Jump to content

NL023.07 Oorlogstijd: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
mNo edit summary
No edit summary
 
(18 intermediate revisions by the same user not shown)
Line 1: Line 1:
=={{Versie_Ott}}==
=={{Versie_Ott}}==


=={{Versie_Own}}==
'''E. Wetten'''


==Ottema 1876==
'''d. Moeder en Koningen in Oorlog'''
'''[35]''' Hier zijn de rechten der moeder en der koningen.


1. Zoo wanneer er oorlog komt, zende de Moeder hare boden naar den koning, de koning zende boden naar de grevetmannen om de landweer.
'''[[023|23.07]]''' Dit zijn richtlijnen met betrekking tot de Moeder en de legerleiders.


2. De grevetmannen roepen alle burgtheeren te zamen en beraadslagen hoe vele mannen zij zullen zenden. '''[37]'''
1. Wanneer er oorlog uitbreekt, zendt de Moeder haar bodes naar de Koning, die vervolgens bodes zendt naar de Grevetmannen om de landweer te mobiliseren.


3. Alle besluiten van dezen moeten dadelijk naar de Moeder gezonden worden, met boden en getuigen.
2. De Grevetmannen roepen alle Burgheren bijeen en beraden zich over het aantal in te zetten manschappen.


4. De Moeder laat alle besluiten verzamelen en geeft het guldengetal, dat is het middengetal van alle besluiten te zamen. Hiermede moet men vooreerst vrede hebben, en de koning eveneens.
3. Al hun besluiten worden direct naar de Moeder gezonden, met bodes en getuigen.


5. Is het leger te velde, dan behoeft de koning slechts met zijne hoofdmannen te raadplegen, doch daarbij moeten altijd drie burgtheeren der Moeder vooraan zitten zonder stem. Deze burgtheeren moeten dagelijks boden naar de Moeder zenden, opdat zij weten moge of er iets gedaan wordt, strijdende met Fryas raadgeving.
4. De Moeder laat alle besluiten verzamelen en geeft het Guldental, dat is het gemiddelde aantal van alle gezamenlijke besluiten. Vooreerst moet dat aantal worden aanvaard, ook door de Koning.


6. Wil de koning iets doen, en zijne raden niet, zoo mag hij het niet onderstaan.
5. Is het leger te velde, dan behoeft de Koning alleen met zijn hoofdmannen te overleggen, maar daarbij moeten altijd drie Burgheren van de Moeder vooraan '''[[024|[024]]]''' zitten, zonder stemrecht. Deze Burgheren moeten dagelijks bodes naar de Moeder zenden, opdat ze weet wanneer er iets gedaan wordt dat strijdig is met de wetten of met Frya’s raadgevingen.


7. Komt de vijand onverwacht, dan moet men doen, zooals de koning gebiedt.
6. Wil de Koning iets doen waar zijn raadgevers tegen zijn, dan mag hij dat niet ondernemen.


8. Is de koning niet op het pad, dan moet men zijn volger gehoorzaam wezen, of die op dezen volgt, tot den laatste toe.
7. Valt de vijand onverwacht aan, dan moet men de Koning gehoorzamen.


9. Is er geen hoofdman, dan moet men een kiezen.
8. Is de Koning niet in de buurt, dan moet men de bevelen opvolgen van de hoogste in rang die op dat moment aanwezig is.


10. Is daar geen tijd toe, dan werpe zich een tot hoofdman op, die zich sterk gevoelt.
9. Is er geen hoofdman, dan kiest men er ter plekke één.


11. Heeft de koning een gevreesd volk afgeslagen, dan mogen zijne nakomelingen zijnen naam achter hun eigen naam voeren. De koning mag, zoo hij wil, op eene onbebouwde plaats eene plek uitkiezen tot een huis en erf. Dat erf mag een ronddeel zijn, zoo groot, dat hij naar alle zijden zeven honderd treden van zijn huis af loopen mag, eer hij aan zijn grensscheiding komt.
10. Is daar geen tijd voor, dan werpt hij zich op tot hoofdman, die zich machtig voelt.


