Jump to content

Brieven Ott

From Oera Linda Wiki
Revision as of 16:50, 16 May 2026 by Jan (talk | contribs) (noten en aanvulling)
(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)

Zoals boek soms handschrift betekent, zo wordt brieven hier gebruikt voor (bewaarde) emails, om aan te sluiten bij de andere correspondentielijsten op deze wiki. Tijd van verzending alleen vermeld (tussen haken) wanneer antwoord op dezelfde dag kwam. [zal nog worden aangevuld]

2010: vermeende inkeer Ottema

8-10-2010 aan Jensma

Onderwerp: vraag over Het Oera Linda-boek (2006)

Geachte heer Jensma,

In bovenvermeld boek stelt u op pagina 50 dat Ottema

... in 1879 uiteindelijk inzag dat hij ongelijk had gehad en dat hij voor oud had versleten wat eigentijds was...

Is dit een aanname van u, of bestaat er een bron waaruit dit is gebleken?

In afwachting van uw antwoord, / Hoogachtend, / J. Ott / Hoorn

antwoord Jensma 15-10

Beste J. Ott.

Zie mijn proefschrift uit 2004, p. 214 en 411.

Vriendelijke groet, / Goffe Jensma

18-10-2010 (9:49) aan Jensma

Geachte heer Jensma, / Dank voor uw vlugge antwoord.

Ik moet er destijds overheen hebben gelezen en ook nu acht ik het door u gestelde allerminst geloofwaardig.

Ter informatie zend ik u — wellicht ten overvloede — een link naar het onderdeel van een forumdiscussie, waarin de vermeende gedachtenverandering van Ottema ter discussie wordt gesteld. [...]

Met vriendelijke groet, / Jan Ott

antwoord Jensma (17:14)

Geachte heer Ott,

Zoals u ziet heb ik mijn informatie uit twee, van elkaar onafhankelijke bronnen en kan er dus worden gesproken van geverifieerde informatie. Dat leek me en lijkt me nog steeds voldoende om een dergelijke bewering te kunnen doen. Maar even afgezien daarvan, ook al zou Ottema geen zelfmoord hebben gepleegd, dan doet dat nog niets af over de conclusies die ik in aangaande het OLB in mijn boek trek. Deze zelfmoord is weliswaar een tragisch aspect aan de hele affaire, maar om zo mijn hele boek onderuit te halen, maakt u er wel een heel erg zwaar argument van. Hebt u misschien meer informatie?

Vriendelijke groet, / Goffe Jensma

28-10-2010 aan Jensma

Onderwerp: Revisie Ottema

Geachte heer Jensma,

Met excuses voor de vertraging volgt hier mijn reactie op uw schrijven van 18 oktober.

De vraag of Ottema wel of niet zelfmoord heeft gepleegd vind ik minder interessant dan de vraag of hij voor zijn dood van mening is veranderd over de authenticiteit van het OLB.

Nog interessanter echter vind ik deze kwestie als voorbeeld van de wijze waarop u selectief kritisch met informatie om bent gegaan in uw publicaties. Verklaringen onder ede van personen die in strijd zijn met uw theorie worden door u leugens genoemd, terwijl twijfelachtige gegevens die uw theorie bevestigen door u gepresenteerd wordt als feiten.

Als ik het wel heb waren uw twee onafhankelijke bronnen de heren Ad Lysen en Pieter Gerbenzon, geboren 1921 resp. 1920. Ottema is overleden in 1879. Lysen en Gerbenzon zullen dus niet eerder dan 60 jaar na Ottema’s dood in de kringen van Leeuwarder notabelen kennis hebben kunnen nemen van het vermeende motief van zijn (vermeende?) zelfmoord.

Indien deze informatie ooit betrouwbaar zou zijn geweest, was het toch al veel eerder in publicaties of briefwisselingen aan de orde gesteld?

In 2004 schreef u nog met terechte voorzichtigheid:

Volgens sommigen heeft Ottema uiteindelijk toch ingezien, dat hij had gedwaald ...

In 2006 was u minder bescheiden (zonder voetnoot):

Toen Ottema ... in 1879 uiteindelijk inzag dat hij ongelijk had gehad ...

Nogmaals, ik beschouw deze kwestie slechts als een schrijnend voorbeeld van de onzorgvuldigheid (en vooringenomenheid?) waarmee u — in mijn bescheiden waarneming — heeft gewerkt.

U vraagt mij of ik meer informatie heb.

[...][1]

Wanneer ik mij verplaats in Ottema, kan ik mij voorstellen dat de frustratie hem tot wanhoop heeft gedreven. Wat ik mij echter niet kan voorstellen is dat hij -indien hij van mening zou zijn veranderd- zelfmoord zou hebben gepleegd zonder zich hierover schriftelijk te willen verantwoorden.

