Jump to content

NL198.19 Bloed: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
add
 
No edit summary
 
(31 intermediate revisions by the same user not shown)
Line 1: Line 1:
=={{Versie_Ott}}==
=={{Versie_Ott}}==


'''[[198|[198/19]]]'''
'''Z. Onbekende Opsteller: Tijdperk Askar'''


=={{Versie_Own}}==
'''b. Stromen van Bloed'''


==Ottema 1876==
'''[[198|198.19]]''' In het meest noordelijke deel van Brittania, waar veel hoge bergen zijn, woont een ''Schots'' (dat is: ruw, onbeschaafd) volk, voor het grootste deel van Frija’s bloed. De ene helft bestaat uit Keltenvolgers, het andere deel uit verschoppelingen en bannelingen, die na verloop van tijd daarheen gevlucht waren vanuit de tinmijnen. Zij die uit de tinmijnen komen hebben allemaal vrouwen uit het buitenland of van buitenlandse afstamming. Ze staan allemaal onder het gezag van de Golen. Hun wapens bestaan uit houten bogen en pijlen met punten van hertengewei of '''[[199|[199]]]''' vuursteen. Hun woningen zijn van zoden en stro en sommigen wonen in bergholen. Geroofde schepen zijn hun enige bezit van waarde. Sommige van de Keltenvolgers hebben nog ijzeren wapens die ze hebben geërfd van hun voorouders.
'''[/239]''' Aan het noordeinde van Brittannia dat vol met hooge bergen is, daar zit een Schotsch volk, voor het meerendeel uit Fryas bloed gesproten; voor het eene deel zijn zij uit de Keltana-volgers, voor het ander gedeelte uit Britten en vluchtelingen, die allengs met der tijd uit de tinlanden derwaarts vluchtten. Die uit de tinlanden kwamen, hebben al te gader buitenlandsche vrouwen of van buitenlandsch ras. Zij zijn alle onder de heerschappij der Golen, hunne wapenen zijn houten bogen en sprieten met punten van hertshoornen, of ook van flinten. Hunne huizen zijn van zoden en stroo, en sommigen wonen in de holen der bergen. Schapen, die zij geroofd hebben, is hun eenige schat. Onder de afstammelingen van de Kelta-navolgers hebben sommigen nog ijzeren wapenen, die zij van hunne voorvaderen geërfd hebben. Om nu goed verstaan te worden, moet ik mijn verhaal over het Schotsche volk laten rusten, en iets van de heinde Krekalanden (Italie) schrijven. De heinde Krekalanden hebben te voren ons alleen toebehoord, maar sedert onheugelijke tijden hebben zich daar ook nakomelingen van Lyda en Finda nedergezet, van deze laatsten kwamen eindelijk een heele hoop van Troje. Troja alzoo heeft eene stad geheeten, die het volk van de verre Krekalanden (Griekenland) heeft ingenomen en verwoest. Toen de Trojanen in de heinde Krekalanden genesteld waren, toen hebben zij daar met tijd en vlijt eene sterke stad met wallen en burgten gebouwd, Rome, dat '''[241]''' is Ruim, geheeten. Toen dat gedaan was, heeft het volk zich door list en geweld van het geheele land meester gemaakt. Het volk, dat aan de zuidzijde der Middellandsche zee huist, is voor het meerendeel uit Phoenicie weg gekomen. De Phoeniciers (Puniers) zijn een basterd volk, zij zijn van Fryas bloed en van Findas bloed en van Lydas bloed. Het volk van Lyda is daar als slaven, maar door de ontucht der vrouwen hebben deze zwarte menschen al het andere volk verbasterd en bruin geverfd. Dit volk en die van Rome kampen gestadig om het meesterschap van de Middellandsche zee. Voorts leven die van Rome in vijandschap met de Phoeniciers. En hunne priesteren, die het rijk alleen beheerschen willen over de aarde, mogen de Golen niet zien. Eerst hebben zij den Phoeniciers Missellia afgenomen, daarna alle landen die zuidwaarts, westwaarts en noordwaarts liggen, ook het zuiderdeel van Brittannia, en allerwege hebben zij de Phoenicische priesters, dat is de Golen, verjaagd; daarop zijn duizende Golen naar Noordbrittannia getogen. Kort verleden was daar de opperste der Golen gezeten op de burgt, die geheeten is Kerenak, dat is hoek, van waar hij zijne bevelen gaf aan alle Golen. Ook was daar al hun goud te zamen gebracht. Keren herne (uitverkoren hoek) of Kerenak is eene steenen burgt, die aan Kalta behoorde. Daarom wilden de Maagden van de nakomelingen der Kaltana-volgers de burgt weder hebben. Alzoo was door de vijandschap der Maagden en der Golen veete en twist over het Bergland gekomen met moord en brand. Onze zeelieden kwamen daar dikwijls wol halen, die zij kochten voor bereide huiden en linnen. Askar was dikwijls mede geweest; in stilte had hij met de Maagden en met sommige vorsten vriendschap gesloten, en zich verbonden, om de Golen te verjagen uit Kerenak. Toen hij daarna weder terug kwam, gaf hij de vorsten en krijgshaftigste mannen ijzeren helmen en stalen bogen. De oorlog was mede gekomen en kort daarna vloeiden stroomen bloed bij '''[243]''' de hellingen der bergen neder. Toen Askar meende, dat de kans hem toelachte, ging hij met veertig schepen heen, en nam Kerenak en den opperste der Golen met al zijn goud. Het volk waarmede hij tegen de soldaten der Golen had gestreden, had hij uit de Saksenmarken gelokt met beloften van grooten krijgsbuit en roof. Dus werd den Golen niets gelaten. Naderhand nam hij twee eilanden tot bergplaats voor zijne schepen, en vanwaar hij later uitging, om alle Phoenicische schepen en steden te berooven, die hij beloopen konde. Toen hij terug kwam bracht hij bijna zeshonderd der grootste knapen van het Schotsche bergvolk mede. Hij zeide, dat zij hem tot borgen gegeven waren, opdat hij zeker wezen mocht, dat de ouders hem getrouw zouden blijven; doch dat was onwaar, hij hield die als eene lijfwacht aan zijn hof, waar zij dagelijks les kregen in het rijden en in het hanteeren van allerlei wapenen.


