1958-1960 Hellinga-onderzoek
- 1958 (12-9 LC, uitvoerig bericht met foto) Prof. Hellinga gaat met 18 studenten het Oera Linda Bok-mysterie te lijf.
- 1958 (13-12 LC, kort bericht) Prof. Hellinga zal spreken over het Oera Linda-boek.
- 1959 (8-1 LC, twee uitvoerige berichten met foto’s) Oera Linda boek heeft voorbeeld gehad, geschreven in merkwaardig OLB-schrift (blz. 5) en Prof. Hellinga ontrafelt Oera Linda boek (blz. 7).
- 1960 (14-1 Winschoter Crt, uitvoerig bericht met verwijzing naar onderzoek Hellinga en staf) Nadert het Oera-Linda-boek mysterie de ontknoping?
Prof. Hellinga gaat met 18 studenten het Oera Linda Bok-mysterie te lijf — LC 12-9-1958 bl.7.
... met 18 studenten het Oera Linda Bok-mysterie te lijf
Studiemaand in Friesland
Prof. Hellinga gaat met 18 studenten het Ora Linda Bok-mysterie te lijf
Steentje voor een oplossing
(Van een onzer redacteuren)
Er zijn in de ongeveer negentig jaar sinds het veelbesproken Ora Linda Bok als voorhistorisch stenen wapen in de rustige vijver van zekere Leeuwarder kringen werd geworpen, waarin het diepe rimpels trok — die nog altijd niet zijn uitgevloeid — vele honderdtallen beschouwingen, artikels en geschriften over dit raadselachtige fenomeen gepubliceerd. Tientallen malen is het manuscript van het geslacht Over de Linden in het studieveld van filoloog en cultuurhistoricus getrokken, maar nog nooit is iemand dit intrigerende werk met zoveel „gebalde kracht” tegemoet getreden als prof.dr. W.Gs Hellinga, hoogleraar in de Nederlandse taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam, die in deze septembermaand met veertien candidaten, twee gaststudenten uit Australië en twee afgestudeerden uit Zuid-Afrika naar Friesland is getrokken om boek en milieu te bestuderen in de stad, waar de rijkste bronnen vloeien en namen en huizen nog herinneren aan hen, die destijds in de gebeurtenissen rondom het O.L.B. een actieve of zwijgende rol hebben gespeeld, namelijk Leeuwarden.
Terwijl de hoogleraar en zijn studenten logeren in Eernewoude — waar de studie op zijn tijd wordt afgewisseid met zeilen — pluizen zij, met prof. Hellinga voorop, alles na op Prov. Biblotheek, Rijksarchief, archief en bibliotheek van Fries Genootschap, Stedelijk archief en zesde afdeling van de Provinciale Griffie wat maar enig licht kan werpen op het boek en het milieu, waarin het destijds werd geplaatst. Ook ds. J.J. Kalma en mr. P.C.J.A. Boeles verlenen hun medewerking, al even geestdriftig en gul als alle instanties hier in Friesland, zo verklaarde prof. Hellinga ons, toen hij ons tussen het doornemen van een stapel archivalia door graag een onderhoud toestond.
„U zult dus eindelijk het raadsel van het Ora Linda Bok oplossen, professor?”, vroegen wij. Waarop de hoogleraar antwoordde: „Dat is te veel gezegd. Maar ik zal wel een steentje bijdragen tot de oplossing van het geheim. Terwijl wij nu nog maar tien dagen bezig zijn, kan ik al meedelen, dat de beroemde voorrede van het handschrift, „Ocke myn soan”, aan het manuscript is toegevoegd, toen het al bijna voltooid was. Dat hebben we er dus al uit. En verder kunt u gerust berichten, dat er absoluut geen aanwijzingen zijn, dat Murk de Jong gelijk had met zijn extreme beschuldigingen tegen Eelco Verwijs, dat deze geleerde de bedenker en maker van het O.L.B. zou zijn. Hij ging hierin beslist veel te ver”.
