Anne T. Reitsma

Anne Tjittes Reitsma (Lemmer 1806 - Groningen 1880),[1]) was predikant (te Groningen van 1845 tot 1880), theoloog (met eredoctoraat Groningen) en schrijver. Hij was één van de intekenaars op Ottema's eerste uitgave van Thet Oera Linda Bok.
publicaties 1873
- (JJK) 42a Verslag vergadering Fr. Genootschap d.d. 27 augustus m.n. over eerste voordracht door Reitsma over OL — LC 31-8-1873, LC.
- JJK 42 Flanor (C. Vosmaer) — Kritiek op de voorlezing van dr A.T. Reitsma voor het Fries Genootschap — Spect. 20-9-1873, bl. 302.
- JJK 44 Verslag van de lezing van dr A.T. Reitsma voor het Fries Genootschap — Prov. Friesche Ct. 20-10-1873.
- JJK 45 Verslag van de 2de lezing van dr. A.T. Reitsma voor het Fries Genootschap d.d. 23 oktober — LC 26-10-1873.
- JJK 46 Thet Oera Linda Bok. Verslag lezingen Reitsma 27-8 en 16-10-1873 [door J. Dirks] — De Noordstar 9-11-1873.
Overig
Brieven van Reitsma vermoedelijk aan Ottema april 1873 en 21-3-1874 - JJK Bc.
In briefwisseling Ottema - Over de Linden
Ottema aan Over de Linden, april 1873:
Al is alles stil, er is toch wel werking. Ds. Reitsma te Groningen is bezig een stuk over het OLB te schrijven. Hoe zeer hij er mee ingenomen is, moge blijken uit nevens gaanden brief. Ik bezorg hem de nodige inlichtingen en terechtwijzingen, en lever ook andere bijdragen. Zoo zend ik hem heden het hierbij gevoegde opstel (...) Als Ds. Reitsma zijn werk klaar heeft, krijg ik het nog eerst ter inzage, voordat het gedrukt wordt.
Ottema aan Over de Linden 28-8-1873:
Gisteren den 27 Augs heeft Ds. Reitsma zijne redevoering bij het Friesch Genootschap gehouden. Ik haast mij u er een uittreksel van toe te zenden met het verzoek dat te laten overschrijven en in de Heldersche Courant te plaatsen. Het zal even zoo met het verslag van de vergadering in de Leeuwarder Courant geplaatst worden. Ik ben blijde dat er nu eens eene stem in het openbaar gesproken heeft. Van het tweede stuk van Ds. Reitsma, later voor te dragen, zal ik u te zijner tijd in kennis stellen.
Over de Linden aan Ottema 1-9-1873:
Ds. Reitsma heeft zich goed gehouden; het staat al in de Heldersche Courant en ik ben benieuwd wat de Heldersche wereld er van zeggen zal.[2] (...) En hoe is de voordragt van den Heer Reitsma door de Leeuwarder geleerden opgenomen?
Over de Linden aan Ottema 15-9-1873:
(...) Toen mijn vrouw de deur geopend had trad een der heeren binnen. “Ben ik hier teregt bij den heer over de Linden? (...) Ik kom uit Groningen en wenschte het handschrift wel eens te zien.”
“Is U dan Domine Reitsma?”
“Nee ik ben professor in de theologie. Mijnheer Reitsma heeft een mooi stuk over het Handschrift geschreven en voorgelezen, waarin Hij de deugdelijkheid van het handschrift mijns inziens grondig bewezen heeft. Een gedeelte heeft hij daarna voorgelezen in het Friesch genootschap, en het andere gedeelte in een gesloten gezelschap, waarbij ik ook tegenwoordig was, maar dat was al even degelijk als het ander. Hij zal het later ook in de vergadering van het Friesche genootschap voorlezen en daar hij mijns inziens de echtheid van het stuk bewezen heeft, wilde ik het ook eens zien.”
(...) Toen zijn Edelen weg ging gaf hij mij zijn kaartje en wie denkt UEd nu dat het was? P. Hofstede de Groot. (...)
