1832-1902 Alewijn Ott: Difference between revisions
add |
eerste kinderen |
||
| (20 intermediate revisions by the same user not shown) | |||
| Line 1: | Line 1: | ||
'''''Alewijn Ott''''' (1832-1902) te <u>Twisk</u> was de jongste zoon van [[1810- | '''''Alewijn Ott''''' (1832-1902) te <u>Twisk</u> was de jongste zoon van [[1810-1832 Pieter Ott|'''''Pieter Ott''''' (1786-1837)]] te <u>Abbekerk</u>. | ||
[samenvatting volgt] | [samenvatting volgt] | ||
| Line 7: | Line 7: | ||
* d.v./z.v. = dochter/zoon van | * d.v./z.v. = dochter/zoon van | ||
* BS = Burgerlijke Stand | * BS = Burgerlijke Stand | ||
== 1832 == | |||
Maandag <u>20 februari</u> om 4 uur is geboren ''Alewijn'', z.v. '''''Pieter Ott''''' (40), ''veldwachter'' en ''Aafje Louw'', aangifte <u>21 feb.</u> door vader, ''Jan Reuzenaar'' (39) en ''Simon de Jong'' (30), beide gebuur en landman <small>[[https://hdl.handle.net/21.12114/9D8D65EDA509457A8257AA3B08B61886 BS 1832g/2]]</small>. | |||
== 1834 == | |||
Zaterdag <u>13 december</u> om 22 uur is geboren ''Marijtje'', d.v. '''''Pieter Ott''''' (48), ''veldwachter'' en ''Aafje Louw'', aangifte <u>14 dec.</u> door vader, ''Pieter Koelemey sr.'' (64) en ''Pieter Koelemey jr.'' (28), beide gebuur en landman <small>[[https://hdl.handle.net/21.12114/DF026CE9B1F243B8B8B7C18F879798B0 BS 1834g/9]]</small>. | |||
== 1835 == | |||
Donderdag <u>4 juni</u> zijn te <u>Zwaag</u> getrouwd oom ''Teunis Louw'' (33, kleermaker) met ''Aafje Dop'' (27); getuigen vader '''''Pieter Ott''''' (49, veldwachter, zwager brg.), ''Klaas Louw'' (35, arbeider, broeder brg.), voor de bruid ''Jacob Dop'' (29, tuinman) en ''Arend Kessel'' (37, dienstknecht) <small>[[https://hdl.handle.net/21.12114/D220B4E80BA0436B92C95FD76728C6B7 BS 21827/6]]</small>. | |||
== 1836 == | |||
Zondag <u>3 juli</u> om 13 uur is overleden ''Marijtje'', d.v. '''''Pieter Ott''''', ''veldwachter'' en ''Aafje Louw'', aangifte <u>4 juli</u> door ''Pieter Koelemey sr.'' (64) en ''Pieter Koelemey jr.'' (29), beide landman en gebuur <small>[[https://hdl.handle.net/21.12102/60304B4705D54CBE9F8D30364B086326 BS 31836/8]]</small>. | |||
[[File:1836 Pieter Ott aangifte geboorte Marijtje.jpg|border|right|frameless|200x200px]] | |||
Zondag <u>13 november</u> om 20 uur is geboren ''Marijtje'', d.v. '''''Pieter Ott''''' (50), ''veldwachter'' en ''Aafje Louw'', aangifte <u>14 nov.</u> door vader, ''Simon Koning'' (34), vrachtschipper en ''Dirk Enigenburg'' (28), broodbakker, beide gebuur <small>[[https://hdl.handle.net/21.12114/0C76FEFCDACC46AEBF6227F09E1B15E0 BS 1836g/5]]</small>. | |||
== 1837 == | |||
Zaterdag <u>30 september</u> om 23 uur is overleden '''''Pieter Ott''''' (51), veldwachter, geb. te Wognum, z.v. '''''Jan Ott''''' en ''Maartje Klomp'', beide te Wognum overleden. Weduwnaar van ''Aaltje Wegman'', thans gehuwd met ''Aafje Louw''. Aangifte <u>2 okt.</u> door ''Klaas Slootemaaker'' (41) en ''Klaas Holler'' (43), beide arbeider en goede bekenden <small>[[https://hdl.handle.net/21.12102/5933B9CE69694993AEE4AAB56CC75583 BS 31837/12]]</small>. | |||
[[File:September 1837.jpg|1000px]] | |||
familie en aanverwanten rondom Pieter Ott aan zijn levenseinde, herfst 1837 | |||
Aafje Roozendaal-Ott over haar grootmoeder, Aafje Louw:<blockquote>Toen Aafje Louw weduwe werd [1837], wilden de zoons graag, dat ze bij elkaar bleven. Zij hadden het niet breed, maar redden zich zonder ondersteuning. Tegen Nieuwjaar zei een rijke boer, Hannes Spaan, tegen grootmoeder: “Laten je oudste jongens nu nieuwjaar gaan wenschen bij mij en enkele notabelen, dan worden ze wel goed bedacht.” Nieuwjaar kwam en Teunis, Dirk en Elias werden er op uitgestuurd. Met 7 stuivers kwamen ze thuis! Boer Spaan kwam nog eens terug en vroeg, waarom de jongens niet gekomen waren om nieuwjaar te wenschen. De jongens werden er bij geroepen en gaven toe, dat ze bij niemand geweest waren. “We zijn geen bedelaars,” zeiden ze. “En hoe kwamen jullie dan aan die 7 stuivers?” “Van andere jongens gekregen, die 't wel deden.” | |||
De boer waardeerde het eergevoel der jongelui en grootmoeder kreeg daarna een paar “briefjes” op minder vernederende wijze toegestopt. (R1 p.70) | |||
Aafje Louw hertrouwde op 27 Juni 1844 met Dirk Bruyn, die ook bode-veldwachter werd te Abbekerk. Hij was wel goed voor zijn (tweede) vrouw, maar niet voor haar kinderen. Daarom werd Alewijn, geb. 1832, verder grootgebracht bij zijn broer Dirk, slager te Abbekerk, wiens zoon Pieter weer door hem werd ingewijd in de geheimen van het slagersvak. (R2 p.32) <small>[[https://ott-herrel.blogspot.com/2013/08/overlevering.html overlevering]]</small></blockquote> | |||
== 1844 == | |||
Donderdag <u>27 juni</u> huwelijk ''Aafje Louw'', weduwe '''''Pieter Ott'''''; met ''Dirk Bruijn'' (arbeider te Lambertschaag), geb. 1807 Twisk, doopsgezind, weduwnaar ''Dieuwertje de Groot''); getuigen ''Jan de Bruijn'' (schipper 67 jr. Twisk, vader brg.), '''''Dirk Ott''''' (slagter 26 jr. Abbekerk, zoon bruid), ''Cornelis Koster'' (schilder 48 Abb.) en ''Arien Pater'' (veldwachter 36 Abb.), beide goede bekende <small>[[https://hdl.handle.net/21.12102/CDC131E2C38B4F1182A3DF9C7E9905A1 akte]]</small>. | |||
<u>1844 of 1845</u>: <u>3 juli</u> acte van scheiding gemeenschappelijke boedel ''Louw-Bruijn'' opgesteld te Abbekerk, geregistreerd Medemblik <small>[volgens akte 9-10-1865, of hypotheek? NNA Medemblik 5/? in database WFA maar akte niet gevonden]</small>. | |||
== 1852 == | |||
Vrijdag <u>26 november</u> hypotheek ''Dirk'' ''Bruijn'' en ''Aafje Louw'', arbeiders <small>[NNA Hoorn 13/133-134]</small>. | |||
== 1854 == | |||
Dinsdag <u>25 april</u> (22 jaar oud) uitgeschreven bij Abbekerk als dienstknegt van broer '''''Dirk Ott''''', slagter; vertrek ter voldoening aan nationale militie (lotingnr. 42) naar ''Den H...?'' [[https://hdl.handle.net/21.12114/0F8B4CAF79B1465DB4DB375F0B412EF4 bev.reg.]] | |||
== 1856 == | |||
Woensdag <u>20 februari</u> koopt '''''Alewijn Ott''''' te Lambertschaag rommeling voor 35 cent bij publieke verkoop. Broer '''''Dirk Ott''''' te Abbekerk koopt voor hetzelfde bedrag aardewerk <small>[NNA Hrn [https://hdl.handle.net/21.12114/503321EC7FFE40A99788600962B98C4A 17/50-51]]</small>. | |||
==1857== | |||
Zaterdag <u>3 januari</u> inschrijving als lidmaat te Twisk, met attest van Abbekerk [[https://hdl.handle.net/21.12114/50C3C32833954088A4B8A84D8A4C890E bron]]. | |||
Zondag <u>26 april</u> trouwde '''''Alewijn Ott''''' (25, voldaan aan nationale militie) te Twisk met ''Dirkje Peetoom'' (18). Getuigen: '''''Dirk Ott''''' slagter 38 jr. te Abbekerk en ''Evert Bruijn'' timmerman 46 jr. te Twisk, broer, resp. bekende v/d bruidegom; ''Dirk Bruijn'' veldwagter 49 jr. te Abbekerk en ''Steven Huinink'' kuiper 30 jr. te Twisk, bekenden v/d bruid [[https://hdl.handle.net/21.12114/6172648C816D47D8B7A5336D3D94ECD2 akte]].<blockquote>Op 25-jarigen leeftijd trouwde hij met Dirkje Peetoom, die een f 800,- had geërfd van haar eveneens jong gestorven ouders en met dit bescheiden kapitaaltje benevens wat spaarpenningen zette grootvader een slagerij op te Twisk. Bijna zijn gehele verdere leven heeft hij gewoond in het huis aan de dorpsstraat op den oosthoek van den z.g. Noorderweg, die naar de Zuiderzee (Wieringermeer) voert. Behalve uit een slagerij bestond het perceel uit een herberg [“st.Joris”]. (...) | |||
