Jump to content

Gerard J. van der Meij: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
add
 
Wralda’s spits
 
Line 4: Line 4:
Biografische gegevens en verzameling krantenartikelen [https://vandermeij.familyds.com/mediawiki/index.php/P2049_Gerhard_Jan_van_der_Meij hier].
Biografische gegevens en verzameling krantenartikelen [https://vandermeij.familyds.com/mediawiki/index.php/P2049_Gerhard_Jan_van_der_Meij hier].


Hij schreef ''Kanttekeningen bij het Oera Linda boek — een afspiegeling van de taalgeleerdheid, denkbeelden en schrijfstijl van J.H. Halbertsma, doopsgezind predikant in Deventer'', in eigen beheer uitgegeven in 1978.
Van der Meij schreef ''Kanttekeningen bij het Oera Linda boek — een afspiegeling van de taalgeleerdheid, denkbeelden en schrijfstijl van J.H. Halbertsma, doopsgezind predikant in Deventer'', in eigen beheer uitgegeven in 1978. In dit werk stelde hij als eerste een juiste vertaling voor van de veelbesproken zinnen over ''dromen'' en ''od'' in de ''[[NL006.12 Schepping|vormgeschiedenis]]'' (blz. 204-205). Zijn terechte opmerking over de punt achter ''drama'' in plaats van achter ''Wralda’s'' werd genegeerd door [[Goffe T. Jensma|Jensma]], die in 1992 ([https://archive.org/details/1992-jensma-lees-leer-en-waak Lees, Leer en Waak], blz. 17) nog wèl “Een spits ...” overnam (in 2006 veranderd in “Gelukzaligheid ...”). [Onderstreping toegevoegd:]<blockquote>Halverwege deze pagina lezen wij: „Ring as hja rip werom kregon hja fruchda and nochta anda drama. Wralda’s od trad to—ra binna and nw bârdon ek twilif svna ...” Ottema vertaalt de regel: „... zodra als zij volwassen waren kregen zij vreugde en genoegen aan de dromen van Wralda. Haat trad tot haar binnen. En nu baarden zij elk twaalf zonen.” <u>Het handschrift geeft evenwel een punt achter drama</u>. <u>Wralda hoort dus bij od</u> en nu is deze onverklaarbare zin — haat trad bij haar binnen — duidelijk als we lezen in <u>Outzen glossarium p. 231: od = eine Spitze</u> — een voorstelling van zaken van Halbertsma te verwachten en ook elders in de Kroniek voor andere omstandigheden in soortgelijke bewoordingen aangetroffen. (O.L.B., p. 115).


Van der Meij correspondeerde ten minste met [[Wigholt T. Vleer|Wigholt Vleer]] en [[Nico Luitse]] over Oera Linda. Enkele van deze brieven zullen hier worden gedeeld.
Bovendien vertelt Halbertsma (KHD, p. 36) ons over het volkskarakter der Friezen: „De Godheid kwam bij de Germanen onmiddelijk tussenbeide en hij openbaarde zich door onwillekeurige zielsbewegingen, ''dromen'', plotselinge lusten. De vrouwen meer onderworpen aan zenuwtoevallen, lusten, luimen, gevoel en temperament, waren daartoe geschikter dan mannen ... De dromen leiden de vrouwen alleen uit ...” Vergelijken we dit met de O.L.B.-zin: „kregen zij vreugde en genoegen in de dromen!” dan is overeenstemming in denkbeelden hier aanwezig.</blockquote>Van der Meij correspondeerde ten minste met [[Wigholt T. Vleer|Wigholt Vleer]] en [[Nico Luitse]] over Oera Linda. Enkele van deze brieven zullen hier worden gedeeld.


Zijn verzameling 17e- tot 19e-eeuwse boeken is door een zoon ter beschikking gesteld aan [[Oera Linda Foundation|Stichting Oera Linda]].
Zijn verzameling 17e- tot 19e-eeuwse boeken is door een zoon ter beschikking gesteld aan [[Oera Linda Foundation|Stichting Oera Linda]].
[[Category:Translators and researchers]]
[[Category:Translators and researchers]]
{{DEFAULTSORT:^M^}}
{{DEFAULTSORT:^M^}}

Latest revision as of 11:10, 24 May 2026

Gerard Jan van der Meij (1910-1996) onderzocht Oera Linda en presenteerde argumenten ter ondersteuning van zijn theorie dat Joost Hiddes Halbertsma de teksten van het handschrift zou hebben bedacht.

Biografische gegevens en verzameling krantenartikelen hier.

Van der Meij schreef Kanttekeningen bij het Oera Linda boek — een afspiegeling van de taalgeleerdheid, denkbeelden en schrijfstijl van J.H. Halbertsma, doopsgezind predikant in Deventer, in eigen beheer uitgegeven in 1978. In dit werk stelde hij als eerste een juiste vertaling voor van de veelbesproken zinnen over dromen en od in de vormgeschiedenis (blz. 204-205). Zijn terechte opmerking over de punt achter drama in plaats van achter Wralda’s werd genegeerd door Jensma, die in 1992 (Lees, Leer en Waak, blz. 17) nog wèl “Een spits ...” overnam (in 2006 veranderd in “Gelukzaligheid ...”). [Onderstreping toegevoegd:]

Halverwege deze pagina lezen wij: „Ring as hja rip werom kregon hja fruchda and nochta anda drama. Wralda’s od trad to—ra binna and nw bârdon ek twilif svna ...” Ottema vertaalt de regel: „... zodra als zij volwassen waren kregen zij vreugde en genoegen aan de dromen van Wralda. Haat trad tot haar binnen. En nu baarden zij elk twaalf zonen.” Het handschrift geeft evenwel een punt achter drama. Wralda hoort dus bij od en nu is deze onverklaarbare zin — haat trad bij haar binnen — duidelijk als we lezen in Outzen glossarium p. 231: od = eine Spitze — een voorstelling van zaken van Halbertsma te verwachten en ook elders in de Kroniek voor andere omstandigheden in soortgelijke bewoordingen aangetroffen. (O.L.B., p. 115). Bovendien vertelt Halbertsma (KHD, p. 36) ons over het volkskarakter der Friezen: „De Godheid kwam bij de Germanen onmiddelijk tussenbeide en hij openbaarde zich door onwillekeurige zielsbewegingen, dromen, plotselinge lusten. De vrouwen meer onderworpen aan zenuwtoevallen, lusten, luimen, gevoel en temperament, waren daartoe geschikter dan mannen ... De dromen leiden de vrouwen alleen uit ...” Vergelijken we dit met de O.L.B.-zin: „kregen zij vreugde en genoegen in de dromen!” dan is overeenstemming in denkbeelden hier aanwezig.

Van der Meij correspondeerde ten minste met Wigholt Vleer en Nico Luitse over Oera Linda. Enkele van deze brieven zullen hier worden gedeeld.

Zijn verzameling 17e- tot 19e-eeuwse boeken is door een zoon ter beschikking gesteld aan Stichting Oera Linda.