[P.S.] Als mijnheer Reitsma zijn speech gehouden heeft zal UEd het mij wel schrijven en als zijn verhandeling in druk komt moet den heer Kuipers mij vier exempl aren toezenden. Zoo Hij wil.
Ottema aan Over de Linden 16-9-1873:
Tegelijk met dezen zend ik u een vijftal afdrukken van de schets van Ds. Reitsma's voorlezing [JJK 46; verslag opgemaakt door J. Dirks]. Van het volgende zal ik u te eignen tijde op de hoogte houden.
Over de Linden aan Ottema 26-10-1873:
Uw brief met bijliggende verslagen omtrent de redevoering van Ds Reitsma heb ik met genoegen gelezen. (...) In den brief van Ds. Reitsma vind ik deze uitdrukking: “En wat het karakteristieke onderscheid tusschen Fryja's volk en de andere Rijken vooral bestond in erkenning van persoonlijke vrijheid aan de eene en onderwerping aan het gezag aan éénen despotische aan de andere zijde, enz.” Van deze opmerking heb ik niets in de Friesche Courant of in uw gedrukte blaadjes vernomen. (...)
Ottema aan Over de Linden 27-10-1873:
Bij uwe opmerking omtrent eene periode van Ds Reitsma's brief moet gij in het oog houden, dat het Verslag slechts eene korte opgave van de hoofdpunten van de redevoering is, (de schets van de preek). Het door u bedoelde denkbeeld is in de redevoering wel degelijk besproken. Woensdag avond houdt Reitsma die voorlezing te Groningen.
Ottema aan Over de Linden 29-10-1873:
Hierbij zend ik u het Verslag van de tweede lezing van Dr. Reitsma, die met veel genoegen en belangstelling gehoord is. De volgende vergadering zal aan hetzelfde onderwerp gewijd zijn in den vorm van wetenschappelijke bespreking, waarbij ik het woord zal voeren tot het beantwoorden van vragen, het geven van inlichtingen, enz. Het is een bewijs, dat men aan het boek eene ernstige aandacht begint te schenken. Daartoe heeft de vergadering mij opgedragen om namens het Genootschap u den wensch te kennen te geven en het verzoek, dat gij mij in staat wilt stellen eenig gedeelte van het Handschrift in die bijeenkomst te laten zien.
Over de Linden aan Ottema 8-12-1873:
Ik ben bij al mijne blijdschap echter moeyelijk te vreden te stellen. U zal mij namelijk nog altoos zeggen of Ds. Reitsma zijn verhandeling in het licht zal geven. Mij dunkt als die verhandeling zoo op pooten staat als mijnheer Hofstede de Groot mij gezegd heeft, welke die in een gesltooten gezelschap van geleerden heeft hooren voorlezen, dan zou het wel de moeite waard zijn, omdat er dan zoo veel honderden zouden zijn welke er mede bekend werden als er nu individuen zijn.
Ottema aan Over de Linden 18-12-1873:
Heden voor acht dagen hebben wij eene vergadering van het Friesch Genootschap gehouden, gewijd aan De bespreking van het O.L. Bok. Als woordvoerders van de bestrijding traden op Mr. J. Telting en Mr. A. Bloembergen, terwijl de verdediging gevoerd werd door Ds. Reitsma en mij. Het talrijk publiek was verbaasd, dat de oppositie niets dan beuzelingen, vitterijen en drogredenen wist te berde te brengen. Alles advocaten-spitsvondigheden, die het geene moeite kostte om te wederleggen. (...) Het HS is met veel belangstelling bezichtigd.
Op blog Saved from the flood (2018)
- over de lezingen van Reitsma, met afschrift van twee verslagen.
- Kwartierstaat en familie van Reitsma.
Noten
- ↑ In burgerlijke stand altijd met het patroniem Tjittes, als ware dat zijn tweede voornaam.
- ↑ De HC verscheen op woens- en zaterdagen. Het bericht had dus in de zaterdagkrant van 30 augustus moeten staan (27 aug. was woensdag), maar werd niet gevonden.