Op onze vraag, waarom prof. Hellinga deze zaak tot onderwerp van studie maakt, vertelde de hoogleraar, dat hij als elke filoloog van Friese afkomst („ik haw as Fries om utens Frysk leard doe 't ik tweintich wie”) zich al lang met het O.L.B. had beziggehouden. Maar een duidelijke registratie van de feiten sinds 1867 ontbrak tot nu toe. Thans zijn er twee dingen, die een onderzoek aantrekkelijk maken: de toegankelijkheid van handschrift en correspondentie alsmede de uitvoerige bibliografie, die ds. Kalma heeft samengesteld. Nadat drs. Miedema in de Prov. Bibliotheek een onderzoek had ingesteld naar het handschrift is prof. Hellinga dit voorjaar met zijn staf naar Leeuwarden getrokken en heeft daar een veldverkenning uitgevoerd, die nu uitmondt in een onderzoek van een duur en een omvang, zoals de hoogleraar nog niet eerder heeft georganiseerd. Wel ging men met groepjes vaak naar Vlaanderen, maar Friesland heeft de primeur van een onderzoek door in het geheel negentien personen.
Detective-story

Prof. Hellinga zeide, dat het O.L.B. — spannend als een detective-story — voor aanstaande filologen een ideaal object van studie is. De studenten vinden het prachtig eens in een zowel taalkundig als cultureel zeer interessant milieu te verkeren. „Zij genieten!” verklaarde prof. Hellinga, die een streng werkschema heeft opgesteld. Alle stukken, die in Leeuwarden aanwezig zijn, worden doorgenomen. Elk artikel, dat men kan opsporen, wordt geanalyseerd volgens feiten en veronderstellingen. De hele „rounte” van het Fries Genootschap in de jaren 1867-1879 wordt bestudeerd en de studenten hebben evenzeer tot taak figuren als Ottema, Eekhoff, Dirks en Winkler te bestuderen als Verwijs en Haverschmidt. Het is van betekenis wat iemand als Ottema verklaart, maar het is evenzeer van belang, dat mr. Dirks heeft gezwegen. Hier komen geen theorieën aan de orde, maar wordt het gedrag onder de loupe genomen. Zo wordt een bio-bibliografische kroniek opgebouwd, waarbij werkelijk niets vergeten wordt. De beide Australische studenten bijvoorbeeld bekijken de hele Nazi-periode met Wirth cs. en gaan na, welke bronnen daarbij gebruikt zijn. Maar de heer Dekker uit Potchefstroom werkt de Engelse verbindingen uit. Alle studenten hebben van te voren het O.L.B. duchtig moeten lezen, verklaarde prof. Hellinga, die uiteindelijk — mede door een nog niet eerder verrichte moderne analyse van het handschrift — hoopt te zullen weten hoe het O.L.B. gecomponeerd is.
Prof. Hellinga keerde zich in ons vraaggesprek tegen de populaire opvatting, dat de mannen van het Genootschap er in 1867 zouden zijn ingelopen. Veeleer zaten de leidende figuren klem, omdat een gezaghebbend man als dr. Ottema zich had uitgesproken en men in een dergelijke kleine gemeenschap hem toch moeilijk kon aanvallen. „De heren van het Genootschap waren allerminst een groepje provincialen, maar beslist knappe mensen”, aldus prof. Helinga, die voorts zeide: „Het wetenschappelijk milieu van het Fries Genootschap mocht er wezen. Murk de Jong heeft het stellig onderschat. De vraag is nu alleen maar: hoe kon in dit milieu zoiets als het O.L.B. terechtkomen?”
Daarover gaat nu deze „oefening”, die telkens weer nieuw materiaal oplevert en dat voor de deelnemenden enorm vormend is, zoals de hoogleraar het formuleerde. Hoewel het team slechts twee geboren Friezen telt (Hermien Terpstra uit Drachten en P. Obbema uit Sneek) krijgen allen toch met de Friese taal en letterkunde te maken. „Daar moeten zij zich maar doorheen bijten”, zei de hoogleraar lachend.
