Jump to content

NL031.04 Wetten: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
Line 3: Line 3:
'''4d. Wetten hebben en handhaven'''
'''4d. Wetten hebben en handhaven'''


'''[[031|[031/04]]]'''  
'''[[031|[031/04]]]''' In mijn jeugd heb ik wel eens geklaagd over de door wetten opgelegde beteugeling, maar later heb ik Frya vaak bedankt voor haar Tex, en onze voorouders voor de wetten die ze daarop hebben gebaseerd.
 
In mijn jeugd heb ik wel eens geklaagd over de door wetten opgelegde beteugeling, maar later heb ik Frya vaak bedankt voor haar Tex, en onze voorouders voor de wetten die ze daarop hebben gebaseerd.


Wralda of Alvoeder heeft me vele jaren gegeven, waarin ik over vele landen en zeeën heb ik rondgereisd. En na alles wat ik heb gezien ben ik ervan overtuigd, dat alleen wij door Alvoeder zijn uitverkoren om wetten te hebben.
Wralda of Alvoeder heeft me vele jaren gegeven, waarin ik over vele landen en zeeën heb ik rondgereisd. En na alles wat ik heb gezien ben ik ervan overtuigd, dat alleen wij door Alvoeder zijn uitverkoren om wetten te hebben.

Revision as of 11:18, 11 July 2024

Ontwerp 2026 Ott

4d. Wetten hebben en handhaven

[031/04] In mijn jeugd heb ik wel eens geklaagd over de door wetten opgelegde beteugeling, maar later heb ik Frya vaak bedankt voor haar Tex, en onze voorouders voor de wetten die ze daarop hebben gebaseerd.

Wralda of Alvoeder heeft me vele jaren gegeven, waarin ik over vele landen en zeeën heb ik rondgereisd. En na alles wat ik heb gezien ben ik ervan overtuigd, dat alleen wij door Alvoeder zijn uitverkoren om wetten te hebben.

Lyda’s volk kan geen wetten maken, noch handhaven. Daar zijn ze te dom en wild voor. Vele stammen van Finda zijn slim genoeg, maar ze zijn gierig, verwaand, vals, onkuis en moordzuchtig.

Padden blazen zichzelf op, maar kunnen niets anders dan kruipen. Kikkers roepen werk, werk!, maar doen zelf niets dan rondspringen en grappen maken. Kraaien roepen spaar, spaar!, maar ze stelen en verslinden alles wat ze te pakken kunnen krijgen.

Het Findavolk is als deze dieren. Ze scheppen altijd op over hun goede wetten. Iedereen wil regels maken om het kwaad af te weren, maar zelf wil niemand daaraan gebonden wezen. Hij, wiens geest het meest listig is en daardoor sterk — zijn haan kraait koning.[1] En de anderen moeten zolang onderworpen zijn aan zijn heerschappij, tot er een ander komt die hem [032] van zijn troon stoot.

Noten en andere vertalingen

Noten

  1. ‘zijn haan kraait koning’ — of: ‘hij is de baas’ (uitdrukking).

Overwijn 1951

[/31] In mijn jeugd heb ik wel eens gemord over de banden der wetten, later heb ik Frya dikwijls dank gezegd voor heur tekst en onze voorvaderen voor de wetten, die daaruit samengesteld zijn.

Wr.alda (of Alvoeder) heeft mij vele jaren gegeven en over vele landen en zeeën heb ik rondgevaren en na alles wat ik gezien heb, ben ik overtuigd, dat wij alleen door Wr.alda uitverkoren zijn, om wetten te hebben. Lyda’s volk kan wetten maken, noch houden, het [33] is te dom en te onbeschaafd daartoe. Vele geslachten van Finda zijn schrander genoeg, maar zij zijn hebzuchtig, hoovaardig, vals, onkuis en moordzuchtig.

De padden blazen zich op en zij kunnen slechts kruipen. De kikvorsen roepen werk, werk, en zij doen niets dan huppelen en grappen maken. De roeken roepen spaar, spaar, maar zij stelen en verslinden al wat onder hun snavels komt.

Aan hen allen gelijk is Finda’s volk, het spreekt altijd luid over goede wetten, iedereen wil leefregels maken, om het kwaad af te wenden, maar zelf wil niemand daaraan gebonden wezen. Diegene wiens geest het listigste is en daardoor sterk, diens haan kraait koning en de anderen moeten overal aan zijn wil onderworpen zijn, totdat een ander komt, die hem van de zetel verdrijft.

Ottema 1876

[/45] In mijne jeugd heb ik wel eens gemord over de banden der wetten, achterna heb ik Frya dikwijls gedankt voor hare tex, en onze voorvaderen voor de wetten, die daaruit zamengesteld zijn. Wralda of Alvader heeft mij vele jaren gegeven, en over vele landen en zeeën heb ik rondgevaren, en na alles wat ik gezien heb, ben ik overtuigd, dat wij alleen [47] door Alfader uitverkoren zijn, om wetten te hebben. Lydas volk vermag geene wetten te maken, noch te houden, zij zijn te dom en onbeschaafd daartoe. Vele geslachten van Finda zijn schrander genoeg, maar zij zijn hebzuchtig, hoovaardig, valsch, onkuisch en moordzuchtig. De padden blazen zich op en zij kunnen slechts kruipen. De kikvorschen roepen werk, werk, en zij doen niets als huppelen en grappenmaken. De raven roepen spaar, spaar, maar zij stelen en verslinden al wat onder hunne snavels komt. Aan die allen gelijk is het Findas volk, zij spreken luide altijd over goede wetten, elk wil inzettingen maken om het kwaad te weren, maar zelf wil niemand daaraan gebonden wezen. Diegene wiens geest het listigste is en daardoor sterk, diens haan kraait koning en de andere moeten allerwege aan zijn wil onderworpen wezen, totdat een ander komt die hem van den zetel verdrijft.

Navigeer

Nl 04c Handel en Strijd ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 04e Éwa

Aangepaste volgorde:

Nl 04c Handel en Strijd ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 04g Kreta

En 04d About Laws