NL157.32 Taal
Ontwerp 2026 Ott
Overwijn 1951
Ottema 1876
[215] zijne vrouw, zeide hij, die maagd geweest was te Texland, had daarvan een afschrift gekregen. Te Texland worden nog vele geschriften gevonden, die niet in het boek der Adelingen overgeschreven zijn. Van deze schriften had Gosa een bij haar uiterste wil gelegd, 't welk door de oudste maagd Albetha openbaar gemaakt moest worden, zoodra Friso gestorven was.
Hier is dit geschrift met Gosas raad.
Toen Wralda kinderen gaf aan de moeders van het menschelijk geslacht, toen legde hij ééne taal in aller tongen en op aller lippen. Dit geschenk had Wralda aan de menschen gegeven, opdat zij elkander daarmede mochten kenbaar maken, wat men vermijden moet en wat men najagen moet om zaligheid te vinden en zaligheid te houden in alle eeuwigheid. Wralda is wijs en goed en alles voorziende. Naardien hij nu wist, dat geluk en zaligheid van de aarde moet vlieden, als de boosheid de deugd bedriegen kan, zoo heeft hij aan de taal eene regtvaardige eigenschap verbonden. Deze eigenschap is hierin gelegen, dat men daarmede geen leugen zeggen, noch bedriegelijke woorden spreken kan zonder stamelen, noch zonder blozen, waardoor men de boozen van harte terstond onderkennen kan. Naardien dus onze taal tot geluk en zaligheid den weg baant, en dus mede waakt tegen de booze neigingen, daarom is zij met alle recht godestaal (de taal des goeds) genoemd, en alle degene, die haar in eere houden, hebben daar eere van. Doch wat is er gebeurd. Zoodra er onder onze halfzusteren en halfbroederen bedriegers opkwamen, die zich zelf voor dienaren des goeds uitgaven, is dat weldra anders geworden. De bedriegelijke priesters en de boosaardige vorsten, die altijd te zamen heulden, wilden naar willekeur leven en buiten de wetten des goeds handelen. In hunne ondeugendheid zijn zij heen [217] gegaan en hebben andere talen verzonnen, opdat zij heimelijk konden spreken in tegenwoordigheid van ieder ander over alle booze dingen en over alle onwaardige zaken, zonder dat stamelen hen zoude verraden, noch blozen hun gelaat ontsieren. Maar wat is daaruit geboren? Even gemakkelijk als het zaad van goede kruiden van onder den grond weg ontkiemt, dat in 't openbaar gezaaid is door goede menschen bij lichten dag, even gemakkelijk brengt de tijd de schadelijke kruiden aan het licht, die gezaaid zijn door booze menschen in het verborgene en bij duisternis.
De wulpsche meisjes en verwijfde knapen, die met de onzedelijke priesters en vorsten boeleerden, ontlokten die nieuwe talen aan hunne boelen, derwijze zijn zij verspreid onder de volken, tot dat zij godestaal glad vergeten hebben. Wilt gij nu weten, wat daarvan geworden is? Nu het stamelen en de gelaatskleur hunne booze driften niet meer verrieden, is de deugd van uit hun midden geweken, de wijsheid is gevolgd en de vrijheid is medegegaan; de eendracht is te zoek geraakt, en tweespalt heeft hare plaats ingenomen; de liefde is gevlucht, en de ontucht zit met nijd aan tafel; en waar vroeger rechtvaardigheid heerschte, heerscht nu het zwaard. Allen zijn slaven, de lieden van hunne heeren, de heeren van nijd, booze lusten en begeerlijkheid. Hadden zij nu maar ééne taal uitgevonden, mogelijk was het dan nog eene wijle goed gegaan. Maar zij hebben zoo vele talen uitgevonden als er staten zijn. Daardoor kan het eene volk het andere volk even min verstaan als de koe den hond of de wolf het schaap. Dit kunnen de zeelieden betuigen. Doch daar van daan is het nu gekomen, dat alle slavenvolken elkander als andere menschen beschouwen, en dat zij tot straf van hunne onbezonnenheid en vermetelheid elkander zoo lang moeten beoorlogen en bestrijden tot dat zij alle verdelgd zijn.
[219] Hier is nu mijn raad.
Zijt gij alzoo begeerig, dat gij de aarde alleen wilt beërven, zoo behoort gij nimmer meer eene andere taal over uwe lippen te laten komen als godestaal, en dan behoort gij te zorgen, dat uw eigen taal vrij blijft van uitheemsche klanken. Wilt gij nu dat er sommige van Lydas kinderen en van Findas kinderen blijven, dan doet gij even zoo. De taal der Oost Schoonlanders is door de vuile Magyaren verdraaid; de taal der Keltana volgers is door de smerige Golen verdorven. Nu zijn wij zoo mild geweest om de terugkeerende Hellenia volgers weder in ons midden te nemen, maar ik schroom en ben zeer bezorgd, dat zij onze mildheid zullen vergelden met verontreiniging van onze zuivere taal.
Veel hebben wij wedervaren, maar van alle burgten die door de booze tijd verstoord en verdelgd zijn, heeft Irtha Fryasburgt onverlet behouden; ook mag ik daar bij vermelden dat Fryas of godes taal hier even ongeschonden behouden is.
Hier op Texland moest men dus scholen stichten; van alle staten, die het met de oude zeden houden, moest het jong volk hier heen gezonden worden; daarna mochten zij die volleerd waren, de anderen helpen die te huis verbeiden. Willen de andere volken ijzerwaren van u koopen en daarover met u spreken en dingen, dan moeten zij tot godestaal terugkeeren. Leeren zij godestaal, dan zullen de woorden vrij zijn en recht hebben tot hen inkomen, in hun brein zal het dan beginnen te glimmen en te gloren tot dat alles tot eene vlam wordt. Deze vlam zal alle slechte vorsten verteeren en alle schijnvrome en smerige priesters.
De inlandsche en uitlandsche zendboden hadden genoegen van dat geschrift, doch er kwamen geene scholen. Toen stichtte Adel zelf scholen, na hem deden de andere vorsten hetzelfde. Jaarlijks gingen Adel en Ifkja de scholen in oogenschouw nemen. Bevonden zij dan onder de inlanders of [221] buitenlanders gelukkigen, die elkander vriendschap toedroegen, dan lieten zij beide groote blijdschap blijken. Hadden sommige gelukkigen elkander vriendschap gezworen, dan lieten zij alle menschen bij elkander komen, en met groote staatsie lieten zij dan hunne namen in een boek schrijven, door hun het boek der vriendschap genoemd: daarna werd feest gevierd. Al deze gebruiken werden onderhouden om de afzonderlijke takken van Fryas stam weder te zamen te snoeren. Doch de maagden die op Adel en Ifkja afgunstig waren zeiden, dat zij het nergens anders om deden, dan om een goeden roep en om allengs te heerschen over een anders staat.
Noten
[[{{{back}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 16f Panj-ab Brief
Aangepaste volgorde:
[[{{{altback}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 15e Gosa's Voorzegging