In 1959 publicatie
„En het resultaat?” vroegen wij tenslotte. „Wel, ik heb al toegezegd in januari 1959 voor de Fryske Akademy over de uitkomsten te zullen spreken. Ik hoop dan meteen ook de bijlagen te publiceren. Ik zal verder met ds. Kalma overleggen, of wij in 1959 niet eveneens een reeks bibliografische notities kunnen publiceren. Zelf zal ik de beschrijving van het handschrift openbaar maken, terwijl het materiaal, dat zich niet laat publiceren, aan de Prov. Bibliotheek zal worden overgedragen. Zodoende zal het volgend jaar al het materiaal voor derden toegankelijk worden gemaakt”.
[meer tekst volgt]
(...) maar nog nooit is iemand dit intrigerende werk met zoveel “gebalde kracht” tegemoet getreden als prof.dr. W.Gs. Hellinga (...) Het is duidelijk, dat deze hoogleraar zich deze weken voelt als een filologische Sherlock Holmes, die verleidelijk dicht bij de oplossing is van een mysterie, dat spannender is dan de beste detective of de meest schokkende Paul Vlaanderen. Geen wonder, dat zijn studenten al evenzeer in de ban zijn van de problemen, die zij hier gezamenlijk te lijf gaan!
Prof. Hellinga zal spreken over het Oera Linda-boek — LC 13-12-1958, bl. 9.
... zal spreken over het Oera Linda-boek
Men ziet in wetenschappelijke kringen met grote belangstelling de resultaten tegemoet.
[meer tekst volgt]
Oera Linda boek heeft voorbeeld gehad, geschreven in merkwaardig OLB-schrift. (en vervolg:) Prof. Hellinga ontrafelt Oera Linda boek, LC 8-1-1959, bl. 5 en bl. 7.
... ontrafelt Oera Linda boek
[meer tekst volgt]
[Het lijkt] alsof het handschrift komt uit een geest, die gevormd is uit gepopulariseerde Duitse vakliteratuur van het begin der 19e eeuw en even daarvoor en wiens kennis verder is aangevuld met Nederlandse publicaties tot het midden van de 19e eeuw. De schrijver was geen taalkundige, geen vak-historicus.
Meer dan drie uren heeft prof. Hellinga zijn talrijk gehoor in de ban gehouden en het was bijwijlen alsof men een verslag hoorde van een uitermate scherpzinnige speurder, die een opzienbarend crimineel geval onder het mes heeft.
Sinds het in september begonnen onderzoek ben ik zover, te vragen of Ernst Stadermann in Den Helder (een Duitse politieke immigrant, boekbinder en intellectueel) in samenwerking met Cornelis over de Linden en met een toevallig contact naar Friesland niet verantwoordelijk zijn. Eelco Verwijs heeft niets met de tekst te maken.
(...) de eigenaardige sfeer rondom het OLB, die de spreker als “behekst” karakteriseerde (...)
Wat de esotherische bronnen betreft (...) hoe komt de maker aan zijn feitelijke bronnen? Dit is het moeilijkste deel van het onderzoek: de genese van de tekst. (...) zolang het bronnenonderzoek niet afgesloten is, zeg ik tegenover elke theorie (ook de mijne): dat kunt gij nooit waarmaken.
Nadert het Oera-Linda-boek mysterie de ontknoping? — Winschoter Courant 14-1-1960, bl. 11.
Nadert het Oera-Linda-boek mysterie de ontknoping?
[meer tekst volgt]
Prof. Hellinga zal nu met zijn staf een nieuw onderzoek doen inzake het geheimzinnige handschrift en wellicht zal de oplossing van het mysterie dan naderbij komen.
Inmiddels wordt door de heer Stadermann, archivaris te Goes, kleinzoon van de Helderse emigrant te stelligste ontkend, dat deze betrokken zou kunnen geweest zijn bij de samenstelling van het boek. De heer Stadermam meent daar alle reden voor te hebben.
(...) het wetenschappelijke onderzoek is nog in volle gang!