Jump to content

NL027.12 Zeevaart: Difference between revisions

From Oera Linda Wiki
noot
 
(20 intermediate revisions by the same user not shown)
Line 1: Line 1:
=={{Versie_Ott}}==
=={{Versie_Ott}}==


'''[[027|[027/12]]]'''
'''F. Geschriften Minno'''


=={{Versie_Own}}==
'''1. Wet en Richtlijn'''


==Ottema 1876==
'''b. Wetten voor de Zeevaart'''
'''[/41]''' '''Wetten voor de stuurlieden. Stuurman is een titel voor de buitenvaarders.'''


1. Alle Fryas zonen hebben gelijke rechten, daarom mogen alle flinke knapen zich als buitenvaarders aanmelden bij den olderman, en deze mag hen niet afwijzen, ten ware dat er geen plaats is.
'''[[027|27.12]]''' Wetten voor de Zeevaarders (of ''Stuurmannen'', dat is de erenaam der buitenvaarders).


2. De stuurlieden mogen hun eigen meesters benoemen.
1. Alle Frijaszonen hebben gelijke rechten, zodat alle flinke knapen zich als buitenvaarder mogen melden bij de Burggraaf en deze mag hem alleen afwijzen als er geen plaats beschikbaar is.


3. De kooplieden moeten gekozen en benoemd worden door de gemeente, aan wie het goed toebehoort, en de stuurlieden mogen daarbij geen stem hebben.
2. Zeevaarders mogen hun eigen leiders benoemen.


4. Als men op reis bevindt, dat de koning slecht of onbekwaam is, dan mogen zij een ander nemen. Komen zij weer thuis, dan mag de koning zich beklagen bij den olderman.
3. De kooplieden worden gekozen en benoemd door de gemeenschap die de handelswaar beheert en de Zeevaarders hebben daarbij geen stemrecht.


5. Komt de vloot weder thuis, en zijn er baten, dan moeten de zeelieden daarvan een derde deel hebben, aldus te deelen. De witkoning twaalf mansdeelen, de schout bij nacht zeven mansdeelen, de bootsmannen elk twee deelen, de schippers elk drie deelen, het overige scheepsvolk elk een deel, de jongste scheepsjongens elk een derde deel, de middelste jongens elk een halfdeel en de oudste jongens elk een tweederde deel.
4. Als men op reis bevind dat de Zeekoning slecht of onbekwaam is, dan kan men hem vervangen. Bij thuiskomst mag hij zich beklagen bij de Burggraaf.


6. Zijn er sommigen verlamd, dan moet de gemeene gemeente zorgen voor hun onderhoud, ook moeten zij vooraan zitten bij de algemeene feesten, bij huiselijke feesten, ja bij alle feesten. '''[43]'''
5. Komt een vloot thuis met winst, dan krijgen de Zeevaarders daarvan een '''[[028|[028]]]''' derde deel, dat aldus wordt verdeeld: de zeekoning twaalf mansdelen, de schout-bij-nacht zeven delen, elke bootsman twee delen, elke schipper drie delen en elk ander bemanningslid één deel;<ref>De termen schout-bij-nacht, bootsman en schipper (<span class="fryas">SKOLT​.BY​.NACHT</span> en in origineel meervoud: <span class="fryas">BOTMANNA, SKIPRUN</span>) hadden mogelijk een andere betekenis dan nu.</ref> van de leerlingen: de jongsten elk een derde deel, de middelsten een half en de oudsten tweederde.


7. Zijn er op de tocht omgekomen, dan moeten hunne naasten hun deel erven.
6. Is iemand invalide geworden, dan wordt hij de rest van zijn leven door de gemeenschap verzorgd. Hij mag vooraan zitten bij feesten van de gemeenschap en in huiselijke kring, ja, bij alle feesten.


8. Zijn daar weduwen en weezen van gekomen, dan moet de gemeene gemeente die onderhouden; zijn zij in een zeestrijd gesneuveld, dan mogen hunne zonen de namen hunner vaderen op hunne schilden voeren.
7. Is iemand op reis omgekomen, dan erven zijn naasten zijn deel.


9. Zijn er ligtmatrozen verongelukt, dan moeten zijne erven een geheel mansdeel hebben.
8. Zijn er weduwen en wezen achtergebleven, dan zal de gemeenschap hen onderhouden. Is de zeeman in de strijd gevallen, dan mogen de zonen de naam van hun vader op hun schild voeren.


10. Was hij verloofd, dan mag zijne bruid zeven mansdeelen eischen om aan haar bruidegom een steen te wijden, maar dan moet zij voor deze eer weduw blijven haar leven lang.
9. Zijn er leerlingen ten onder gegaan of vermist geraakt, dan krijgen zijn erfgenamen zijn deel.


11. Bijaldien eene gemeente eene vloot uitrust, moeten de reeders zorgen voor de beste leeftocht en voor vrouwen en kinderen.
10. Was hij verloofd, dan mag zijn bruid zeven mansdelen vragen om haar geliefde een gedenksteen toe te wijden, maar dan blijft zij de rest van haar leven ereweduwe.