Een vermakelijk verhaal heeft betrekking op een van de eerste dagen van zijn huwelijk of misschien kort er vóór. Per schuit vervoerde hij zijn meubeltjes e.d. van Aartswoud naar de plaats van vestiging: Twisk. Aan het roer zat... de jonge vrouw (of bruid). Blijkbaar deed die dat voor de eerste maal, althans de schuit raakte al gauw vast in het riet van de dijkgracht. “Kan je g.v.d. nog niet eens een schuit sturen, enz.enz.” Enfin, grootmoeder Dirkje maakte zich erg ongerust, of ze met zoo'n driftkop wel gelukkig op de huwelijksboot zou kunnen varen. | |||
Zij heeft gelegenheid genoeg gehad om te ervaren, dat haar man danig te keer kon gaan, maar gauw “weer goed was”, niet haatdragend, rechtvaardig en goedhartig. | |||
Met de boeren en de overige bevolking kon hij goed overweg. Hij nam geen blad voor den mond, hield niet van flikflooien. “Je moet je altijd houden, alsof je niemand noodig hebt”, was zijn devies. <small>[[https://ott-herrel.blogspot.com/2013/08/overlevering.html overlevering]]</small></blockquote>Toevoegen: <u>13 december</u> 23 uur broer '''''Dirk Ott''''' (39 jaar oud) overleden te Abbekerk in huis A-53; aangifte door ''Jacob Verweij'' (arbeider, 38, goede bekende) en ''Dirk Bruijn'' (veldwachter, 49, aanbehuwd vader) <small>[[https://hdl.handle.net/21.12102/790FA84952604A679B6C60290BCBFC6C akte]]</small>. | |||
== 1858 == | |||
[[File:Alewijn ott handtek 1858.jpg|thumb|elders steeds afgekort tot “An. Ott”]] | |||
Vrijdag <u>21 mei</u> om 1 uur is te Twisk (#108) geboren '''''Pieter Ott''''', z.v. '''''Alewijn Ott''''' (slager, 26) en ''Dirkje Peetoom''. Aangifte door vader en ''Cornelis Leem'' (landman, 45) en ''Willem Bakkum Pastoor'' (schilder, 56) <small>[[https://hdl.handle.net/21.12114/50F4EC963702491B9A937C14F5DE23D7 akte]]</small>. | |||
== 1859 == | |||
Maandag <u>25 april</u> om 7 uur is geboren '''''Jantje Ott''''' (als boven). Getuigen ''Sijmon Wit'' (arbeider, 24) en ''Meijert Smit'' (grof- en hoefsmit, 27) <small>[[https://hdl.handle.net/21.12114/63C7F7548AD04BEA9532CB7FC5C96C4C akte]];</small> Is na 13 weken overleden op dinsdag <u>26 juli</u> 11 uur. Getuige ''Johannes Scheer'' (veldwachter, 68) <small>[[https://hdl.handle.net/21.12102/137CB74A20E244518F6844195FD95253 akte]]</small>. | |||
== 1860 == | |||
Zaterdag <u>8 september</u> om 23 uur is geboren '''''Jantje Ott''''' (als boven). Getuigen ''Meijert Smit'' (smit, 28) en ''Willem Pastoor'' (verwer, 58) <small>[[https://hdl.handle.net/21.12114/35830378EF4C4A759E048648A3D4EAE3 akte]]</small>. | |||
== 1861 == | |||
Vrijdag <u>15 maart</u> benoeming '''''Alewijn Ott''''' tot voogd (zijnde hun oom) over kinderen ''Visser-Ott'' <small>[proces verb. Medemblik]</small>. | |||
Vrijdag <u>4 oktober</u> om 20 uur is geboren '''''Aafje Ott''''' (als boven). Getuigen ''Willem Pastoor'' (schilder, 59) en ''Meijert Smit'' (grof- en hoefsmit, 29); Is na 4 weken overleden op vrijdag <u>1 november</u> 10 uur. Getuige ''Johannes Scheer'' (veldwachter, 70) <small>[[https://hdl.handle.net/21.12102/663961332AA640C58CBA2C45DCF1181F akte]]</small>. | |||
==1863== | |||
== 1865 == | |||
Donderdag 2<u>8 mei</u> om 22 uur is in het huis A-72 te Abbekerk overleden moeder ''Aafje Louw'' (68 jaar oud, geboren te Westerblokker, d.v. ''Elias Louw'' en ''Aafje Preker''), de tweede vrouw van vader '''''Pieter Ott''''' (1786-1837) en in 1844 gehuwd met ''Dirk Bruijn'', bode te Abbekerk. Aangifte door ''Reinder Schenk'' (timmerman, 22 jr.) en ''Cornelis Nierop'' (landbouwer, 42 jr.), beiden goede bekenden, wonende te Lambertschaag [[https://hdl.handle.net/21.12114/706D3343D02E49B990EE3CAF2A2A66B6 akte]]. | |||
Donderdag <u>22 juni</u> boedelinventaris ''Aafje Louw'' (eerder weduwe van '''''Pieter Ott''''') in bijzijn van (1) de weduwnaar ''Dirk Bruijn'', gemeente veldwachter (zonder huwelijks-contract, in gemeenschap van goederen), (2) '''''Elias Ott''''', schilder Aartswoud, (3) '''''Teunis Ott''''', slagter te Zijpe, (4) ''Jacob Boot'' gehuwd met '''''Aafje Ott''''', landman in de Waard- en Groetpolder (gem. Winkel), (5) '''''Joris Ott''''', schilder te Koedijk, (6) '''''Alewijn Ott''''', slagter te Twisk, (7) ''Wiebe van der Hoek'' gehuwd met '''''Marijtje Ott''''', timmerman mede in de Waard- en Groetpolder, (8) ''Geertje Breebaart'' te Abbekerk, weduwe van '''''Dirk Ott''''', als moeder en voogdesse, (9) ''Pieter Visser'', weduwnaar van '''''Aaltje Ott''''', watermolenaar te Aartswoud, als vader en voogd; beschreven boedel o.a. in voorhuis 2 tafels en 16 stoelen, 13 schilderijen enz.); op den zolder; op de werf o.a. een varken, vijf fuiken, een schuit; goud en zilver; onderhandse akte 30-6-1845 huis en erf B-22/23; schulden [''niet afgemaakt''] <small>[Notaris D.M. Alewijn NNA Medemblik [https://hdl.handle.net/21.12114/B6F3EF0491CB470BA5AAA6F568AE3F53 39/59-63] #106]</small>. | |||
Maandag <u>9 oktober</u> publieke verkoop boedel; o.a. woonhuis, erf en grond van dien te Abbekerk, aan de oostzijde van de weg B-22: tuin 8 roeden 10 ellen; B-23: huis en erf 2 roeden <small>[NNA Medemblik [https://hdl.handle.net/21.12114/786F1A67CF6D4B6B88845EE8236F97B9 39/147-149] #142]</small>. | |||
Woensdag <u>25 oktober</u> om 17 uur is geboren '''''Jan''''', zoon van '''''Alewijn Ott''''' (slagter 33 jr.) en ''Dirkje Peetoom''. Aangifte door vader en ''Jacob Landman'' en ''Jacob Hoefnagel'' (arbeiders, resp. 28 en 41 jr.) [[https://hdl.handle.net/21.12114/A6081D5FAAE5454FA320298D05C616DB akte]]. | |||
Maandag <u>11 december</u> boedelscheiding; o.a. huis en erf te Abbekerk, ten huwelijk aangebragt door Aafje Louw. Verdeeling: D. Bruijn ƒ.378, kindsdelen elk ƒ.168 <small>[NNA Medemblik [https://hdl.handle.net/21.12114/EDF11579E7004F69A235B831E2B21E97 39/255-264] #186]</small>. | |||
== 1869 == | |||
Maandag <u>22 februari</u><blockquote>''is bij J. Vroom in de Ooijevaar aan de Zuiderweg onder Opperdoes eene vereeniging opgericht zich noemende vereeniging tot Nut en Genoegen door 10 leden welke daartoe ware uitgenodigt door J. Vroom. De 10 leden bestande uit C. Zee, A. Zee, K. Bennemeer, Jb. Duin, F. Zee, '''A. Ott''', M. Leeuw, Jn Vroom, A. Mos en C. Roggeveen'' <small>[[https://zeefamily.net/stories/nut-en-genoegen-twisk-opperdoes-1869-1935/ bron]]</small>.</blockquote> | |||
De oudste (37 jaar) mede-oprichter, '''''Alewijn Ott''''', hield als eerste een voordracht, getiteld “aan den Duivel”. | |||
<gallery> | |||
Alewijnott1832.jpg|A. Ott, slagter te Twisk, ±1870 | |||
