Cornelis Sipkens
Cornelis Sipkens (1832 Leeuwarden - 1921 Hilversum), vestigde zich als hoofdonderwijzer september 1960 vanuit Harlingen te Den Helder en zou volgens zijn verklaring uit 1876 aan Berk in dat jaar al het handschrift van Cornelis Over de Linden hebben gezien. Twee jaar later trouwde hij met Antje de Wijn (1836-1882) en in 1902 vertrok hij naar Hilversum.
Hij wordt door Jensma (De Gemaskerde God: DGG) aangewezen als mede-samenzweerder in het vermeende Oera Linda-complot.
Kinderen:
- Tetje Sipkens (1863-1917) geh. Johannes J. van Diemen
- Jacob J. Sipkens (1865-1928) geh. Johanna E.G. Groeneveld
- Anna C. Sipkens (1868-1961) geh. Gerrit Folmer
- (Abraham 1870-1881)
- Cornelia Sipkens (1873-1944) geh. Simon J. Conneman
- Willem C. Sipkens (1875-1945) geh. (1) Arendje Dijksen (2) Frederica C. Heineman
DGG bl. 353-354
Berk ondervroeg ook Cornelis Sipkens en deze gaf een bijzondere en zeer veelzeggende verklaring af: ‘In 1860 heb ik ’t H.S. gezien. C. I [Cornelis Over de Linden – GJ] vertoonde het mij en vroeg of ik het lezen kon. Hij vertelde er bij dat het over zijne voorouders handelde, die de streken in bezit hadden gehad in de buurt van de Linde in Friesland. Hij las eenige woorden, enkele zinnen. Hij verstond mijn Friesch tamelijk goed.’ [Wie heeft? bl. 62.]
DGG bl. 354-355
Het laat zich denken, dat Sipkens – mogelijk op aansporen van HaverSchmidt, Over de Linden en Verwijs zelf – zich op 14, 15 of 16 juni 1876 zelf bij Berk heeft gemeld om te getuigen: ‘ja zeker, collega Berk, ik heb het zelf gezien, in 1860’. Berk en later Beckering Vinckers kwamen dan ook tot de conclusie dat Over de Linden het boek moest hebben geschreven vóór 1860.[Wie heeft? bl. 62.] Deze leugen van Sipkens maakt hem tot handlanger [nadruk door mij - JO] en is een belangrijk argument voor de veronderstelling dat Sipkens van meet af aan op de hoogte is geweest en inderdaad mogelijk ook het contact tussen HaverSchmidt en Over de Linden tot stand heeft gebracht.