NL130.21 Noordland
Ontwerp 2026 Ott
14f. Het Leger van Lindasburg
[130/21] Dit geschrift over Noordland of Schoonland is mij gegeven.
In de tijd dat ons land verdronk, was ik in Schoonland. Daar ging het er zo aan toe:
Er waren grote meren die vanaf de bodem als een bel omhoogkwamen, waarna ze uiteen spleten. Uit de openingen kwam een materie die leek op gloeiend ijzer. Er waren bergen waar de toppen van afbraken. Deze tuimelden naar beneden en vaagden bossen en dorpen weg. Zelf zag ik hoe een berg [131] van een andere werd losgescheurd. Hij zakte lijnrecht naar beneden. Toen ik later ging kijken was er een meer ontstaan.
Toen Aarde zich had hersteld, kwam er een legeraanvoerder van Lindasburg met zijn volk en een maagd voorbij. De maagd verkondigde overal dat de Magy schuldig was aan al het leed dat ons was overkomen. Ze trokken door het hele land en het leger werd steeds groter. De Magy sloeg op de vlucht. Men vond zijn lijk. Hij had zijn eigen leven genomen. Toen werden de Finnen naar één plaats gedreven waar ze mochten blijven leven. Er waren er ook van verbasterd bloed. Die mochten blijven, maar veel van hen gingen met de Finnen mee. De legerleider werd tot koning verkozen. De kerken die heel waren gebleven werden gesloopt. Sindsdien komen de goede noordlieden vaker naar Texland voor raad van de Moeder. We kunnen hen echter niet meer beschouwen als zuiver Fryas.
In de Denemarken is het zeker net als bij ons gegaan; De Sturen, die zichzelf daar trots Zeekampers noemen, zijn op hun schepen gegaan en na het herstel weer teruggekeerd.
Heil!
Overwijn 1951
[/125] Dit geschrift is mij over Noordland of Schoonland gegeven.
In de tijd, dat ons land verzonk, was ik in Schoonland. Daar ging het zo toe; Er waren grote meren, waarvan de bodem als een blaas uitzette, dan spleet hij open. Uit de scheuren kwam een stof, alsof het gloeiend ijzer was. Er waren bergen, waarvan de kruinen aftuimelden, deze stortten neer en vernielden wouden en dorpen. Ik zelf zag, dat een berg van de andere werd afgerukt. Lijnrecht zeeg hij neer. Toen ik naderhand ging zien, was er een meer ontstaan. Toen de aarde hersteld was, kwam er een hertog van Lindaburcht met zijn volk en een maagd, welke laatste alom riep: De Magy is schuldig aan al het leed, dat wij hebben geleden. Zij trokken steeds voort en het leger werd al groter. De Magy vluchtte weg, men vond zijn lijk; hij had zelfmoord gepleegd. Toen werden de Finnen verdreven naar éne plaats, waar zij mochten leven. Er waren er ook van gemengd bloed, die mochten blijven, maar velen gingen met de Finnen mee. De hertog werd tot koning gekozen. De kerken, die heel waren gebleven, werden vernield. Sedert die tijd komen de goede Noormannen dikwijls op Techelland (Texel) om raad van de Moeder. Toch kunnen wij hen niet meer voor echte Fryas houden. In de Denemarken is het zeker zoals bij ons gegaan. De zeelieden, die zichzelf trots Sikambren noemen, zijn op hun schepen gegaan en naderhand zijn zij teruggetrokken.
Heil!
Ottema 1876
[179] Dit geschrift is mij over Noordland of Schoonland gegeven.
Ten tijde dat ons land neder zonk, was ik in Schoonland. Daar ging het zoo toe. Er waren groote meeren, die van den bodem als een blaas uitzetten, dan spleten zij vaneen, uit de scheuren kwam eene stof, alsof het gloeijend ijzer was. Er waren bergen, wier kruinen aftuimelden, deze stortten neder en vernielden wouden en dorpen. Ik zelf zag, dat een berg van een ander werd afgerukt. Lijnrecht zeeg hij neder. Toen ik naderhand ging zien, was er een meer ontstaan. Toen de aarde hersteld was, kwam er een hertog van Lindasburgt met zijn volk en eene maagd, die alom uitriep: de Magy is schuldig aan al het leed, dat wij geleden hebben. Zij trokken steeds voort en het heer werd al grooter. De Magy vluchtte weg, men vond zijn lijk, hij had zich zelf omgebracht. Toen werden de Finnen verdreven naar ééne plaats, daar mochten zij leven. Er waren ook van gemengd bloed, deze mochten blijven, doch velen gingen met de Finnen mede. De hertog werd tot koning gekozen. De kerken, die heel gebleven waren, werden vernield. Sedert dien tijd komen de goede Noormannen dikwijls op Texland om raad van de Moeder. Doch wij kunnen hen niet voor rechte Friezen meer houden. In de Denemarken is het zeker gegaan, als bij ons. De zeelieden, die zich zelven stoutelijk zeekampers noemen,zijn op hunne schepen gegaan, en naderhand zijn zij terug getrokken.
Heil!
Nl 14e Demetrius en Friso ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 14g De Broekmannen
Aangepaste volgorde:
Nl 14b De Zwarte Mannen ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 14c Friso's Vloot