Jump to content

NL208.17 Verdeeld: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
No edit summary
No edit summary
 
(24 intermediate revisions by 2 users not shown)
Line 1: Line 1:
=={{Versie_Ott}}==
=={{Versie_Ott}}==


'''19f. Triomf der Tegenspelers'''
'''Z. Onbekende Opsteller: Tijdperk Askar'''


'''[[208|[208/17]]]''' Toen de pest was uitgewoed, kwamen de Twisklanders, die zichzelf als Fryas waren gaan zien, naar de Rijn. Maar Askar wilde met de aanvoerders van dat volk, dat hij als vuil en verbasterd beschouwde, niet op één lijn staan. Hij wilde niet toestaan dat zij zichzelf Fryaskinderen zouden noemen, zoals Reintje had voorgesteld. Maar hij vergat daarbij dat hij zelf zwart haar had...
'''f. Verdeeld Volk Verliest'''


Onder de Twisklanders bevonden zich twee volken die al eerder afstand hadden genomen van deze naam. Het ene volk kwam uit het verre zuidoosten en noemde zich Allemannen. Deze naam hadden ze gekozen toen ze nog als bannelingen zonder vrouwen in de bossen '''[[209|[209]]]''' rondzwierven. Later roofden ze vrouwen van de slavenvolken, net als de Hlithouwers, maar ze behielden hun naam.
'''[[208|208.17]]''' Toen de pest was uitgewoed, kwamen de Twisklanders, die zichzelf als Frijas waren gaan zien, naar de Rijn. Maar Askar wilde met de vorsten van dat volk, dat hij als vuil en verbasterd beschouwde, niet op één lijn staan. Hij wilde niet toestaan dat zij zichzelf Frijaskinderen zouden noemen, zoals Reintja had voorgesteld. Maar hij vergat daarbij dat hij zelf zwart haar had...


Het andere volk, dat meer dichtbij rondzwierf, noemde zich Franken. Niet omdat ze vrij waren, maar Frank was de naam geweest van hun eerste leider, die zichzelf met hulp van bedorven maagden tot erfbaar koning had gekroond. De aan hem grenzende volken noemden zich Thjoth's Zonen, dat is: zonen van het volk. Zij waren wel vrij gebleven, omdat zij nooit een koning, prins of meester hadden aanvaard, die niet unaniem was gekozen op hun volksvergadering.
Onder de Twisklanders bevonden zich twee volken die al eerder afstand hadden genomen van deze naam. Het ene volk kwam uit het verre zuidoosten en noemde zich Allemannen. Deze naam hadden ze gekozen toen ze nog als bannelingen zonder vrouwen in de wouden '''[[209|[209]]]''' rondzwierven. Later roofden ze vrouwen van de slavenvolken, net als de Hlithouwers, maar ze behielden hun naam.


Askar had al van Reintje gehoord over de vijandschap tussen de Twisklandse prinsen en dat ze elkaar voortdurend bestrijden. Daarom stelde hij hen voor om een legeraanvoerder te kiezen van zijn eigen volk, omdat hij vreesde, zei hij, dat ze anders met elkaar zouden vechten om het leiderschap. Een andere reden die hij gaf was dat zijn prinsen de taal van de Golen beheersten. Hij zei mede namens de Moeder te spreken.
Het andere volk, dat meer dichtbij rondzwierf, noemde zich Franken. Niet omdat ze vrij waren, maar Frank was de naam geweest van hun eerste leider, die zichzelf met hulp van bedorven Famen tot erfbaar koning had gekroond. De aan hem grenzende volken noemden zich ''Thjod’s Zonen'', dat is: zonen van het volk. Zij waren wel vrij gebleven, omdat zij nooit een bevelhebber, vorst of meester hadden aanvaard, die niet unaniem was gekozen door hun Gemeenschapsraad.