Aandenduivel.jpg|thumb|Eerste bijdragen ''Nut en Genoegen'', 22 februari 1869 | |||
</gallery> | |||
== 1870 == | |||
Vrijdag <u>2 september</u> in huwelijkse voorwaarden '''''Elias Ott''''' (5 maanden weduwnaar van ''Maartje Hoogendijk'') en ''Guurtje Weeshoff'', is de eerste schuldig aan zijn broer '''''Alewijn Ott''''' te Twisk ƒ.400 tegen 5% rente <small>[NNA Medemblik [https://hdl.handle.net/21.12114/5B16C43692354698B8142C6033C3C4D7 52/42-45] #170]</small>.<blockquote>Elias jaagde ook veel, en wel zonder akte op zak. Eindelijk werd hij gesnapt, en ging op den bepaalden dag met de politie naar Alkmaar. “Wat willen jullie toch van me?” vroeg hij den rechter. “Je hebt zonder akte gejaagd.” “Zonder akte?” en hij haalde die uit den zak, “dacht je, dat ik me anders had laten snappen?” (R1 p.97) <small>[[https://ott-herrel.blogspot.com/2013/08/overlevering.html overlevering]]</small></blockquote> | |||
==1871== | |||
Woensdag <u>4 januari</u> koopt '''''Alewijn Ott''''' van ''Jacob Sleurs'' de helft in een perceel bouwland genaamd “het Galgenveld” onder Opperdoes aan de Dijkgracht A-145 groot 94 aren , 20 centiaren, voor ƒ.875 <small>[NNA Medemblik [https://hdl.handle.net/21.12114/E9A23D635F87456DAE55C2CDF46AEAE7 53/3-4] #2]</small>.<blockquote>Wat dat bouwland betreft, toen grootvader wat geld om handen kreeg, kocht hij een paar akkers aan de dijkgracht, van het z.g. Galgenveld, dat is de terechtstellingsplaats van Medemblik. <small>[[https://ott-herrel.blogspot.com/2013/08/overlevering.html overlevering]]</small></blockquote>Dinsdag <u>11 juli</u> is om 2:00 uur geboren te Twisk: [[1902-1903 Alewijn Ott|'''''Alewijn Ott''''']], zoon van '''''Alewijn Ott''''' (slagter, 39 jaar) en ''Dirkje Peetoom'' (33), broertje van ''Pieter'' (13), ''Jantje'' (12), ''Aafje'' (10), ''Dirk'' (7), ''Jan'' (5) en ''Elias'' (bijna 2). Aangifte BS met veldwachter ''Johannis Scheer'' (79 jaar) en ''Pieter Donker Pz'' (44) [[https://hdl.handle.net/21.12114/E24D154BEECC4F0BA02D2AF35B8AD15A akte]]. | |||
Woensdag <u>12 juli</u>, in ''Het Nieuws van den Dag'' een bericht over het handschrift van de familie Over de Linden. Kennelijk de timmerman [[Cornelis Over de Linden|Cornelis]] te Helder, van Jan Andriesz. Niet ingewijd... Een “overoud handschrift, sedert eeuwen onder zijne familie bewaard”. Eeuwen! Ja, honderdveertig jaar is lang. | |||
Wat blijkt? Eergisteren, maandag 10 juli is op een vergadering van de Gedeputeerde Staten Friesland het ''Verslag omtrent een overoud handschrift'' ingebracht, opgesteld door ene doctor [[Jan G. Ottema|Ottema]] van het Friesch Genootschap. | |||
De krant spreekt van een dagtekening “558 jaren vóór Christus”. Dat is licht mis te verstaan, zoals alle overoude, overschatte dateringen van de nu ''klassieke'' leerboeken.<blockquote>Het is geschreven in zeer oud Friesch, doch voor kenners dezer taal gemakkelijk te lezen, en het bevat vele, tot dusver onbekende bijzonderheden omtrent de geschiedenis en godsdienst der oudste bewoners van Nederland. Indien dit stuk echt is, waaraan tot nog toe bijna niet getwijfeld wordt, is het voor geschiedenis en oudheidkunde eene aanwinst van onschatbare waarde. Er is sprake van dat dit handschrift, waarvan het Friesch Genootschap afschrift heeft bekomen, zal worden uitgegeven met eene vertaling in het Hollandsch en in het hedendaagsch Friesch.</blockquote>Het ''Nieuws van den Dag''-bericht verscheen de volgende vrijdag 14 en zaterdag 15 juli in respectievelijk de ''Leeuwarder'' en de ''Heldersche Courant''. | |||
Vrijdag <u>21 juli</u>, in het ''Algemeen Handelsblad'': | |||
<blockquote>Ja, ongetwijfeld zal dit belangrijk geschrift veel licht verspreiden over verschillende duistere gebeurtenissen, personen en jaartallen uit de oude geschiedenis.</blockquote> | |||
Maandag <u>24 juli</u>: ''Het Vaderland'': | |||
<blockquote>Wat thans in het Handelsblad wordt meegedeeld, is al zeer weinig geschikt om vertrouwen te wekken in de echtheid van het boek.</blockquote> | |||
Schrijver twijfelt of de geleerde doctor Ottema... | |||
<blockquote>wel sceptisch genoeg gezind is tegenover een zoo exorbitante verschijning als dit boek, wanneer het echt was, zijn zou. (...) speculaties van een of ander dilettant uit de 17e of 18e eeuw (...) men moet bijzonder naïef zijn (...) wij schamen ons bijna het zotte jaartal te moeten opschrijven (...) Twijfel aan de onechtheid is onmogelijk.</blockquote> | |||
Het stukje eindigt met: | |||
<blockquote>Het eenige belangrijke in de quaestie blijft alleen, wie de grappenmaker kan geweest zijn, die, hoogstens een paar honderd jaar geleden, zich kan beziggehouden hebben met de vervaardiging van dit boek?</blockquote> | |||
Maandag <u>7 augustus</u> deelde archivaris [[Gerben Colmjon|Colmjon]] schriftelijk met Ottema zijn overtuiging dat de inhoud van het handschrift vanwege de taal niet oud kon zijn, zoals zou blijken uit een bericht in de ''Leeuwarder'' van dinsdag 12 september. | |||
Woensdag <u>23 augustus</u> in ''Het Nieuws van den Dag'' en een dag later overgenomen in ''Het Vaderland'', dat tevens gewag maakt van “al de zotheden, die in dat H.S. voorkomen” (daar na ook in de ''Bildtsche'', ''Heldersche'' en ''Leeuwarder Courant''): | |||
De archivaris van Friesland, Colmjon, houdt het oud-Friesch handschrift voor onecht “op grond, dat de stijl veel te nieuwerwetsch is”. Ottema zou “door te veel voorliefde worden geleid”. Colmjon, “een warm voorstander van Frieslands taal en geschiedenis, die zeker gaarne zoude wenschen dat het handschrift waarheid bevatte, mag men in deze wel voor onpartijdig houden.” | |||
Dinsdag <u>29 augustus</u> een stuk in de ''Leeuwarder Courant'' met bevindingen van '''doctor Ottema''' over “<u>het boek van Adela</u>” (later in het verslag: ''het boek van Adela’s helpers''). Ottema is leraar aan een Latijnse school en lid van het ''Friesch Genootschap van geschied-, oudheid- en taalkunde'' te Leeuwarden. Mijn aantekeningen: | |||
*''Dat Handschrift wordt sinds onheugelijke jaren bewaard in de familie van den Heer C. over de Linden te Helder, zonder dat iemand de herkomst daarvan wist of den inhoud er van kende wegens de onbekendheid van schrift en taal.'' | |||
*Het is Ottema gelukt ''om het schrift geheel te ontcijferen en den tekst te verklaren''. | |||
*''Als antiquiteit van taal en schrift is het werk dus eenig in zijne soort.'' | |||
*Men spreekt van ''15 ½ eeuwen voor Chr.'' alsof bekend is wanneer dat Kerstentijdperk begon. Oom Alewijn, die nog les heeft gehad van [[1758-1810 Jan Ott|grootvader Ott]], sprak er vaak over: Die oude jaartallen van de Bijbel en de Latijnse school kloppen niet. | |||
*Ottema noemt de [[NL072.05 Geertmannen|Atheense Moeder Geert]] een ''priesteres''! | |||
*''Die godsdienst is hoogst eenvoudig en een zuiver Monotheisme of eenheid van het goddelijk wezen.'' | |||