Met vriendelijke groet, / Jan Ott (M.Sc.)

antwoord Jensma 2-11

Geachte heer Ott,

[...][2]

Wat betreft Gerbenzon en Lysen: inderdaad zij leefden pas veel later dan Ottema. Daar staat tegenover dat ze beiden uit gegoede Leeuwarder kring afkomstig waren en dat Lysen verwant is aan de familie HaverSchmidt en bijvoorbeeld diens dochter Margot nog goed heeft gekend. Dat men in de negentiende eeuw in brieven vrijelijk over zelfmoord zou schrijven, is een veronderstelling van uw kant die ik niet ondersteun. Men zag verder, zo blijkt uit brieven die ik niet heb geciteerd in mijn proefschrift en uitgave (bv. tussen Hooft van Iddekinge en Dirks) Ottema als een zielige man. Bijvoorbeeld Hooft van Iddekinge aan Dirks, 1876/11/08:

Dat Ottema minder wordt, doet mij leed, en ik wenschte wel dat de man minder verdriet beleefde van dat Oera lindaboek, dat men toch met de beste wil niet als serieus kan beschouwen. ’t Gaat hem als zijn voorouders, de tijdgenooten van Bonifasius, wier afgoden ook bij hun leven werden omvergehaald. Ik gevoel hoe pijnlijk dat moet wegen, maar wat, mijns bedenking, nog pijnlijker is, dat is dat men in dwalingen blijft volharden die tegen het eenvoudigste gezond menschenverstand strijden, is het dan zoo moeijelijk om van dwalingen terug ten eenen male onmogelijk voor een verstandig man om het peccavi uit te spreken daar waar volhouden onredelijk wordt?

Wat betreft uw verdere opmerkingen, ik denk dat we zo in een eindeloze discussie verzeild raken. Zelf ben ik absoluut niet van mening dat ik onzorgvuldig gewerkt heb. Integendeel.

Vriendelijke groet, / Goffe Jensma

3-11-2010 (12:31) aan Jensma

Onderwerp: M’nheer Jensma! Och, och...

Geachte heer Jensma,

Ook ik voel niets voor een eindeloze discussie, maar wil nog wel graag twee misverstanden rechtzetten.

U schreef:

Dat men in de negentiende eeuw in brieven vrijelijk over zelfmoord zou schrijven, is een veronderstelling van uw kant die ik niet ondersteun.

Ik schreef:

Indien deze informatie ooit betrouwbaar zou zijn geweest, was het toch al veel eerder in publicaties of briefwisselingen aan de orde gesteld?

1) Met deze informatie doelde ik niet op Ottema’s zelfmoord, maar op het vermeende motief daarvan, dat wil zeggen: zijn (vermeende) verandering van mening over de authenticiteit van het OLB. Als hij van mening was veranderd, en dit was uit betrouwbare bron bekend geweest, dan was dat uiterst relevant geweest en dus onmogelijk 125 jaar lang geheim gebleven. Hierover had geschreven kunnen worden, zonder met één woord over zelfmoord te reppen: hij is voor zijn dood nog van mening veranderd (zoals is gebleken uit: ...).

2) Met al veel eerder bedoelde ik niet uitsluitend in de negentiende eeuw, al was dit wel mogelijk geweest, zoals ik bij 1) heb uitgelegd. Wanneer Ottema’s meningsverandering in gegoede Leeuwarder kring als betrouwbare informatie bekend zou zijn geweest, in de jaren ’30 bijvoorbeeld, zou dit in de heftige discussie die er toen is gevoerd (weer) aan de orde zijn gekomen. U was echter de eerste die het in 2006 als ware het een feit durfde te bezorgen.

Ik heb de indruk dat het voor u vaststaat dat indien het waar is dat Ottema zelfmoord heeft gepleegd (hetgeen ik niet bestrijd), hij dus van mening moet zijn veranderd (voor u wellicht een wensvolle gedachte, voor mij hoogst onwaarschijnlijk). Psychologisch lijkt het mij veel logischer dat hij zelfmoord heeft gepleegd, juist omdat hij tot zijn laatste snik zo heilig in zichzelf geloofde.

Over wat logisch of aannemelijk is kunnen wij van mening blijven verschillen.

Maar mijn stelling, dat onderstaande bewering van u uit 2006 meer fictie is dan feit, is onomstotelijk.

Toen Ottema ... in 1879 uiteindelijk inzag dat hij ongelijk had gehad ...

... en dient daarmee als mooi voorbeeld van uw selectief-kritische benadering.

Met vrijelijke groet, / Jan Gelukzaligheid

antwoord Jensma (17:45)

Geachte heer Ott,

Nu we onze discussie dan hebben beëindigd, wil ik graag nog een ding aan u kwijt. Uw betrokkenheid bij het Oera Lindaboek waardeer ik en dat meen ik. Ook al zijn we het niet eens over mijn werkwijze, ik denk dat we over het tragische van Ottema wel gelijk denken. Hij had een droom en ik zou, juist vanwege hem, ook liever willen dat hij er in volhard had.

Ik heb vanzelfsprekend uw You tube-filmpjes ook bekeken en — of het OLB nou echt is of niet — uw verfilming ervan vind ik een heel goed idee. Dus wat mij betreft: ga daarmee vooral verder. Het boek is het waard.