De Twisklandse prinsen gingen overleggen en na drie maal zeven dagen kozen ze Alrik als legeraanvoerder. Alrik was Askar's neef en kreeg van hem een lijfregiment mee, van tweehonderd Schotse en honderd van de sterkste Saksen. De prinsen moesten drie maal zeven van '''[[210|[210]]]''' hun zonen naar Staveren sturen, om hun trouw te garanderen.
Askar had al van Reintja gehoord over de vijandschap tussen de Twisklandse vorsten en dat ze elkaar voortdurend bestrijden. Daarom stelde hij hen voor om een legeraanvoerder te kiezen van zijn eigen volk, omdat hij vreesde, zei hij, dat ze anders met elkaar zouden vechten om het leiderschap. Een andere reden die hij gaf was dat zijn vorsten de taal van de Golen beheersten. Hij zei mede namens de Moeder te spreken.


Tot zover was alles naar wens gegaan, maar net toen men de Rijn zou oversteken weigerde de koning van de Franken Alrik's bevelen op te volgen, wat resulteerde in algehele chaos. Askar, die ervan uitging dat alles volgens plan verliep, was met zijn schepen de Schelde overgestoken. Maar daar was men lang van tevoren ingelicht over zijn komst en dus voorbereid. Askar en zijn leger moesten even snel vluchten als dat ze gekomen waren, maar hijzelf werd gevangen genomen. De Golen wisten niet wie hij was, waardoor hij later werd uitgewisseld voor een hooggeplaatste Gol, die door Askar's troepen meegevoerd was.
De Twisklandse vorsten gingen overleggen en na drie maal zeven dagen kozen ze Alrik als legeraanvoerder. Alrik was Askar’s neef en kreeg van hem een lijfregiment mee, van tweehonderd Schotse en honderd van de sterkste Saksen. De vorsten moesten drie maal zeven van '''[[210|[210]]]''' hun zonen naar Staveren sturen, om hun trouw te garanderen.


Terwijl dit allemaal gebeurde, kwamen de Magjaren nog brutaler dan voorheen aan vanuit onze buurlanden. Bij Egmuda, waar ooit de burcht Forana stond, lieten ze een kerk bouwen, nog groter en indrukwekkender dan die van Askar te Staveren.
Tot zover was alles naar wens gegaan, maar net toen men de Rijn zou oversteken weigerde de koning van de Franken Alrik’s bevelen op te volgen, wat resulteerde in algehele chaos. Askar, die ervan uitging dat alles volgens plan verliep, was met zijn schepen de Schelde overgestoken. Maar daar was men lang van tevoren ingelicht over zijn komst en dus voorbereid. Askar en zijn leger moesten even snel vluchten als dat ze gekomen waren, maar hijzelf werd gevangen genomen. De Golen wisten niet wie hij was, waardoor hij later werd uitgewisseld voor een hooggeplaatste Gool, die door Askar’s troepen meegevoerd was.
 
Terwijl dit allemaal gebeurde, kwamen de Mágjaren nog brutaler dan voorheen aan vanuit onze buurlanden. Bij Egmuda, waar ooit de burcht Forana stond, lieten ze een tempel bouwen, nog groter en indrukwekkender dan die van Askar te Staveren.


Later beweerden zij dat Askar van de Golen verloren had, doordat het volk niet wilde geloven dat Wodin hen kon helpen en dat ze daarom geen offers hadden willen brengen. Daarom gingen ze over tot het ontvoeren van jonge kinderen, die ze bij zich hielden en inwijdden in de geheimen van hun ontaarde leer.
Later beweerden zij dat Askar van de Golen verloren had, doordat het volk niet wilde geloven dat Wodin hen kon helpen en dat ze daarom geen offers hadden willen brengen. Daarom gingen ze over tot het ontvoeren van jonge kinderen, die ze bij zich hielden en inwijdden in de geheimen van hun ontaarde leer.
Line 23: Line 25:
''[het vervolg ontbreekt]''
''[het vervolg ontbreekt]''


=={{Titel_noten_vertalingen}}==
===Noten===
<div class="toccolours mw-collapsible mw-collapsed">
<references />
 