*''... de altijd brandende lamp, foddik, door priesteressen'' (!)'', maagden''. | |||
*Het stuk besluit met: | |||
<blockquote>Ziehier slechts eenige weinige punten uit dit belangrijk verslag. Zij mogen eenig denkbeeld geven van den rijkdom van dit merkwaardige handschrift. Want al loopen er sagen onder, ook als sagen moeten zij waarde hebben voor ons, dewijl alle historie begint met overlevering en er van den sagenschat onzes voorgeslachts zoo goed als niets was overgebleven. | |||
Hartelijk wenschen wij, dat de Heer Ottema weldra in de gelegenheid gesteld moge worden dit stuk in het geheel met eene vertaling en historische toelichtingen in het licht te geven, ten einde de door zijn verslag opgewekte belangstelling te bevredigen, en onze letterkunde met een gewigtige historische bron te verrijken.</blockquote>Dinsdag <u>5 september</u> plaatste de Leeuwarder een bijdrage van meester [[Montanus Hettema|De Haan Hettema]]. Als weerwoord op Colmjon, die het handschrift voor onecht houdt omdat ''<u>dat de stijl veel te nieuwerwetsch</u>'' zou zijn, stelt hij'':''<blockquote>Het stuk is in de ''Friesche Taal'' geschreven; eene onderscheiding tusschen oud-Friesch en Land- of Boere Friesch ken ik niet. Ik kan alleen eene oudere en nieuwere spelling van die taal, want de uitspraak van het Friesch is nagenoeg nog dezelfde als voor eenige eeuwen (...) | |||
Wat nu de spelling in dit stuk voorkomende betreft, deze is, in mijn oog, veel meer overeenkomstig de oudere en zeer regelmatig, en veel beter en regelmatiger, dan van hen, die thans de taal schrijven; zoodat het te wenschen ware, dat men in de hoofdzaak die spelling overnam, dan zoude er meer eenheid in die spelling komen en het oorspronkelijke van de taal, beter dan nu, bewaard blijven. (...) | |||
Bovendien vinden wij reeds in onze photografiën eenige thans niet algemeen meer bekende woorden, die in het overige van dit geschrift wel zullen voorkomen en daardoor onze ''Friesche Woordenschat'' zouden kunnen aanvullen. | |||
Ik beschouw het dus in de eerste plaats van belang om dit stuk in den Frieschen tekst door den druk bekend te maken; maar ook in de tweede plaats, — als men volgens het verslag den inhoud aanneemt, die zoo wel uit een Godsdienstig, als uit een Geschiedkundig oogpunt niet van belang ontbloot schijnt te zijn, — dat er dan ook eene Hollandsche vertaling bijgevoegd worde, om ook niet-Friezen met diens inhoud bekend te maken. (...) | |||
Dat [de schrijver van het handschrift] meer dan een dagelijksch mensch was, een geleerde en zeer goed met het Friesch bekend, zal wel niemand betwijfelen.</blockquote>Zondag <u>10 september</u> is door Ottema in de Leeuwarder een heel stuk uit het handschrift geplaatst, de Fryas woorden in ons schrift overgezet, over paalwoningen in Zwitserse meren, zoals vermeld door [[NL108.28 Rijn|Apollena]], dienende als bewijs voor de echtheid. Resten van die woningen zijn namelijk pas een kleine 20 jaar geleden ontdekt. Niemand zal ernstig durven beweren dat het handschrift minder dan 20 jaar oud is, tenzij Cornelis een later afschrift ervan heeft ingezonden. | |||
<u>Dinsdag 12 september</u> weer een lang stuk in de Leeuwarder. Colmjon blijkt al begin juni te zijn begonnen met rondbazuinen dat het handschrift een modern maaksel zou zijn. In augustus heeft hij deze overtuiging per brief ook met Ottema gedeeld.<blockquote>... ik moet mij van de onechtheid van het ''Boek van Adela'' overtuigd houden. (...) dat ik dit schrijven ... als nul en van geene waarde moet verklaren (...) sommige taalfouten, die een Fries nooit zou kunnen begaan.</blockquote>Ottema’s paalwoningen zijn voor Colmjon bewijs,<blockquote>dat het geschreven moet zijn, niet slechts na 1833, zoo als ik reeds meende te mogen stellen, maar zelfs na 1853, dewijl men vóór dien tijd van het bestaan der overblijfselen van de paaldorpen in de Zwitsersche meeren niets afwist.</blockquote>Donderdag <u>14 september</u>, een naamloze, grimmige commentator hoopt dat met het stuk van Colmjon<blockquote>een einde zal gemaakt zijn aan de liefhebberij, die sommigen schijnen te hebben om hun critische blindheid tegenover dit Handschrift aan de groote klok te hangen.</blockquote>Hij spreekt over het werk van Ottema (en Hettema?) als ''quasi-geleerdheid'', over de inhoud van het handschrift als ''zottenpraat'', met als voorbeeld:<blockquote>dat Neptunus een Vi-king of zeekoning geweest is, die door zijn onderdanen gewoonlijk [[NÉF-TÜNIS|Neef-Teunis]] genoemd werd!</blockquote> | |||
== 1872 == | |||
Woensdag <u>31 januari</u> verdeling van ''het Galgenveld'' onder Opperdoes door ''Cornelis Kruijt'', landbouwer en '''''Alewijn Ott''''', slager, beide te Twisk en voor de helft eigenaar; gezamelijke waarde geschat op ƒ.2000 <small>[NNA Medemblik [https://hdl.handle.net/21.12114/A1353BC4CBCB45439A73A9611F3BD22E 55/55-56] #31]</small>. | |||
==1875== | |||
Vrijdag <u>10 december</u> is overleden oom '''''Alewijn Ott''''' te Barsingerhorn, 83 jaar oud, laatst weduwnaar van ''Neeltje Erix'', vader van mijn neven ''Jan'' (58), ''Cornelis'' (57) en ''Pieter'' (34) en van mijn nichten ''Maartje'' (52) en ''Pietertje'' (49). | |||
== 1876 == | |||
Dinsdag <u>25 januari</u> boedelscheiding ''Pieter Visser'', weduwnaar van '''''Aaltje Ott'''''; '''''Alewijn Ott''''', koopman te Twisk als toeziend voogd over ''Aafje, Trijntje'' en ''Marijtje Visser''; o.a. bouwland te Hoogwoud <small>[NNA Benningbroek [https://hdl.handle.net/21.12114/7455C700E30743258AA943C46219DAA4 85/104-108] #8196]</small>. | |||
==1881== | ==1881== | ||
Vrijdag <u>19 augustus</u> is om 13 uur te Oostwoud overleden mijn halfbroer '''''Jan Ott''''' (73 jaar, schilder), weduwnaar van ''Lijsbeth Bonnet'', resp. ''Grietje Horst''. Aangifte bij gemeente Midwoud door ''Fredrik Bobeldijk'' (timmerman 62 jr.) en ''Jan Dekker'' (koopman 34 jr.), beiden gebuur. | |||
== 1882 == | |||
Vrijdag <u>13 januari</u> koopt '''''Alewijn Ott''''' (koopman) van ''Jacob Bakkum Pastoor'' (verver te Twisk) voor ƒ.600 het noordelijk deel van een woonhuis met grond D-156, groot 1 are, 5 c.a. en een aangrenzend perceel grond D-203, groot 1 are <small>[NNA Benningbroek [https://hdl.handle.net/21.12114/06A6D12709E3472AB55CE9DE965B8FE1 117/54-55] #11275]</small>. | |||
==1883== | ==1883== | ||
==1884== | ==1884== | ||
== 1886 == | |||
Vrijdag <u>24 december</u> '''''Alewijn Ott''''' (kastelein) heeft perceel gekocht als lasthebber van ''Hedde Smit'' <small>[NNA Benningbroek [https://hdl.handle.net/21.12114/2A02D2F0E2A44FB4AEB129C27ED5582B 137/63] #13382]</small>. | |||
==1887== | ==1887== | ||
== 1888 == | |||
<blockquote>Vooral door het geregelde marktbezoek was “Ott” nogal bekend in den omtrek. Met smaak kon hij vertellen, dat hij toch niet verwacht had, dat men hem zelfs in Londen aan zou roepen. Dat zat zoo: doordat de kalveren en schapen hun weg vonden naar Londen, was grootvader met een lid van de Amsterdamsche firma meegegaan naar hun afnemers in Londen en toen ze door de miljoenenstad liepen, was ergens een raam opengeschoven en werd er “Ott” geroepen. Daar had hij vreemd van opgekeken; ’t was ook wel toevallig. | |||
