Wytze Hellinga: Difference between revisions
nieuw voorlopig opgeslagen meer volgt |
o.a. verwijzingen Van Oostrom |
||
| Line 1: | Line 1: | ||
[[File:Hellinga 1959.jpg|thumb|bij artikel LC 8-1-1959]] | [[File:Hellinga 1959.jpg|thumb|bij artikel LC 8-1-1959]] | ||
[https://nl.wikipedia.org/wiki/Wytze_Gerbens_Hellinga Wytze ''Gerbens'' Hellinga] (Haarlem 1908 - Londen 1985; het patroniem ''Gerbens'' staat niet in de geboorteakte), hoogleraar in de taalkunde aan de UvA, begon september 1958 (na een veldverkenning in het voorjaar) aan een ambitieus onderzoek in Friesland naar Oera Linda met een groep van 14 studenten (''candidaten'', o.a. Barbara Veldt, Hanneke Wolfensberger, Hermien Terpstra en P. Obbema), 2 gaststudenten uit Australië en 2 afgestudeerden uit Zuid-Afrika. | [https://nl.wikipedia.org/wiki/Wytze_Gerbens_Hellinga Wytze ''Gerbens'' Hellinga] (Haarlem 1908 - Londen 1985; het patroniem ''Gerbens'' staat niet in de geboorteakte), hoogleraar in de taalkunde aan de UvA, begon september 1958 (na een veldverkenning in het voorjaar) aan een ambitieus onderzoek in Friesland naar Oera Linda met een groep van 14 studenten (''candidaten'', o.a. Barbara Veldt, Hanneke Wolfensberger, Hermien Terpstra en P.F.J. Obbema), 2 gaststudenten uit Australië en 2 afgestudeerden uit Zuid-Afrika. | ||
Dit onderzoek wordt algemeen als mislukt of niet-afgemaakt beschouwd, hoewel de 3 uur durende lezing ter afsluiting wel als boeiend is beschreven. Diverse krantenartikelen zijn aan het onderzoek gewijd, maar de enige academische publicatie over het dan nog niet afgeronde onderzoek is een 2 of 3 bladzijden beslaand artikel (getiteld ''Hernieuwing van de Oera-Linda Bök-studie'') in ''Fryske stúdzjes'', een erebundel aangeboden aan prof. J.H. Brouwer. | Dit onderzoek wordt algemeen als mislukt of niet-afgemaakt beschouwd, hoewel de 3 uur durende lezing ter afsluiting wel als boeiend is beschreven. Diverse krantenartikelen zijn aan het onderzoek gewijd, maar de enige academische publicatie over het dan nog niet afgeronde onderzoek is een 2 of 3 bladzijden beslaand artikel (getiteld ''Hernieuwing van de Oera-Linda Bök-studie'') in ''Fryske stúdzjes'', een erebundel aangeboden aan prof. J.H. Brouwer. | ||
| Line 38: | Line 38: | ||
<blockquote>W.Gs. Hellinga geeft zijn visie op de Hernieuwing van de Oera-Linda bôk-studie, waarmee deze hoogleraar, zoals bekend, bezig is.</blockquote> | <blockquote>W.Gs. Hellinga geeft zijn visie op de Hernieuwing van de Oera-Linda bôk-studie, waarmee deze hoogleraar, zoals bekend, bezig is.</blockquote> | ||
* 1962 ([https://www.dekrantvantoen.nl/vw/page.do?code=LC&id=LC-19621110-011&aid=LC-19621110-11010 10-11 LC], uitvoerig bericht) ''Dader van Oera Linda Boek is nog niet bekend. Drs. Obbema sprak voor Fries Genootschap over onderzoek.'' | |||
<blockquote>Naar verluidt is de Amsterdamse hoogleraar bereid het vele dokumentatiemateriaal af te staan aan onze Provinciale Bibliotheek. De heer Obbema heeft twee skripties aan de zaak gewijd, maar heeft zijn onderzoek nog niet afgesloten. Het resultaat van deze naspeuringen gaf bij de (levendige) diskussie ds. J.J. Kalma de vraag in de mond: „Sille wy der sa wol komme? Sykje jimme it net hwat al to fier?” Ds. Kalma liet er op volgen: „De dieder Iibbet net mear, mar as er al yn wêzen wie, hwat soe er in wille ha mei jimme úndersyk!” | |||
De tekst zelf is nog steeds niet geanalyseerd, en de incidentele analyses zijn onvoldoende en eenzijdig van opzet.</blockquote> | |||
=== Verwijzingen door [https://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=oost033 Frits van Oostrom] === | |||
* 2023 In: ''[https://dereynaert.nl/ De Reynaert; Leven met een middeleeuws meesterwerk]'' (blz. 57) | |||
