Annes J. Vitringa

Annes Johan Vitringa (Harderwijk 1827 - Den Haag 1901) was schrijvend filosoof, meest werkzaam geweest zijnde in het onderwijs. Zijn biografie wekt de indruk dat hij vaak rusteloos en zoekende was. Een schoonzoon (W.C.L. Bronsveld) was o.a. directeur van de Rijks HBS te Hoorn.
Na Ottema was hij de eerste, , die op een welwillende, oprecht kritische manier een serie artikerlen schreef over Oera Linda, [anoniem of onder pseudoniem Jan Holland?], tussen 19 juni en 11 september 1874 in de Deventer Courant (JJK 58). Deze reeks werd in oktober van hetzelfde jaar gebundeld uitgegeven (JJK 60) — het daarop volgende jaar ook in Duitse vertaling (JJK 61).
Vitringa beweerde niet dat de OLB authentiek is, maar hij maakte duidelijk dat het zeker niet onmogelijk is dat dit wel zo is, en dat het in beide gevallen van grote waarde is vanwege de inhoud en de algehele boodschap. Hij adviseerde een grondiger onderzoek.
- 1874 Serie “Thet Oera Linda bok” - Deventer Crt. 19 en 26-6; 3, 17, 24 en 31-7; 7, 14, 21 en 28-8; 4 en 11-9-1874 - JJK 58.
- 1874 Naar aanleiding van Thet Oera Linda Bok; (heruitgave JJK 58:) Historische schetsen met enige in- en uitvallen - Deventer, uitg. J. de Lange, 152 blz - JJK 60.
- 1875 Historische Skizzen auf Grundlage von Thet Oera Linda Bok; mit etlichen Ein- und Ausfällen - autorisierte und vom Verfasser revidierte Ausgabe, door Hermann Otto - Norden, uitg. Braams, 1875, 1546 blz - JJK 61.
- 1876 juni - Ottema: De Deventer Courant en Het Oera Linda Boek - uitg. Kuipers, 31 blz - JJK 89.
- 1877 Bespr. van J. Beckering Vinckers; Wie heeft het O.L.B. geschreven? - Deventer Crt. 30-3-1877; Overgenomen in LC 8-4-1877 - JJK 163.
Tresoar heeft brieven van Vitringa aan Ottema d.d. 21 en 29-8-1875 en 16-12-1876 (JJK Bc).
In briefwisseling Ottema - Leendert F. Over de Linden
Ottema aan L.F. Over de Linden 9-8-1874:
De stukken in de Deventer Courant lees ik ook met uitstekend genoegen. Doch ik ben nog niet te weten gekomen wie de schrijver is. De gissingen daarover loopen zeer uiteen. Hij heeft intusschen het boek goed bestudeerd en vrij juist opgevat, schrijft onderhoudend en behandelt zijn onderwerp meesterlijk, doch geeft wat te veel toe aan een zucht tot aardigheden en gezochte vergelijkingen, bijvoorbeeld van de Finnen en fijnen, waardoor de oppervlakkige lezer in de war gebracht wordt, en allicht in den waan geraakt, dat die toepassingen in het Boek gelegd zijn. Fin als woord staat gelijk met ons fijn, maar de beteekenis openbaart zich in het afgeleide bijv. nw. finnich (vinnig). Die stukken zijn te uitvoerig om door andere Couranten overgenomen te worden. De Heer Kuipers heeft den uitgever voorgesteld om t zijner tijde de stukken bijeen te voegen en als een afzonderlijk boek uit te geven. Of de Lange daartoe zal overgaan is mij nog niet bekend.
Ottema aan L.F. Over de Linden 3-9-1875:
Dr. A. Vitringa, Rector te Deventer (vroeger te Enkhuizen), schrijver van de Hist. Schetsen, schreef mij onlangs: “het naif geestige OLB is eene oase in de woestijn onzer tegenwoordige natiionale Literatur. Dit is zeker, dat nu het Buitenland zich met de zaak gaat bemoeijen, de Kon. Akademie zich verregaand gecompromitteerd heeft. - Neem mijn geschrijf als van iemand die zich verfrischt en opgewekt voelt door de lectuur van 't OLB en die U recht dankbaar is, dat gij hem dit geestesgenot verschaft hebt.”