==Navigeer==
==={{Versie_Own}}===
[[NL207.14 Buikpijn]] ᐊ vorig
'''[/171]''' Toen de pest (cholera) voor goed geweken was, kwamen de vrij geworden Heidelanders naar de Rijn, maar Askar wilde met de vorsten van dat vuile verbasterde volk niet op één lijn staan. Hij wilde niet dulden, dat zij zich Fryakinderen zouden noemen, zoals Reintje had aangeboden, maar hij vergat daarbij dat hij zelf zwart haar had. Onder de Heidelanders waren er twee volkeren, die zich geen Heidelanders noemden. Het éne volk kwam heel ver uit het Zuidoosten weg, het noemde zich Allemannen (Allemans). (Deze naam hadden zij zich gegeven, toen zij nog zonder vrouwen in de wouden als bannelingen omdwaalden. Later hebben zij van het slavenvolk vrouwen geroofd, evenals de Littauers, maar zij hebben hun naam behouden). Het andere volk, dat meer in de nabijheid ronddwaalde, noemde zich Franken, (niet omdat zij vrij waren, maar Frank zo had de eerste koning geheten, die zichzelf met behulp van de ontaarde Maagden tot erflijk koning over zijn volk had gemaakt). De volkeren, die aan hem grensden, noemden zich Tüd’s zonen dat is „volks”-zonen, zij waren vrije mensen gebleven, omdat zij nooit een koning, noch vorst, noch meester wilden erkennen, dan degene, die door de algemene wil was gekozen op de algemene vergadering. Askar had reeds van Reintje vernomen, dat de Duitse vorsten bijna altijd met elkander in vijandschap en vete leefden. Nu stelde hij hun voor, dat zij een hertog van zijn volk zouden kiezen, '''[173]''' omdat hij bang was, naar hij zei, dat zij met elkander zouden twisten om het meesterschap. Ook zei hij, dat zijn vorsten met de Golen (Galliërs Romeinen e.d.) konden spreken. Dat zei hij, was ook de mening van de Moeder. Toen kwamen de vorsten der Heidelanders bij elkander en na driemaal zeven etmalen kozen zij Alarik tot hertog. Alarik was Askar’s neef. Hij gaf hem tweehonderd Schotten en honderd van de grootste Saksen mee tot lijfwacht. De vorsten moesten driemaal zeven van hun zonen naar Staveren zenden als borg voor hun trouw. Tot nu toe was alles naar zijn wens gegaan, maar toen men over de Rijn zou varen, wilde de koning der Franken niet onder Alariks bevelen staan. Daardoor liep alles in de war. Askar, die meende, dat alles goed ging, landde met zijn schepen aan de overkant der Schelde, maar daar was men reeds over zijn komst ingelicht en op zijn hoede. Zij moesten even haastig vluchten, als zij waren gekomen en Askar zelf werd gevangen genomen. De Golen (Romeinen e.a.) wisten niet, wie zij hadden gevangen en zo werd hij naderhand uitgewisseld voor een aanzienlijke Gool, die Askar’s volk had meegenomen. Terwijl dit alles gebeurde, liepen de Oegrische tovenaars nog brutaler dan tevoren over de landen van onze buren heen. Bij Egmond waar tevoren de burcht Forana gestaan had, lieten zij een kerk bouwen nog groter en rijker dan Askar te Staveren had gedaan. Later zeiden zij, dat Askar de strijd had verloren tegen de Golen (Romeinen, Franken en Galliers), omdat het volk niet wilde geloven, dat Wodan hen kon helpen, en dat het hem daarom niet wilde aanbidden. Voorts gingen zij te werk en schaakten jonge kinderen, die zij bij zich hielden en opvoedden in de geheimenissen van hun verderfelijke leer. Waren er mensen, die........
=={{Titel andere talen}}==
 
<span>
''(De rest ontbreekt.)''
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE208.17 Gespalten]]'''
 