<blockquote>In 1958 ging [Hellinga] met achttien studenten een maand kamperen in Friesland om de geheimen van het mysterieuze Oera Linda Boek te ontsluieren, waarover hij aansluitend in Leeuwarden een volgens de Leeuwarder Courant ‘met grote spanning verbeide en met niet minder grote spanning gevolgde voordracht gaf die meer dan drie uur duurde.</blockquote> | |||
[[File:Oostrom lezing.jpg|thumb|Nijdam (midden) en Van Oostrom (rechts)]] | |||
* 2025 (10-6, Pinksterdinsdaglezing ''Oudfries en omstreken'', georganiseerd door Studium Generale Leeuwarden; uit eigen verslag [[Jan Ott|JO]]) | |||
<blockquote>Soms is wat wordt verzwegen interessanter dan wat wordt gezegd. Van Oostrom verwees naar het groepsonderzoek van Hellinga, wederom zonder zich uit te spreken over de vermeende onechtheid, zoals gebruikelijk is. Vermoedelijk was dit aanleiding voor [https://www.fryske-akademy.nl/nl/over-ons/medewerkers/medewerkers/nijdam-dr-ja-han/ Han Nijdam] van de Fryske Akademy (die op verzoek van Van Oostrom enkele Oudfriese fragmenten voorlas) om geïrriteerd op te merken dat wie iets wil weten over Oera Linda [[Goffe T. Jensma|Jensma]]’s proefschrift en vertaling moet lezen.</blockquote> | |||
[[Category:Translators and researchers]] | [[Category:Translators and researchers]] | ||
{{DEFAULTSORT:^H^}} | {{DEFAULTSORT:^H^}} | ||
Revision as of 11:59, 16 June 2025

Wytze Gerbens Hellinga (Haarlem 1908 - Londen 1985; het patroniem Gerbens staat niet in de geboorteakte), hoogleraar in de taalkunde aan de UvA, begon september 1958 (na een veldverkenning in het voorjaar) aan een ambitieus onderzoek in Friesland naar Oera Linda met een groep van 14 studenten (candidaten, o.a. Barbara Veldt, Hanneke Wolfensberger, Hermien Terpstra en P.F.J. Obbema), 2 gaststudenten uit Australië en 2 afgestudeerden uit Zuid-Afrika.
Dit onderzoek wordt algemeen als mislukt of niet-afgemaakt beschouwd, hoewel de 3 uur durende lezing ter afsluiting wel als boeiend is beschreven. Diverse krantenartikelen zijn aan het onderzoek gewijd, maar de enige academische publicatie over het dan nog niet afgeronde onderzoek is een 2 of 3 bladzijden beslaand artikel (getiteld Hernieuwing van de Oera-Linda Bök-studie) in Fryske stúdzjes, een erebundel aangeboden aan prof. J.H. Brouwer.
Meest ter zake doende publicaties met geselecteerde citaten
- 1958 (12-9 LC, uitvoerig bericht met foto) Prof. Hellinga gaat met 18 studenten het Oera Linda Bok-mysterie te lijf.
(...) maar nog nooit is iemand dit intrigerende werk met zoveel “gebalde kracht” tegemoet getreden als prof.dr. W.Gs. Hellinga (...) Het is duidelijk, dat deze hoogleraar zich deze weken voelt als een filologische Sherlock Holmes, die verleidelijk dicht bij de oplossing is van een mysterie, dat spannender is dan de beste detective of de meest schokkende Paul Vlaanderen. Geen wonder, dat zijn studenten al evenzeer in de ban zijn van de problemen, die zij hier gezamenlijk te lijf gaan!
- 1958 (13-12 LC, kort bericht) Prof. Hellinga zal spreken over het Oera Linda-boek.
Men ziet in wetenschappelijke kringen met grote belangstelling de resultaten tegemoet.
- 1959 (8-1 LC, twee uitvoerige berichten met foto’s) Oera Linda boek heeft voorbeeld gehad, geschreven in merkwaardig OLB-schrift (blz. 5) en Prof. Hellinga ontrafelt Oera Linda boek (blz. 7).
[Het lijkt] alsof het handschrift komt uit een geest, die gevormd is uit gepopulariseerde Duitse vakliteratuur van het begin der 19e eeuw en even daarvoor en wiens kennis verder is aangevuld met Nederlandse publicaties tot het midden van de 19e eeuw. De schrijver was geen taalkundige, geen vak-historicus.
