Jump to content

NL029.12 Handel: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
ENZE
 
(23 intermediate revisions by the same user not shown)
Line 1: Line 1:
=={{Versie_Ott}}==
=={{Versie_Ott}}==


'''[[029|[029/12]]]'''
'''F. Geschriften Minno'''


=={{Versie_Own}}==
'''1. Wet en Richtlijn'''


==Ottema 1876==
'''c. Handel en Strijd'''
'''[43]''' '''Nuttige zaken uit de nagelaten schriften van Minno.'''


Minno was een oude zeekoning, een ziener en wijsgeer; hij heeft aan de Kretensen wetten gegeven. Hij is geboren aan de Lindaoorden, en na al zijne omzwervingen heeft hij het geluk genoten om te Lindahem te sterven.
'''[[029|29.12]]''' Nuttige zaken uit de door Minno nagelaten geschriften.


Zoo wanneer onze naburen een stuk land hebben of water, dat ons goed toeschijnt, zoo voegt het ons dat te koop te vragen; willen zij dat niet doen, zoo moet men hun dat laten behouden: dat is naar Fryas tex en het zoude onrecht wezen dat afhandig te maken.
(Minno was een oude zeekoning, ziener en wijsgeer. Hij gaf de Kretenzers wetten, was geboren aan de Lindenoorden en na zijn avonturen genoot hij het geluk om te Lindenheem te sterven.)


Wanneer er naburen te zamen kijven en twisten over eenige zaak (anders) dan over land, en zij ons verzoeken een oordeel uit te spreken, zoo behoort men dat liever achterwege '''[45]''' te laten; doch als men daar niet buiten kan, zoo moet men dat eerlijk en rechtvaardig doen.
1. Wanneer ons buurvolk een stuk land heeft, of water dat ons geschikt lijkt, kunnen we dat te koop vragen. Weigeren ze, dan laten we hen het behouden. Dat is in de geest van Frija’s Tex en het zou onrechtvaardig zijn het ze af te nemen.


Komt er iemand en zegt: ik heb oorlog en nu moet gij mij helpen. Of een ander komt en zegt: mijn zoon is minderjarig en onbekwaam en ik ben oud, nu wilde ik u tot voogd over hem en over mijn land stellen, totdat hij meerderjarig is, zoo behoort men dat te weigeren, opdat wij niet in twist mogen komen over zaken strijdende met onze vrije zeden.
2. Wanneer onze buurvolken ruzieën en strijden over onbelangrijke zaken<ref>‘onbelangrijke zaken’ (<span class="fryas">ENZE SÉKA</span>) — meer letterlijk: zaken van licht gewicht; zie Richthofen '' enze'' of etymologie [https://etymologiebank.nl/trefwoord/ons1 ''ons (gewicht)''].</ref> of over land en ze ons vragen een oordeel uit te spreken, dan dient men dat liever achterwege te laten. Als het echt niet anders kan moet men dat eerlijk en rechtvaardig doen.


Wanneer een buitenlandsch koopman komt op de toegelatene markt te Wyringen of te Almanland en hij bedriegt, zoo wordt hij terstond in de marktboete geslagen en door de maagden kenbaar gemaakt over het geheele land. Komt hij dan terug, dan zal niemand van hem koopen, en hij mag vertrekken gelijk hij gekomen is. Dus wanneer er kooplieden gekozen worden om ter markt te gaan, of met de vloot te varen, dan behoort men alleen dezulken te kiezen, die men door en door kent en in een goeden roep staan bij de maagden. Gebeurt het desniettemin, dat er een slecht man onder is, die de menschen bedriegen wil, zoo behooren de anderen dat te weren. Heeft hij het reeds gedaan, dan moet men dat herstellen, en den misdadiger uit het land verbannen, opdat onze naam overal met eere genoemd mag worden.
'''[[030|[030]]]''' 3. Komt er iemand die zegt: “Ik heb oorlog, nu moet u me helpen”; of een ander komt en zegt: “Mijn zoon is minderjarig en onbekwaam. Ik ben oud. Nu wil ik u aanstellen als voogd over hem en over mijn land, tot hij oud genoeg is”, dan dient men dat te weigeren, opdat wij geen onenigheid zullen krijgen over zaken die strijdig zijn met ons Frijas normbesef.


Maar zoo wij ons op eene buitenlandsche markt bevinden, hetzij nabij of ver af en het volk ons leed doet of besteelt, dan behooren wij met een haastigen aanval toe te slaan, want ofschoon wij alles behooren te doen om des vredes wille, mogen onze halfbroeders ons nimmer minachten of wanen dat wij bang zijn.
4a. Wanneer er op de Toelaatmarkt van Wieringga of op Almanland een buitenlands koopman komt die bedriegt, dan wordt hij onmiddellijk gemerktekend en door de Famen kenbaar gemaakt in het hele land.<ref>‘gemerktekend’ (<span class="fryas">MÀRKBÉTEN</span>) — lett.: ‘merk-’ of ‘marktgebeten’. Mogelijk werd een hoek uit het oor gesneden (of met een tang ‘gebeten’); ‘kenbaar gemaakt’ — vgl. [[Nl_03b_Algemene_Wetten|hk. 3b]], wet 11.</ref> Komt hij ooit terug, dan zal niemand van hem kopen. Hij mag vertrekken zoals hij gekomen is.