Vriendelijke groet, / Goffe Jensma

2010-’11: (vooral) papieronderzoek (1)

14-10-2010 (10:56) aan Van Sluis

Onderwerp: 3 vragen mbt OLB

Geachte heer van Sluis,

Na een vruchtbare onderzoeksdag bij Tresoar in het Oera Linda dossier restten mij drie vragen, waarmee ik door de zeer behulpzame baliemedewerksters naar u werd doorverwezen.

  1. Is u een bron bekend waaruit blijkt dat Ottema vóór zijn dood van gedachte veranderde over de echtheid van het OLB? (Zoals beweerd in Jensma’s boek uit 2006 op blz. 50.)
  2. Zijn de stellingen die Jensma in 2004 bij zijn promotie moet hebben verdedigd bekend?
  3. Is er een overzicht beschikbaar van het wetenschappelijk onderzoek dat is verricht naar de ouderdom van het papier en zijn hiervan verslagen beschikbaar?

Ik hoop dat u mij verder kunt helpen en dank u alvast hartelijk voor de te nemen moeite.

Met vriendelijke groet, / Jan Ott / Hoorn

antwoord Van Sluis (15:31)

Geachte Heer Ott,

Dank voor uw bericht. Ik antwoord via de betreffende nummers:

  1. Zelf ben ik geen specialist over het OLB en weet niets van een herroeping van Ottoma — maar dat zegt meer over mijn beperkte kennis dan dat het een antwoord is op uw vraag.
  2. De stellingen heb ik kunnen achterhalen en vindt u bijgesloten,
  3. Er is recentelijk grondig onderzoek gedaan naar het papier, inkt e.d. van het OLB. De resultaten daarvan zijn verzameld, maar nog niet gepubliceerd. Dat is wel de bedoeling, maar Tresoar is daar slechts zijdelings bij betrokken. Ik kan u dus niets beloven. Ik weet alleen dat de beoogde bundel in de pijplijn zit.

Met vriendelijke groet / Dr Jacob van Sluis / vakreferent Tresoar (enz.)

21-10-2010 aan Van Sluis

Onderwerp: onderzoek papier en inkt OLB

Geachte heer van Sluis,

U schreef:

Er is recentelijk grondig onderzoek gedaan naar het papier, inkt e.d. van het OLB. De resultaten daarvan zijn verzameld, maar nog niet gepubliceerd.

Kunt u mij nog zeggen wanneer en door wie dit onderzoek is gedaan?

Is er een contactpersoon bij wie ik nader kan informeren?

Alvast bedankt. / Met vriendelijke groet, / drs. Jan Ott

antwoord Van Sluis 4-11

Geachte heer Ott,

Navraag leerde me dat het papieronderzoek nog niet is afgerond. Maar voor vragen kunt u contact opnemen met dhr dr. H. Porck van de Koninklijke Bibliotheek: [...]

Met vriendelijke groet / Dr Jacob van Sluis

17-1-2011 (1:23) aan Porck

Onderwerp: onderzoek Oera Linda-boek

Geachte heer Porck,

Van de heer van Sluis van Tresoar vernam ik dat u contactpersoon bent voor het onderzoek dat verricht wordt (of inmiddels is afgerond) naar onder andere papier en inkt van het Oera Linda-boek. Hij gaf mij uw emailadres en stelde voor dat ik rechtstreeks contact met u zou opnemen.

Mede namens enkele andere amateur-onderzoekers van de inhoud van het boek, hoop ik dat u de volgende vragen kunt beantwoorden:

  1. Wanneer is het onderzoek begonnen en wanneer kan een publicatie van de resultaten worden verwacht?
  2. Wat zijn de onderzoeksvragen en de methoden van onderzoek?
  3. Kunt u al mededelingen doen over de (voorlopige) resultaten van het onderzoek?

Alvast bedankt voor de te nemen moeite.

Met vriendelijke groet, / drs. Jan Ott

antwoord Porck (11:13)

Geachte heer Ott,

We zijn op dit moment bezig een verslag te maken van het onderzoek dat in de loop van afgelopen jaren is uitgevoerd. Er wordt ook gewerkt aan een kort artikel in het Archievenblad. Ik kan u eind deze maand het stukje voor het Archievenblad toesturen: dat geeft een goed overzicht van de onderzoeksvragen en de gebruikte methoden.

Met vriendelijke groet, Henk Porck

Dr H.J. Porck / Conserveringsonderzoeker / Conservator Papierhistorische Collectie

10-2-2011 (6:52) aan Porck

Geachte heer Porck,

Is het artikel over het onderzoek naar papier en inkt van het Oera Linda-boek reeds gepubliceerd? Met grote belangstelling zie ik hiernaar uit.

Met vriendelijke groet, / Jan Ott

antwoord Porck (15:46)

Geachte heer Ott,

De deadline voor het indienen van ons stukje voor het Archievenblad is verschoven naar 20 februari. Die extra tijd blijken we helaas ook nodig te hebben om een goede samenvattende tekst aan te leveren.

Excuses dat het nog wat langer duurt, maar u krijgt de tekst zodra die klaar is. Ook zal ik vragen of we ons meer uitgebreide verslag, dat we eveneens momenteel aan het afronden zijn, met u kunnen delen.

