Jump to content

NL205.01 Askar

From Oera Linda Wiki
Revision as of 08:23, 12 April 2024 by Jan (talk | contribs)

Ontwerp 2026 Ott

[205]

Overwijn 1951

[/169] Zodra Askar van Reintje’s boden vernam, hoe de Jutten gezind waren, zond hij terstond boden van zijnentwege naar de koning van Hals. Het schip, waarmede de boden gingen, was vol geladen met vrouwensieraden en daarbij was een gouden schild, waarop Askar’s gelijkenis kunstig was afgebeeld. Deze boden moesten vragen of Askar ’s konings dochter Frethogunste tot vrouw mocht hebben. Frethogunste kwam een jaar later te Staveren. Bij haar gevolg was ook een Magiaan of Oegriër, want de Jutten waren sedert lang verdorven. Kort nadat Askar met Frethogunsie getrouwd was, werd er te Staveren een kerk gebouwd. In de kerk werden Oegrische of Magiaanse afgodsbeelden neergezet, in met goud doorweven gewaden. Ook is er beweerd, dat Askar bij nacht en bij ontij met Frethogunste zich daarvoor boog. Maar zoveel is zeker: de burcht Stavia werd niet meer opgebouwd.

Reintje was reeds teruggekomen en ging zich verstoord bij Prontlik de Moeder te Texland beklagen. Prontlik ging te werk en zond overal boden, die verkondigden: Askar heeft zich overgegeven aan afgoderij. Askar deed alsof hij het niet merkte, maar onverwachts kwam er een vloot uit Hals (Holstein). ’s Nachts werden de maagden uit de burcht gedreven en ’s ochtends was de burcht nog slechts een gloeiende puinhoop. Prontlik en Reintje kwamen bij mij om een schuilplaats. Toen ik daar later over nadacht, scheen het mij toe, dat het slecht voor mijn staat (district) kon opbreken. Daarom hebben wij gezamenlijk een list verzonnen, die ons allen zou baten. Ziehier hoe wij te werk zijn gegaan. Midden in het Kralwoud ten Oosten van Ljudwerd (Lugward) ligt onze vlucht- of weerburcht, die men alleen langs kronkelpaden kan genaken. Op deze burcht had ik sinds lange tijd jonge wachters neergezet, die allen een afschuw van Askar hadden en alle andere mensen daar vandaan hielden. Nu was het bij ons ook al zo ver gekomen, dat vele vrouwen en ook mannen al praattten over spoken, witte wijven en kaboutermannetjes evenals de Denemarkers. Askar had al deze dwaasheden tot zijn voordeel aangewend en dat wilden wij nu ook tot ons voordeel doen. Op een duistere nacht bracht ik de maagden naar de burcht en daarna gingen zij met haar diensters langs de kronkelpaden spoken, gehuld in witte kleren, zodat er naderhand geen mens meer durfde te komen. Toen Askar meende, dat hij de handen vrij had, liet hij de tovenaars (Magianen) onder allerlei namen door zijn staten reizen en behalve in Groningen en in mijn staat werden zij nergens geweerd. Nadat Askar dus met de. Jutten en de andere Denemarkers was verbonden, gingen zij met elkaar roven, doch dat heeft geen goede vruchten opgeleverd. Zij brachten allerhande buitenlandse schatten thuis. Maar juist daardoor wilden de jonge mannen geen ambacht leren, noch op het veld werken, [171] zodat hij op ’t laatst wel slaven moest nemen, Maar dat was geheel tegen Wr.alda’s wil en tegen Frya’s raad, Daarom kon de straf niet achterwege blijven.

Ottema 1876

[/247] Zoodra Askar van Reintjas boden vernam, hoe de Jutten gezind waren, zond hij terstond boden van zijnentwege naar den koning van Hals. Het schip, waarmede de boden gingen, was vol geladen met vrouwen sieraden, en daarbij was een gouden schild, waarop Askars gedaante kunstig was afgebeeld. Deze boden moesten vragen of Askar des konings dochter Frethogunsta tot zijne vrouw mocht hebben. Frethogunsta kwam een jaar later te Staveren; bij haar gevolg was ook een Magy, want de Jutten waren sedert lang verdorven. Kort nadat Askar met Frethogunsta getrouwd was, werd er te Staveren eene kerk gebouwd; in de kerk werden booze gedrochtelijke beelden gesteld, met goud doorwevene kleederen. Ook is er beweerd dat Askar bij nacht en bij ontijde met Frethogunsta zich daar voor nederboog. Maar zooveel is zeker, de burgt Stavia werd niet weder opgebouwd.

Reintja was reeds teruggekomen, en ging nijdig naar Prontlik de Moeder te Texland zich beklagen. Prontlik ging heen en zond allerwege boden, die verkondigden: Askar is overgeven aan afgoderij. Askar deed alsof hij het niet merkte, maar onverwacht kwam er een vloot uit Hals. Des nachts werden de Maagden uit de burgt gedreven, en des ochtens konde men van de burgt slechts eene gloeijende puinhoop zien. Prontlik en Reintja kwamen bij mij om eene schuilplaats; toen ik daar later over nadacht, scheen het mij toe dat het kwaad voor mijne staat bedijen konde. Daarom hebben wij te zamen eene list verzonnen, die ons allen moest baten. Zie hier hoe wij te werk gegaan zijn. Midden in het Krijlwoud beoosten Liudwerd ligt onze vlied of weerburg, die men alleen langs doolpaden kan genaken. Op deze burgt had ik sints langen [249] tijd jonge wachters gesteld, die alle een afschuw van Askar hadden en alle andere menschen daar vandaan hielden. Nu was het bij ons al zoo ver gekomen, dat vele vrouwen en ook mannen al praatten over spoken, witte wijven en kabouter mannekes even als de Denemarkers. Askar had al deze dwaasheden tot zijn voordeel aangewend, en dat wilden wij nu ook tot ons voordeel doen. Bij eene duistere nacht bragt ik de Maagden naar de burgt en daarna gingen zij met hare dienaressen langs de doolpaden spoken in witte kleederen gehuld, zoo dat er naderhand geen mensch meer durfde komen. Toen Askar meende dat hij de handen ruim had, liet hij de Magjaren onder allerlei namen door zijne staten reizen en behalve in Groningen en in mijne staat werden zij nergens geweerd. Nadat Askar alzoo met de Jutten en de andere Denemarkers was verbonden gingen zij alle te zamen rooven; doch dat heeft geene goede vruchten gebaard. Zij brachten allerhande buitenlandsche schatten te huis. Maar juist daardoor wilden de jonge mannen geen ambacht leeren, noch op het veld arbeiden; zoodat hij ten laatste wel slaven nemen moest. Maar dat was geheel tegen Wraldas wil en tegen Fryas raad. Daarom konde de straf niet achterwege blijven.

Navigeer

Nl 19c Reintje's Droom ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 19e Hoe Straf Kwam