zouden gaan, als ze haar niet wilden aanbidden. Ook verblindde ze hun ogen, waardoor ze water voor land aanzagen en land voor water. Daardoor is menig schip '''[[064|[064]]]''' met man en muis vergaan.
 
Op het eerstvolgende Weerfeest, waarbij al haar landrotten gewapend aanwezig waren, liet ze tonnen vol bier uitschenken. In dat bier had ze een toverdrank gedaan.<ref>‘toverdrank’ (<span class="fryas">TÁWERDRANK</span>) — vermoedelijk het extract van een psilocybe-houdende schimmel.</ref> Toen al het volk dronken was, ging ze bovenop haar strijdros staan, leunend met haar hoofd tegen haar speer. Het morgenrood was op haar mooist. Ze zag dat alle ogen op haar gevestigd waren, opende haar lippen en sprak:
 
“Zonen en dochters van Frija! U weet wel dat wij in de laatste tijd veel schaarste en gebrek hebben geleden, doordat de zeevaarders niet langer komen om onze schrijfvellen te verhandelen.<ref>‘schrijfvellen’ (<span class="fryas">SKRIF​.FILT</span>) — of: ‘schrijfvilt’. Vergelijk ook [https://nl.wikipedia.org/wiki/Vellum vellum], een soort perkament, gemaakt van [https://nl.wikipedia.org/wiki/Villen gevilde] dierenhuid.</ref> U weet echter niet wat daarvan de oorzaak is. Lang heb ik mij daarover ingehouden, maar nu hou ik het niet meer uit. Hoort dan, vrienden, opdat u moogt weten waarnaar te bijten.
 
“Aan de overkant van de Skelda, waar ze bijna alle zeevaart in handen hebben, maken ze tegenwoordig papier van pompebladeren.<ref>‘pompebladeren’ (<span class="fryas">POMPABLÉDAR</span>) - waterleliebladeren; Fries: ‘pompeblêden’; mogelijk de verklaring van het Oudfriese woord voor papier: ‘pompier’. ‘Papyrus’ en ‘papier’ kunnen latere afleidingen zijn.</ref> Daarmee besparen ze linnen en kunnen ze ons wel missen. Aangezien het maken van schrijfvellen altijd ons grootste bedrijf was, wilde de Moeder dat zij deze nieuwe techniek ook aan ons zouden leren.
 
“Maar Minerva heeft ons behekst, ja behekst, vrienden! Evenals al ons vee dat onlangs is gestorven... Eruit moet het, ik wil het jullie vertellen! Was ik geen '''[[065|[065]]]''' Burgfaam, dan wist ik het wel: Ik zou die heks in haar nest verbranden!”
 
Toen ze die laatste woorden had uitgesproken, haastte ze zich naar haar burg. Maar het benevelde volk was dermate geestdriftig dat het zijn verstand niet langer beheerste. Met onbezonnen inzet staken ze de Sandfal over en hoewel de nacht inmiddels neerstreek stormden ze even roekeloos op de burg af.
 
Maar Kelta miste alweer haar doel, want Minerva, de Lamp en al haar Famen werden door de vlugge zeevaarders gered.
 
===Noten===
<references />
<references />
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL065.15 Jon|back=NL060.12 Golen}}
=={{Titel andere talen}}==
<span>
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE061.28 Burgmaide]]'''
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN061.28 Burgmaids]]'''
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES061.28 Damas de Burgo]]'''
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS061.28 BURCHFÁMNA|FS061.28 <span class="fryas">BURCHFÁMNA</span>]]'''
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO061.28 Jomfruer]]'''</span>


=={{Ander NL}}==
Hoofdstuk L: [[L Ottema|Ottema 1876]] | [[L Overwijn|Overwijn 1951]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^L. Tijdperk Minerva^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 09 Volk Wijkt Uit^}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 09b De Vloot van Jon}}

Latest revision as of 08:57, 16 January 2026

Ontwerp 2026 Ott

L. Tijdperk Minerva

1. Op Walhallagara

a. Kelta en Minerva

61.28 Nu zullen we schrijven over de oorlog van de Burgfamen Kelta en Minerva en hoe wij daardoor al onze zuidelijke landen en Brittania aan de Golen zijn verloren.

[062] Bij de mondingen van de Zuider-Rijn (Maas) en de Skelda liggen zeven eilanden, genoemd naar Frija’s zeven jonge Waaksters van de Week. Midden op een van de eilanden staat de burg Walhallagara en op de muren daarvan is de volgende geschiedenis aangebracht. Erboven staat:

Lees, leer en waak.

Vijfhonderddrieënzestig jaar na Aldland verzonk had deze burg een wijze Moeder, genaamd Minerva. Haar bijnaam Nijhellenia was door de zeevaarders goed gekozen, want de raad die ze verleende was bovenal nieuwer en helderder.

