1924 Oproep Murk de Jong
JJK 247 Jong, M. de - Het geheim van het Oera Linda Boek (oproep inlichtingen) - HC 19-2-1924.
Het geheim van het Oera-Linda-Boek.
Zeer geachte Redactie!
De zaak van het Oera-Linda-Boek heeft al zoo vaak op de rol gestaan, dat ik mij afgevraagd heb, of inzonderheid inwoners van Helder het wel de moeite waard zullen achten, een bericht onder bovenstaanden titel te lezen. Ik waag het er echter op en roep, geachte Redactie, Uwe tusschenkomst in, om enkele gegevens te krijgen, die nu misschien nog bereikbaar zijn.
Het is mijn vaste overtuiging, dat noch Cornelis over de Linden, scheepstimmerbaas aan den Helder, noch een ander uwer stadgenooten, het bewuste handschrift vervaardigd heeft, en dat, derhalve een kleine 50 jaren geleden het onderzoek te dezer zake door de geruchtmakende brochure van Beckering Vinckers, „Wie heeft het Oera-Linda-Boek geschreven?” in een ganschelijk verkeerde richting geleid is.
De heeren Jansen en Dekker en misschien meer Heldersche burgers hebben indertijd met volle recht en op goede gronden verzet aangeteekend tegen Beckering Vinckers’ conclusie. Het heeft niet mogen baten.
Een uitvoerig onderzoek van alle in het geding gekomen stukken, ook van het oorspronkelijke handschrift, geeft mij het recht te zeggen, dat in dezen het laatste woord nog niet gesproken is.
Op grond van tal van aanwijzingen meen ik thans op het rechte spoor te zijn. Verschillende betrekkingen van persoonlijken aard behoeven echter nog opheldering. Het is te vreezen, dat de tijd reeds veel uitgewischt heeft, wat Beckering Vinckers, Berk c.s. had kunnen dienen, als zij niet ziende blind geweest waren. Langs dezen weg waag ik het echter een beroep te doen op de belangstelling, die ongetwijfeld in sommige Heldersche kringen nog voor die oude kwestie aanwezig is. Na mij eerst in het algemeen voor elke inlichting, waarvan men veronderstellen kan, dat zij niet in de desbetreffende litteratuur tot uiting gekomen is, aanbevolen te hebben, wil ik in het bizonder de aandacht vestigen op enkele personalia:
- In het „Handelsblad” van 25 Maart 1916 komt een stukje voor, geschreven door W.J.C. Jansen te Amsterdam, waarin deze op gezag van zijn oom Gerrit Jansen verklaart, dat het O.L.B. het werk is geweest van den in deze kwestie meer genoemden Ernst Stadermann. Kan iemand mij helpen aan het tegenwoordig adres van genoemden heer W.J.C. Jansen? / Wonen er nog rechtstreeks nakomelingen van Gerrit Jansen in den Helder?
- Ik vond ergens, dat Ernst Stadermann (die overigens als tolk en boekbinder bekend stond), een handel „in naturaliën en oudheden” gedreven heeft. Kan iemand mij over den aard ven dien handel ook nader inlichten? Betreft het hier een handel in voorwerpen, of speciaal antiquarische boeken?
- Was Stadermann lid van de Ned. Herv. Kerk? Heeft hij in eenigerlei betrekking gestaan tot ds. François Haverschmidt (Piet Paaltjens), die van 1862—’64 predikant aan den Helder geweest is?
- Is ook iemand iets bekend van het lot der boekwerken uit den bibliotheek van wijlen C. over de Linden, die den 7den September 1874 in „Het Centrum” publiek verkocht zijn? In het bizonder beb ik oog op No. 62 van de lijst: een handschrift, bevattende o.a. het vijfde boek van Worp van Thabor’s Kronyk van Friesland, echter ook vele andere bescheiden. Het geheel moet zoo groot als een Statenbijbel geweest zijn.
Hopende langs dezen weg eenig licht te krijgen op deze of wellicht andere punten, dank ik U, geachte Redactie, voor uw bereidwillige medewerking.
Dr. M. de Jong Hzn. / privaat docent a.d. Universiteit te Amsterdam.
Amsterdam, 16 Febr. 1924.