NL118.32 Vloot: Difference between revisions
add |
mNo edit summary |
||
| Line 15: | Line 15: | ||
[[Category:Nederlandse Vertalingen]] | [[Category:Nederlandse Vertalingen]] | ||
__FORCETOC__ | __FORCETOC__ | ||
{{DEFAULTSORT:^Hk | {{DEFAULTSORT:^Hk 14 Frethorik^}} | ||
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 14d Alexander|alternative=Nl 14g De Broekmannen}} | {{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 14d Alexander|alternative=Nl 14g De Broekmannen}} | ||
Revision as of 16:18, 13 February 2023
Ontwerp 2026 Ott
Overwijn 1951
Ottema 1876
[/163] Nu wil ik schrijven hoe de Geertmannen en vele volgelingen van Helenia terug kwamen.
Twee jaren nadat Gosa moeder werd, kwam er eene vloot het Flymeer in vallen. Het volk riep ho.n.sêen. (welk een zegen!) Zij voeren naar Staveren, daar riepen zij nog eenmaal. De banieren waren in top en des nachts schoten zij brandpijlen in de lucht. Toen het dageraad was, roeiden sommigen met eene snik de haven in, zij riepen weder hoezee. Toen zij landden, wipte een jong kerel op den wal. In zijne handen had hij een schild, daarop was brood en zout gelegd. Na hem kwam een grijze; hij zeide wij komen van [165] de verre Krekalanden weg, om onze zeden te bewaren. Nu wenschten wij, dat gij zoo vriendelijk zoudt wezen, om ons zoo veel land te geven, dat wij daarop mogen wonen. Hij vertelde eene heele geschiedenis, die ik hierna beter beschrijven wil. De grijzen wisten niet wat te doen, zij zonden boden allerwege, ook tot mij. Ik ging heen en zeide: nu wij eene Moeder hebben, behooren wij haar raad te vragen. Ik zelf ging mede. De Moeder, die alles reeds wist, zeide: laat hen komen, zoo mogen zij ons land helpen behouden: maar laat hen niet op ééne plek blijven, opdat zij niet machtig worden over ons. Wij deden gelijk zij gezegd had. Dat was heel naar hun zin. Fryso bleef met zijne lieden te Staveren, dat zij weder tot eene zeestad maakten, zoo goed zij konden. Wichhirte ging met zijne lieden oostwaarts naar de Emude. Sommige der Joniers, die meenden dat zij van het Alderga volk gesproten waren, gingen daarheen. Een klein deel, die waanden, dat hunne voorvaderen van de Zeven eilanden weg kwamen, gingen heen en zetten zich neder binnen den ringdijk van de burgt Walhallagara.
Noten
[[{{{back}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 14d Alexander
Aangepaste volgorde:
[[{{{altback}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 14g De Broekmannen