==Noten==
Om dit goed uit te kunnen leggen, moet ik mijn verhaal over het Schotse volk laten rusten en eerst iets over de Heinde Kreeklanden schrijven.
 
De Heinde Kreeklanden waren ooit alleen van ons, maar sinds lang vergeten tijden vestigden zich daar ook nakomelingen van Lijda en Finda. Van de laatsten kwam er uiteindelijk nog een grote groep bij uit Troje. (Troje was de naam van een stad die is ingenomen en verwoest door het volk van de Verre Kreeklanden.) Nadat de Trojanen zich in de Heinde Kreeklanden hadden genesteld, hebben ze daar met tijd en vlijt een sterke stad met wallen en burgen gebouwd, genaamd Rome, dat is: ruim. Toen dat klaar was heeft dit volk zich door list en machtsvertoon meester gemaakt van het hele land.
 
Het volk dat in het zuidelijke Middenzeegebied woont, stamt voor het grootste deel uit Fenicië. De Feniciërs zijn een bastaardvolk van Frijas-, Findas- '''[[200|[200]]]''' en Lijdasbloed. Het Lijdavolk dient daar als slaven, maar door de ontucht van de vrouwen hebben deze zwarte mensen al het andere volk verbasterd en bruin gekleurd. Dit Fenicische volk en dat van Rome strijden voortdurend om de opperheerschappij van de Middenzee en leven dus in vijandschap met elkaar.
 
De priesters van Rome, die alleenheerschappij over de aarde nastreven, kunnen de Golen niet uitstaan.  Eerst namen ze de Feniciërs Missellia af, daarvandaan alle landen die ten zuiden, westen en noorden liggen en vervolgens het zuidelijke deel van Brittania. Overal verjoegen ze de Fenicische priesters (oftewel: de Golen), die in duizenden uitweken naar Noord-Brittania.
 