Met vriendelijke groet, / Henk Porck

5-3-2011 aan Porck

Geachte heer Porck,

U schreef:

De deadline voor het indienen van ons stukje voor het Archievenblad is verschoven naar 20 februari. (...) u krijgt de tekst zodra die klaar is.

Excuses als ik ongeduldig overkom, het is vooral nieuwsgierigheid die mij voor de zekerheid nogmaals doet informeren naar de verwachte tekst.

Met vriendelijke groet, / Jan Ott

antwoord Porck 9-3

Geachte heer Ott,

Ons stuk is nu afgegeven aan de redactie van het Archievenblad. Het heeft allemaal veel langer geduurd dan we hadden gedacht: er volgden na de eerste versie die we hadden ingediend nog enkele correctie- en aanvullingsrondes. Mijn excuses dat ik eerdere toezeggingen om u iets toe toesturen niet kon waarmaken.

In overleg met mijn mede-auteurs heb ik nog een vraag aan u alvorens ik iets kan toesturen. We weten eigenlijk niets van uw achtergrond en de reden van uw belangstelling. Nieuwsgierigheid zal zeker niet de enige reden van uw interesse zijn? Vanwege de vertrouwelijkheid van het materiaal — de officiele publicatie moet nog verschijnen — willen we graag meer informatie beschikken over uw belang in dezen.

Met vriendelijke groet, / Henk Porck

17-3-2011 aan Porck

(ontbreekt?)

4-4-2011 (8:25) aan Porck

Geachte heer Porck,

Kunt u mij zeggen of mijn email van 17 maart in goede orde is ontvangen en of dit uw vragen voldoende heeft beantwoord?

Vriendelijke groet, / Jan Ott

antwoord Porck (13:47)

Geachte heer Ott,

Hartelijk dank voor de uitvoerige informatie in uw bericht van 17 maart.

Ik stuur u hierbij -vertrouwelijk- de tekst van het artikel dat binnenkort (ca. half april) in het Archievenblad verschijnt. Het is nadrukkelijk voor uw persoonlijk gebruik.

Als het officieel gepubliceerd is kunt u het uiteraard verder onder de aandacht van uw netwerk brengen.

Zoals in een eerder bericht aan u meegedeeld, zijn we van plan om een uitgebreider rapport uit te brengen over het onderzoek aan het OLB. Ik heb enkele leden van het onderzoeksteam op de hoogte gebracht van uw belangstelling en uw achtergrond. Binnenkort wordt besproken in hoeverre we u al hierover kunnen informeren.

Met vriendelijke groet, / Henk Porck

5-4-2011 aan Porck

(ontbreekt?)

14-4-2011 aan Porck

Geachte heer Porck,

In afwachting van een antwoord op mijn bericht van 5 april, ben ik zo vrij u nog enige vervolg-vragen te stellen:

Waarom wordt het (naar ik aanneem) meest belangrijke en meest voor de hand liggende gegeven dat het onderzoek zou moeten hebben opgeleverd, namelijk de nieuwe, meer nauwkeurige datering van het papier, niet genoemd in het artikel voor het archievenblad?

waarom bevindt de voorlopige rapportage uit 2006 zich niet in Tresoar’s OLB-dossier? Toen ik daar informeerde naar recent papier-onderzoek zei men van niets te weten en werd ik naar u doorverwezen. Vervolgens heeft ook u het bestaan van dit artikel (al dan niet bewust) verzegen.

Is hier sprake van geheimzinnigheid, of lijkt dat slechts zo?

Als het goed is, wordt een dezer dagen het nieuwe archievenblad bezorgd, met daarin de publicatie van uw team. Kan ik de informatie daaruit reeds delen met mijn mede-belangstellenden?

Wederom alvast hartelijk dank, / Met vriendelijke groet, / Jan Ott

antwoord Porck 15-4 (8:40)

Geachte heer Ott,

Het nummer van het Archievenblad met ons artikel is verschenen. U kunt uw mede-belangstellenden daar natuurlijk op wijzen.

Verder is er geenszins geheimzinnigheid over onze publicatie uit 2006. Dit betreft een gewone publicatie in het jaarboek van de International Association of Paper Historians (IPH). Dit jaarboek is niet bij elke instelling aanwezig en kan dus aan de aandacht ontsnappen. Als u dat op prijs zou stellen kan ik een pdf- bestand van het artikel maken en naar u toesturen.

In overleg met het onderzoeksteam kan ik u tenslotte meedelen dat wij er de voorkeur aan geven om nadere en verdere conclusies uit ons onderzoek pas in de vorm van een officiele publicatie naar buiten te brengen.

Met vriendelijke groet, / Henk Porck

antwoord Ott (9:03)

Geachte heer Porck,

Dank voor uw snelle antwoord.

Zoals ik eerder aangaf zou ik een PDF-kopie van het artikel uit 2006 inderdaad zeer op prijs stellen.

Vriendelijke groet, / Jan Ott

antwoord Porck 20-4

Geachte heer Ott,

Bijgevoegd de pdf-file.

