Wopke Eekhoff

Wopke Eekhoff (Leeuwarden 1809 - Leeuwarden 1880), boekhandelaar (winkel en uitgeverij), archivaris van Leeuwarden 1838-1880, grondlegger van het Leeuwarder gemeentearchief of Historisch Centrum Leeuwarden. Vader van J.T. Eekhoff (1843-1912).
Winkler dacht dat Verwijs met zijn vermeende deel aan de creatie van OL Eekhoff had willen foppen.
- JJK 65 [orig.] (Eekhoff, W.) - Friesche oudheden. Afbeeldingen van merkwaardige voorwerpen van wetenschap en kunst, gevonden in de archieven, kerken kasteelen, terpen enz. van Friesland. - Leeuwarden H. Kuipers, (Juli) 1875. [Plaat 23 geeft een (NB! moderne handgemaakte kopie van een) bladzijde uit het O.L.B. Toelichting op blz. 48-50 (Engelse vertaling)]
Jensma’s DGG bl.168:
De Leeuwarder stadsarchivaris en penningmeester van het Fries Genootschap Wopke Eekhoff nam in zijn prachtwerk Friesche Oudheden – spottend ook wel ‘Eekhoffs prentenboek’ genoemd – een pagina op uit het Oera Linda-boek. Het verleidde de Nederlandsche Spectator tot de gevolgtrekking dat ‘het Friesch Genootschap het beruchte boek ... gaarne tot een Friesche oudheid wilde verheffen’. En misschien was dit ook wel zo. Eekhoff schijnt werkelijk in de echtheid van het boek te hebben geloofd, maar hij hield zich stil.
bl.279
Verwijs had er aardigheid in om deze wat pedant-deftige man (die zichzelf ouderwets presenteerde als archivarius), belachelijk te maken als ‘de laatste der archivariussen’ of als ‘Wopke de Profeet’.
bl.302
Dat het Oera Linda-boek op het nippertje ‘gered’ werd, is te danken aan de man die later door Winkler als beoogd eerste slachtoffer werd opgevoerd: Wopke Eekhoff. Op de vergadering van het Fries Genootschap van 18 augustus 1870 deelde Ottema mee dat de druklegging van het vijfde deel van de Worp inmiddels zover was gevorderd dat van de circa 22 beoogde vellen er acht klaarlagen. Eekhoff herinnerde zich nu te elfder ure, dat er nog een handschrift van dat vijfde deel in Den Helder lag en zag ook het belang in van de collatie met het door Ottema gebruikte manuscript. En dus gaf op Eekhoffs aangeven de vergadering Winkler te verstaan dat hij nu eindelijk maar eens haast moest maken met zijn rapport, zodat dan het manuscript uit Den Helder vrij zou komen.