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN208.17 Temple]]'''
===Ottema 1876===
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES208.17 Dividido]]'''
'''[/251]''' Toen de pest voor goed geweken was, kwamen de vrij geworden Twisklanders naar den Rijn, maar Askar wilde met de vorsten van dat vuile verbasterde volk niet op eene lijn staan. Hij wilde niet dulden dat zij zich Fryas kinderen zouden noemen, gelijk Reintja aangeboden had; maar hij vergat daarbij dat hij zelf zwart haar had. Onder de Twisklanders waren er twee volken, die zich zelven geen Twisklanders noemden. Het eene volk kwam heel ver uit het zuidoosten weg, ze noemden zich Allemannen. Dezen naam hadden zij zich gegeven, toen zij nog zonder vrouwen in de wouden als bannelingen omdwaalden. Later hebben zij van het slavenvolk vrouwen geroofd, evenals de Lithauwers, maar zij hebben hun naam behouden. Het andere volk, dat meer in de nabijheid omdwaalde, noemde zich Franken, niet omdat zij vrij waren, maar Frank zoo had de eerste koning geheeten, die zich zelf met hulp van de ontaarde Maagden tot erflijk koning over zijn volk gemaakt had. De volken, die aan hem grensden, noemden zich Thioth-his zonen dat is volkszonen, zij waren vrije menschen gebleven, naardien zij nimmer een koning, noch vorst, noch meester erkennen wilden, als dengene die bij algemeene wil gekozen was op de algemeene vergadering. Askar had '''[253]''' reeds van Reintja vernomen, dat de Twisklander vorsten meest altijd met elkander in vijandschap en veete waren. Nu stelde hij hun voor, dat zij één hertog van zijn volk zouden kiezen, omdat hij bang was, gelijk hij zeide, dat zij met elkander zouden twisten om het meesterschap. Ook zeide hij dat zijne vorsten met de Golen konden spreken. Dat zeide hij was ook de meening der Moeder. Toen kwamen de vorsten der Twisklanders bij elkander, en na driemalen zeven etmalen kozen zij Alrik tot hertog. Alrik was Askars neef, hij gaf hem tweehonderd Schotten en honderd van de grootste Saksmannen mede tot eene lijfwacht. De vorsten moesten driemaal zeven van hunne zonen naar Staveren zenden tot borg van hunne trouw. Tot nu toe was alles naar zijn wensch gegaan, maar toen men over den Rijn zoude varen, wilde de koning der Franken niet onder Alriks bevelen staan. Daardoor liep alles in de war. Askar, die meende, dat alles goed ging, landde met zijne schepen aan de overkant der Schelde, maar daar was men reeds van zijne komst ingelicht en op zijne hoede. Zij moesten even haastig vluchten als zij gekomen waren, en Askar werd zelf gevangen genomen. De Golen wisten niet, wien zij gevangen hadden, en zoo werd hij naderhand uitgewisseld voor een aanzienlijken Gole, dien Askars volk had medegevoerd. Terwijl dit alles gebeurde, liepen de Magyaren nog stoutmoediger over de landen onzer naburen heen. Bij Egmuda, waar te voren de burgt Forana gestaan had, lieten zij eene kerk bouwen nog grooter en rijker als Askar te Staveren gedaan had. Naderhand zeiden zij, dat Askar den strijd had verloren tegen de Golen, omdat het volk niet wilde gelooven, dat Wodan hen konde helpen, en dat zij hem daarom niet wilden aanbidden. Voorts gingen zij heen en schaakten jonge kinderen, die zij bij zich hielden en opvoedden in de geheimenissen van hunne verfoeijelijke leer. Waren er menschen, die
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS208.17 FYANDSKIP|FS208.17 <span class="fryas">FYANDSKIP</span>]]'''
 
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO208.17 Kirke]]'''</span>
''[Het overige ontbreekt.]''
</div>


{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 00a Hidde|back=Nl 19e Hoe Straf Kwam|alternative=Nl 11a De Denemarken|altback=Nl 19e Hoe Straf Kwam}}
=={{Ander NL}}==
Hoofdstuk z: [[Z Ottema|Ottema 1876]] | [[Z Overwijn|Overwijn 1951]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^Z. Tijdperk Askar^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 19 Koning Askar^}}

Latest revision as of 16:58, 14 December 2025

Ontwerp 2026 Ott

Z. Onbekende Opsteller: Tijdperk Askar

f. Verdeeld Volk Verliest

208.17 Toen de pest was uitgewoed, kwamen de Twisklanders, die zichzelf als Frijas waren gaan zien, naar de Rijn. Maar Askar wilde met de vorsten van dat volk, dat hij als vuil en verbasterd beschouwde, niet op één lijn staan. Hij wilde niet toestaan dat zij zichzelf Frijaskinderen zouden noemen, zoals Reintja had voorgesteld. Maar hij vergat daarbij dat hij zelf zwart haar had...

