Jump to content

NL049.11 Aldland

From Oera Linda Wiki
Revision as of 11:18, 16 June 2024 by Jan (talk | contribs)

Ontwerp 2026 Ott

7b. Hoe Aldland Verzonk

[049/11] Hoe Erge Tijd kwam.

Heel de zomer bleef Zon achter wolken verscholen, als wilde ze Aarde niet zien. Wind rustte in zijn buidels, waardoor rook en stoom als zuilen boven huis en poelen bleven staan. De lucht werd daardoor droef en duister, en in de mensenharten was blijdschap noch vreugd.

Midden in deze stilte begon Aarde te beven alsof ze stervende was. Bergen spleten uiteen en spuwden vuur en vlammen, of verzonken in haar schoot. En waar eerst velden lagen rezen nu bergen op.

Aldland, door de Sturen Átland genoemd, verzonk, en het woeste water vloeide zo ver over bergen en dalen, dat alles door zee bedolven werd. Veel mensen werden in aarde begraven en wie het vuur ontkomen was, kwam later in het water om.

Niet alleen in de landen van Finda spuwden [050] bergen vuur, maar ook in het Twiskland. Wouden brandden daardoor achter elkaar af, en toen daarvandaan wind kwam, waaiden onze landen vol as. Rivieren werden verlegd en bij hun mondingen ontstonden nieuwe eilanden van zand en aangespoelde kadavers.

Drie jaar lang was Aarde aldus lijdende, maar toen ze hersteld was, kon men haar wonden zien. Veel land was verzonken, ander land uit de zee gerezen en het Twiskland voor de helft ontbost. Bendes Findasvolk kwamen op de lege ruimtes af. Onze bannelingen werden afgemaakt of sloten zich bij hen aan.[1] Toen werd het belang van onze waakzaamheid verdubbeld en leerde Tijd ons dat Eendracht onze sterkste burcht is.

Noten en andere vertalingen

Noten

  1. ‘sloten zich bij hen aan’ (HJA WRDON HJARA HARLINGA) — lett.: ‘ze werden hun strijdmakkers’

Overwijn 1951

[/49] Hoe de kwade tijd kwam.

Heel de zomer had de zon achter de wolken gescholen, als wilde zij de aarde niet zien. De wind rustte in zijn holen, waardoor rook en damp als zuilen boven huis en poelen stonden. De lucht werd daardoor droef en heiïg en in de harten der mensen was blijdschap noch vreugde. Te midden van deze stilte begon de aarde te beven, alsof zij aan het sterven was. De bergen spleten uiteen om vuur en vlam te spuwen. Andere zonken op hun grondvesten neer en waar eerst velden waren, hief de aarde nu bergen omhoog. Aldland, door [51] de zeelieden Atland genoemd, verzonk en de woeste golven trokken zo ver over bergen en dalen, dat alles door de zee werd bedolven. Vele mensen werden in de aarde begraven en velen, die aan het vuur waren ontkomen, kwamen daarna in het water om. Niet alleen in de landen van Finda spuwde de bergen vuur, maar ook in het Mosland (Twiskland). Wouden brandden daardoor achter elkander af en toen de wind daar vandaan kwam, waaiden onze landen vol as. Rivieren werden verlegd en bij hun mondingen kwamen nieuwe eilanden van zand en drijvend gedierte. Drie jaren was de aarde zo aan het lijden. maar toen zij beter werd, kon men haar wonden zien. Vele landen waren verzonken en andere uit de zee opgerezen en het Mosland (Twiskland) voor de helft ontwoud. Benden Findavolk kwamen de lege ruimte bezetten. Onze vluchtelingen werden verdelgd, of zij werden hun bondgenoten. Toen werd waakzaamheid ons dubbel geboden en de tijd leerde ons, dat eendracht onze sterkste burcht is.

Ottema 1876

[/71] Hoe de bange tijd kwam.

Geheel den zomer had de zon achter de wolken gescholen, als wilde zij de aarde niet zien. De wind rustte in zijn holen, waardoor rook en damp als zuilen boven huis en poelen stonden. De lucht werd aldus droef en dof, en in de harten der menschen was blijdschap noch vreugde. Te midden van deze stilte begon de aarde te beven, alsof zij stervende was. De bergen spleten van een om vuur en vlam te spuwen; andere zonken in haren schoot neder, en waar zij eerst velden had, hief zij nu bergen omhoog. Aldland, door de zeelieden Atland geheeten, zonk neder, en de woeste golven traden zoo verre over bergen en dalen, dat alles onder de zee bedolven was. Vele menschen werden in de aarde begraven, en velen die aan het vuur ontkomen waren, kwamen daarna in het water om. Niet alleen in het land van Finda spuwden de bergen vuur, maar ook in het Twiskland. Wouden brandden daardoor achter elkander weg, en toen de wind daar vandaan kwam, waaiden onze landen vol asch. Stroomen werden verlegd en bij hunne monden kwamen nieuwe eilanden van zand en drijvend vee. Drie jaren was de aarde zoo lijdende, maar toen zij herstelde, kon men hare wonden zien. Vele landen waren verzonken, en andere uit de zee opgerezen en het Twiskland voor de helft ontwoud. Benden Findas volk kwamen de ledige ruimten bezetten. Onze weggetrokkenen werden verdelgd, of zij werden hunne bondgenooten. Toen werd waakzaamheid ons dubbel geboden, en de tijd leerde ons, dat eendracht onze sterkste burgt is.

Navigeer

Nl 07a De Goede Tijd ᐊ vorig/volgend ᐅ Nl 08a Noordoostelijke Invasie


En 07b How Aldland Sank