Jump to content

NL056.21 Tunis: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
mNo edit summary
Vlie-
 
(26 intermediate revisions by the same user not shown)
Line 1: Line 1:
=={{Versie_Ott}}==
=={{Versie_Ott}}==


'''[[056|[056/21]]]'''
'''K. Tijdperk Tunis'''


=={{title_edits_and_notes}}==
'''3. Op Waraburg en Stavia'''
<div class="toccolours mw-collapsible mw-collapsed">


==={{Versie_Own}}===
'''a. Tunis en Inka'''
'''[/57]''' Nu komen de geschiedenissen van (neef) Tunis en (zijn neef) Inka eerst recht aan bod.


'''Dit alles staat niet alleen op de Waraburcht, maar ook op de burcht Stavia, die gelegen is achter de haven van Staveren.'''
'''[[056|56.21]]''' Nu steken de geschiedenissen van de neven Tunis en Inka pas echt van wal.


Toen Tunis met zijn schepen naar huis wilde keren, ging hij eerst op de Lage Landen (Danebroche) af, maar hij mocht daar niet landen, dat had de Moeder bestierd. Ook te Vliedland mocht hij niet landen en voorts nergens. Hij zou zo met zijn manschappen van kommer en gebrek zijn omgekomen. Daarom gingen zij ’s nachts aan land om te roven en voeren bij dag verder. Zo langs de kust voortvarende, kwamen zij aan de volksplanling Katdiek (Kattenburg), (aldus geheten, omdat haar haven door een stenen kadedijk gevormd was). Hier kochten zij allerhande leeftocht, maar Tuta de burchtmaagd wilde niet gedogen, dat zij zich daar neerzetten. Toen zij gereed waren, kregen zij twist. Tunis (Thureens) wilde door de straat van de Middellandse Zee, om te varen voor de rijke koning van Egypteland, zoals hij wel eer gedaan had. Maar Inka zei, dat hij zijn bekomst had van al dat Findavolk. Inka meende, dat er misschien wel een hooggelegen deel van Atland (Altan), bij wijze van eiland, zou zijn overgebleven, waar hij met zijn manschappen vredig kon leven. Toen de beide genoten het dus niet eens konden worden, ging Tunis (Thureens) heen en stak een rode vaan in het strand en Inka een blauwe. Daarna mocht ieder kiezen, wie hij wilde volgen, en o wonder, tot Inka, die er afkeer van had, om de koningen van Finda's volk te dienen, liepen de meeste Finen en Magianen over. Toen zij nu het volk geteld en de schepen daarna verdeeld hadden, scheidden '''[59]''' de vloten van elkander. Van (neef) Tunis is naderhandd bericht gekomen, van (neef) Inka nooit meer.
Dit alles staat niet alleen op de Waraburg, maar ook op de burg Stavia, die achter de haven van Staveren ligt.<ref>Volgens een noot (blz. 137) in ''Friesche Sagen'' (Theun de Vries, 1925) lag een ouder “Staveren op een varensafstand van 20 minuten van het hedendaagse Stavoren in zee verwijderd”.</ref>


===Ottema 1876===
Toen Tunis met zijn schepen op weg was naar huis, wilde hij eerst aanleggen op de Denemarken. Maar op last van de Moeder kreeg hij daarvoor geen toestemming. '''[[057|[057]]]''' Ook op Vlieland mocht hij niet landen, noch elders, waardoor hij met zijn mensen zou zijn omgekomen door schaarste en gebrek. Daarom gingen ze des nachts aan land om te roven en overdag voeren ze verder.
'''[/79]''' Nu komen de geschiedenissen van neef Teunis en zijn neef Inka eerst recht op het pad.


'''Dit alles staat niet alleen op de Waraburgt, maar ook op de burgt Stavia, die gelegen is achter de haven van Stavre'''
Op deze wijze langs de kust varend, kwamen ze aan bij de volksplanting Kádik (Cádiz), zo genoemd omdat haar haven aangelegd was als een kade-dijk van steen. Hier sloegen ze allerhande leeftocht in, maar Tutja de Burgfaam wilde niet toestaan dat zij zich daar vestigden.