Aan de overkant van de Skelda, op de Vliedburg, zat Sierheid, een grillige Moeder. Haar aangezicht was schoon en haar tong was vlot, maar haar raad was altijd raadselachtig, waardoor ze door de zeevaarders Kelta (keuvelen) werd genoemd. De landrotten dachten dat het een erenaam was…

In het testament van de gestorven Volksmoeder stonden mogelijke opvolgsters beschreven: Rosamond als eerste, Minerva als tweede en Sierheid als derde. Minerva had daar geen weet van, maar Sierheid was diep gekwetst. Als een uitheemse vorstin wilde ze geëerd, gevreesd en aanbeden worden. Maar Minerva wilde slechts geliefd wezen en tenslotte kwamen alle zeevaarders haar om raad vragen, zelfs vanaf de Denemarken en vanuit het Vliemeer. Dat kon Sierheid niet uitstaan, [063] want ze voelde zich verheven boven Minerva. Om haar waakzaamheid aan te bevelen, ging ze een haan op haar vaandel voeren.

Vervolgens bracht Minerva een herdershond en uil aan op haar vaandel. “De hond”, zei ze, “waakt over zijn baas en de kudde, en de uil waakt over de velden, zodat die niet door muizen worden geplaagd. Maar de haan is niemands vriend, en gedreven door onzedigheid en zelfoverschatting doodt hij zelfs zijn naaste verwanten.

Toen Kelta begreep dat haar poging niet de gewenste uitwerking had, ging ze van kwaad tot erger. Heimelijk liet ze Mágjaren komen om haar tovenarij te leren en toen ze daarvan genoeg had, wierp ze zich in de armen van de Golen. Maar ook deze misdaden hielpen niet om haar een hoger aanzien te geven. Toen ze inzag dat de zeevaarders haar steeds meer meden, probeerde ze hen door vrees aan te lokken. Was de maan vol en de zee onstuimig, dan rende ze over de wilde branding, roepend naar de zeevaarders dat ze allemaal ten onder zouden gaan, als ze haar niet wilden aanbidden. Ook verblindde ze hun ogen, waardoor ze water voor land aanzagen en land voor water. Daardoor is menig schip [064] met man en muis vergaan.

Op het eerstvolgende Weerfeest, waarbij al haar landrotten gewapend aanwezig waren, liet ze tonnen vol bier uitschenken. In dat bier had ze een toverdrank gedaan.[1] Toen al het volk dronken was, ging ze bovenop haar strijdros staan, leunend met haar hoofd tegen haar speer. Het morgenrood was op haar mooist. Ze zag dat alle ogen op haar gevestigd waren, opende haar lippen en sprak:

“Zonen en dochters van Frija! U weet wel dat wij in de laatste tijd veel schaarste en gebrek hebben geleden, doordat de zeevaarders niet langer komen om onze schrijfvellen te verhandelen.[2] U weet echter niet wat daarvan de oorzaak is. Lang heb ik mij daarover ingehouden, maar nu hou ik het niet meer uit. Hoort dan, vrienden, opdat u moogt weten waarnaar te bijten.

“Aan de overkant van de Skelda, waar ze bijna alle zeevaart in handen hebben, maken ze tegenwoordig papier van pompebladeren.[3] Daarmee besparen ze linnen en kunnen ze ons wel missen. Aangezien het maken van schrijfvellen altijd ons grootste bedrijf was, wilde de Moeder dat zij deze nieuwe techniek ook aan ons zouden leren.

“Maar Minerva heeft ons behekst, ja behekst, vrienden! Evenals al ons vee dat onlangs is gestorven... Eruit moet het, ik wil het jullie vertellen! Was ik geen [065] Burgfaam, dan wist ik het wel: Ik zou die heks in haar nest verbranden!”

Toen ze die laatste woorden had uitgesproken, haastte ze zich naar haar burg. Maar het benevelde volk was dermate geestdriftig dat het zijn verstand niet langer beheerste. Met onbezonnen inzet staken ze de Sandfal over en hoewel de nacht inmiddels neerstreek stormden ze even roekeloos op de burg af.

Maar Kelta miste alweer haar doel, want Minerva, de Lamp en al haar Famen werden door de vlugge zeevaarders gered.

Noten

  1. ‘toverdrank’ (TÁWERDRANK) — vermoedelijk het extract van een psilocybe-houdende schimmel.
  2. ‘schrijfvellen’ (SKRIF​.FILT) — of: ‘schrijfvilt’. Vergelijk ook vellum, een soort perkament, gemaakt van gevilde dierenhuid.
  3. ‘pompebladeren’ (POMPABLÉDAR) - waterleliebladeren; Fries: ‘pompeblêden’; mogelijk de verklaring van het Oudfriese woord voor papier: ‘pompier’. ‘Papyrus’ en ‘papier’ kunnen latere afleidingen zijn.

Navigeer

NL060.12 Golen ᐊ vorig/volgend ᐅ NL065.15 Jon


In andere talen

DE061.28 Burgmaide
EN061.28 Burgmaids
ES061.28 Damas de Burgo
FS061.28 BURCHFÁMNA
NO061.28 Jomfruer

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstuk L: Ottema 1876 | Overwijn 1951