Met vriendelijke groet, / Henk Porck

2013: vermeende “(zelfmoord)aanslagen”

30-11-2013 (16:52) aan Reinewald

Onderwerp: vraag over reportage

Geachte heer Reinewald,

Met belangstelling las ik uw reportage Bedrog, bijgeloof en zelfmoord in Friesland [2011]. Ik heb een vraag over de volgende zin:

Het mythologisch-religieuze karakter maakt het boek eveneens geliefd bij sommige einzelgängers, wier geloof in geheime samenzweringen hen tot (zelfmoord)aanslagen verleidt.

Heeft u een (schriftelijke of mondelinge) bron voor deze informatie? Ik ben met name benieuwd of u een voorbeeld weet van een dergelijke aanslag.

Alvast bedankt voor uw antwoord. / Met vriendelijke groet, / Jan Ott

antwoord Reinewald (22:37)

Geachte heer Ott

Kan ik mij voorstellen. Maar de persoon die mij dit vertelde heb ik beloofd er vooralsnog geen openheid over te geven. Bronnenbescherming heet dat in journalistieke vaktermen[3]

met vriendelijke groeten / Chris Reinewald

antwoord Ott 1-12

Dank voor uw snelle antwoord. / m.vr.gr. JO

2018-’19: papieronderzoek (2)

17-9-2018 (12:05) aan Jensma

Geachte heer Jensma,

Volgens twee voorlopige publicaties over een onderzoek naar het Oera Linda papier (2006/2011: Porck, Kardinaal en van der Grijn) was u daarbij betrokken als deskundige.

De heer Porck, met wie ik in 2011 hierover correspondeerde, is inmiddels met pensioen. Er was toen sprake van een afsluitende publicatie waaraan werd gewerkt (planning 2013). Ik heb de andere onderzoekers (bureau De Facto) twee weken geleden geschreven, maar nog geen antwoord gekregen.

Kunt u mij vertellen of de publicatie is gerealiseerd, dan wel is uit- of afgesteld? Of is er een andere contactpersoon die ik ernaar kan vragen?

Met dank en vriendelijke groet, / Jan Ott

antwoord Jensma (13:40)

Beste Jan,

Ik weet evenveel als jij. Ik heb ongeveer anderhalf jaar geleden nog eens contact met Adriaan gehad, maar zonder verdere follow-up. Blijf ze schrijven, zou ik zeggen.

Vriendelijke groet, / Goffe

18-9-2018 aan Geleijns

Onderwerp: papieronderzoek Oera Linda

Geachte heer Geleijns,

Van de heer van Capelleveen hoorde ik dat u wellicht meer weet over een onderzoek naar het Oera Linda papier, waarbij de heer Porck betrokken is geweest. Dhr. Porck schreef mij in 2011 dat er gewerkt werd aan een afsluitende publicatie (planning 2013). Ik heb de andere onderzoekers (bureau De Facto) twee weken geleden geschreven, maar nog geen antwoord gekregen en hoop daarom dat u de volgende twee vragen kunt beantwoorden:

Is de publicatie inmiddels gerealiseerd, dan wel uit- of afgesteld?

Is de mogelijkheid uit te sluiten – de geschreven inhoud van het handschrift buiten beschouwing gelaten – dat het papier 13e eeuws (of ouder) Spaans Arabisch is? Uit de voorlopige publicaties (2006 en 2011) blijkt dat het team deze mogelijkheid bij voorbaat heeft uitgesloten.

Met dank voor de te nemen moeite en met vriendelijke groet, / Jan Ott

antwoord Geleijns 20-9

Geachte heer Ott,

Mijn excuses voor dit late antwoord. Van Henk Porck heb ik inmiddels de twee artikelen gekregen (uit 1996 en 2011) die betrekking hebben op het onderzoek naar het papier van het Oera Lindaboek. Volgens Henk is dit alles dat erover gepubliceerd is; een vervolgonderzoek is wel gepland, maar nooit uitgevoerd. De artikelen gaan hierbij.

Het spijt me dat ik u niet verder kan helpen.

Met vriendelijke groet, / Erik Geleijns / Collectiespecialist Koninklijke Bibliotheek

4-10-2018 (17:30) aan Witkam

Subject: Oera Linda papier

Geachte heer Witkam,[4]

Zoals telefonisch besproken stuur ik u bijgaand een bladzijde van het Oera Linda handschrift in verhoogd contrast.

Een PDF bestand van het gehele handschrift is hier in te zien: [...]

Tevens bijgesloten is wat Dr. J.G. Ottema over het papier schreef in de inleiding bij zijn vertaling van het handschrift (1872 en 2e editie 1876).

Een jarenlang onderzoek (ca.2004-2011), waarbij o.a. experts betrokken waren van de Koninklijke Bibliotheek, het Nationaal Archief, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het Forensisch Instituut, niet heeft geleid tot duidelijke uitspraken over de ouderdom en herkomst van het papier. Het aangekondigde definitieve onderzoeksverslag is nooit gepubliceerd. Dat het ouder zou kunnen zijn dan de 19e eeuw was door de onderzoekers bij voorbaat uitgesloten, omdat dit op basis van de zichtbare waterlijnen al in 1876 zou zijn vastgesteld. Daarom moet alsnog de vraag worden gesteld of het mogelijk toch middeleeuws Spaans-Arabisch papier zou kunnen zijn, zoals in 1871 door Dr. J.G. Ottema was voorgesteld.