Merkwaardig is in dit verband, dat hij eenmaal voor eigen rekening een lading vee naar Engeland verscheepte en ’s nachts, toen het stormde, doodsangsten uitstond vanwege het risico. Een bewijs, dat hij, ofschoon handelaar in hart en nieren, verstandig gedaan heeft zijn vleugels niet te wijd uit te slaan en maar liever tusschenpersoon te blijven. Een klein winstje, een zoet winstje. <small>[[https://ott-herrel.blogspot.com/2013/08/overlevering.html overlevering]]</small></blockquote>Donderdag <u>20 december</u> koopt '''''Alewijn Ott''''', kastelein te Twisk van ''Pieter Pauw'', landbouwer te Opperdoes, een perceel bouwland op het Galgeveld te Opperdoes A-449, groot 75 aren, 70 c.a. voor ƒ.1075 <small>[NNA Medemblik [https://hdl.handle.net/21.12114/C79B064949F841F3B5D96F12EB8CF764 90/118] #147]</small>. | |||
== 1889 == | |||
Donderdag <u>4 juli</u> '''''Alewijn Ott''''', kastelein te Twisk leent ƒ.2000 (rente 5%) aan schoonzoon ''Cornelis Pool'', bakker te Oostwoud <small>[NNA Medemblik [https://hdl.handle.net/21.12114/A1DD9E144D274B0EB73BC06DE73C18D1 91/153-154] #82]</small>. | |||
==1891== | ==1891== | ||
Donderdag <u>7 mei</u> te Twisk huwelijk '''''Alewijn Ott Alewijnszoon''''' (19 jaar, slagtersleerling te Twisk, voldaan aan militie), z.v. Alewijn Ott (kastelein Twisk) en ''Dirkje Peetoom'' met ''Lijsbeth Kos'' (20 jaar), d.v. ''Arien Kos'' (arbeider te Schagen) en ''Ariaantje Blokker'' (overleden); getuigen '''''Pieter Ott''''' (slachter te Blokker 32 jr.) en ''Klaas Roozendaal'' (smid te Oostwoud 30 jr.), broeder resp. zwager v/d bruidegom; ''Pieter Blokker'' (veehouder Opperdoes 37 jr) en ''Johannes Pool'' (bakker Purmerend 38 jr.), neef resp. aangehuwd neef v/d bruid [[https://hdl.handle.net/21.12102/A73EC2FDCC67403D954DD4227E95E3EF akte]]. | |||
Vrijdag <u>5 juni</u> zoon '''''Alewijn Ott (II)''''', slager te Venhuizen; inzake einde voogdij over ''Lijsbeth Kos'' door haar vader ''Arien Kos'' <small>[NNA Benningbroek [https://hdl.handle.net/21.12114/0941C66CA20D4BFF92817BA29053BAF4 160/10-11] #15592]</small>. | |||
==1892== | ==1892== | ||
Zaterdag <u>2 april</u> koop voor ƒ.1800 door '''''A. Ott II''''' van Reindert Vormer (beide slager): woonhuis met schuur, erf en grond te Venhuizen E-218 en 982 <small>[[https://hdl.handle.net/21.12114/EFBEEC0A396245D8A6E41FE848C4A031 /83-84] #141]</small>. | |||
Dinsdag <u>3 mei</u> koop voor ƒ.1300 door '''''A. Ott I''''' (slager Twisk) van ''Pieter Pauw'' twee huizen, erf en schuur te Opperdoes A-795 en 796, groot 4 aren, 30 c.a. [#82]. | |||
==1893== | ==1893== | ||
| Line 24: | Line 197: | ||
==1894== | ==1894== | ||
==1898== | == 1897 == | ||
Photo t.g.v. 40-jarig huwelijksjubilaeum '''''Alewijn Ott''''' en '''''Dirkje Peetoom'''''. | |||
<gallery> | |||
1897 A Ott Twisk.jpg | |||
1897 D Peetoom Twisk.jpg | |||
</gallery> | |||
== 1898 == | |||
== | ==1901== | ||
Zaterdag <u>20 april</u> '''''A. Ott''''' (slager Twisk) koopt voor ƒ.1000 van ''Barend Koolhaas'' (landman) een erf te Twisk (enz.) D41 <small>[NNA Hoogwoud [https://hdl.handle.net/21.12114/1FF7296738E44EDDA9CC805CDABAE4F6 65/44-45] #121]</small>. | |||
Vrijdag <u>19 juli</u> '''''A. Ott''''' leent aan ''Pieter Klouwers'' (slager te Enkhuizen) ƒ.1800 <small>[NNA Enkhuizen [https://hdl.handle.net/21.12114/4EF93CCCFFC746518E12B58373094AC3 91/83-85] #135]</small>. | |||
== | ==1902== | ||
< | Woensdag <u>16 april</u> is te Twisk overleden '''''Alewijn Ott''''', 70 jaar oud en bijna 45 jaar getrouwd geweest <small>[BS Twisk [https://hdl.handle.net/21.12102/A14ED02B84C745268FB1CC2AE03CC0A0 inv. 31902 akte 6]] details toevoegen</small>.<blockquote>Teekenend voor zijn levensopvatting waren zijn woorden op zijn laatste -ook vrijwel zijn eerste- ziekbed: “Ik ben 70, maar heb genoten voor 140, dus ’t is welletjes.” <small>[[https://ott-herrel.blogspot.com/2013/08/overlevering.html overlevering]]</small></blockquote>'''Gaat verder met zoon [[1902-1903 Alewijn Ott|Alewijn Ott (1871-1962)]].''' | ||
[[Category:Verborgen Verzameling]] | [[Category:Verborgen Verzameling]] | ||
Latest revision as of 09:51, 29 June 2026
Alewijn Ott (1832-1902) te Twisk was de jongste zoon van Pieter Ott (1786-1837) te Abbekerk.
[samenvatting volgt]
Afkortingen
- d.v./z.v. = dochter/zoon van
- BS = Burgerlijke Stand
1832
Maandag 20 februari om 4 uur is geboren Alewijn, z.v. Pieter Ott (40), veldwachter en Aafje Louw, aangifte 21 feb. door vader, Jan Reuzenaar (39) en Simon de Jong (30), beide gebuur en landman [BS 1832g/2].
1834
Zaterdag 13 december om 22 uur is geboren Marijtje, d.v. Pieter Ott (48), veldwachter en Aafje Louw, aangifte 14 dec. door vader, Pieter Koelemey sr. (64) en Pieter Koelemey jr. (28), beide gebuur en landman [BS 1834g/9].
1835
Donderdag 4 juni zijn te Zwaag getrouwd oom Teunis Louw (33, kleermaker) met Aafje Dop (27); getuigen vader Pieter Ott (49, veldwachter, zwager brg.), Klaas Louw (35, arbeider, broeder brg.), voor de bruid Jacob Dop (29, tuinman) en Arend Kessel (37, dienstknecht) [BS 21827/6].
1836
Zondag 3 juli om 13 uur is overleden Marijtje, d.v. Pieter Ott, veldwachter en Aafje Louw, aangifte 4 juli door Pieter Koelemey sr. (64) en Pieter Koelemey jr. (29), beide landman en gebuur [BS 31836/8].

Zondag 13 november om 20 uur is geboren Marijtje, d.v. Pieter Ott (50), veldwachter en Aafje Louw, aangifte 14 nov. door vader, Simon Koning (34), vrachtschipper en Dirk Enigenburg (28), broodbakker, beide gebuur [BS 1836g/5].
1837
Zaterdag 30 september om 23 uur is overleden Pieter Ott (51), veldwachter, geb. te Wognum, z.v. Jan Ott en Maartje Klomp, beide te Wognum overleden. Weduwnaar van Aaltje Wegman, thans gehuwd met Aafje Louw. Aangifte 2 okt. door Klaas Slootemaaker (41) en Klaas Holler (43), beide arbeider en goede bekenden [BS 31837/12].
familie en aanverwanten rondom Pieter Ott aan zijn levenseinde, herfst 1837
Aafje Roozendaal-Ott over haar grootmoeder, Aafje Louw:
Toen Aafje Louw weduwe werd [1837], wilden de zoons graag, dat ze bij elkaar bleven. Zij hadden het niet breed, maar redden zich zonder ondersteuning. Tegen Nieuwjaar zei een rijke boer, Hannes Spaan, tegen grootmoeder: “Laten je oudste jongens nu nieuwjaar gaan wenschen bij mij en enkele notabelen, dan worden ze wel goed bedacht.” Nieuwjaar kwam en Teunis, Dirk en Elias werden er op uitgestuurd. Met 7 stuivers kwamen ze thuis! Boer Spaan kwam nog eens terug en vroeg, waarom de jongens niet gekomen waren om nieuwjaar te wenschen. De jongens werden er bij geroepen en gaven toe, dat ze bij niemand geweest waren. “We zijn geen bedelaars,” zeiden ze. “En hoe kwamen jullie dan aan die 7 stuivers?” “Van andere jongens gekregen, die 't wel deden.”