12. Zijn jongste zoon mag dat goed erven, na hem diens jongste zoon, dan zal men het terug nemen.
11. Heeft de Koning een gevreesde vijand verslagen, dan mag zijn nageslacht zijn naam als achternaam aannemen. Als hij wil, mag hij in een onbebouwd gebied een plek uitkiezen voor zijn huis en erf. Dat erf mag een een omringend veld zijn, zo groot dat hij vanaf alle zijden van zijn huis zevenhonderd stappen tot aan de grens kan lopen.


==Noten==
'''[[025|[025]]]''' 12. Zijn jongste zoon mag dat landgoed erven en na hem diens jongste, maar daarna neemt men het weer terug.
 
===Noten===
<references />
<references />
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL025.04 Zekerheid|back=NL021.15 Oorlogswetten}}
=={{Titel andere talen}}==
<span>
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE023.07 Krieg]]'''
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN023.07 War]]'''
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES023.07 Tiempos de guerra]]'''
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS023.07 ORLOCHSTID|FS023.07 <span class="fryas">ORLOCHSTID</span>]]'''
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO023.07 Krigstid]]'''</span>
=={{Ander NL}}==
Hoofdstuk E: [[E Ottema|Ottema 1876]] | [[E Overwijn|Overwijn 1951]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^E. Wetten^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 03 Wetten en Rechten^}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 03e Zekerheid}}

Latest revision as of 08:01, 31 March 2025

Ontwerp 2026 Ott

E. Wetten

d. Moeder en Koningen in Oorlog

23.07 Dit zijn richtlijnen met betrekking tot de Moeder en de legerleiders.

1. Wanneer er oorlog uitbreekt, zendt de Moeder haar bodes naar de Koning, die vervolgens bodes zendt naar de Grevetmannen om de landweer te mobiliseren.

2. De Grevetmannen roepen alle Burgheren bijeen en beraden zich over het aantal in te zetten manschappen.

3. Al hun besluiten worden direct naar de Moeder gezonden, met bodes en getuigen.

4. De Moeder laat alle besluiten verzamelen en geeft het Guldental, dat is het gemiddelde aantal van alle gezamenlijke besluiten. Vooreerst moet dat aantal worden aanvaard, ook door de Koning.

5. Is het leger te velde, dan behoeft de Koning alleen met zijn hoofdmannen te overleggen, maar daarbij moeten altijd drie Burgheren van de Moeder vooraan [024] zitten, zonder stemrecht. Deze Burgheren moeten dagelijks bodes naar de Moeder zenden, opdat ze weet wanneer er iets gedaan wordt dat strijdig is met de wetten of met Frya’s raadgevingen.

6. Wil de Koning iets doen waar zijn raadgevers tegen zijn, dan mag hij dat niet ondernemen.

7. Valt de vijand onverwacht aan, dan moet men de Koning gehoorzamen.

8. Is de Koning niet in de buurt, dan moet men de bevelen opvolgen van de hoogste in rang die op dat moment aanwezig is.

9. Is er geen hoofdman, dan kiest men er ter plekke één.

10. Is daar geen tijd voor, dan werpt hij zich op tot hoofdman, die zich machtig voelt.

11. Heeft de Koning een gevreesde vijand verslagen, dan mag zijn nageslacht zijn naam als achternaam aannemen. Als hij wil, mag hij in een onbebouwd gebied een plek uitkiezen voor zijn huis en erf. Dat erf mag een een omringend veld zijn, zo groot dat hij vanaf alle zijden van zijn huis zevenhonderd stappen tot aan de grens kan lopen.

[025] 12. Zijn jongste zoon mag dat landgoed erven en na hem diens jongste, maar daarna neemt men het weer terug.

Noten

Navigeer

NL021.15 Oorlogswetten ᐊ vorig/volgend ᐅ NL025.04 Zekerheid


In andere talen

DE023.07 Krieg
EN023.07 War
ES023.07 Tiempos de guerra
FS023.07 ORLOCHSTID
NO023.07 Krigstid

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstuk E: Ottema 1876 | Overwijn 1951