Nl 13b Verraad

    From Oera Linda Wiki

    Ott werkversie

    [091/11]

    Overwijn 1951

    [/89] Dit zijn de nagelaten geschriften van Bruno, die schrijver is geweest op deze burcht.

    Nadat de aanhangers van Adela alles hadden laten overschrijven, elk in zijn rijk, wat binnen op de wanden der burchten was gegrift, besloten zij een Moeder te kiezen. Daartoe werd een algemene vergadering belegd op dit erf. Volgens de eerste raad van Adela werd Tuutja aanbevolen. Dit zou ook geslaagd zijn, maar nu vroeg mijn burchtvrouw het woord. Zij was altijd van mening geweest, dat zij Moeder zou worden, omdat zij hier op de burcht zat van waaruit meest alle Moeders gekozen waren. Toen haar het woord gegund was, opende zij haar valse lippen en sprak: Gij allen schijnt zeer te hechten aan Adela’s raad, maar dat zal daarom mijn mond sluiten noch snoeren. Wie is toch Adela en waar komt het vandaan, dat gij [91] haar zo’n hoge lof toezwaait? Zoals ik tegenwoordig ben, is zij tevoren hier burchtvrouw geweest, maar is zij daarom wijzer en beter dan ik en alle anderen? of is zij meer gesteld op onze zeden en gewoonten? Was dat het geval, dan zou zij wel Moeder zijn geworden, toen zij daarvoor gekozen werd, maar neen, zij wilde liever een huwelijk met alle huwelijksgeluk en genoegens, die daaraan verbonden zijn, in plaats van eenzaam over zichzelf en het volk te waken, Zij heeft een helder inzicht, goed, maar mijn ogen zijn verre van verduisterd. Ik heb gezien dat zij haar echtgenoot ten zeerste bemint, nu goed, dat is prijzenswaardig, maar ik heb verder gezien, dat Tuutja Apol’s nicht is. Verder wil ik niets zeggen.

    De meer vooraanstaanden begrepen heel goed, waar zij heen wilde, maar onder het volk kwam tweedracht en, doordat het merendeel van hier kwam, wilde het Tuutje die eer niet gunnen. De gesprekken werden beëindig, de messen uit de schede gehaald en er werd geen Moeder gekozen. Kort daarop had een van onze boden zijn makker gedood. Tot nu toe was hij oppassend geweest, daarom had mijn burchtmaagd verlof hem buiten de landspalen te helpen. Maar, inplaats van hem te helpen naar het Heideland, vluchtte zijzelf met hem over de Weser en voorts naar de Magy. De Magy, die zijn Fryaszonen wilde behagen, stelde haar aan als Moeder op Godisburcht in Schoonland. Maar zij wilde meer, zij zei hem dat, indien hij Adela uit de weg kon ruimen, hij meester zou worden over geheel Fryasland. Zij was een vijandin van Adela, zei zij, want door hààr streken was zij geen Moeder geworden. Indien hij haar Techel- of Vliedland wilde toezeggen, zou haar bode zijn krijgers tot wegwijzer dienen. Dit alles heeft haar hode zelf bekend.

    Ottema 1876

    [/127] Dit zijn de nagelaten geschriften van Bruno, die schrijver geweest is op deze burgt.

    Nadat de aanhangers van Adela alles hadden laten overschrijven, elk in zijn rijk, wat op de wanden der burgten gegrift was, besloten zij eene Moeder te kiezen. Daartoe werd eene gemeene vergadering belegd op deze hiem. Naar de eerste raad van Adela werd Teuntja aanbevolen. Dit zoude ook geslaagd zijn, doch nu vroeg mijne Burgtmaagd het woord: zij was altijd in de meening geweest, dat zij Moeder zoude worden, uit oorzaak dat zij hier op de burgt zat, van waar meest alle Moeders gekozen waren. Toen haar het woord gegund was, opende zij hare valsche lippen en sprak: Gij allen schijnt zeer te hechten aan Adelas raad; doch dat zal daarom mijn mond niet sluiten noch snoeren. Wie toch is Adela en waar komt het van daan, dat gij haar zulken hoogen lof toezwaait? Gelijk ik tegenwoordig, zoo is zij te voren hier Burgtmaagd geweest; [129] doch is zij daarom wijzer en beter als ik en alle andere? of is zij meer gesteld op onze zeden en gewoonten? Was dat het geval, dan zoude zij wel Moeder geworden zijn, toen zij daartoe gekozen is, maar zij wilde liever een huwelijk hebben met alle vreugde en genoegens, die daaraan verbonden zijn, in plaats van eenzaam over haar zelve en het volk te waken. Zij is zeer helderziende, goed, maar mijne oogen zijn verre van verduisterd te wezen. Ik heb gezien dat zij haren echtgenoot grootelijks bemint, nu goed, dat is loffelijk, maar ik heb verder gezien, dat Teuntje Apols nicht is. Wijders wil ik niets zeggen.

    De voornaamsten begrepen heel goed, waar zij luwte zocht, maar onder het volk kwam tweespalt, en, naardien het meerderdeel van hier kwam, wilde het Teuntje die eer niet gunnen. De redeneringen werden geëindigd: de messen uit de scheede gehaald, en er werd geene Moeder gekozen. Kort daarop had een van onze boden zijn makker geveld. Tot nu toe was hij braaf geweest, daarom had mijne Burgtmaagd verlof hem buiten de landpalen te helpen. Doch, in plaats van hem te helpen naar het Twiskland, zoo vluchtte zij zelve met hem over de Wesara en voorts naar den Magy. De Magy, die zijne Fryaszonen behagen wilde, stelde haar aan als Moeder op Godaburgt in Schoonland; maar zij wilde meer, zij zeide hem dat, bijaldien hij Adela uit den weg ruimen konde, hij meester zoude worden over geheel Fryas land. Zij was eene vijandin van Adela, zeide zij, want door hare ranken was zij geene Moeder geworden. Bijaldien hij haar Texland wilde toezeggen, zoude haar bode zijne krijgslieden tot wegwijzer dienen. Al deze zaken heeft haar bode zelf beleden.

    Lees Verder

    Nl 13a Adel-Bond ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 13c De Gifpijl

    Aangepaste volgorde:

    Nl 01c Grevetmannen ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 13c De Gifpijl