Met dank en vriendelijke groet, / drs. Jan Ott [Diever]

antwoord Witkam (23:28)

Zeer geachte Heer Ott, / Dank voor Uw bericht.

Aan de foto van de pagina van het handschrift heb ik niet veel. Het is een opzicht foto. Om de structuur van het papier te bekijken heb ik een doorzicht foto nodig, en zelfs dan is het twijfelachtig of ik uit een foto conclusies kan trekken. Zulke foto’s moeten toch bestaan, nu ik begrijp uit Uw bericht dat alle deskundigen van Nederland al naar het papier hebben gekeken.

Ik denk hier nog even over na, dit was mijn eerste reactie.

Met vriendelijke groet, / Jan Just Witkam [Leiden]

5-10-2018 aan Jensma

Beste Goffe,

Een Leidse professor, Jan Just Witkam, heeft ervaring met middeleeuws-Arabische handschriften. Hij is geïnteresseerd in het OLB papier en zou er graag een doorzicht foto van zien. Weet jij of er ooit enkele gemaakt zijn?

Vriendelijke groet, / Jan

antwoord Jensma 7-10

Dag Jan,

Wat bedoel je preceis met een doorzicht foto?

Groet, / Goffe

8-10-2018 aan Jensma

Goedemorgen Goffe,

Dr. Witkam nam aan dat er wel een moest zijn en gebruikte deze term. Ik neem aan dat het een foto is van een enkel blad op een verlichte ondergrond, waardoor waterlijnen, een eventueel watermerk en vezelstructuur beter zichtbaar zijn.

Op de foto’s van de Tresoar website zijn de waterlijnen van sommige bladen goed zichtbaar. Op basis daarvan sluit Witkam de mogelijkheid niet uit dat het Arabisch papier is.

Als een dergelijke foto gemaakt was, had je die vast wel te zien gekregen, dus ik neem aan dat dit niet het geval is. In het voorlopige artikel uit 2006 van de groep Porck wordt er ook niet naar verwezen.

Ik zou zo’n foto wel willen laten maken en kan de kosten daarvan voor mijn rekening nemen. Een andere mogelijkheid is dat dr. Witkam wordt uitgenodigd om zelf te komen kijken. In beide gevallen zal er toestemming moeten zijn van Tresoar (en/of het Fries Museum?)

Ik kan me voorstellen dat je weinig verwacht van een dergelijk onderzoek, maar ook als er uitkomt dat het zeker géén Arabisch papier is, geeft dat duidelijkheid die er nu nog niet is. Tot nu toe werd deze mogelijkheid immers bij voorbaat uitgesloten.

Het feit dat het Porck onderzoek kennelijk geen duidelijke antwoorden heeft opgeleverd is onbevredigend en doet vermoeden dat de vraagstelling te beperkt was.

Zou jij een aanvullende (voor-) onderzoek moreel willen ondersteunen, bijvoorbeeld in de vorm van een aanbeveling?

Met dank voor je aandacht en groet, / Jan

antwoord Jensma 9-10 (10:48)

Beste Jan,

Dank je! Ik weet niet wat Adriaan Kardinaal precies al dan niet heeft gefotografeerd. Het onderzoek dat het diepst ingaat op papier vóór Kardinaal is gedaan door Pieter Obbema in de jaren 1950. Ken je dat? Obbema gaat ook in op vezelstructuur, watermerk en waterlijnen. Ik kan proberen het ergens uit een archiefkast te toveren.

Groet, / Goffe

antwoord Ott (18:39)

Goffe, ik ken alleen het artikel uit de LC (10-11-1962 Drs. Obbema sprak voor Fries Genootschap over onderzoek) en wat jij erover hebt geschreven. Ik zou heel graag zijn verslag en evt. aantekeningen (+ foto’s?) inzien en kan daarvoor graag naar Leeuwarden of Groningen komen. Ik woon nu in Drenthe (Diever) dus dat is makkelijk te doen. / Groet, Jan

antwoord Jensma 10-10

Dag Jan,

Ik heb het document teruggevonden en vanavond even voor je ingescand. Je kunt het downloaden op [...]

Wel merk ik op dat je het wel kunt lezen natuurlijk en gebruiken, maar niet vrijelijk kunt herpubliceren.