De boer waardeerde het eergevoel der jongelui en grootmoeder kreeg daarna een paar “briefjes” op minder vernederende wijze toegestopt. (R1 p.70)
Aafje Louw hertrouwde op 27 Juni 1844 met Dirk Bruyn, die ook bode-veldwachter werd te Abbekerk. Hij was wel goed voor zijn (tweede) vrouw, maar niet voor haar kinderen. Daarom werd Alewijn, geb. 1832, verder grootgebracht bij zijn broer Dirk, slager te Abbekerk, wiens zoon Pieter weer door hem werd ingewijd in de geheimen van het slagersvak. (R2 p.32) [overlevering]
1844
Donderdag 27 juni huwelijk Aafje Louw, weduwe Pieter Ott; met Dirk Bruijn (arbeider te Lambertschaag), geb. 1807 Twisk, doopsgezind, weduwnaar Dieuwertje de Groot); getuigen Jan de Bruijn (schipper 67 jr. Twisk, vader brg.), Dirk Ott (slagter 26 jr. Abbekerk, zoon bruid), Cornelis Koster (schilder 48 Abb.) en Arien Pater (veldwachter 36 Abb.), beide goede bekende [akte].
1844 of 1845: 3 juli acte van scheiding gemeenschappelijke boedel Louw-Bruijn opgesteld te Abbekerk, geregistreerd Medemblik [volgens akte 9-10-1865, of hypotheek? NNA Medemblik 5/? in database WFA maar akte niet gevonden].
1852
Vrijdag 26 november hypotheek Dirk Bruijn en Aafje Louw, arbeiders [NNA Hoorn 13/133-134].
1854
Dinsdag 25 april (22 jaar oud) uitgeschreven bij Abbekerk als dienstknegt van broer Dirk Ott, slagter; vertrek ter voldoening aan nationale militie (lotingnr. 42) naar Den H...? [bev.reg.]
1856
Woensdag 20 februari koopt Alewijn Ott te Lambertschaag rommeling voor 35 cent bij publieke verkoop. Broer Dirk Ott te Abbekerk koopt voor hetzelfde bedrag aardewerk [NNA Hrn 17/50-51].
1857
Zaterdag 3 januari inschrijving als lidmaat te Twisk, met attest van Abbekerk [bron].
Zondag 26 april trouwde Alewijn Ott (25, voldaan aan nationale militie) te Twisk met Dirkje Peetoom (18). Getuigen: Dirk Ott slagter 38 jr. te Abbekerk en Evert Bruijn timmerman 46 jr. te Twisk, broer, resp. bekende v/d bruidegom; Dirk Bruijn veldwagter 49 jr. te Abbekerk en Steven Huinink kuiper 30 jr. te Twisk, bekenden v/d bruid [akte].
Op 25-jarigen leeftijd trouwde hij met Dirkje Peetoom, die een f 800,- had geërfd van haar eveneens jong gestorven ouders en met dit bescheiden kapitaaltje benevens wat spaarpenningen zette grootvader een slagerij op te Twisk. Bijna zijn gehele verdere leven heeft hij gewoond in het huis aan de dorpsstraat op den oosthoek van den z.g. Noorderweg, die naar de Zuiderzee (Wieringermeer) voert. Behalve uit een slagerij bestond het perceel uit een herberg [“st.Joris”]. (...)
Een vermakelijk verhaal heeft betrekking op een van de eerste dagen van zijn huwelijk of misschien kort er vóór. Per schuit vervoerde hij zijn meubeltjes e.d. van Aartswoud naar de plaats van vestiging: Twisk. Aan het roer zat... de jonge vrouw (of bruid). Blijkbaar deed die dat voor de eerste maal, althans de schuit raakte al gauw vast in het riet van de dijkgracht. “Kan je g.v.d. nog niet eens een schuit sturen, enz.enz.” Enfin, grootmoeder Dirkje maakte zich erg ongerust, of ze met zoo'n driftkop wel gelukkig op de huwelijksboot zou kunnen varen.
Zij heeft gelegenheid genoeg gehad om te ervaren, dat haar man danig te keer kon gaan, maar gauw “weer goed was”, niet haatdragend, rechtvaardig en goedhartig.
Met de boeren en de overige bevolking kon hij goed overweg. Hij nam geen blad voor den mond, hield niet van flikflooien. “Je moet je altijd houden, alsof je niemand noodig hebt”, was zijn devies. [overlevering]
Toevoegen: 13 december 23 uur broer Dirk Ott (39 jaar oud) overleden te Abbekerk in huis A-53; aangifte door Jacob Verweij (arbeider, 38, goede bekende) en Dirk Bruijn (veldwachter, 49, aanbehuwd vader) [akte].
1858

Vrijdag 21 mei om 1 uur is te Twisk (#108) geboren Pieter Ott, z.v. Alewijn Ott (slager, 26) en Dirkje Peetoom. Aangifte door vader en Cornelis Leem (landman, 45) en Willem Bakkum Pastoor (schilder, 56) [akte].
1859
Maandag 25 april om 7 uur is geboren Jantje Ott (als boven). Getuigen Sijmon Wit (arbeider, 24) en Meijert Smit (grof- en hoefsmit, 27) [akte]; Is na 13 weken overleden op dinsdag 26 juli 11 uur. Getuige Johannes Scheer (veldwachter, 68) [akte].
1860
Zaterdag 8 september om 23 uur is geboren Jantje Ott (als boven). Getuigen Meijert Smit (smit, 28) en Willem Pastoor (verwer, 58) [akte].
1861
Vrijdag 15 maart benoeming Alewijn Ott tot voogd (zijnde hun oom) over kinderen Visser-Ott [proces verb. Medemblik].
Vrijdag 4 oktober om 20 uur is geboren Aafje Ott (als boven). Getuigen Willem Pastoor (schilder, 59) en Meijert Smit (grof- en hoefsmit, 29); Is na 4 weken overleden op vrijdag 1 november 10 uur. Getuige Johannes Scheer (veldwachter, 70) [akte].
1863
1865
Donderdag 28 mei om 22 uur is in het huis A-72 te Abbekerk overleden moeder Aafje Louw (68 jaar oud, geboren te Westerblokker, d.v. Elias Louw en Aafje Preker), de tweede vrouw van vader Pieter Ott (1786-1837) en in 1844 gehuwd met Dirk Bruijn, bode te Abbekerk. Aangifte door Reinder Schenk (timmerman, 22 jr.) en Cornelis Nierop (landbouwer, 42 jr.), beiden goede bekenden, wonende te Lambertschaag [akte].
Donderdag 22 juni boedelinventaris Aafje Louw (eerder weduwe van Pieter Ott) in bijzijn van (1) de weduwnaar Dirk Bruijn, gemeente veldwachter (zonder huwelijks-contract, in gemeenschap van goederen), (2) Elias Ott, schilder Aartswoud, (3) Teunis Ott, slagter te Zijpe, (4) Jacob Boot gehuwd met Aafje Ott, landman in de Waard- en Groetpolder (gem. Winkel), (5) Joris Ott, schilder te Koedijk, (6) Alewijn Ott, slagter te Twisk, (7) Wiebe van der Hoek gehuwd met Marijtje Ott, timmerman mede in de Waard- en Groetpolder, (8) Geertje Breebaart te Abbekerk, weduwe van Dirk Ott, als moeder en voogdesse, (9) Pieter Visser, weduwnaar van Aaltje Ott, watermolenaar te Aartswoud, als vader en voogd; beschreven boedel o.a. in voorhuis 2 tafels en 16 stoelen, 13 schilderijen enz.); op den zolder; op de werf o.a. een varken, vijf fuiken, een schuit; goud en zilver; onderhandse akte 30-6-1845 huis en erf B-22/23; schulden [niet afgemaakt] [Notaris D.M. Alewijn NNA Medemblik 39/59-63 #106].
Maandag 9 oktober publieke verkoop boedel; o.a. woonhuis, erf en grond van dien te Abbekerk, aan de oostzijde van de weg B-22: tuin 8 roeden 10 ellen; B-23: huis en erf 2 roeden [NNA Medemblik 39/147-149 #142].
Woensdag 25 oktober om 17 uur is geboren Jan, zoon van Alewijn Ott (slagter 33 jr.) en Dirkje Peetoom. Aangifte door vader en Jacob Landman en Jacob Hoefnagel (arbeiders, resp. 28 en 41 jr.) [akte].
Maandag 11 december boedelscheiding; o.a. huis en erf te Abbekerk, ten huwelijk aangebragt door Aafje Louw. Verdeeling: D. Bruijn ƒ.378, kindsdelen elk ƒ.168 [NNA Medemblik 39/255-264 #186].
