Jump to content

NL044.07 Weldoener: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
add
 
Line 4: Line 4:


=={{Versie_Own}}==
=={{Versie_Own}}==
'''[/45]''' De oorlog was voorbij, maar nood was in zijn plaats gekomen. Nu waren hier drie mensen, die elk een zak koren stalen van afzonderlijke eigenaars. Doch zij werden allen gevat. Nu ging de eerste (eigenaar) heen en bracht de dief bij de schout, de burchtvrouwen, die erover spraken, zeiden eenstemmig, dat hij gehandeld had naar het recht. De andere nam de dief het koren af, en liet hem verder met rust. De burchtvrouwen zeiden: hij heeft wel gedaan. Maar de derde eigenaar ging naar de dief in zijn huis. Toen hij nu zag, hoe de nood daar zijn zetel had opgeslagen, ging hij terug en kwam weerom met een wagen vol nooddruft, waarmede hij nood van de haard verdreef. Frya's maagden hadden bij hem rondgewaard en zijn daad in het eeuwige boek geschreven, terwijl zij al zijn zonden hadden uitgewist, Het werd gezegd aan de Eremoeder, en deze liet het verkondigen over het gehele land.


==Ottema 1876==
==Ottema 1876==

Revision as of 12:02, 18 February 2023

Ontwerp 2026 Ott

[044/07]

Overwijn 1951

[/45] De oorlog was voorbij, maar nood was in zijn plaats gekomen. Nu waren hier drie mensen, die elk een zak koren stalen van afzonderlijke eigenaars. Doch zij werden allen gevat. Nu ging de eerste (eigenaar) heen en bracht de dief bij de schout, de burchtvrouwen, die erover spraken, zeiden eenstemmig, dat hij gehandeld had naar het recht. De andere nam de dief het koren af, en liet hem verder met rust. De burchtvrouwen zeiden: hij heeft wel gedaan. Maar de derde eigenaar ging naar de dief in zijn huis. Toen hij nu zag, hoe de nood daar zijn zetel had opgeslagen, ging hij terug en kwam weerom met een wagen vol nooddruft, waarmede hij nood van de haard verdreef. Frya's maagden hadden bij hem rondgewaard en zijn daad in het eeuwige boek geschreven, terwijl zij al zijn zonden hadden uitgewist, Het werd gezegd aan de Eremoeder, en deze liet het verkondigen over het gehele land.

Ottema 1876

[65] Oorlog was voorbij gegaan, maar nood was in zijne plaats gekomen; nu waren er drie menschen die elk een zak koorn stalen van afzonderlijke eigenaren. Doch zij werden alle gevangen. Nu ging de eerste (eigenaar) heen en bracht den dief bij den schout, de maagden zeiden daarvan allerwege, dat hij gehandeld had naar het recht. De andere nam den dief het koorn af, en liet hem voorts met vrede; de maagden zeiden, hij heeft wel gedaan. Maar de derde eigenaar ging naar den dief in zijn huis. Toen hij nu zag, hoe de nood daar zijn zetel had opgesteld, ging hij terug en keerde weder met een wagen vol nooddruftigheden, waarmede hij den nood van den haard verdreef. Frya's maagden hadden bij hem rondgewaard en zijne daad in het eeuwige boek geschreven, terwijl zij al zijne zonden hadden uitgewischt. Het werd gezegd aan de eeremoeder, en deze liet het verkondigen over het geheele land.

Noten


Navigeer

[[{{{back}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 06 Joel, Schrift, Cijfers

Aangepaste volgorde:

[[{{{altback}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 00a Hidde