Kort geleden nog had de hoofdman van de Golen daar zijn verblijf, op de burg die ''Keren-ek'' wordt genoemd, dat is: gekozen hoek (of: hoorn). Daar was ook al hun goud verzameld. Kerenherne of Kerenek is een burg van steen die Kelta had toebehoord. Daarom wilden de Famen van de nakomelingen der Keltavolgers de burg terughebben. Door de ontstane vijandschap tussen deze Famen en de Golen was er wrok en verdeeldheid '''[[201|[201]]]''' gekomen in het bergland, met moord en brand.
 
Onze zeevaarders kwamen daar regelmatig wol halen in ruil voor bewerkte huiden en linnen. Askar was vaak meegeweest. In het geheim had hij met de Famen en met sommige vorsten een verbond gesloten en afgesproken dat hij de Golen zou verjagen uit Kérenàk. Bij een volgende overkomst bracht hij de vorsten en meest strijdbare mannen ijzeren helmen en wendbare kruisbogen. Daarmee kwam ook de oorlog en kort daarna vloeiden stromen bloed van de berghellingen.
 
Toen Askar meende dat het lot hem goed gezind was, ging hij er met veertig schepen heen en overmeesterde Kerenek en de hoofdman van de Golen met al zijn goud. Het volk waarmee hij tegen huurlingen van de Golen had gestreden, had hij uit de Saksenmarken gelokt, met grote oorlogsroof en -buit in het vooruitzicht. En dus werd de Golen alles afgenomen.
 
Vervolgens bezette hij twee eilanden om zijn schepen aan te leggen, vanwaar hij ook alle bereikbare Fenicische schepen en steden liet aanvallen en beroven. Toen hij terugkeerde bracht hij ongeveer zeshonderd van de sterkste knapen van het Schotse bergvolk mee. Hij zei dat deze hem gegeven waren als borg, '''[[202|[202]]]''' als garantie dat hun ouders hem trouw zouden blijven. Maar dat was een leugen. Hij hield hen als lijfwacht aan zijn hof, waar ze dagelijks les kregen in paardrijden en in het hanteren van allerlei wapens.
 
===Noten===
<references />
<references />
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL202.06 Reintja|back=NL195.01 Voorbereiding}}
=={{Titel andere talen}}==
<span>
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE198.19 Blut]]'''
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN198.19 Blood]]'''
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES198.19 Sangre]]'''
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS198.19 BLOD|FS198.19 <span class="fryas">BLOD</span>]]'''
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO198.19 Blod]]'''</span>


=={{Ander NL}}==
Hoofdstuk z: [[Z Ottema|Ottema 1876]] | [[Z Overwijn|Overwijn 1951]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^Z. Tijdperk Askar^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 19 Koning Askar^}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 19c Reintje's Droom}}

Latest revision as of 16:42, 14 December 2025

Ontwerp 2026 Ott

Z. Onbekende Opsteller: Tijdperk Askar

b. Stromen van Bloed

198.19 In het meest noordelijke deel van Brittania, waar veel hoge bergen zijn, woont een Schots (dat is: ruw, onbeschaafd) volk, voor het grootste deel van Frija’s bloed. De ene helft bestaat uit Keltenvolgers, het andere deel uit verschoppelingen en bannelingen, die na verloop van tijd daarheen gevlucht waren vanuit de tinmijnen. Zij die uit de tinmijnen komen hebben allemaal vrouwen uit het buitenland of van buitenlandse afstamming. Ze staan allemaal onder het gezag van de Golen. Hun wapens bestaan uit houten bogen en pijlen met punten van hertengewei of [199] vuursteen. Hun woningen zijn van zoden en stro en sommigen wonen in bergholen. Geroofde schepen zijn hun enige bezit van waarde. Sommige van de Keltenvolgers hebben nog ijzeren wapens die ze hebben geërfd van hun voorouders.

Om dit goed uit te kunnen leggen, moet ik mijn verhaal over het Schotse volk laten rusten en eerst iets over de Heinde Kreeklanden schrijven.

