Jump to content

NL103.26 Vellum: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
Fixed alternative sorting
Line 21: Line 21:
__FORCETOC__
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^Hk 13 Apollania^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 13 Apollania^}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 13h De Burcht Liudgarda|alternative=Nl 15b Prinsen en Priesters}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 13h De Burcht Liudgarda|alternative=Nl 02f Frya's Tex}}

Revision as of 16:13, 9 July 2023

Ontwerp 2026 Ott

[103/26]

Overwijn 1951

[101] Dit staat op schrijfvilt geschreven.

Taal, en antwoorden, aan andere Maagden ten voorbeeld

Een ongezellig, gierig man kwam klagen bij Troos, die burchtvrouw was te Stavian (Kanaalrug). Hij zei, dat onweer zijn huis had vernield. Hij had tot Wr.alda gebeden, maar Wr.alda had hem geen hulp verleend. Zijt ge een echte Frya, vroeg Troos. Van ouder op ouder, antwoordde de man. Dan, zeide zij, wil ik iets in uw gemoed zaaien in het vertrouwen, dat het kiemt en groeit en vrucht zal dragen. Verder zei zij met nadruk: Toen Frya was geboren, stond onze moeder naakt en bloot, onbehoed tegen de stralen van de zon. Niemand kon zij vragen en er was niemand, die haar hulp kon verlenen. Toen maakte Wr.alda zich op en wrocht in haar gemoed aanleg en liefde, angst en schrik. Zij zag rondom zich heen. Haar aanleg koos het beste, en zij zocht een schuilplaats onder de beschuttende lindeboom. Maar er kwam regen en het gevolg was, dat zij nat werd. Maar zij had gezien hoe het water van de hellende blaren afdroop. Toen maakte zij een afdak met hellende kanten. Op staken zette zij dat. Maar er kwam stormwind en die blies de regen er onder. Nu had zij gezien, dat de stam luwte gaf. Daarop ging zij te werk en maakte een wand van plaggen en zoden, eerst aan de éne kant en toen aan alle kanten. De stormwind kwam terug, woedender dan tevoren en blies het dak weg. Maar zij klaagde niet over Wr.alda, noch tegen Wr.alda, en zij maakte een rieten dak en legde daarop stenen. Toen zij bevond hoe zeer het doet, om alleen te tobben, beduidde zij haar kinderen, hoe en waarom zij zo gedaan had. Deze werkten en overlegden gezamelijk. Op die manier zijn wij aan huizen gekomen met stoepen en banken, een straat, en een beschuttende linde tegen de zonnestralen. Ten laatste hebben zij een burcht gemaakt en vervolgens al de andere. Is uw huis dus niet sterk genoeg geweest, dan moet ge trachten het andere beter te maken. Mijn huis was sterk genoeg, zei hij, maar het hoge water heeft het opgebeurd en de slormwind heeft de rest gedaan. Waar stond uw huis dan, vroeg Troos? Langs de Rijn, antwoordde de man. Stond het dan niet op een nol of terp? vroeg Troos. Nee, zei de man, mijn huis stond eenzaam bij de oever. Ik heb het alleen gebouwd, maar ik kon er niet alléén een terp voor maken. Ik wist het wel, antwoordde Troos, de maagden hebben het mij gemeld. Ge hebt heel uw leven een afkeer gehad van de mensen, uit vrees, dat ze iets moest geven of doen voor hen. Maar daarmee kan men niet ver komen. Want Wr.alda, die mild is, keert zich af van de gierigen, Fästa heeft ons geraden en boven de deuren van al onze burchten is ’t in steen gegrift: Zijt ge erg baatzuchtig, zeide Fästa, behoed dan uw naasten, dan zullen zij het U ook doen. Is U deze raad niet goed genoeg; ik weet geen betere voor U. De man werd schaamrood en droop stil af.

Ottema 1876

[/143] Dit staat op schrijffilt geschreven. Taal en antwoord aan andere Maagden tot een voorbeeld.

Een ongezellig gierig man kwam klagende bij Troost, die Maagd was te Stavia. Hij zeide onweder had zijn huis vernield. Hij had tot Wralda gebeden, maar Wralda had hem geene hulp verleend. Zijt ge een echte Fries, vroeg Troost. Van ouder tot voorouder, antwoordde de man. Dan, zeide zij, wil ik iets in uw gemoed zaaijen in vertrouwen, dat het kiemen en groeijen en vruchten geven mag. Verder sprak zij en zeide: toen Frya geboren was, stond onze moeder naakt en bloot, onbehoed tegen de stralen der zon. Niemand kon zij vragen, en er was niemand, die haar hulp verleenen konde. Toen ging Wralda heen en wrocht in haar gemoed neiging en liefde, angst en schrik. Zij zag rondom zich; hare neiging koos het beste, en zij zocht eene schuilplaats onder de beschuttende lindeboom. Maar de regen kwam en het gevolg was, dat zij nat werd. Doch zij had gezien, [145] hoe het water bij de hellende bladeren neerdrupte. Nu maakte zij een afdak met hellende zijden, op staken maakte zij dat. Maar de stormwind kwam en blies de regen daaronder. Nu had zij gezien, dat de stam luwte gaf. Daarop ging zij heen en maakte eene wand van plaggen en zooden; eerst aan de eene zijde en vervolgens aan alle zijden. De stormwind kwam terug, woedender als te voren, en blies het dak weg. Maar zij klaagde niet over Wralda, noch tegen Wralda. Maar zij maakte een rieten dak en legde steenen daarop. Bevonden hebbende hoe zeer het doet, om alleen te tobben, zoo beduidde zij hare kinderen, hoe en waarom zij zoo gedaan had. Deze handelden en overlegden te zamen. Op zoodanige wijze zijn wij aan huizen gekomen met stoepbanken, eene straat, en eene beschuttende linde tegen de zonnestralen. Ten laatste hebben zij eene burgt gemaakt en vervolgens al de andere. Is uw huis dus niet sterk genoeg geweest, dan moet gij trachten het andere beter te maken. Mijn huis was sterk genoeg, zeide hij, maar het hooge water heeft het opgebeurd en de stormwind heeft het andere gedaan. Waar stond uw huis dan, vroeg Troost. Aan den oever van den Rijn, antwoordde de man. Stond het dan niet op eene nol (ronde hoogte) of terp, vroeg Troost. Neen, zeide de man, mijn huis stond eenzaam bij den oever; alleen heb ik het gebouwd, maar ik kon daar alleen geen terp voor maken. Ik wist het wel, antwoordde Troost, de maagden hebben het mij gemeld. Gij hebt al uw leven een afkeer gehad van de menschen, uit vrees, dat gij iets geven of doen moest voor hun. Doch daarmede kan men niet verre komen. Want Wralda die mild is, keert hem af van de gierigen. Fæsta heeft ons geraden en boven de deuren van alle onze burgten is 't gegrift in steen: zijt ge erg baatzuchtig, zeide Fæsta, behoed dan uwe naasten, onderricht dan uwe naasten, help dan uwe naasten, zoo zullen zij het u wederom doen. Is u deze raad niet goed genoeg, ik weet geene betere voor u. De man werd schaamrood en droop stil af.

Noten


Navigeer

[[{{{back}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 13h De Burcht Liudgarda

Aangepaste volgorde:

[[{{{altback}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 02f Frya's Tex