Succes en groet, / Goffe

23-10-2018 (15:03) aan Witkam

Zeer geachte Heer Witkam,

Er lijkt geen doorzichtfoto te bestaan van het Oera Linda papier. Wel heb ik van prof. Jensma (Groningen) een niet-gepubliceerd verslag ontvangen uit 1960 (m.n. bronnenonderzoek) van drs. (later dr.) P.F.J. Obbema. Hierin komt een beschrijving van het papier voor:

  • Uiterlijk: een effen, glad, hard papier met scherp afgesneden randen.
  • Vergures: vergélijnen, 10 per 20 mm; pontuseaux op een afstand van 27 mm. De draden, die de lijsten in het papier gedrukt hebben, schijnen niet met elkaar verweven, noch aan elkaar genaaid te zijn. De lijnen lopen volstrekt recht en evenwijdig.
  • doorzicht: geen wolkjes, geen korrels, geen andere structuren. De papierstof is bij doorzicht tussen de vergures gelijk verdeeld kleur: nu geel tot bruin, dat met een borstel of kwast erop is aangebracht (sporen van de haren zijn duidelijk zichtbaar). Over het algemeen verloopt de kleur van het centrum van het diploma naar de randen van donker tot licht.
  • Nt.1. De kleur is ook nu nog op de breukranden (helder?) wit. Daaruit alleen blijkt al, dat de gele kleur is toegevoegd. Vergeling van papier is een inwendig proces. (Hoyer, Einführung, p.185-188).
  • Nt.2. Proefstroken, die in 1876 met een joodjoodkali-oplossing behandeld zijn, zijn nu grauw wit; een ander bewijs, dat de gele kleur is toegevoegd.
  • oorspronkelijk: wit, waarschijnlijk helder wit.
  • Nt.1. De kleur op de smalle breuken is moeilijk te beoordelen tegen het geel van het oppervlak. Toch krijgt men de indruk bij confrontatie met ander wit papier, dat de kleur helder wit was.

Ook blijkt het papier twee keer te zijn vergeleken met Arabisch of Chinees papier:

1) in Leeuwarder Courant d.d. 19-9-1871 (ingezonden brief dr. J.G. Ottema):

Een ding staat onlochenbaar vast, dat het Handschrift geschreven is op eene papiersoort, die in de 13e eeuw nog in Spanje vervaardigd werd, en na dien tijd niet meer voorkomt. Slechts een enkel stukje van zulk papier als monster zal men misschien in de verzameling van een of ander oudheidkundige nog vinden, maar anders kan niemand de weergade daarvan aanwijzen. Een gelijksoortig papier treft men aan in de Keizerlijke Bibliotheek te Petersburg in de oudste Chinesche documenten. Dit vernam ik van den Heer B. Lasonder*, Predikant te Acquoij, die een geruimer tijd te Peterburg vertoefd en de Keizerlijke Bibliotheek bezocht heeft, en hij mij aan huis het Handschrift ziende, terstond de gelijksoortigheid van dit Arabische katoen-papier [i.e. het O-L papier] met het Chineesche herkende. [* Bernard Albertus Lasonder (1841-1919)]

2) in brief van dr. Ottema aan Cornelis Over de Linden d.d. 21-4-1874:

Daarbij moet ge weten dat Professor Land* een Syrisch Handschrift uit de 12e Eeuw vertoond heeft op gelijksoortig papier als dat van het Friesche Handschrift. [* prof. Jan Pieter Nicolaas Land (1834-1897)]

Heeft U een voorbeeld van een doorzicht foto, zoals U die van het Oera Linda papier zou willen zien? Ik stel Uw oordeel zeer op prijs en kan alsnog proberen in Leeuwarden enkele foto’s te (laten) maken van het papier.

Met vriendelijke groet, / Jan Ott

antwoord Witkam (16:54)

Zeer geachte Heer Ott,

Dank voor Uw bericht. Ik kan daar weinig mee, observaties van anderen hebben voor mij een slechts zeer relatieve waarde. De autoriteiten die U noemt zijn mij niet bekend als experts op het gebied van Arabisch papier. Obbema heb ik persoonlijk gekend, natuurlijk.

Een doorzicht-foto is, zoals de term al aanduidt, een foto genomen met de lichtbron achter het papier. Ik heb er een paar in een recent artikel van mij gepubliceerd. Ik stuur U bij deze de link. [...]

Op pp. 212 t/m 216 staan eenvoudige, door mijzelf uit de hand gemaakte doorzicht-foto’s. Er bestaan tegenwoordig instrumenten, lichtgevende bladen die men achter het te fotograferen blad legt en die geen warmte afgeven. Bestudeerders van watermerken maken er veel gebruik van. De beter geequipeerde bibliotheek heeft zo iets wel in huis, of anders een gespecialiseerde restaurator.

Ik heb U nu een paar keer mijn tijd gegeven, maar ik kan dit niet blijven doen. Het Oera Linda boek is mijn probleem niet. U stuurt mij binnenkort enige doorzichtfoto’s en ik reageer daar op. En dat moet het dan wezen.

Vriendelijke groet, / Jan Just Witkam

9-12-2019 (13:44) aan Witkam

Zeer geachte heer Witkam,

Dank voor Uw bericht en excuses voor de vertraging.

Bijgaand zend ik U de onlangs gemaakte doorzichtfoto.

De randen van het papier lijken op de foto niet recht te zijn, maar zijn dat in werkelijkheid wel.

De gemiddelde afstand tussen de lijnen is 293/144 = 2,0 mm.

Kunt U aangeven of dit mogelijk 13e eeuws Arabisch papier kan zijn?

Met grote dank voor de te nemen moeite en vriendelijke groet, / Jan Ott

antwoord Witkam (20:38)

Zeer geachte Heer Ott, / Dank voor Uw bericht.