De Heinde Kreeklanden waren ooit alleen van ons, maar sinds lang vergeten tijden vestigden zich daar ook nakomelingen van Lijda en Finda. Van de laatsten kwam er uiteindelijk nog een grote groep bij uit Troje. (Troje was de naam van een stad die is ingenomen en verwoest door het volk van de Verre Kreeklanden.) Nadat de Trojanen zich in de Heinde Kreeklanden hadden genesteld, hebben ze daar met tijd en vlijt een sterke stad met wallen en burgen gebouwd, genaamd Rome, dat is: ruim. Toen dat klaar was heeft dit volk zich door list en machtsvertoon meester gemaakt van het hele land.

Het volk dat in het zuidelijke Middenzeegebied woont, stamt voor het grootste deel uit Fenicië. De Feniciërs zijn een bastaardvolk van Frijas-, Findas- [200] en Lijdasbloed. Het Lijdavolk dient daar als slaven, maar door de ontucht van de vrouwen hebben deze zwarte mensen al het andere volk verbasterd en bruin gekleurd. Dit Fenicische volk en dat van Rome strijden voortdurend om de opperheerschappij van de Middenzee en leven dus in vijandschap met elkaar.

De priesters van Rome, die alleenheerschappij over de aarde nastreven, kunnen de Golen niet uitstaan. Eerst namen ze de Feniciërs Missellia af, daarvandaan alle landen die ten zuiden, westen en noorden liggen en vervolgens het zuidelijke deel van Brittania. Overal verjoegen ze de Fenicische priesters (oftewel: de Golen), die in duizenden uitweken naar Noord-Brittania.

Kort geleden nog had de hoofdman van de Golen daar zijn verblijf, op de burg die Keren-ek wordt genoemd, dat is: gekozen hoek (of: hoorn). Daar was ook al hun goud verzameld. Kerenherne of Kerenek is een burg van steen die Kelta had toebehoord. Daarom wilden de Famen van de nakomelingen der Keltavolgers de burg terughebben. Door de ontstane vijandschap tussen deze Famen en de Golen was er wrok en verdeeldheid [201] gekomen in het bergland, met moord en brand.

Onze zeevaarders kwamen daar regelmatig wol halen in ruil voor bewerkte huiden en linnen. Askar was vaak meegeweest. In het geheim had hij met de Famen en met sommige vorsten een verbond gesloten en afgesproken dat hij de Golen zou verjagen uit Kérenàk. Bij een volgende overkomst bracht hij de vorsten en meest strijdbare mannen ijzeren helmen en wendbare kruisbogen. Daarmee kwam ook de oorlog en kort daarna vloeiden stromen bloed van de berghellingen.

Toen Askar meende dat het lot hem goed gezind was, ging hij er met veertig schepen heen en overmeesterde Kerenek en de hoofdman van de Golen met al zijn goud. Het volk waarmee hij tegen huurlingen van de Golen had gestreden, had hij uit de Saksenmarken gelokt, met grote oorlogsroof en -buit in het vooruitzicht. En dus werd de Golen alles afgenomen.

Vervolgens bezette hij twee eilanden om zijn schepen aan te leggen, vanwaar hij ook alle bereikbare Fenicische schepen en steden liet aanvallen en beroven. Toen hij terugkeerde bracht hij ongeveer zeshonderd van de sterkste knapen van het Schotse bergvolk mee. Hij zei dat deze hem gegeven waren als borg, [202] als garantie dat hun ouders hem trouw zouden blijven. Maar dat was een leugen. Hij hield hen als lijfwacht aan zijn hof, waar ze dagelijks les kregen in paardrijden en in het hanteren van allerlei wapens.

Noten

Navigeer

NL195.01 Voorbereiding ᐊ vorig/volgend ᐅ NL202.06 Reintja


In andere talen

DE198.19 Blut
EN198.19 Blood
ES198.19 Sangre
FS198.19 BLOD
NO198.19 Blod

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstuk z: Ottema 1876 | Overwijn 1951