1869
Maandag 22 februari
is bij J. Vroom in de Ooijevaar aan de Zuiderweg onder Opperdoes eene vereeniging opgericht zich noemende vereeniging tot Nut en Genoegen door 10 leden welke daartoe ware uitgenodigt door J. Vroom. De 10 leden bestande uit C. Zee, A. Zee, K. Bennemeer, Jb. Duin, F. Zee, A. Ott, M. Leeuw, Jn Vroom, A. Mos en C. Roggeveen [bron].
De oudste (37 jaar) mede-oprichter, Alewijn Ott, hield als eerste een voordracht, getiteld “aan den Duivel”.
-
A. Ott, slagter te Twisk, ±1870
-
Eerste bijdragen Nut en Genoegen, 22 februari 1869
1870
Vrijdag 2 september in huwelijkse voorwaarden Elias Ott (5 maanden weduwnaar van Maartje Hoogendijk) en Guurtje Weeshoff, is de eerste schuldig aan zijn broer Alewijn Ott te Twisk ƒ.400 tegen 5% rente [NNA Medemblik 52/42-45 #170].
Elias jaagde ook veel, en wel zonder akte op zak. Eindelijk werd hij gesnapt, en ging op den bepaalden dag met de politie naar Alkmaar. “Wat willen jullie toch van me?” vroeg hij den rechter. “Je hebt zonder akte gejaagd.” “Zonder akte?” en hij haalde die uit den zak, “dacht je, dat ik me anders had laten snappen?” (R1 p.97) [overlevering]
1871
Woensdag 4 januari koopt Alewijn Ott van Jacob Sleurs de helft in een perceel bouwland genaamd “het Galgenveld” onder Opperdoes aan de Dijkgracht A-145 groot 94 aren , 20 centiaren, voor ƒ.875 [NNA Medemblik 53/3-4 #2].
Wat dat bouwland betreft, toen grootvader wat geld om handen kreeg, kocht hij een paar akkers aan de dijkgracht, van het z.g. Galgenveld, dat is de terechtstellingsplaats van Medemblik. [overlevering]
Dinsdag 11 juli is om 2:00 uur geboren te Twisk: Alewijn Ott, zoon van Alewijn Ott (slagter, 39 jaar) en Dirkje Peetoom (33), broertje van Pieter (13), Jantje (12), Aafje (10), Dirk (7), Jan (5) en Elias (bijna 2). Aangifte BS met veldwachter Johannis Scheer (79 jaar) en Pieter Donker Pz (44) [akte].
Woensdag 12 juli, in Het Nieuws van den Dag een bericht over het handschrift van de familie Over de Linden. Kennelijk de timmerman Cornelis te Helder, van Jan Andriesz. Niet ingewijd... Een “overoud handschrift, sedert eeuwen onder zijne familie bewaard”. Eeuwen! Ja, honderdveertig jaar is lang.
Wat blijkt? Eergisteren, maandag 10 juli is op een vergadering van de Gedeputeerde Staten Friesland het Verslag omtrent een overoud handschrift ingebracht, opgesteld door ene doctor Ottema van het Friesch Genootschap.
De krant spreekt van een dagtekening “558 jaren vóór Christus”. Dat is licht mis te verstaan, zoals alle overoude, overschatte dateringen van de nu klassieke leerboeken.
Het is geschreven in zeer oud Friesch, doch voor kenners dezer taal gemakkelijk te lezen, en het bevat vele, tot dusver onbekende bijzonderheden omtrent de geschiedenis en godsdienst der oudste bewoners van Nederland. Indien dit stuk echt is, waaraan tot nog toe bijna niet getwijfeld wordt, is het voor geschiedenis en oudheidkunde eene aanwinst van onschatbare waarde. Er is sprake van dat dit handschrift, waarvan het Friesch Genootschap afschrift heeft bekomen, zal worden uitgegeven met eene vertaling in het Hollandsch en in het hedendaagsch Friesch.
Het Nieuws van den Dag-bericht verscheen de volgende vrijdag 14 en zaterdag 15 juli in respectievelijk de Leeuwarder en de Heldersche Courant.
Vrijdag 21 juli, in het Algemeen Handelsblad:
Ja, ongetwijfeld zal dit belangrijk geschrift veel licht verspreiden over verschillende duistere gebeurtenissen, personen en jaartallen uit de oude geschiedenis.
Maandag 24 juli: Het Vaderland:
Wat thans in het Handelsblad wordt meegedeeld, is al zeer weinig geschikt om vertrouwen te wekken in de echtheid van het boek.
Schrijver twijfelt of de geleerde doctor Ottema...
wel sceptisch genoeg gezind is tegenover een zoo exorbitante verschijning als dit boek, wanneer het echt was, zijn zou. (...) speculaties van een of ander dilettant uit de 17e of 18e eeuw (...) men moet bijzonder naïef zijn (...) wij schamen ons bijna het zotte jaartal te moeten opschrijven (...) Twijfel aan de onechtheid is onmogelijk.
Het stukje eindigt met:
Het eenige belangrijke in de quaestie blijft alleen, wie de grappenmaker kan geweest zijn, die, hoogstens een paar honderd jaar geleden, zich kan beziggehouden hebben met de vervaardiging van dit boek?
Maandag 7 augustus deelde archivaris Colmjon schriftelijk met Ottema zijn overtuiging dat de inhoud van het handschrift vanwege de taal niet oud kon zijn, zoals zou blijken uit een bericht in de Leeuwarder van dinsdag 12 september.
Woensdag 23 augustus in Het Nieuws van den Dag en een dag later overgenomen in Het Vaderland, dat tevens gewag maakt van “al de zotheden, die in dat H.S. voorkomen” (daar na ook in de Bildtsche, Heldersche en Leeuwarder Courant):
De archivaris van Friesland, Colmjon, houdt het oud-Friesch handschrift voor onecht “op grond, dat de stijl veel te nieuwerwetsch is”. Ottema zou “door te veel voorliefde worden geleid”. Colmjon, “een warm voorstander van Frieslands taal en geschiedenis, die zeker gaarne zoude wenschen dat het handschrift waarheid bevatte, mag men in deze wel voor onpartijdig houden.”
Dinsdag 29 augustus een stuk in de Leeuwarder Courant met bevindingen van doctor Ottema over “het boek van Adela” (later in het verslag: het boek van Adela’s helpers). Ottema is leraar aan een Latijnse school en lid van het Friesch Genootschap van geschied-, oudheid- en taalkunde te Leeuwarden. Mijn aantekeningen:
- Dat Handschrift wordt sinds onheugelijke jaren bewaard in de familie van den Heer C. over de Linden te Helder, zonder dat iemand de herkomst daarvan wist of den inhoud er van kende wegens de onbekendheid van schrift en taal.
- Het is Ottema gelukt om het schrift geheel te ontcijferen en den tekst te verklaren.
- Als antiquiteit van taal en schrift is het werk dus eenig in zijne soort.
- Men spreekt van 15 ½ eeuwen voor Chr. alsof bekend is wanneer dat Kerstentijdperk begon. Oom Alewijn, die nog les heeft gehad van grootvader Ott, sprak er vaak over: Die oude jaartallen van de Bijbel en de Latijnse school kloppen niet.
- Ottema noemt de Atheense Moeder Geert een priesteres!
- Die godsdienst is hoogst eenvoudig en een zuiver Monotheisme of eenheid van het goddelijk wezen.
- ... de altijd brandende lamp, foddik, door priesteressen (!), maagden.
- Het stuk besluit met:
Ziehier slechts eenige weinige punten uit dit belangrijk verslag. Zij mogen eenig denkbeeld geven van den rijkdom van dit merkwaardige handschrift. Want al loopen er sagen onder, ook als sagen moeten zij waarde hebben voor ons, dewijl alle historie begint met overlevering en er van den sagenschat onzes voorgeslachts zoo goed als niets was overgebleven. Hartelijk wenschen wij, dat de Heer Ottema weldra in de gelegenheid gesteld moge worden dit stuk in het geheel met eene vertaling en historische toelichtingen in het licht te geven, ten einde de door zijn verslag opgewekte belangstelling te bevredigen, en onze letterkunde met een gewigtige historische bron te verrijken.
Dinsdag 5 september plaatste de Leeuwarder een bijdrage van meester De Haan Hettema. Als weerwoord op Colmjon, die het handschrift voor onecht houdt omdat dat de stijl veel te nieuwerwetsch zou zijn, stelt hij:
Het stuk is in de Friesche Taal geschreven; eene onderscheiding tusschen oud-Friesch en Land- of Boere Friesch ken ik niet. Ik kan alleen eene oudere en nieuwere spelling van die taal, want de uitspraak van het Friesch is nagenoeg nog dezelfde als voor eenige eeuwen (...)
Wat nu de spelling in dit stuk voorkomende betreft, deze is, in mijn oog, veel meer overeenkomstig de oudere en zeer regelmatig, en veel beter en regelmatiger, dan van hen, die thans de taal schrijven; zoodat het te wenschen ware, dat men in de hoofdzaak die spelling overnam, dan zoude er meer eenheid in die spelling komen en het oorspronkelijke van de taal, beter dan nu, bewaard blijven. (...)