Toen Teunis met zijne schepen naar huis wilde keeren, ging hij het eerst op de Dennemarken af, maar hij mocht daar '''[81]''' niet landen, dat had de Moeder besteld. Ook te Flyland mocht hij niet landen en voorts nergens. Hij zoude alzoo met zijne manschappen van kommer en gebrek omgekomen zijn; daarom gingen zij des nachts aan land om te rooven, en voeren bij dag verder. Aldus langs de kust voort varende kwamen zij tot de volkplanting Kadik, zoo geheeten omdat zij door een steenen kadijk gevormd was. Hier kochten zij allerhande leeftocht, maar Tuntia de burgtmaagd wilde niet gedoogen, dat zij zich daar nederzetteden. Toen zij gereed waren, kregen zij twist. Teunis wilde door de straat van de Middellandsche zee, om te varen voor den rijken koning van Egyptenland, gelijk hij wel eer gedaan had. Maar Inka zeide dat hij zijn bekomst had van al dat Findas volk. Inka meende dat er misschien wel een hooggelegen deel van Atland, bij wijze van eiland, zoude overgebleven wezen, waar hij met zijne manschappen vredig leven mocht. Als de beide neven het aldus niet eens konden worden, ging Teunis heen en stak een roode banier in het strand, en Inka eene blaauwe. Daarna mocht ieder kiezen, wien hij volgen wilde, en o wonder, tot Inka, die er een afkeer van had, om de koningen van Findas volk te dienen, liepen de meeste Finnen en Magyaren over. Toen zij nu het volk geteld en de schepen daarnaar verdeeld hadden, scheidden de vloten van elkander; van neef Teunis is naderhand bericht gekomen, van neef Inka nimmer.
Toen ze klaar waren voor vertrek, ontstond er onenigheid. Tunis wilde door de straat van de Middenzee om te gaan varen voor de rijke koning van de Egyptalanden, zoals hij wel eerder gedaan had. Maar Inka zei dat hij genoeg had van al het Findavolk en meende dat er misschien een hooggelegen deel van Atland als eiland gespaard zou wezen, waar hij met zijn mensen vredig zou kunnen leven. Omdat de beide neven het aldus niet eens werden, nam Tunis een besluit en plantte een rode vlag in het strand. Inka nam een blauwe. Daarop kon iedereen kiezen wie hij wilde volgen. En warempel! Bij Inka, die gruwde van het idee om de koningen van Finda’s volk te dienen, sloten zich de meeste Finnen en Mágjaren aan. Nadat de twee groepen geteld waren, verdeelden ze de schepen naar verhouding en gingen de vloten uit elkaar.
</div>


{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 08d Tunis en de Tyriërs|back=Nl 08b Wodin en de Magy}}
Van Neef-Inka hebben we nooit meer iets gehoord, maar wel van Neef-Tunis...
 
===Noten===
<references />
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL058.01 Tyriers|back=NL053.12 Wodin}}
=={{Titel andere talen}}==
<span>
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE056.21 Tunis]]'''
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN056.21 Tunis]]'''
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES056.21 Tunis e Inka]]'''
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS056.21 TÜNIS|FS056.21 <span class="fryas">TÜNIS</span>]]'''
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO056.21 Tunis]]'''</span>
 
=={{Ander NL}}==
Hoofdstuk K: [[K Ottema|Ottema 1876]] | [[K Overwijn|Overwijn 1951]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^K. Tijdperk Tunis^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 08 Op De Bewaarburcht^}}

Latest revision as of 08:54, 16 January 2026

Ontwerp 2025 Ott

K. Tijdperk Tunis

3. Op Waraburg en Stavia

a. Tunis en Inka

56.21 Nu steken de geschiedenissen van de neven Tunis en Inka pas echt van wal.

Dit alles staat niet alleen op de Waraburg, maar ook op de burg Stavia, die achter de haven van Staveren ligt.[1]

Toen Tunis met zijn schepen op weg was naar huis, wilde hij eerst aanleggen op de Denemarken. Maar op last van de Moeder kreeg hij daarvoor geen toestemming. [057] Ook op Vlieland mocht hij niet landen, noch elders, waardoor hij met zijn mensen zou zijn omgekomen door schaarste en gebrek. Daarom gingen ze des nachts aan land om te roven en overdag voeren ze verder.

Op deze wijze langs de kust varend, kwamen ze aan bij de volksplanting Kádik (Cádiz), zo genoemd omdat haar haven aangelegd was als een kade-dijk van steen. Hier sloegen ze allerhande leeftocht in, maar Tutja de Burgfaam wilde niet toestaan dat zij zich daar vestigden.

Toen ze klaar waren voor vertrek, ontstond er onenigheid. Tunis wilde door de straat van de Middenzee om te gaan varen voor de rijke koning van de Egyptalanden, zoals hij wel eerder gedaan had. Maar Inka zei dat hij genoeg had van al het Findavolk en meende dat er misschien een hooggelegen deel van Atland als eiland gespaard zou wezen, waar hij met zijn mensen vredig zou kunnen leven. Omdat de beide neven het aldus niet eens werden, nam Tunis een besluit en plantte een rode vlag in het strand. Inka nam een blauwe. Daarop kon iedereen kiezen wie hij wilde volgen. En warempel! Bij Inka, die gruwde van het idee om de koningen van Finda’s volk te dienen, sloten zich de meeste Finnen en Mágjaren aan. Nadat de twee groepen geteld waren, verdeelden ze de schepen naar verhouding en gingen de vloten uit elkaar.

Van Neef-Inka hebben we nooit meer iets gehoord, maar wel van Neef-Tunis...

Noten

  1. Volgens een noot (blz. 137) in Friesche Sagen (Theun de Vries, 1925) lag een ouder “Staveren op een varensafstand van 20 minuten van het hedendaagse Stavoren in zee verwijderd”.

Navigeer

NL053.12 Wodin ᐊ vorig/volgend ᐅ NL058.01 Tyriers


In andere talen

DE056.21 Tunis
EN056.21 Tunis
ES056.21 Tunis e Inka
FS056.21 TÜNIS
NO056.21 Tunis

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstuk K: Ottema 1876 | Overwijn 1951