12. Indien een zeeman afgeleefd en arm is, en heeft hij huis noch erf, dan moet hem dat gegeven worden. Wil hij geen huis en erf, zoo mogen zijne vrienden hem in huis nemen en de gemeente moet dat vergoeden naar zijn staat, tenzij dat zijne vrienden dit voordeel weigeren.
'''[[029|[029]]]''' 11. Wanneer een gemeente een vloot uitrust, moeten de reders de beste proviand en drinkwaar regelen en zorgen voor de vrouwen en kinderen (tijdens afwezigheid van de vloot).


==Noten==
12. Als een zeevaarder arm wordt omdat hij te oud is voor de vaart, en hij heeft huis noch erf, dan moet hem dat worden gegeven. Wijst hij dat af, dan mogen zijn vrienden hem in huis nemen. De gemeenschap moet het huis verbeteren zodat het past bij zijn status, tenzij zijn vrienden afzien van dit voorrecht.
 
===Noten===
<references />
<references />
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=NL029.12 Handel|back=NL026.21 Vrede}}
=={{Titel andere talen}}==
<span>
:<div class="emoji flag de"></div> '''[[DE027.12 Seefahrt]]'''
:<div class="emoji flag uk"></div> '''[[EN027.12 Seafarers]]'''
:<div class="emoji flag es"></div> '''[[ES027.12 Navegantes]]'''
:<div class="emoji flag fs"></div> '''[[FS027.12 STJURAR|FS027.12 <span class="fryas">STJURAR</span>]]'''
:<div class="emoji flag no"></div> '''[[NO027.12 Sjøfart]]'''</span>


=={{Ander NL}}==
Hoofdstuk F: [[F Ottema|Ottema 1876]] | [[F Overwijn|Overwijn 1951]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
[[Category:Nederlandse Vertalingen]]
__FORCETOC__
{{DEFAULTSORT:^F. Geschriften Minno^}}
{{DEFAULTSORT:^Hk 04 Minno^}}
{{Hoofdstuk Navigatie|normal=Nl 04c Handel en Strijd}}

Latest revision as of 10:59, 28 April 2025

Ontwerp 2026 Ott

F. Geschriften Minno

1. Wet en Richtlijn

b. Wetten voor de Zeevaart

27.12 Wetten voor de Zeevaarders (of Stuurmannen, dat is de erenaam der buitenvaarders).

1. Alle Frijaszonen hebben gelijke rechten, zodat alle flinke knapen zich als buitenvaarder mogen melden bij de Burggraaf en deze mag hem alleen afwijzen als er geen plaats beschikbaar is.

2. Zeevaarders mogen hun eigen leiders benoemen.

3. De kooplieden worden gekozen en benoemd door de gemeenschap die de handelswaar beheert en de Zeevaarders hebben daarbij geen stemrecht.

4. Als men op reis bevind dat de Zeekoning slecht of onbekwaam is, dan kan men hem vervangen. Bij thuiskomst mag hij zich beklagen bij de Burggraaf.

5. Komt een vloot thuis met winst, dan krijgen de Zeevaarders daarvan een [028] derde deel, dat aldus wordt verdeeld: de zeekoning twaalf mansdelen, de schout-bij-nacht zeven delen, elke bootsman twee delen, elke schipper drie delen en elk ander bemanningslid één deel;[1] van de leerlingen: de jongsten elk een derde deel, de middelsten een half en de oudsten tweederde.

6. Is iemand invalide geworden, dan wordt hij de rest van zijn leven door de gemeenschap verzorgd. Hij mag vooraan zitten bij feesten van de gemeenschap en in huiselijke kring, ja, bij alle feesten.

7. Is iemand op reis omgekomen, dan erven zijn naasten zijn deel.

8. Zijn er weduwen en wezen achtergebleven, dan zal de gemeenschap hen onderhouden. Is de zeeman in de strijd gevallen, dan mogen de zonen de naam van hun vader op hun schild voeren.

9. Zijn er leerlingen ten onder gegaan of vermist geraakt, dan krijgen zijn erfgenamen zijn deel.

10. Was hij verloofd, dan mag zijn bruid zeven mansdelen vragen om haar geliefde een gedenksteen toe te wijden, maar dan blijft zij de rest van haar leven ereweduwe.

[029] 11. Wanneer een gemeente een vloot uitrust, moeten de reders de beste proviand en drinkwaar regelen en zorgen voor de vrouwen en kinderen (tijdens afwezigheid van de vloot).

12. Als een zeevaarder arm wordt omdat hij te oud is voor de vaart, en hij heeft huis noch erf, dan moet hem dat worden gegeven. Wijst hij dat af, dan mogen zijn vrienden hem in huis nemen. De gemeenschap moet het huis verbeteren zodat het past bij zijn status, tenzij zijn vrienden afzien van dit voorrecht.

Noten

  1. De termen schout-bij-nacht, bootsman en schipper (SKOLT​.BY​.NACHT en in origineel meervoud: BOTMANNA, SKIPRUN) hadden mogelijk een andere betekenis dan nu.

Navigeer

NL026.21 Vrede ᐊ vorig/volgend ᐅ NL029.12 Handel


In andere talen

DE027.12 Seefahrt
EN027.12 Seafarers
ES027.12 Navegantes
FS027.12 STJURAR
NO027.12 Sjøfart

Andere Nederlandse vertalingen

Hoofdstuk F: Ottema 1876 | Overwijn 1951