Jump to content

NL007.01 Lyda

From Oera Linda Wiki
Revision as of 07:53, 18 August 2024 by Jan (talk | contribs)

Ontwerp 2026 Ott

D. Op Drie Burgen

3. Drie Oermoeders

Lyda

7.1 [007] Lyda was zwart, met krullend haar als dat van lammeren. Als sterren folkelden haar ogen. Ja, de blik van een gier was schuw bij die van haar.

Scherpzinnige Lyda. Een slang kon ze horen glijden en waren er vissen in het water, ontging dat haar neus niet.

Welgebouwde Lyda. Een sterke boom kon ze buigen, maar als ze liep, brak geen bloemsteel onder haar voet.

Machtige Lyda. Luid was haar stem en ging ze boos tekeer, dan vluchtte iedereen.

Verwonderlijke Lyda. Van wetten wilde ze niets weten en haar daden werden door driften gestuurd. Om de kwetsbare te helpen, doodde ze de sterke en vervolgens huilde ze bij het lijk.

Arme Lyda. Ze werd grijs door haar stuurloze gedrag en uiteindelijk stierf ze van hartzeer om het kwaad van haar kinderen.

Dwaze kinderen. Ze verweten elkaar hun moeders dood. Ze huilden en vochten als wolven, en ondertussen pikten vogels aan het lijk. Wie kan zijn tranen bedwingen?

Noten en andere vertalingen

Overwijn 1951

[/11] Lyda was zwart, met krulhaar als de lammeren, gelijk sterren fonkelden haar ogen, ja de blikken van de giervogel waren onmoedig bij de hare.

Scherpe Lyda. Een slang kon ze horen kruipen en waar maar vissen in het water waren, ontging dat haar neusgaten niet.

Lenige Lyda. Een sterke boom kon zij buigen en wanneer zij liep, brak er geen bloemsteel onder haar voeten.

Geweldige Lyda. Hard was haar stem en kreet zij van gramschap dan liep ieder fluks weg.

Wonderlijke Lyda. Van wetten wilde zij niet weten. Haar daden werden door haar driften bestuurd. Om de zwakken te helpen, doodde zij de sterken, en wanneer zij dat gedaan had, weende zij bij de doden.

Arme Lyda. Zij werd grijs van haar onwijze gedrag, en op het eind stierf zij van hartzeer over het kwaad van haar kinderen.

Onwijze kinderen. Zij betichtten elkander van moeder’s dood, zij huilden als wolven en vochten ook zo en terwijl zij dat deden, vraten de vogels het lijk op. Wie kan daarbij zijn tranen weerhouden?

Ottema 1876

[/13] Lyda was zwart, met krullend haar als de lammeren, gelijk starren fonkelden hare oogen, ja de blikken des grijpvogels waren vreesachtig bij de hare.

Scherpe Lyda. Een slang kon ze kruipen hooren, en wanneer er visschen in het water waren, ontging dat hare neusgaten niet.

Snelgebouwde Lyda. Een sterken boom kon zij buigen, en wanneer zij liep brak geen bloemstengel onder hare voeten.

Geweldige Lyda. Hard was hare stem, en schreeuwde zij uit verbittering, dan liep ieder schielijk weg.

[15] Wondervolle Lyda. Van wetten wilde zij niet weten; hare daden werden door hare driften bestuurd; om de zwakken te helpen, doodde zij de sterken, en wanneer zij dat gedaan had, weende zij bij het lijk.

Arme Lyda. Zij werd grijs van het dwaze gedrag, en ten laatste stierf zij van hartzeer over de boosheid harer kinderen.

Onverstandige kinderen. Zij betichteden elkander van hunne moeders dood, zij huilden als wolven en vochten evenzoo, en terwijl zij zoo deden, vraten de vogels het lijk. Wie mag daarbij zijne tranen weerhouden.

Navigeer

NL006.12 Schepping ᐊ vorig/volgend ᐅ NL007.30 Finda

Aangepaste volgorde:

NL005.30 Stift ᐊ vorig/volgend ᐅ NL007.30 Finda

In andere talen

DE007.01 Lyda
EN007.01 Lyda
ES007.01 Lyda
NO007.01 Lyda