Onder de Twisklanders bevonden zich twee volken die al eerder afstand hadden genomen van deze naam. Het ene volk kwam uit het verre zuidoosten en noemde zich Allemannen. Deze naam hadden ze gekozen toen ze nog als bannelingen zonder vrouwen in de wouden [209] rondzwierven. Later roofden ze vrouwen van de slavenvolken, net als de Hlithouwers, maar ze behielden hun naam.

Het andere volk, dat meer dichtbij rondzwierf, noemde zich Franken. Niet omdat ze vrij waren, maar Frank was de naam geweest van hun eerste leider, die zichzelf met hulp van bedorven Famen tot erfbaar koning had gekroond. De aan hem grenzende volken noemden zich Thjod’s Zonen, dat is: zonen van het volk. Zij waren wel vrij gebleven, omdat zij nooit een bevelhebber, vorst of meester hadden aanvaard, die niet unaniem was gekozen door hun Gemeenschapsraad.

Askar had al van Reintja gehoord over de vijandschap tussen de Twisklandse vorsten en dat ze elkaar voortdurend bestrijden. Daarom stelde hij hen voor om een legeraanvoerder te kiezen van zijn eigen volk, omdat hij vreesde, zei hij, dat ze anders met elkaar zouden vechten om het leiderschap. Een andere reden die hij gaf was dat zijn vorsten de taal van de Golen beheersten. Hij zei mede namens de Moeder te spreken.

De Twisklandse vorsten gingen overleggen en na drie maal zeven dagen kozen ze Alrik als legeraanvoerder. Alrik was Askar’s neef en kreeg van hem een lijfregiment mee, van tweehonderd Schotse en honderd van de sterkste Saksen. De vorsten moesten drie maal zeven van [210] hun zonen naar Staveren sturen, om hun trouw te garanderen.

Tot zover was alles naar wens gegaan, maar net toen men de Rijn zou oversteken weigerde de koning van de Franken Alrik’s bevelen op te volgen, wat resulteerde in algehele chaos. Askar, die ervan uitging dat alles volgens plan verliep, was met zijn schepen de Schelde overgestoken. Maar daar was men lang van tevoren ingelicht over zijn komst en dus voorbereid. Askar en zijn leger moesten even snel vluchten als dat ze gekomen waren, maar hijzelf werd gevangen genomen. De Golen wisten niet wie hij was, waardoor hij later werd uitgewisseld voor een hooggeplaatste Gool, die door Askar’s troepen meegevoerd was.

Terwijl dit allemaal gebeurde, kwamen de Mágjaren nog brutaler dan voorheen aan vanuit onze buurlanden. Bij Egmuda, waar ooit de burcht Forana stond, lieten ze een tempel bouwen, nog groter en indrukwekkender dan die van Askar te Staveren.

Later beweerden zij dat Askar van de Golen verloren had, doordat het volk niet wilde geloven dat Wodin hen kon helpen en dat ze daarom geen offers hadden willen brengen. Daarom gingen ze over tot het ontvoeren van jonge kinderen, die ze bij zich hielden en inwijdden in de geheimen van hun ontaarde leer.

Waren er mensen, die ...

[het vervolg ontbreekt]

Noten

Navigeer

NL207.14 Buikpijn ᐊ vorig

In andere talen

DE208.17 Gespalten
EN208.17 Temple
ES208.17 Dividido
FS208.17 FYANDSKIP
NO208.17 Kirke

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstuk z: Ottema 1876 | Overwijn 1951