Meer dan drie uren heeft prof. Hellinga zijn talrijk gehoor in de ban gehouden en het was bijwijlen alsof men een verslag hoorde van een uitermate scherpzinnige speurder, die een opzienbarend crimineel geval onder het mes heeft.
Sinds het in september begonnen onderzoek ben ik zover, te vragen of Ernst Stadermann in Den Helder (een Duitse politieke immigrant, boekbinder en intellectueel) in samenwerking met Cornelis over de Linden en met een toevallig contact naar Friesland niet verantwoordelijk zijn. Eelco Verwijs heeft niets met de tekst te maken.
(...) de eigenaardige sfeer rondom het OLB, die de spreker als “behekst” karakteriseerde (...)
Wat de esotherische bronnen betreft (...) hoe komt de maker aan zijn feitelijke bronnen? Dit is het moeilijkste deel van het onderzoek: de genese van de tekst. (...) zolang het bronnenonderzoek niet afgesloten is, zeg ik tegenover elke theorie (ook de mijne): dat kunt gij nooit waarmaken.
- 1960 (14-1 Winschoter Crt, uitvoerig bericht met verwijzing naar onderzoek Hellinga en staf) Nadert het Oera-Linda-boek mysterie de ontknoping?
Prof. Hellinga zal nu met zijn staf een nieuw onderzoek doen inzake het geheimzinnige handschrift en wellicht zal de oplossing van het mysterie dan naderbij komen.
Inmiddels wordt door de heer Stadermann, archivaris te Goes, kleinzoon van de Helderse emigrant te stelligste ontkend, dat deze betrokken zou kunnen geweest zijn bij de samenstelling van het boek. De heer Stadermam meent daar alle reden voor te hebben.
(...) het wetenschappelijke onderzoek is nog in volle gang!
- 1960 (augustus in Fryske stúdzjes, blz. 247-249) Hernieuwing van de Oera-Linda Bök-studie [nog opzoeken]
- 1960 (3-9 LC over erebundel met vermelding bijdrage Hellinga) “Fryske stúdzjes”: resultaat van veler arbeid en waardering
W.Gs. Hellinga geeft zijn visie op de Hernieuwing van de Oera-Linda bôk-studie, waarmee deze hoogleraar, zoals bekend, bezig is.
- 1962 (10-11 LC, uitvoerig bericht) Dader van Oera Linda Boek is nog niet bekend. Drs. Obbema sprak voor Fries Genootschap over onderzoek.
Naar verluidt is de Amsterdamse hoogleraar bereid het vele dokumentatiemateriaal af te staan aan onze Provinciale Bibliotheek. De heer Obbema heeft twee skripties aan de zaak gewijd, maar heeft zijn onderzoek nog niet afgesloten. Het resultaat van deze naspeuringen gaf bij de (levendige) diskussie ds. J.J. Kalma de vraag in de mond: „Sille wy der sa wol komme? Sykje jimme it net hwat al to fier?” Ds. Kalma liet er op volgen: „De dieder Iibbet net mear, mar as er al yn wêzen wie, hwat soe er in wille ha mei jimme úndersyk!” De tekst zelf is nog steeds niet geanalyseerd, en de incidentele analyses zijn onvoldoende en eenzijdig van opzet.
Verwijzingen door Frits van Oostrom
- 2023 In: De Reynaert; Leven met een middeleeuws meesterwerk (blz. 57)
In 1958 ging [Hellinga] met achttien studenten een maand kamperen in Friesland om de geheimen van het mysterieuze Oera Linda Boek te ontsluieren, waarover hij aansluitend in Leeuwarden een volgens de Leeuwarder Courant ‘met grote spanning verbeide en met niet minder grote spanning gevolgde voordracht gaf die meer dan drie uur duurde.

- 2025 (10-6, Pinksterdinsdaglezing Oudfries en omstreken, georganiseerd door Studium Generale Leeuwarden; uit eigen verslag JO)
Soms is wat wordt verzwegen interessanter dan wat wordt gezegd. Van Oostrom verwees naar het groepsonderzoek van Hellinga, wederom zonder zich uit te spreken over de vermeende onechtheid, zoals gebruikelijk is. Vermoedelijk was dit aanleiding voor Han Nijdam van de Fryske Akademy (die op verzoek van Van Oostrom enkele Oudfriese fragmenten voorlas) om geïrriteerd op te merken dat wie iets wil weten over Oera Linda Jensma’s proefschrift en vertaling moet lezen.