==Noten==
4b. Dus, wanneer er kooplieden worden verkozen om over de markten te gaan of met de vloot mee te varen, dan dient men alleen mannen te kiezen die men door en door kent en die een goede reputatie hebben bij de Famen.
 
4c. Gebeurt het toch dat er een slecht man tussen zit die het volk misleiden wil, dan dienen de anderen in te grijpen. Heeft hij het al gedaan dan moet men het rechtzetten en de oplichter uit onze landen verbannen, opdat onze naam overal met eerbied zal worden uitgesproken.
 
5. Als het anderzijds gebeurt dat een volk ons op een buitenlandse markt — hetzij dichtbij of ver weg — leed aandoet of besteelt, dan moeten we zonder aarzelen toeslaan. Want hoewel we '''[[031|[031]]]''' er alles aan moeten doen om vrede te bewaren, mogen onze halfbroeders ons nooit minachten of denken dat we bang zijn.
 
===Noten===
<references />
<references />
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL031.04 Wetten|back=NL027.12 Zeevaart}}
=={{Titel andere talen}}==
<span>
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE029.12 Handel]]'''
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN029.12 Precedents]]'''
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES029.12 Comercio]]'''
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS029.12 WANDEL|FS029.12 <span class="fryas">WANDEL</span>]]'''
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO029.12 Handel]]'''</span>


=={{Ander NL}}==
Hoofdstuk F: [[F Ottema|Ottema 1876]] | [[F Overwijn|Overwijn 1951]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^F. Geschriften Minno^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 04 Minno^}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 04d Over Wetten}}

Latest revision as of 08:16, 26 August 2025

Ontwerp 2026 Ott

F. Geschriften Minno

1. Wet en Richtlijn

c. Handel en Strijd

29.12 Nuttige zaken uit de door Minno nagelaten geschriften.

(Minno was een oude zeekoning, ziener en wijsgeer. Hij gaf de Kretenzers wetten, was geboren aan de Lindenoorden en na zijn avonturen genoot hij het geluk om te Lindenheem te sterven.)

1. Wanneer ons buurvolk een stuk land heeft, of water dat ons geschikt lijkt, kunnen we dat te koop vragen. Weigeren ze, dan laten we hen het behouden. Dat is in de geest van Frija’s Tex en het zou onrechtvaardig zijn het ze af te nemen.

2. Wanneer onze buurvolken ruzieën en strijden over onbelangrijke zaken[1] of over land en ze ons vragen een oordeel uit te spreken, dan dient men dat liever achterwege te laten. Als het echt niet anders kan moet men dat eerlijk en rechtvaardig doen.

[030] 3. Komt er iemand die zegt: “Ik heb oorlog, nu moet u me helpen”; of een ander komt en zegt: “Mijn zoon is minderjarig en onbekwaam. Ik ben oud. Nu wil ik u aanstellen als voogd over hem en over mijn land, tot hij oud genoeg is”, dan dient men dat te weigeren, opdat wij geen onenigheid zullen krijgen over zaken die strijdig zijn met ons Frijas normbesef.

4a. Wanneer er op de Toelaatmarkt van Wieringga of op Almanland een buitenlands koopman komt die bedriegt, dan wordt hij onmiddellijk gemerktekend en door de Famen kenbaar gemaakt in het hele land.[2] Komt hij ooit terug, dan zal niemand van hem kopen. Hij mag vertrekken zoals hij gekomen is.

4b. Dus, wanneer er kooplieden worden verkozen om over de markten te gaan of met de vloot mee te varen, dan dient men alleen mannen te kiezen die men door en door kent en die een goede reputatie hebben bij de Famen.

4c. Gebeurt het toch dat er een slecht man tussen zit die het volk misleiden wil, dan dienen de anderen in te grijpen. Heeft hij het al gedaan dan moet men het rechtzetten en de oplichter uit onze landen verbannen, opdat onze naam overal met eerbied zal worden uitgesproken.

5. Als het anderzijds gebeurt dat een volk ons op een buitenlandse markt — hetzij dichtbij of ver weg — leed aandoet of besteelt, dan moeten we zonder aarzelen toeslaan. Want hoewel we [031] er alles aan moeten doen om vrede te bewaren, mogen onze halfbroeders ons nooit minachten of denken dat we bang zijn.

Noten

  1. ‘onbelangrijke zaken’ (ENZE SÉKA) — meer letterlijk: zaken van licht gewicht; zie Richthofen enze of etymologie ons (gewicht).
  2. ‘gemerktekend’ (MÀRKBÉTEN) — lett.: ‘merk-’ of ‘marktgebeten’. Mogelijk werd een hoek uit het oor gesneden (of met een tang ‘gebeten’); ‘kenbaar gemaakt’ — vgl. hk. 3b, wet 11.

Navigeer

NL027.12 Zeevaart ᐊ vorig/volgend ᐅ NL031.04 Wetten


In andere talen

DE029.12 Handel
EN029.12 Precedents
ES029.12 Comercio
FS029.12 WANDEL
NO029.12 Handel

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstuk F: Ottema 1876 | Overwijn 1951