L.F. Over de Linden aan Ottema 3-9-1876:
Het andere bezoek ontving ik Woensdag-avond. Het waren de HH Vitringa uit Deventer, die 's avonds met de trein van 8 uur kwamen, om den volgenden morgen weder te vertrekken. Zij hebben een paar uur bij mij vertoeft en het HS bekeken, zonder echter over de echtheid te kunnen oordeelen. Welke beweegreden zou er bestaan hebben voor de vervalsching? Die vraag kwam gedurig boven en kon geene redelijke oplossing erlangen. Ten einde over het verschil van stijl te laten oordeelen heb ik hun eenige schriften ter inzage gegeven waarin mijn vader zijne ideeën heeft opgeteekend omtrent de beweging der aarde ten opzichte van haar zelf als in betrekking tot zon en maan. De heer Vitringa deelde mij mede dat [er] een roman van zijn hand, getiteld Darwiniana, binnen kort het licht zal zien. Daarin laat hij in een vreemd land een nieuw testament vinden dat door den een voor echt, door den ander voor onecht wordt gehouden en ongeveer dezelfde geschiedenis erlangt als het OLB. Ik twijfel niet of de geestige schrijver zal daarvan iets moois gemaakt hebben. De broeder van Dr Vitringa, lid van de Pr. Staten van Overijssel, sprak zeer weinig, maar bleek mij een fijn opmerker te wezen. Onder aanbeveling dat ik het HS in een brandkastje zoude bewaren, en mij te voorzien van een dikke huid om de aanvallen die nog te wachten zijn, te kunnen weerstaan, zijn zij, niet veel wijzer met betrekking tot de echtheid dan zij gekomen waren, weder vertrokken. Het schijnt dat de Heer Eekhoff zich al die duitsche beoordeelingen heeft aangeschaft, genoemd in de Deventer Courant, waarin de uitgever uw laatste brochure bespreekt. Zou er geen gelegenheid bestaan eene opgaaf van nommers te verkrijgen van de verschillende bladen en tijdschriften waarin die beoordeeling geplaatst zijn, of dat de Hr. Eekhoff ze voor mijne rekening verzamelt. Ik zou ze gaarne bezitten, vooral Bismarc moet, volgens den Hr. Vitringa, zeer ingenomen zijn met het OLB.
Ottema aan L.F. Over de Linden 10-9-1876:
Met genoegen ontving ik uwen vorigen brief, meldende het bezoek van de beide Heeren Vitringa. Dat was fiks dat zij er de reis voor deden. (...)
Ottema aan L.F. Over de Linden 12-3-1877:
Van de Deventer Courant dd. 2 Maart j.l. [JJK 142] merk ik dat gij nog geene kennis draagt. In het bijvoegsel daarvan komt een brief voor, die in kopie hiernevens gaat. Wij geloven hier dat hij uit de pen van Prof. Vitringa is gevloeid.
Ottema aan L.F. Over de Linden 3-4-1877:
Dr. Vitringa heeft in het Bijvoegsel van de Deventer Krant 30 Maart een artikel over B[eckering] V[inckers] brochure [Kalma 163].
Ottema aan L.F. Over de Linden 19-5-1877:
De uitgave van uwe verdediging vondt goeden bijval. (...) Ik heb een exemplaar gezonden aan Dr. Vitringa in vertrouwen, dat hij er wel wat van zeggen zal in de Deventer Courant, evenals hij de brochure van B.V. heeft besproken.
Zie ook:
- Kwartierstaat en parenteel met enige portretten
- Gedetailleerde biografie in NNBW.
- Lijst publicaties op DBNL.