Uit Uw foto blijkt dat het hier gaat om Europees geschept papier. In de Arabische wereld, en ook niet in Andalusia, werden geen metalen schepramen gebruikt.

Verder kan ik er niet veel over zeggen, behalve dat ik op het vel waarvan U mij een afbeelding hebt toegezonden geen tekst zie. Dus vraag ik mij af: wat is het verband tussen dit vel en het Oera Linda boek? Een datering is mij niet mogelijk.

Met vriendelijke groet, / Jan Just Witkam

10-12-2019 (17:10) aan Witkam

Zeer geachte heer Witkam, / Hartelijk dank voor Uw antwoord.

Mijn vraag was vooral geïnspireerd door een foto van MS Leiden Or.231, f.56a (gedateerd vóór 1195; bijgevoegd) uit één van Uw presentaties. Hierop leken mij gelijksoortige waterlijnen zichtbaar te zijn. Bestonden er wellicht ook schepramen van materiaal anders dan metaal, of kan het papier nog een andere herkomst hebben, bijvoorbeeld China?

Enkele onbeschreven vellen werden door de familie Over de Linden bij het OL handschrift bewaard en zijn minder verkleurd. Sommige bronnen beschreven deze als (op de kleur na) precies gelijksoortig, andere spraken dat tegen.

Vorige week heb ik met de conservator van Tresoar (het archief in Leeuwarden) snippers van het OL handschrift geselecteerd voor een C14 datering. Bij deze gelegenheid zag ik zelf voor het eerst de onbeschreven vellen, en toen we een exemplaar naast een blad van het handschrift op een lichttafel vergeleken, werd mij duidelijk dat het lijnenpatroon identiek is.[5] Omdat deze op de foto van het onbeschreven blad beter zichtbaar waren, heb ik U deze ter beoordeling gezonden.

Over ca. 4 tot 5 maanden zal de uitslag van de C14 meting bekend zijn. Indien het Uw interesse heeft, zal ik U dan daarover informeren.[6]

Met vriendelijke groet, / Jan Ott

antwoord Witkam (21:55)

Zeer geachte Heer Ott,

Dank voor Uw bericht. In Uw avontuur om een doorzichtfoto met een opzichtfoto te vergelijken ga ik niet met U mee. Zo iets lijkt mij zinloos en kansloos. Het is ook nergens voor nodig.

Het onbeschreven papier waarvan U mij een doorzichtfoto stuurde heeft dus naast de beschreven bladen van het Oera Linda boek gelegen. Dat lijkt mij niet echt voldoende om er een nadere conclusie over het papier waarop de Oera Linda tekst is geschreven op te baseren.

Wanneer U mij een doorzichtfoto van een of meer van de beschreven bladen stuurt wil ik er nog een keer naar kijken, maar dan moet het echt afgelopen zijn. U nadert de grenzen van mijn geduld, en zo moeilijk is het toch niet om de dingen goed te doen? U vraagt mij om een oordeel, levert U mij dan ook het materiaal waarop ik zelf en door eigen waarneming mijn oordeel kan baseren. Tot nu toe hebt U dat niet gedaan.

Met vriendelijke groet, / Jan Just Witkam

12-12-2019 (14:32) aan Witkam

Zeer geachte heer Witkam,

Momenteel is er geen betere foto van het beschreven blad.

U schreef dat het onnodig was te vergelijken met een opzichtfoto van Arabisch papier. Indien er een doorzichtfoto beschikbaar is van papier, gemaakt op een raam van bamboe, vlas of grasriet, zou ik die graag zien en delen met de conservator van het Fries archief.

Met vriendelijke groet, / Jan Ott

antwoord Witkam (15:04)

Zeer geachte Heer Ott, / Dank voor Uw bericht.

Ik wacht rustig tot een doorzichtfoto van een beschreven blad van het Oera Linda boek beschikbaar komt. Zodra ik die heb gezien, zal ik proberen Uw oorspronkelijke vraag te beantwoorden.

Met vriendelijke groet, / Jan Just Witkam

Noten

  1. [Het is geen harde informatie, maar ik weet uit eigen ervaring hoe het voelt om voor gek te worden verklaard, daardoor in een sociaal isolement te raken, en als gevolg daarvan de levenslust te verliezen. (Gelukkig heb ik die al lang weer terug en hoef ik me dankzij het OLB nooit te vervelen. Ik zal niet dezelfde fout maken als mijn bijna naamgenoot en geestverwant ~ haha.]
  2. [Ik ben blij dat u uw levenslust terug hebt.]
  3. Jensma bleek de bron te zijn. Zie vertaald afschrift van radiogesprek 13-6-2019.
  4. emeritus-professor of Codicology and Paleography of the Islamic World, in the University of Leiden
  5. Later twijfelde ik daaraan. Er is helaas te weinig aandacht besteed aan het maken van goede doorzichtfoto's, vooral van beschreven bladen.
  6. Resultaat bleek onbevredigend, methode bij nader inzien onvoldoende betrouwbaar. Zie hierover elders.