Bovendien vinden wij reeds in onze photografiën eenige thans niet algemeen meer bekende woorden, die in het overige van dit geschrift wel zullen voorkomen en daardoor onze Friesche Woordenschat zouden kunnen aanvullen.
Ik beschouw het dus in de eerste plaats van belang om dit stuk in den Frieschen tekst door den druk bekend te maken; maar ook in de tweede plaats, — als men volgens het verslag den inhoud aanneemt, die zoo wel uit een Godsdienstig, als uit een Geschiedkundig oogpunt niet van belang ontbloot schijnt te zijn, — dat er dan ook eene Hollandsche vertaling bijgevoegd worde, om ook niet-Friezen met diens inhoud bekend te maken. (...)
Dat [de schrijver van het handschrift] meer dan een dagelijksch mensch was, een geleerde en zeer goed met het Friesch bekend, zal wel niemand betwijfelen.
Zondag 10 september is door Ottema in de Leeuwarder een heel stuk uit het handschrift geplaatst, de Fryas woorden in ons schrift overgezet, over paalwoningen in Zwitserse meren, zoals vermeld door Apollena, dienende als bewijs voor de echtheid. Resten van die woningen zijn namelijk pas een kleine 20 jaar geleden ontdekt. Niemand zal ernstig durven beweren dat het handschrift minder dan 20 jaar oud is, tenzij Cornelis een later afschrift ervan heeft ingezonden. Dinsdag 12 september weer een lang stuk in de Leeuwarder. Colmjon blijkt al begin juni te zijn begonnen met rondbazuinen dat het handschrift een modern maaksel zou zijn. In augustus heeft hij deze overtuiging per brief ook met Ottema gedeeld.
... ik moet mij van de onechtheid van het Boek van Adela overtuigd houden. (...) dat ik dit schrijven ... als nul en van geene waarde moet verklaren (...) sommige taalfouten, die een Fries nooit zou kunnen begaan.
Ottema’s paalwoningen zijn voor Colmjon bewijs,
dat het geschreven moet zijn, niet slechts na 1833, zoo als ik reeds meende te mogen stellen, maar zelfs na 1853, dewijl men vóór dien tijd van het bestaan der overblijfselen van de paaldorpen in de Zwitsersche meeren niets afwist.
Donderdag 14 september, een naamloze, grimmige commentator hoopt dat met het stuk van Colmjon
een einde zal gemaakt zijn aan de liefhebberij, die sommigen schijnen te hebben om hun critische blindheid tegenover dit Handschrift aan de groote klok te hangen.
Hij spreekt over het werk van Ottema (en Hettema?) als quasi-geleerdheid, over de inhoud van het handschrift als zottenpraat, met als voorbeeld:
dat Neptunus een Vi-king of zeekoning geweest is, die door zijn onderdanen gewoonlijk Neef-Teunis genoemd werd!
1872
Woensdag 31 januari verdeling van het Galgenveld onder Opperdoes door Cornelis Kruijt, landbouwer en Alewijn Ott, slager, beide te Twisk en voor de helft eigenaar; gezamelijke waarde geschat op ƒ.2000 [NNA Medemblik 55/55-56 #31].
1875
Vrijdag 10 december is overleden oom Alewijn Ott te Barsingerhorn, 83 jaar oud, laatst weduwnaar van Neeltje Erix, vader van mijn neven Jan (58), Cornelis (57) en Pieter (34) en van mijn nichten Maartje (52) en Pietertje (49).
1876
Dinsdag 25 januari boedelscheiding Pieter Visser, weduwnaar van Aaltje Ott; Alewijn Ott, koopman te Twisk als toeziend voogd over Aafje, Trijntje en Marijtje Visser; o.a. bouwland te Hoogwoud [NNA Benningbroek 85/104-108 #8196].
1881
Vrijdag 19 augustus is om 13 uur te Oostwoud overleden mijn halfbroer Jan Ott (73 jaar, schilder), weduwnaar van Lijsbeth Bonnet, resp. Grietje Horst. Aangifte bij gemeente Midwoud door Fredrik Bobeldijk (timmerman 62 jr.) en Jan Dekker (koopman 34 jr.), beiden gebuur.
1882
Vrijdag 13 januari koopt Alewijn Ott (koopman) van Jacob Bakkum Pastoor (verver te Twisk) voor ƒ.600 het noordelijk deel van een woonhuis met grond D-156, groot 1 are, 5 c.a. en een aangrenzend perceel grond D-203, groot 1 are [NNA Benningbroek 117/54-55 #11275].
1883
1884
1886
Vrijdag 24 december Alewijn Ott (kastelein) heeft perceel gekocht als lasthebber van Hedde Smit [NNA Benningbroek 137/63 #13382].
1887
1888
Vooral door het geregelde marktbezoek was “Ott” nogal bekend in den omtrek. Met smaak kon hij vertellen, dat hij toch niet verwacht had, dat men hem zelfs in Londen aan zou roepen. Dat zat zoo: doordat de kalveren en schapen hun weg vonden naar Londen, was grootvader met een lid van de Amsterdamsche firma meegegaan naar hun afnemers in Londen en toen ze door de miljoenenstad liepen, was ergens een raam opengeschoven en werd er “Ott” geroepen. Daar had hij vreemd van opgekeken; ’t was ook wel toevallig. Merkwaardig is in dit verband, dat hij eenmaal voor eigen rekening een lading vee naar Engeland verscheepte en ’s nachts, toen het stormde, doodsangsten uitstond vanwege het risico. Een bewijs, dat hij, ofschoon handelaar in hart en nieren, verstandig gedaan heeft zijn vleugels niet te wijd uit te slaan en maar liever tusschenpersoon te blijven. Een klein winstje, een zoet winstje. [overlevering]
Donderdag 20 december koopt Alewijn Ott, kastelein te Twisk van Pieter Pauw, landbouwer te Opperdoes, een perceel bouwland op het Galgeveld te Opperdoes A-449, groot 75 aren, 70 c.a. voor ƒ.1075 [NNA Medemblik 90/118 #147].
1889
Donderdag 4 juli Alewijn Ott, kastelein te Twisk leent ƒ.2000 (rente 5%) aan schoonzoon Cornelis Pool, bakker te Oostwoud [NNA Medemblik 91/153-154 #82].
1891
Donderdag 7 mei te Twisk huwelijk Alewijn Ott Alewijnszoon (19 jaar, slagtersleerling te Twisk, voldaan aan militie), z.v. Alewijn Ott (kastelein Twisk) en Dirkje Peetoom met Lijsbeth Kos (20 jaar), d.v. Arien Kos (arbeider te Schagen) en Ariaantje Blokker (overleden); getuigen Pieter Ott (slachter te Blokker 32 jr.) en Klaas Roozendaal (smid te Oostwoud 30 jr.), broeder resp. zwager v/d bruidegom; Pieter Blokker (veehouder Opperdoes 37 jr) en Johannes Pool (bakker Purmerend 38 jr.), neef resp. aangehuwd neef v/d bruid [akte].
Vrijdag 5 juni zoon Alewijn Ott (II), slager te Venhuizen; inzake einde voogdij over Lijsbeth Kos door haar vader Arien Kos [NNA Benningbroek 160/10-11 #15592].
1892
Zaterdag 2 april koop voor ƒ.1800 door A. Ott II van Reindert Vormer (beide slager): woonhuis met schuur, erf en grond te Venhuizen E-218 en 982 [/83-84 #141].
Dinsdag 3 mei koop voor ƒ.1300 door A. Ott I (slager Twisk) van Pieter Pauw twee huizen, erf en schuur te Opperdoes A-795 en 796, groot 4 aren, 30 c.a. [#82].
1893
1894
1897
Photo t.g.v. 40-jarig huwelijksjubilaeum Alewijn Ott en Dirkje Peetoom.
1898
1901
Zaterdag 20 april A. Ott (slager Twisk) koopt voor ƒ.1000 van Barend Koolhaas (landman) een erf te Twisk (enz.) D41 [NNA Hoogwoud 65/44-45 #121].
Vrijdag 19 juli A. Ott leent aan Pieter Klouwers (slager te Enkhuizen) ƒ.1800 [NNA Enkhuizen 91/83-85 #135].
1902
Woensdag 16 april is te Twisk overleden Alewijn Ott, 70 jaar oud en bijna 45 jaar getrouwd geweest [BS Twisk inv. 31902 akte 6] details toevoegen.
Teekenend voor zijn levensopvatting waren zijn woorden op zijn laatste -ook vrijwel zijn eerste- ziekbed: “Ik ben 70, maar heb genoten voor 140, dus ’t is welletjes.” [overlevering]
Gaat verder met zoon Alewijn Ott (1871-1962).