NL090.01 Apollania
Ontwerp 2026 Ott
Overwijn 1951
Ottema 1876
[/125] Mij heeft men Apollonia genoemd. Tweemaal dertig dagen na moeders dood, heeft men Adelbrost mijn broeder verslagen gevonden op de werf, zijn hoofd gespleten, en zijne leden uiteengereten. Mijn vader, die ziek lag, is van schrik gestorven. Toen is Apol mijn jongere broeder, van hier naar de westzijde van Schoonland gevaren. Daar heeft hij eene burgt gebouwd, Lindasburgt geheeten, om vandaar ons leed te wreken. Wralda heeft hem daartoe vele jaren geleend. Hij heeft vijf zonen gewonnen. Die alle brengen den Magy schrik [127] en mijn broeder roem aan. Na den dood van mijne moeder en mijn broeder, zijn de braafsten van onze landen te zamen gekomen en hebben een verbond gesloten, Adelbond geheeten. Opdat ons geen leed wedervaren zoude, hebben zij mij en mijn jongsten broeder Adelhirt op de burgt gebracht, mij bij de maagden en mijn broeder bij de krijgslieden. Toen ik dertig jaren oud was, heeft men mij tot Burgtmaagd gekozen, en toen mijn broeder vijftig was, werd hij gekozen tot Grevetman. Van moeders zijde was mijn broeder de zesde, maar van vaders zijde de derde. Naar recht mochten dus zijne nakomelingen niet overa Linda achter hunne namen voeren; maar iedereen wilde het hebben ter eere van mijne moeder. Daarenboven heeft men ons ook een afschrift gegeven van het boek van Adela’s aanhangers. Daarmede ben ik het meest verheugd, want door mijner moeder wijsheid kwam het in de wereld. In de burgt heb ik nog andere geschriften gevonden, ook lofspraken over mijne moeder, die alle wil ik hier achter schrijven.
Noten
[[{{{back}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 13b Verraad
Aangepaste volgorde:
[[{{{altback}}}]] ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 13h De Burcht Liudgarda